Lifetime Achievement Award voor kunstfotografe Lucille Feremans

Lifetime Achievement Award  voor kunstfotografe Lucille Feremans
Lucille Feremans uit Temse bouwde gedurende meer dan vier decennia een indrukwekkende carrière uit als portret- en fine art-fotografe. Op maandag 14 januari 2019 ontving zij daarvoor de Lifetime Achievement Award van vzw Studio, de belangrijkste vereniging van beroepsfotografen. Hiermee wil Studio haar lauweren voor haar ganse oeuvre en haar jarenlange inzet voor het promoten van de Belgische fotografie.

Als dochter van een beroepsfotograaf begon Lucille Feremans al zeer jong met algemene fotografie. Zowel de reclame en industriële fotografie als de portretfotografie hebben al lang geen geheimen meer voor haar. Buiten het commerciële werk gaat haar interesse naar de schoonheid van het menselijk lichaam. Dat thema maakt het belangrijkste deel uit van haar vrij werk. We zien een gevoelige benadering van het menselijk naakt, met krachtige lichtcomposities en intense clair-obscur, die onze grootste Vlaamse meesters alle eer aandoen.
Zij is internationaal gelauwerd als Europees Master Qualified Fotograaf en is de enige Belgische fotograaf wiens werk is gepubliceerd in de Polaroid Collection Book Emerging Bodies (USA). Haar website is één van de meest bezochte sites in de fotowereld (www.feremans.com). Als expert-docente bezocht zij talrijke landen over verschillende continenten. Zij stelde 49 maal individueel tentoon (o.a. op twee wereldtentoonstellingen) en nam deel aan 34 groepsexpo’s. Lucille Feremans is een internationale autoriteit, artistiek actief op een eenzame hoogte.
Watch me biedt een overzicht van meer dan vier decennia fotografisch oeuvre. De collectie toont niet alleen de meest memorabele beelden uit haar rijkgevulde internationale carrière, maar geeft ook een inkijk in het creatieve proces en haar artistieke taal. Intrigerende foto’s van succesvolle tentoonstellingen als Velata, Talking Hats, Polaroid Works en Body Visions worden gebundeld en afgewisseld met nooit eerder vertoonde beelden. Haar momentopnames portretteren de kracht en de schoonheid – in de ruimste zin van het woord – van het menselijk lichaam. En of ze nu fotografeert in zwart-wit of in kleur, telkens slaagt ze erin haar beelden een zweem van mysterie en een verleidelijke onvoorspelbaarheid mee te geven.
Het luxeboek – in groot formaat (330 x 245 mm), met hardcover onder stofwikkel – telt 144 bladzijden. De teksten zijn geschreven door internationale experts uit de fotografiewereld, maar uiteraard vormen de meer dan honderd (schitterende) foto’s het zwaartepunt én de magneet van het boek. ‘Watch me’ is een indrukwekkende publicatie naar vorm en inhoud. Het boek – uitgegeven door de Stichting Kunstboek, Oostkamp – kost 39,90 euro en is verkrijgbaar bij de fotografe, Akkerstraat 75, Temse, 03/771 06 95 – 0475/89 26 06, lucille@feremans.com, http://www.feremansgallery.be.
Lucille heeft het boek opgedragen aan haar echtgenoot (en grote steun) Eddy Stockmans en aan haar vader, Gaston Feremans. Lees verder “Lifetime Achievement Award voor kunstfotografe Lucille Feremans”

Greet Bogaerts wordt 65…

Greet Bogaerts wordt 65…

Tot zondag 29 november 2015 liep in het Gemeentemuseum van Temse (Kasteelstraat 16) een tentoonstelling van Greet Bogaerts, één der veelzijdigste artiesten op de hedendaagse artistieke scène volgens de organisatoren. Op de expo demonstreerde ze – bovenop haar veelzijdigheid – haar grote technische vaardigheid in verschillende disciplines, doorweven met een verfijnde, eigenzinnige toets en filosofische diepgang. De optelsom en wisselwerking van die elementen geven haar oeuvre een plaats én een niveau apart.

