Gabriël Verschraegen (1919-1981)

Gabriël Verschraegen (1919-1981)

Gabriël Verschraegen (Eksaarde, 11/9/1919-Gent, 13/11/1981) schreef als orgelvirtuoos ook tal van werken voor dit instrument, zodat op 27 oktober 1994 op het orgel van het Gentse conservatorium een huldeconcert plaatsvond. Dirk Verschraegen vertolkte werk van zijn vader, naast andere bekende orgelisten zoals Stanislas Deriemaecker, Jo Van Eetvelde en Johan Huys. Gabriël Verschraegen was voor fuga en compositie overigens een klasgenoot van Julien Mestdagh bij Toussaint de Sutter hier aan het Gentse conservatorium. Daar studeerde hij ook orgel bij Flor Peeters die hij in 1950 opvolgde als lesgever. Ondertussen was hij sedert 1944 reeds organist van de Sint-Baafskathedraal. In 1968 werd hij bovendien directeur van het conservatorium. Hij is ook de stichter van het Gentse orgelcentrum in 1956.

Twintig jaar geleden: Laïs in de Groenzaal

Twintig jaar geleden: Laïs in de Groenzaal

Vandaag zal het twintig jaar geleden zijn dat Laïs optrad in de Gentse Groenzaal. Als plaatselijk reporter van Het Laatste Nieuws werd ik erop uitgestuurd voor een interview. Maar je weet hoe dat gaat met plaatselijke correspondenten: het moet en zal enkel over plaatselijke toestanden handelen! En wat bleek: Jorunn Bauweraerts en Annelies Brosens hadden elkaar wel degelijk leren kennen aan het Gentse conservatorium, maar Nathalie Delcroix, op wie ik op dat moment tot over mijn oren verliefd was, bleek helemaal niks met Gent te maken te hebben. Zij werd dus voor het interview uitgesloten. En het is nooit meer goed gekomen.

