Stanley Kubrick (1928-1999)

Stanley Kubrick (1928-1999)

Vandaag is het al twintig jaar geleden dat de Britse cineast Stanley Kubrick is overleden. Ik denk dat ik ongeveer àlle films van Kubrick heb gezien (wat hem in dat opzicht wellicht tot een unicum maakt in de cinematografie, wat mij betreft dan), maar toch heb ik zelden of nooit over de man geschreven. Het enige wat ik mij kan herinneren is een artikeltje over “A clockwork orange” in het tijdschrift van jeugdclub ’t Broebelke (december 1972-januari 1973) n.a.v. het feit dat de zogenaamde “socioculturele werkgroep” van jeugdclub Broebelke naar “A clockwork orange” wou gaan kijken in Sint-Niklaas (cinema Select).
Lees verder “Stanley Kubrick (1928-1999)”

Vijftig jaar geleden: oprichting van de Pop Size

Vijftig jaar geleden: oprichting van de Pop Size
Op 25 november 2016 werd het boek van Dirk Lauwers en Erik Westerlinck over de geschiedenis van ’t Broebelke voorgesteld op het gemeentehuis in Temse. Ik heb het nog niet in handen gehad, dus helemaal zeker weet ik het niet, maar normaal gezien moet dit begonnen zijn vandaag vijftig jaar geleden met de oprichting van een jeugdclub die oorspronkelijk de benaming Pop Size meekreeg. Die naam klonk een aantal beheerraadsleden wat te “progressief” in de oren en werd later afgezwakt naar ’t Broebelke. Dit is wat Dirk Lauwers destijds als inleiding op zijn boek schreef…


Jeugdclub Broebelke : het belang voor de jeugd van Temse en omstreken in de jaren ‘70 (en later) kan nauwelijks worden overschat. De overal in Europa veranderende jeugdcultuur in de gouden jaren ‘60 ging ook in onze gemeente niet onopgemerkt voorbij. Hippe popcultuur in kleding en vooral muziek kwam tot ons via zwart/wit-tv (Brussel Vlaams, Holland 1 en 2) in Avro’s Toppop en Tienerklanken. We luisterden naar Radio Veronica, Northsea, Luxemburg en Caroline (later Mi Amigo). Beatles, Stones, Who, Kinks… schalden door de boxen op onze kamer. De teenagers van Temse hadden nood aan bewegingsvrijheid en vormen van ontspanning die hier nog niet gekend waren. Buiten de klassieke jeugdbewegingen – die zeker grote verdiensten hadden, maar niet echt meegingen in de veranderende jeugdcultuur – was er in Temse niets. Dat veranderde in 1969 met de oprichting van het bescheiden jongerenontmoetingscentrum Pop-Size in het leegstaande houten kerkje op Korea (tuinwijk Hollebeek). Het zou op korte tijd uitgroeien tot het alom bekende Jeugdclub Broebelke. Op socio-cultureel en ontspanningsgebied bood Broebelke heel wat mogelijkheden die toen in Temse niet voorhanden waren: sociale contacten, ontspanning, hobby- en sportclubs. En niet te vergeten de eerste danscontacten met het andere geslacht, vaak de aanloop tot de liefde. Voor velen ook de eerste kennismaking met cultuur, kunst, sport, sociale beleving… Broebelke had een groot aanbod aan hobby- en interesseclubs. De wortels van toneelvereniging Oberon gaan terug op Broebelke. Er werden reizen georganiseerd naar Londen, Spanje, Italië… Voor die tijd: een uitzonderlijk palmares! Naast het Jaarboek (25 euro) is dan ook een dvd verkrijgbaar met meer dan 1.000 foto’s en filmopnamen uit 1971.

Lees verder “Vijftig jaar geleden: oprichting van de Pop Size”

Alfons Gosselin (1877-1944)

Alfons Gosselin (1877-1944)

Het zal morgen al 75 jaar geleden zijn dat Den Bruine, de meest legendarische van alle kaailopers, rond wie in Temse ook nu nog vele anecdotes verder leven, is overleden.

