Tim Rice wordt 75…

Tim Rice wordt 75…

Tim Rice, de tekstschrijver van rock-opera’s als “Jesus Christ Superstar” en “Evita” (men noemt dit steevast musicals, maar bij een musical horen ook gesproken dialogen, terwijl deze werken, gecomponeerd door Andrew Lloyd Webber, net zoals klassieke opera’s met recitatieven werken), viert vandaag zijn 75ste verjaardag. Laat ik me maar meteen indekken: ik ben geen fan. Maar, eerlijk is eerlijk, dat was wel wat anders in de tijd toen hij met “Jesus Christ Superstar” doorbrak. In 1970 was dat en ik worstelde met een geloofscrisis, dat zal ook wel een rol hebben gespeeld. Webber had toen al twee musicals geschreven, “The likes of us” en vooral “Joseph and the amazing technicolor dreamcoat”, maar deze zouden pas nà “Jesus Christ Superstar” echt succes kennen. Na “Superstar” heb ik me ook nog “Evita” aangeschaft, maar daarmee was de kous ook af. “Cats”, dat daarna kwam, heb ik pas veel later gezien en niet uitgezeten, als ik me goed herinner. En al wat daarna kwam (“Starlight Express”, “Phantom of the Opera”, “Sunset Boulevard” en tutti quanti konden mij gestolen worden. Het requiem dat hij schreef voor zijn vader, ja, dat heb ik nog in huis gehaald en een uitvoering bijgewoond, geleid door Dirk Brossé. Het “Pie Jesu” daaruit is nog altijd mijn lievelingscompositie van hem, meer dan “Gethsemane” uit “Superstar” dat ik toch nog niet afzweer of “Buenos Aires” uit “Evita”, dat één prachtige passage bevat.
Lees verder “Tim Rice wordt 75…”

55 jaar geleden: première van “A hard day’s night”

55 jaar geleden: première van “A hard day’s night”

Vandaag is het precies 55 jaar geleden dat de eerste film met The Beatles in de hoofdrol, “A hard day’s night”, in Londen in première ging. Geregisseerd door avant-garde regisseur Richard Lester (“The Knack”) betekende de film een revolutie in de geschiedenis van de muzikale film. Natuurlijk bestonden er al filmvehikels voor popvedetten als Elvis Presley of Cliff Richard, maar meer dan een amoureus verhaaltje dat het kader moest scheppen om enkele songs te vertolken waren deze films niet. Lester gooide het roer helemaal om en was een voorloper van de videoclip, die pas een kleine kwarteeuw later ingang zou vinden.

1964 was een zwak jaar in Cannes. De winnaar is “Les parapluies de Cherbourg” van Jacques Demy met Catherine Deneuve (Delphine), Françoise Dorléac (Solange), Danielle Darrieux (Yvonne), Michel Piccoli (Simon Dame), Jacques Perrin (Maxence) en Gene Kelly. Met deze film maakt Jacques Demy een Europese interpretatie van de Amerikaanse musical. De tweelingzussen Delphine en Solange (gespeeld door de zussen Catherine Deneuve en Françoise Dorléac) dromen elk van hun ideale liefde en van een zang‑ en danscarrière in Parijs. Elders dromen twee mannen van hun ideale vrouw. Ze ontmoeten elkaar. De vonk slaat over. En dan duurt het nog een hele film eer het onvermijdelijke gebeurt: de geliefden worden herenigd. De boodschap is overduidelijk: het geluk woont vlak achter de hoek maar we missen het ‑ ongeweten ‑ telkens op een haar.
Voor “My fair lady” (George Cukor, 1964) werd Audrey Hepburn verkozen boven Julie Andrews, die de rol in het theater had gecreëerd. Dit maakte zoveel ophef dat de producers “voor alle zekerheid” nadien de stem van Audrey voor de liedjes vervingen door die van Marni Nixon. Met alle sympathie voor mooie Audrey (zéker tegenover Andrews), maar haar muzikale exploten in “Breakfast at Tiffany’s”, waarin ze “Moon river” kweelde, waren toch niet echt om over naar huis te schrijven. Ondertussen bestaat er trouwens ook een kopie van “My fair lady”, waarin men wél haar stem kan horen. Julie Andrews werd bovendien getroost met “Mary Poppins” (Robert Stevenson, 1964).
In 1965 het jaar dat iedereen tenminste tien keer naar “The sound of music” van Robert Wise ging kijken, keek ik liever naar “Help” van Richard Lester. Tegen de gangbare opinie in vind ik deze tweede film van The Beatles ook beter dan “A hard day’s night” (1964).
Mark Lester is daarna te zien in “Oliver!” van Carol Reed, een Engelse musical naar het boek van Charles Dickens over de weesjongen Oliver Twist. Met verder: Ron Moody, Oliver Reed, Harry Secombe e.a. In 1966 was er “Sweet Charity” van Bob Fosse (naar “Le Notti di Cabiria” van Fellini) met Shirley MacLaine en een jaar later was er “Les demoiselles de Rochefort” van Jacques Demy met in de titelrollen opnieuw de zusjes Catherine Deneuve en de helaas veel te vroeg overleden (auto-ongeval) Françoise Dorléac.

Lees verder “55 jaar geleden: première van “A hard day’s night””