Greet Bogaerts (°Sint-Niklaas, 15/1/1954) volgde sierkunsten in Sint-Maria Antwerpen. In Sint-Niklaas studeerde zij monumentale kunsten o.l.v. Georges Staes (glas-in-lood) en beeldhouwen o.l.v. Nico Van Stichel. Workshops batik volgde zij in binnen- en buitenland. Sinds 1978 heeft zij haar oeuvre tentoongesteld in alle windstreken van Vlaanderen. Haar batikwerk exposeerde ze ook meermaals in groepsverband in het buitenland. Tot de absolute hoogtepunten van haar rijke oeuvre behoren haar grote glas-in-loodramen: vier in de kerk van Temse-Velle, een 12m² groot raam van Philippus Neri in de psychiatrische instelling ‘Casa Neri’ in St.-Niklaas en het 23m² groot raam van St.-Franciscus in het gelijknamige psychiatrisch ziekenhuis in Velzeke (Zottegem).
Het werk van Greet Bogaerts heeft diepgang. De kunstenares is een bijzonder gevoelige natuur en de ermee gepaard gaande kwetsbaarheid registreert hoge waarden op de artistieke schaal van Richter. Haar oeuvre is de spiegel van haar eigen-ik. Zelf verwoordt zij haar filosofie als volgt: ‘In mijn werk tracht ik kleur, vorm en structuur te verwerken als een gedicht of poëzie. Gedachten en woorden worden tekens: soms verzwegen, soms metaforisch of ritmisch, verwarrend of verscheurd. Er lopen draden door mijn werk, voelsprieten van verbondenheid en openheid. Maar onderweg en in dit leven lopen die draden door elkaar en vormen zij soms een ondoorzichtig kluwen, een web waarin ik tegelijk spin en vlieg, jager en prooi ben. Het is een zoeken naar de essentie van het beleefde of waargenomene, een denken met je hart en voelen met je verstand. Een ontrafelen en aftasten van de mogelijkheden. Zo trek ik oude draden los, ontwar de valse rust en zoek wat ik nooit vinden zal. Mijn werken zijn bezielde interpretaties van een bepaalde werkelijkheid, de vibraties van de ziel met de zintuigen bevattelijk gemaakt. In mijn werk zoek ik een weg die ik wil gaan, alles is mogelijk en nooit is iets àf.’
De vrouw in/en de kunst
‘De vrouw in de kunst’ is een thema dat onuitputtelijk is. ‘De vrouw en de kunst’, de vrouw als kunstenares of als creatieve persoonlijkheid is daarentegen een onderwerp met veel engere grenzen. De kunstwereld is altijd voornamelijk een mannenwereld geweest, waarin de rol van de vrouw zeer bescheiden bleef, doorgaans beperkt tot inspiratiebron. De vrouw heeft een zeer lange weg moeten afleggen, vooraleer zij op het vlak van de kunst volwaardig werd aanvaard. Als creatieve artieste manifesteerde zij zich eerst ten volle vanaf het begin van de 19de eeuw, maar pas de jongste decennia is zij als kunstenares met rasse schreden vooruitgegaan. Toch blijft het aantal vrouwelijke kunstenaars beperkt in vergelijking met het andere geslacht. Vlaanderen telt heel wat kunstenaressen van formaat. Greet Bogaerts is er één van.

Lees verder “Greet Bogaerts wordt 65…”

Isidoor De Ryck (1926-2009)

Isidoor De Ryck (1926-2009)

Tien jaar geleden, op 11 januari 2009 overleed in de St.-Augustinuskliniek in Wilrijk, op 82-jarige leeftijd, Isidoor De Ryck (foto’s de Wielersite). Eind jaren ’40 – begin jaren ’50 behoorde hij tot de beloften van het Belgische wielrennen. Zijn grootste overwinning was de Ronde van Duitsland in 1952.