Eigenlijk heette hij Alfons Gosselin; den Bruine was z’n bijnaam, die hij dankte aan zijn donkere huidskleur. Na zijn dood is men hem den Bruine Peer gaan noemen, maar ten onrechte. Hoe die Peer daar is aangegroeid, is niet helemaal duidelijk, maar heeft wellicht te maken met (verwarring met) zijn broer Peer. Het was die broer, die op 2 maart 1916 overleed, een gebeuren waaraan een historische anecdote is verbonden. Den Bruine woonde samen met z’n broer in de Vlietstraat (huidige Philemon Haumanstraat). Toen de broer was overleden, kwamen vele buren en kennissen, zoals gebruikelijk, een laatste groet brengen. Dat werkte op den duur zodanig op de zenuwen van den Bruine, dat hij z’n broer in een zetel voor het raam plaatste, zodat men van buitenaf kon groeten… Dat nieuws verspreidde zich vanzelfsprekend als een lopend vuurtje en kwam spoedig aan de oren van de Duitse Kommandantur, die terstond ingreep en den Bruine verplichtte de dode te verplaatsen. Deze in Temse alomgekende anecdote is geen verzinsel, zij is echt gebeurd.
Alfons Gosselin werd geboren te Temse op 9 december 1877. Op zeer jonge leeftijd werd hij werkzaam op Dacca, daarna in de Weverij Wilford, waarna hij kaaiwerker werd. Met zijn indrukwekkende verschijning – hij was 1.85 m groot en woog 140 kg -, zijn enorme kracht, zijn gevoel voor humor en fratsen, en zijn hart van goud werd hij de kleurrijkste figuur van het rijke en wervelende kaaigebeuren in Temse tussen 1900 en 1940.
Zijn hele leven woonde hij in het ouderlijke huis in de Vlietstraat. Na de dood van zijn zuster Lisa (1937) woonde diens dochter Esther Gosselin (gehuwd met Frans Van Bruysel) bij hem in. Zij was op het moment van de inhuldiging van het beeld van de Kaailopers van Valeer Peirsman nog steeds in leven.
Verzwakt door de oorlogsomstandigheden overleed den Bruine, die ongehuwd bleef, op 2 februari 1944, 66 jaar oud, aan de gevolgen van griep.

Lees verder “Alfons Gosselin (1877-1944)”

Arthur Engels (1915-2004)

Arthur Engels (1915-2004)

Morgen zal het al vijftien jaar geleden zijn dat mijn nonkel Tuur (rechts op de foto) is gestorven. Hij was de eerste van de vier om te gaan. Dus vóór zijn vrouw, mijn tante Jeanne, en uiteraard ook vóór mijn ouders.

Veel heb ik over nonkel Tuur niet te vertellen. Hij heeft voor zover ik weet zijn leven lang op de Boelwerf gewerkt en in zijn vrije tijd dronk hij graag een pintje (*). Soms ook méér dan eentje en zo kon het gebeuren dat hij op een bepaald moment ergens moest overgeven en dat was in zo’n ouderwetse WC. Helaas kotste nonkel Tuur ook zijn vals gebit uit en dat verdween in de smurrie. Er werd een zoekactie op touw gezet en na verloop werd het kleinood teruggevonden. Het werd onder de kraan gehouden en verdween weer in de mond van mijn nonkel.
’t Is grappig, maar ’t is tegelijk een beetje triest als dat het voornaamste is wat je van een mensenleven hebt onthouden. Maar toch vind ik het beter het dààrover te hebben dan over de dood van zijn dochtertje Jenny, wat toch een hele slag moet geweest zijn voor hem (**). Dat zal ook zijn enige zoon Raoul wel beamen, neem ik aan…

Lees verder “Arthur Engels (1915-2004)”

Etienne Vercauteren (1935-2009)

Etienne Vercauteren (1935-2009)

Morgen zal het al tien jaar geleden zijn dat de gewezen beroepsrenner Etienne Vercauteren is overleden.

Tijdens een avondcriterium werd hij door mijn vader (die toen nog politieagent was) ooit eens beboet omdat hij door het rode licht was gereden met zijn fiets. Om de grapjes vóór te zijn: Vercauteren nam geen deel aan de wedstrijd, hij was gewoon toeschouwer. Maar later zou hij bij hoog en bij laag beweren dat hij zich op dat moment in het Sportpaleis van Antwerpen bevond en dat hij dus onmogelijk die verkeersovertreding had kunnen begaan.
Het is ook in het Sportpaleis van Antwerpen dat ik min of meer “contact” heb gehad met hem. Dat moet in 1964 geweest zijn toen hij deelnam aan de zesdaagse samen met Leon Scheirs en Lode Troonbeeckx (ze hebben echter niet het einde gehaald). We zaten toen hoog in een bocht en het was opvallend dat Vercauteren steeds beneden bleef rijden. Mijn moeder riep toen tegen hem (wellicht om mijn vader te pesten omwille van de geschiedenis met dat proces-verbaal): “Durft ge hier niet van boven komen rijden misschien?” En natuurlijk passeerde Vercauteren de volgende ronden vlak voor onze neus.
Toen ik dit jaartal ben gaan opzoeken op de website van “Mémoire du Cyclisme” is mij iets opgevallen. Meer dan met Etienne Vercauteren associeer ik mijn bezoek aan de Antwerpse Zesdaagse met mijn Australische naamgenoot Ron Baensch. Maar die heeft pas in 1965 voor het eerst deelgenomen in Antwerpen (tot en met 1969). Dus moet ik op z’n minst twéémaal naar de Antwerpse Zesdaagse zijn geweest met mijn ouders. Wat een mens nog allemaal leert in zijn ouw’ dagen! (Met Ron Baensch zal ik later vooral kennismaken tijdens de jaarlijkse kermiskoers in Temse, maar dat is weer een ander verhaal.)
Voor het informatieblad van Temse schreef burgemeester Luc De Ryck (zelf een groot wielerliefhebber) een in memoriam. U kunt het hieronder lezen. De rest van de informatie heb ik opgezocht op de Wielersite en daar heb ik aan de hand van een foto kunnen vaststellen dat Etienne Vercauteren als liefhebber bij de Antwerp Bicycle Club heeft gereden. Ik vind dat zo opvallend aan bijna àlle wielersites: de nalatigheid op het vlak van de amateurcarrière van de behandelde beroepsrenner. Je kan daar vanalles vernemen, tot hun bijnaam toe, maar voor welke ploegen ze als amateur hebben gereden dat vindt men blijkbaar geen relevante informatie. Vreemd…