IN GENT GEVORMD
Hoewel de meisjes van Laïs alle drie uit Kalmthout afkomstig zijn, is de groep zelf dus toch ontstaan in Gent. Jorunn Bauweraerts volgde aan het conservatorium jazz-zanglessen bij Ronald Douglas, toen ze de gebrilde Annelies Brosens, lyrische sopraan onder de hoede van de klassieke tenor Zeger Vandersteene, tegen het lijf liep. Samen met Soetkin Collier, die ze rond 1995 hadden ontmoet op een folkstage in Gooik, besloten ze, ter gelegenheid van een productie van Theater Taptoe, oude Vlaamse volksliedjes a capella te gaan zingen.
Soetkin Collier, toen amper 18, verliet al vlug de groep. Volgens manager Bieke Purnelle in Het Nieuwsblad van 20/2/2003 was dat “onder meer vanwege haar interesse voor extreem-rechts”. Het was meer bepaald Patrick Riguelle die de bal aan het rollen bracht. Riguelle speelde toen nog bij Kadril, die als ontdekkers van Laïs kunnen gelden en die in die beginperiode ook soms als begeleiders fungeerden en alleszins als “double bill” op tournee gingen. Riguelle weigerde nog langer met Laïs samen te werken, totdat de twee andere meisjes zich van Collier distantieerden, ook al kwam Jorunn eveneens uit een rechts nest (net zoals bij Soetkin was de naam al een weggever).
Echter niet zo rechts als Collier blijkbaar. Tot het academiejaar 1995-1996 was deze als dochter van de uitbater van het VMO-café “De Leeuw van Vlaanderen” immers lid van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ) en van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV). Daarbij werd ze twee keer administratief aangehouden bij een actie van Voorpost in 1993 aan het Vredescentrum in Deurne en een van het Taalactiecomité in Wevelgem (1996). In datzelfde jaar werd ze ook gesignaleerd op een Rudolf Hess-herdenking in Tielrode, maar dat ontkent ze. Ondertussen is Soetkin wel gehuwd met Roeland Buisseret, de zoon van Vlaams Blok-senator Xavier Buisseret.
Toch werd ze in februari 2003 geweerd uit de groep waarbij ze op dat moment zong (Urban Trad), toen die naar het Eurovisie Songfestival werd gestuurd. Alhoewel Collier op dat moment haar verleden had afgezworen (ze gaf zelfs les aan allochtonen), vond de RTBf op aandringen van de Staatsveiligheid het niet aangeraden haar naar Estland te sturen.
Bij Laïs was ze ondertussen al lang vervangen door Nathalie Delcroix, de bloedmooie dochter van ex-profwielrenner Ludo Delcroix (jarenlang ploegmaat van Eddy Merckx). Het zou nog jaren duren vooraleer Nathalie een beetje in de intimiteit van de twee anderen kon doordringen, ondanks het feit dat Jorunn op een bepaald moment met haar broer heeft gevrijd (de broer van Nathalie bedoel ik natuurlijk!).
BIJ SINT-JACOBS
Die oude Vlaamse volksliedjes zijn in de mond van Laïs nauwelijks nog als dusdanig te herkennen. Zelfs “Het Smidje” dat ik midden de jaren zestig ooit nog heb leren kennen als B-kant van een huldelied aan Rik Van Looy (!) en dat later onder meer ook door Miek & Roel + Roland van een swingende versie werd voorzien, heeft weinig met deze herwerkingen te maken.
De meeste van hun muziek schrijven ze – net als de Engelse Mediaeval Babes – dan ook zelf, zij het dan wel op bestaande middeleeuwse teksten. Alhoewel ze zich genoemd hebben naar de erotische troubadoursliederen, houdt de vergelijking met het erotische gedoe van de Babes hier op, al zijn de meisjes op hun eigen, wat onhandige manier (of misschien juist daardoor), vaak zeer opwindend.
Waarom kozen de meisjes voor Gent? Hun motivatie is zeer verschillend. Jorunn was al lang verliefd op Gent en koos dus doelbewust voor deze locatie. Annelies daarentegen ging enkel af op de naam van haar leraar, de liefde voor Gent kwam later vanzelf.
“Zeger Vandersteene werd mij door mijn lerares Greetje Anthoni aangeraden,” vertelt Annelies, die ondertussen haar klassieke ambities voor een tijdje heeft opgeborgen. “Bij klassieke muziek moet je gewoon de beste zijn om iets te bereiken. En daar heb ik nu onvoldoende tijd voor. Laïs gebeurt nù en ik wil er met volle teugen van genieten. Later neem ik de draad wel weer op, want dan wil ik er volledig voor gaan. Ik wil zeker niet eindigen als koorzangeres, want daar hou ik eigenlijk helemaal niet van.”
Jorunn was nog geen twintig, maar toch leerde ze Gent kennen via “een oud lief”. Ze zat op kot nabij Sint-Jacobs en is na het vertrek van Collier dan ook de enige die een zekere band heeft met de eerste Vlaamse folkrevival uit het begin van de jaren zeventig. “Zij het niet zozeer met Walter De Buck dan wel met het Kliekske en het Brabants Volksorkest. Mijn vader speelde trouwens zelf doedelzak.”
Die vader, Gunter Bauweraerts, is op 10 juli 2008 op 55-jarige leeftijd in Frankrijk overleden. Hij vertoefde daar in de Alpen samen met twee van zijn vijf kinderen om in de bergen te wandelen. Zij zouden daarna doorreizen naar het folkfestival in Saint-Chartier, maar onderweg brachten ze een nacht door bij vrienden. Daar werd hij onverwacht geveld door een hartaanval (*).
NONCHALANT
De nabijheid van Sint-Jacobs zorgde ervoor dat Jorunn, in tegenstelling tot Annelies, nooit examen heeft afgelegd. “Er was altijd wel iets te doen in de cafés in de buurt. Het succes van Laïs ging bovendien ook pijlsnel. En ik ben ook nogal nonchalant. De weinige keren dat ik op het conservatorium verscheen, moest ik steeds vaststellen dat de uren weer eens gewijzigd waren. Ik moet dus heel eerlijk bekennen dat ik Ronald Douglas niet vaak gezien heb…”
Het gerucht doet de ronde dat de meisjes op het conservatorium werden tegengewerkt. “We werden er zeker niet aangemoedigd, maar tegengewerkt is een te sterk woord,” verzekeren ze me allebei. Toch zal geen van beiden terugkeren naar het Gentse conservatorium: “Organisatorisch loopt daar een heleboel fout.”
Al vlug verliet Laïs het pad van de “zuivere” folk. Zo wonnen ze met “Twee meisjes” van Raymond van het Groenewoud in april 2008 de “vakantie”-aflevering van “Zo is er maar één”. Ikzelf vond het arrangement iets te verregaand, zeker in verhouding tot de repetitietijd die er blijkbaar in is gekropen. Het nummer was in mijn ogen m.a.w. niet àf, het rammelde nog te veel aan alle kanten. Maar in vergelijking met de andere deelnemers was het zeker een verdiende winnaar. Trouwens, wat beoordelen de kijkers eigenlijk? Het nummer zelf of de uitvoering ervan? Indien het enkel om het nummer gaat, is “Twee meisjes” uiteraard sowieso een zeer goede keuze. Er bestààn zelfs niet eens veel betere nummers.
Nog in 2008 kwamen de meisjes dus voor het eerst naar de Gentse Feesten, maar dan wel op het Sint-Baafsplein (het plein van Eddy Wally!) en niet bij Sint-Jacobs zoals men zou verwachten. Het werd nog erger toen zij weigerden hun oude successen te zingen (op één uitzondering na) maar bijna uitsluitend werk brachten uit hun nieuwe CD. Hierop staat het soort muziek dat wij in het begin van de jaren zeventig al draaiden in een achterzaaltje van de lokale jeugdclub, terwijl een reusachtige toeter de ronde deed. Onderwijl keken wij vol minachting neer op het gros van de jongeren dat op datzelfde moment uit de bol ging op “Keep on smiling” of “Knock three times”. Nu, zoveel jaren later, realiseer ik mij hoe arrogant we wel waren en hoe overtuigd van ons eigen gelijk. Hopelijk heeft Laïs niet evenveel tijd nodig om tot datzelfde besef te komen…