Isidoor De Ryck werd geboren in Temse op 5 september 1926 als jongste van de twee kinderen van Rik (eig. Eligius) De Ryck, havenarbeider, en Carmen De Wilde, herbergierster. Vader Rik, die deelnam aan de Spaanse burgeroorlog (1936), overleefde de concentratiekampen van Bergen-Belsen en Auschwitz. Het gezin baatte na de oorlog de herberg O.K. uit (in 1954 reed Isidoor voor een ploeg met die naam) in de August Wautersstraat (de latere Bonanza Bar).
Door, zoals hij werd aangesproken, huwde op 4/3/1953 in Sint-Niklaas met Amandine Weemaes. Zij betrokken café De Tramstatie (huidig ’t Schrijverke). Het echtpaar verliet Temse in de herfst van 1954 en verhuisde naar Borgerhout, waarna zij op meerdere plaatsen woonachtig waren, uiteindelijk in Melsele. Zijn echtgenote overleed in 2004. Zij kregen twee dochters, van wie één overleed op 5-jarige leeftijd.
Door De Ryck genoot een opleiding tot elektricien en groeide uit tot een specialist-scheepselektricien. Als dusdanig startte hij na zijn wielercarrière een eigen zaak in Antwerpen. 64 jaar oud, ging hij met pensioen.
Isidoor De Ryck was als wielrenner eigenlijk een late roeping. Na zijn legerdienst – al bijna 22 jaar oud – debuteerde hij in juni 1948 bij de liefhebbers. Hij nam aan 30 koersen deel, boekte 3 overwinningen en eindigde 20 maal binnen de eerste 5. In 1949 ging hij over naar de categorie van de Onafhankelijken, waar hij zich bevestigde als een belofte. Prof geworden in mei 1950, ontpopte hij zich als een uitstekend ronderenner, klimmer en temporenner, maar helaas beschikte hij niet over een goede sprint. Al in zijn eerste profmaand won hij de Ronde van Luxemburg (inclusief de laatste rit), na een bitsig duel met de plaatselijke favorieten Bim Diederich en Jean Kirchen. Die zege werd in Temse bekroond met een ontvangst op het gemeentehuis.
Door beschikte intussen over een enthousiaste supportersclub, aangevoerd door voorzitter (en overbuur) Remy Hauman. Dat jaar mocht ons land aan de Ronde van Frankrijk deelnemen met een 6-koppige B-ploeg – de Arendjes (beloften) – en Door werd in de ploeg opgenomen, samen met o.a. Marcel De Mulder en Armand Baeyens. In de 6de rit, een tijdrit over 78 km gewonnen door Ferdi Kübler, moest hij 60 km op een kapot achterwiel rijden. Zijn volgwagen had geen vervangwiel bij, zodat hij buiten de tijdsgrens aankwam en werd uitgeschakeld. Op 21 juli won hij Brussel-Mondorf. Na het wielerseizoen hield hij de conditie op peil op de piste en ook daar bleek hij een revelatie.
Het jaar daarop won hij een rit en werd hij 4de in de Dauphiné Libéré. Hij werd opnieuw geselecteerd voor de Tour, dit keer voor de A-ploeg (sportbestuurder: Sylveer Maes), met kleppers als Stan Ockers, Germaine De Rycke, Hilaire Couvreur, Marcel De Mulder, Roger De Cock, Armand Baeyens… In het gebergte werd hij echter ziek, met opgave als gevolg. Het bleef bij twee Tourdeelnames.
1952 bracht zijn grootste triomf. In augustus won hij op overtuigende wijze de Ronde van Duitsland, een wedstrijd die toen heel wat gewicht had en gold als een uitstekende voorbereiding op het wereldkampioenschap. Naar aanleiding daarvan werd hij nogmaals op het gemeentehuis ontvangen. In de Ronde van Catalonië won hij een rit en eindigde hij 4de.
De seizoenen 1953 en 1954 waren minder succesrijk – in 1954 won hij de beroepsrennerskoers in Temse – en in 1955 ging Door van start zonder merk. Idem in 1956. Hij werd toen 4de in de Omloop Het Volk, kwam ten val in de Ronde van Vlaanderen, kreeg er de griep bovenop en hing meteen de fiets aan de haak. Hij was 29. De ronderenner werd opnieuw (scheeps)elektricien en startte een eigen zaak.
Isidoor De Ryck woonde jarenlang in Melsele. De jongste jaren betrok hij een serviceflat in Kallo. Toen zijn gezondheid taande, werd hij opgenomen in het rusthuis van Melsele. Isidoor De Ryck is overleden op 11 januari 2009, hij was van 1926, woonde in Kallo en is gestorven aan Parkinson. Ik heb nog sporadisch contact met hem gehad.
Een artikel over Isidoor, met foto, staat te lezen in het boek ‘Temse in de goeie ouwe tijd’ uit 1999.