Op donderdag 22 januari overleed, op 73-jarige leeftijd, ex-wielrenner Etienne Vercauteren. Hij was beroepsrenner van 1961 tot 1966. Geboren in Temse, was hij er woonachtig (Eigenlo) tot zijn 16de. Het jaar daarop (1952) begon hij te koersen.
Etienne Vercauteren werd geboren in Temse op 7 augustus 1935 als jongste van de 2 kinderen van (Vincent) Alfons Vercauteren, aanvankelijk wever en kraanman, later zelfstandig fietsenmaker, en Zulma De Cauwer. Het gezin ruilde in september 1951 Eigenlo voor Nieuwkerken. Etienne was eerst beenhouwersgast, daarna wielrenner. Hij combineerde z’n wielerloopbaan met het runnen van een depannagebedrijf, dat hij na zijn profcarrière met succes verder uitbouwde.
Hij was getrouwd met Marcella Boel en vader van 2 zonen. Zijn zonen zetten de ouderlijke zaak verder. Etienne Vercauteren begon te koersen in 1952 en ontpopte zich meteen als een revelatie. Hij reed dat jaar 33 wedstrijden, won er 6 en eindigde 10 maal 2de. Een vlijmscherpe sprint was zijn visitekaartje. In zijn 2de seizoen als nieuweling zegevierde hij 21 keer. 19 jaar oud (1954), werd hij liefhebber en bevestigde hij zijn reputatie. In 1955 werd hij soldaat en kwam er van koersen niets in huis. In 1956 hernam hij zijn beloftevolle plaats in het peloton, ondanks een sleutelbeenbreuk. Bij de liefhebbers totaliseerde hij 31 overwinningen, met als uitschieter 16 zeges in 1958.
Hij was ook actief op de piste, waar hij ploeg vormde met Gilbert Maes (Sint-Niklaas).
In 1959 reed hij tot half augustus bij de liefhebbers. Hij boekte 7 overwinningen, o.a. 2 ritten in de Ronde van Tunesië. Daarna stapte hij over naar de Onafhankelijken. In 1960 won hij in die tussenreeks tussen liefhebbers en beroepsrenners 4 koersen plus 2 wedstrijden bij de profs. In de eindstand van De Beste Onafhankelijke van het Seizoen werd hij 2de achter Lode Troonbeeckx (die 8 keer won, Etienne dus 6 keer. Troonbeeckx eindigde 31 keer bij de eerste 5, Etienne 32 keer). In 1961 ging hij nog van start bij de Onafhankelijken, maar toen Mercier hem in maart een contract aanbood, aarzelde hij niet om prof te worden. Hij boekte 3 zeges, waaronder het criterium van het Stadspark Antwerpen, waar hij een nieuw record vestigde met 43,5 km/u.
Zijn profzeges:
1960: 2
1961: 3
1962: 1
1963: 4
1964: 4
1965: 5
Totaal: 19.
Etienne Vercauteren was een typische kermiskoerser. Zijn kleurrijkste zeges boekte hij tegen topspurters als Rik Van Looy, Ward Sels en Benoni Beheydt. Z’n grootste triomf was de 1ste rit van Dwars door België in 1964, waarin hij in de spurt Frans Verbeeck klopte. Hij werd 2de in de eindstand (achter Piet Van Est).
Etienne was ook actief op de piste, waar hij ploeg vormde met Gilbert Maes (Sint-Niklaas). In de regionale wegwedstrijden vochten zij tal van duels uit in de sprint.
31 jaar oud, hing hij de fiets aan de haak. Zijn succesrijk depannagebedrijf eiste hem steeds meer op. In z’n laatste seizoen (1966) boekte hij geen zeges, maar eindigde hij nog wel 4 maal binnen de eerste 3.
De profwedstrijd in Temse t.g.v. juli-kermis heeft hij nooit gewonnen. Z’n beste prestatie was een 2de plaats (als Onafhankelijke) op 180 deelnemers in 1960: in de sprint geklopt door Rik Van Looy (zie foto).
Als beroepsrenner reed hij voor Mercier, Libertas en Dr Mann.
Na zijn carrière stapte hij in wielerclub Willen is Kunnen, die in 1967 was opgericht op ’t Ster. Etienne werd er voorzitter. Rond Ster-kermis in de maand mei werd gedurende jaren ook de Grote Prijs Etienne Vercauteren voor juniores gereden. In 1993 werd de club ontbonden.

Lees verder “Etienne Vercauteren (1935-2009)”