Lees verder “Twintig jaar geleden: Laïs in de Groenzaal”

Gerard Vermeersch (1923-1974)

Gerard Vermeersch (1923-1974)

Het is weer tijd om iemand aan de vergetelheid te onttrekken. Wie kent er nog: “Dedju, dedju, de Kwaremont ligt open!”? Ik vrees dat je al van mijn leeftijd moet zijn (bijna zeventig dus) om je dit nog te herinneren. Daarom vandaag eer aan de West-Vlaamse komiek Gerard Vermeersch, die 45 jaar geleden veel te vroeg van ons heenging.

Lees verder “Gerard Vermeersch (1923-1974)”

25 jaar geleden: Tamara Ignatieva in De Rode Pomp

25 jaar geleden: Tamara Ignatieva in De Rode Pomp

Tamara Ignatieva is de dochter van Michel Taits en Ludmilla Ignatieva. Ze studeerde viool aan het conservatorium van Moscou. In 1991 volgde zij haar vader, toen die naar het orkest van de Vlaamse Opera kwam (haar moeder werd concertmeester in Zuid-Afrika) en dus zette zij deze studies voort aan het Gentse conservatorium, waar ze een jaar later haar Eerste Prijs haalde in de klas van Henry Raudales. Ze werd Tenutolaureaat ’93 en in datzelfde jaar werd ze ook lid van het orkest van de Vlaamse Opera.

Lees verder “25 jaar geleden: Tamara Ignatieva in De Rode Pomp”

Frank Heye wordt 55…

Frank Heye wordt 55…

Op zoek naar een foto van de onlangs overleden Gentse componist Julien Mestdagh kwam ik in contact met organist Frank Heye die één van zijn werken aan een CD had toevertrouwd. En, nee, een foto had hij niet, maar van het een kwam het ander en daarom kan ik u nu zijn CD “Musica Gandaviae: Organa, Artifices” voorstellen. Een titel die nog eens het Latijn als globaliserende taal gebruikt en niet het Engels, Bart De Wever zal content zijn.

Lees verder “Frank Heye wordt 55…”

25 jaar geleden: “Adam in ballingschap” van Joost van den Vondel

25 jaar geleden: “Adam in ballingschap” van Joost van den Vondel

Op 22 juni 1994 ging ik in het NT2 naar “Adam in ballingschap” van Vondel door de toneelafdeling van het Gentse conservatorium. Saskia Debaere legde hiermee haar eindexamen af, terwijl het voor Karin Bosmans, Govert Deploige en Ineke Lievens het overgangsexamen naar tweede licentie was. Waarom gelegenheidslesgever Senne Rouffaer (foto) speciaal voor deze onspeelbare tekst van Vondel had geopteerd, was mij een raadsel, tenzij hij deze jonge mensen voor een quasi-onmogelijke opdracht wou plaatsen. Het was dan ook duidelijk dat ze er hard hadden op gezweet, maar echt talent kwam er weer niet naar boven. Eigenlijk is het triestig dat ze dan door zulk een beproeving moeten om uiteindelijk in een soap van VTM te belanden!
Lees verder “25 jaar geleden: “Adam in ballingschap” van Joost van den Vondel”

25 jaar geleden: fifteen minutes of fame voor Jo De Bruyne

25 jaar geleden: fifteen minutes of fame voor Jo De Bruyne

Jo De Bruyne greep zijn kans om in de bekendheid te geraken toen op 5 mei 1994 een algemene elektriciteitspanne de première van “Giselle” door het BVV in de Gentse opera met een uur deed uitstellen. Aangezien hij daar werkte als suppoost-barman ontpopte hij zich terstond als een Gentse Richard Clayderman die er o.a. versies van “Amigos para siempre”, “L’important c’est la rose”, “Feelings”, “Torna a Sorriento” en “My way” doorjoeg. Naast zijn pianostudies, volgde hij aan het KMC-Gent ook les als zanger. Toen vertelde hij mij dat hij als lichte bariton bij gebrek aan tenors misschien wat zou worden “opgeschroefd”, maar nu blijkt hij toch voor het bariton-repertoire te hebben gekozen. Op zondag 19 februari gaf hij in het conservatorium immers een recital van negro-spirituals, meestal in een bewerking van Daniël Schroyens, die hem ook aan de piano begeleidde.
Lees verder “25 jaar geleden: fifteen minutes of fame voor Jo De Bruyne”