Lees verder “Isidoor De Ryck (1926-2009)”

“Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens

“Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens

In zijn halfmaandelijkse bijdrage in “De Nieuwe Omroeper” heeft Luc De Ryck, de nieuwe én de oude burgemeester van Temse, het over het boek “Een jongen uit ’t Foort” van Frans Buyens, dat op 9 juni 2000 werd voorgesteld in de schouwburg van Temse (Roxy), waar toen ook bovenstaande foto werd genomen. Men herkent v.l.n.r. museumfunctionaris Annick Rooms, auteur Frans Buyens, zijn partner Lydia Chagoll en Luc De Ryck himself.

Over Temses geschiedenis is de jongste jaren veel gepubliceerd. Een curiosum is ‘Een jongen uit ‘t Foort’, de herinneringen van Frans Buyens aan zijn eerste 13 levensjaren (1924-1937) in zijn geboorteplaats. Het boek hangt een precies beeld op van het Temse van toen, gezien vanuit de invalshoek van een kind uit het eenvoudigste arbeidersmilieu (woonachtig in ‘t Foort, d.i. de huidige Philemon Haumanstraat). Tegelijk zijn vele omstandigheden, gebruiken, gebeurtenissen… en bovenal de tijdsgeest representatief voor het toenmalige Vlaanderen. Het boek leest als een trein en is toegankelijk voor het breedste publiek.
Frans Buyens (Temse, 1924 – Overijse, 2004) groeide op in het minderbegoede, socialistische arbeidersmilieu van Temse, de voedingsbodem van zijn later kritisch-maatschappelijk, vrijdenkend, marxistisch ideeëngoed, zonder partijpolitieke binding. Als natuurtalent en veelzijdig autodidact ontplooide hij zich tot een internationaal gelauwerd cineast. Naast documentaires realiseerde hij fictie- en artistieke films, waarvoor hij meermaals werd onderscheiden. Daarnaast trad hij op het voorplan als schrijver van essays, sprookjes en romans. Met z’n levensgezellin Lydia Chagoll (°1931) realiseerde hij ophefmakende films tégen de dictaturen van de jaren ‘30-‘40.
Via een toevallige ontmoeting op het kabinet van staatssecretaris Miet Smet leerde ik Frans Buyens en Lydia Chagoll kennen. Dra groeide een diepe vriendschap, die alle ideologische en filosofische tegenstellingen oversteeg. Jarenlang ben ik geregeld bij Frans en Lydia op bezoek geweest in Overijse. Ik heb er vele interessante, leerrijke en ontspannende uren doorgebracht, waarbij we praatten en discussieerden over kleine en grote problematieken, van lokaal tot mondiaal.
Nauwelijks te geloven: Temse was Frans’ uitverkoren gespreksonderwerp. Daarbij etaleerde hij zijn onwaarschijnlijk geheugen m.b.t. de 22 jaar die hij in onze gemeente had gewoond (1924-1946).
Toen hij met het idee speelde om zijn memoires te schrijven, was ik – mét Lydia – zijn grootste supporter. Bij het schrijven deed hij ontelbare malen een beroep op het gemeentearchief, kwestie van zo juist en precies mogelijk te zijn in zijn relaas. Ik heb het manuscript in de zomer van 1999 meegenomen op vakantie naar de Provence en was méér dan aangenaam verrast. Het boek is in juni 2000 in Temse voorgesteld.
In “Een jongen uit ‘t Foort” komt het Temse van de jaren ‘20 en ‘30 opnieuw tot leven. De auteur schetst de dampkring van de tijdsgeest, de mentaliteit van de mensen, hun grote en kleine kanten, het politieke klimaat, de tegenstellingen tussen gelovigen en ongelovigen, tussen katholieken en socialisten, hij schrijft over arbeid en werkloosheid, maatschappelijke gebeurtenissen (moord, zelfmoord, brand, ongevallen…), gezinsleven, verenigingsleven, bekende figuren en volkstypes, locaties… dat alles gezien door de bril van een leergierige opgroeier, die net als het gras in de lente op zijn tippen gaat staan om het leven te zien en te proeven, en dat alles registreert met de subtiele ontvankelijkheid van een seismograaf.
In zijn Buyensiaanse stijl tilt hij het lokale niveau op en verheft het tot een tijdsbeeld van Vlaanderen tussen de twee wereldoorlogen, geschreven op literair niveau en toegankelijk voor het breedste publiek. Geschiedschrijving en literatuur gaan hier hand in hand, met Temse in de hoofdrol.

Lees verder ““Een jongen uit ‘t Foort” van Frans Buyens”

Boek over het Gemeentehuis van Temse

Boek over het Gemeentehuis van Temse

Tien jaar geleden werd in de Gemeentelijke Feestzaal Roxy van Temse het boek “Het Gemeentehuis van Temse” voorgesteld n.a.v. de 100ste verjaardag en de restauratie. De auteurs zijn Digna Coppieters, Jerome Smet, Luc De Ryck, Marc Boel en Leo De Roeck. De uitgave is in handen van het Gemeentebestuur van Temse. Het boek omvat 228 bladzijden en telt meer dan 150 illustraties. Het is verkrijgbaar tegen de prijs van 25 euro.

Het boek vangt aan met een Woord Vooraf door het gemeentebestuur en een Inleiding door de eindredacteur en wordt afgesloten met een overzicht van de Bronnen en Literatuur. Daarnaast zijn er de volgende 14 hoofdstukken.

Beknopte historiek van het gemeentehuis. Verhaalt de geschiedenis van bij de beslissing tot nieuwbouw (1899) tot en met de restauratie (2008).

Wat stond er op de plaats van het huidige gemeentehuis? Reconstrueert de geschiedenis van de vorige gemeentehuizen (vanaf de 15de eeuw) tot de sloop (1900-1902) van de huizen die plaats moesten ruimen voor het huidige gemeentehuis.

Dan volgt een hoofdstuk over Charles Nissens (1858-1919), de architect van het gemeentehuis. Hij studeerde aan de academies van Temse en Sint-Niklaas en Sint-Lucas in Gent. Was aanvankelijk schrijnwerker, werd architect, leraar aan de Academie van Temse, in 1905 gemeentearchitect. In Temse-centrum staan nog meerdere imposante gebouwen van zijn hand.

De bouwstijl. In dit hoofdstuk wordt de stijl van het gemeentehuis nauwgezet geanalyseerd. Daarbij worden jarenlange misvattingen gecorrigeerd.

gemeentehuis-zegelHet gemeentehuis van Temse is een monumentaal gebouw in traditionele neo-Vlaamse renaissance-stijl met weelderig (barok) voorkomen. Het werd voltooid in 1905 en in gebruik genomen in 1906. De ontwerper was Charles Nissens. Eind 2000 werd het gemeentehuis beschermd als monument. Het werd gerestaureerd in 2006-2008, nadat de gemeentediensten hun intrek hadden genomen in Administratief Centrum De Zaat op de ex-Boelwerfterreinen. Het gerestaureerde gemeentehuis heeft sindsdien een cultureel-toeristisch-ceremoniële functie. Enkel de dienst Toerisme is er gevestigd (gelijkvloers).

Het belfort, 47 m hoog, bezit een beiaard. Het klokkenspel werd in werking gesteld in 1976. Bij de restauratie van het gemeentehuis werd het uitgebreid van 23 naar 38 klokken. In 2014 werd de beiaard vervolledigd tot 40 klokken. In de voorgevel van het belfort prijkt een beeld van de Heilige Amelberga van de hand van Matthias Zens. Onder de pui van het gemeentehuis bevindt zich het memoriaal ter nagedachtenis van de slachtoffers van beide wereldoorlogen, met een gedenksteen van de hand van de Temsese beeldhouwer Karel Aubroeck.

gemeentehuis totaalzichtHet gemeentehuis vormde één van de voornaamste filmlocaties in de populaire TV-serie Met Man en Macht van Woestijnvis, uitgezonden op VIER in januari-maart 2013.

Het gemeentehuis heeft altijd al het keur van de Temsese kunstenaars geëxposeerd. Op de eerste verdieping zijn werken te bezichtigen van Tony Van Os, Camille Wauters, Jef De Pauw, Karel Aubroeck, Leon Corthals, Désiré Van Raemdonck, Pieter Dierckx, August De Bats, Prosper De Roover, Arthur Van Daele, Jan Sijs, Valeer Peirsman, Eric Vancoillie… Er zijn ook curiosa zoals de 18de eeuwse portretten van beeldhouwer Philippus Nijs en de H. Amelberga, patrones van Temse, en een wandschildering van Karel Pilaet, die de rede van Temse anno 1890 voorstelt.

Feestelijkheden en (partijpolitieke) tegenwind. De ingebruikname in 1906 ging gepaard met grote feestelijkheden. De oppositiepartijen gaven kritiek op het luxueuze karakter van de nieuwbouw en het prijskaartje – en stelden dat het te klein was.

Veranderingswerken aan het gemeentehuis. Betreft: de omvorming van de waag tot memoriaal, de verbouwingen en uitbreidingen, de beiaard, de bescherming als monument en de restauratie.

Wonen in het gemeentehuis. Tot 1951 woonde de conciërge in het gemeentehuis. De laatste bewoners waren Remi De Roeck-Vercauteren met hun 7 kinderen. Eén van hen, Leo De Roeck, zette zijn herinneringen op papier.

De gebouwen rond het gemeentehuis: Markt en Kamiel Wautersstraat. Alle gebouwen op de Markt en in de Kamiel Wautersstraat worden onder de loep genomen: hun historiek, markante eigenaars en bewoners. Ook de marktplaats en de vrijdagmarkt, het kerkhof (dat vroeger rond de kerk lag) en de O.L.Vrouwekerk komen aan bod.

De evolutie van de gemeentelijke diensten. Aanvankelijk waren de gemeentelijke opdrachten beperkt. Na Wereldoorlog II, maar vooral vanaf de jaren ’70 kwam er een explosie aan taken, wat resulteerde in de oprichting van nieuwe diensten, indienstneming van personeel en… plaatsgebrek op het gemeentehuis. Eén van die diensten werd geleverd door de plaatselijke politie. Vandaar dat ook mijn eigen vader het grootste deel van zijn leven zijn broek heeft versleten in dit Gemeentehuis (zolang hij nog inspecteur was, bij het binnenkomen links, toen hij later adjunct-commissaris werd, rechts). Dat betekent dus ook dat er twee cellen zijn in het Gemeentehuis, waar dronkelappen hun roes konden (moesten) uitslapen, want het voorval dat ik hier vertel vond eveneens in het Gemeentehuis plaats.

Het boek is verkrijgbaar op weekdagen in AC De Zaat (Infobalie) en Toeristisch Centrum De Watermolen, Wilfordkaai 23, en tijdens de weekends in het Gemeentemuseum, Kasteelstraat 16.

Info: Digna Coppieters, 03/710 12 19, email: archief@temse.be