55 jaar geleden: première van “The Sound of Music”

55 jaar geleden: première van “The Sound of Music”

The Sound of Music is een op de gelijknamige musical van Rodgers en Hammerstein gebaseerde musicalfilm uit 1965 van Robert Wise, met Julie Andrews in de hoofdrol. Het is een gedramatiseerd verhaal over de familie Von Trapp die in de oorlog Oostenrijk wil ontvluchten. In 2001 werd de film vanwege zijn “cultureel, esthetisch en historisch belang” door de Amerikaanse Library of Congress opgenomen in de National Film Registry.

Lees verder “55 jaar geleden: première van “The Sound of Music””

85 jaar geleden: eerste interraciale dans

85 jaar geleden: eerste interraciale dans

Het is vandaag 85 jaar geleden dat de film “The Little Colonel” in première ging. De film is vooral van belang omdat er de “eerste interraciale dans” in te zien is (!). Maar we zijn nog maar aan het begin van een lange weg: het gaat immers over een komische trappendans van de zwarte danslegende Bill “Bojangles” Robinson met het blanke kindsterretje Shirley Temple. Blijkbaar bestaat er ook een ingekleurde versie van, getuige bovenstaande foto van YouTube.

Lees verder “85 jaar geleden: eerste interraciale dans”

Richard Rodgers (1902-1979)

Richard Rodgers (1902-1979)

Het is vandaag al veertig jaar geleden dat één van de grootste Amerikaanse musicalcomponisten is overleden, namelijk Richard Rodgers (links op de foto).

Rodgers was de zoon van een amateurpianist en begon zelf pianolessen te volgen op zesjarige leeftijd. Zijn muziekstudies zette hij verder aan de Columbia-universiteit in New York City (van 1919 tot 1921) en daarna aan het Institute of Musical Arts, de voorganger van de Juilliard School of Music (van 1921 tot 1923). Hij werd beïnvloed door de operettes van Victor Herbert en de vroege musicals van Jerome Kern en al vroeg werd zijn talent voor het scheppen van eenvoudige en populaire melodieën herkend (de orkestratie werd, zoals bij de meeste Broadway-componisten, door arrangeurs gedaan).
Richard Rodgers leerde op 16-jarige leeftijd de tekstdichter en librettist Lorenz Hart (rechts op de foto) kennen, met wie hij 25 jaar zou samenwerken. Hart wilde het niveau van de liedteksten verhogen en schreef vaak ondoorgrondelijke maar humoristische teksten, soms ook sarcastische verzen. Hun eerste gezamenlijke werk was het lied Any old place with you (1919). Naast de musical Poor little Ritz Girl kwamen er ook revues tot stand, onder andere Garrick Gaieties (1925). Tot het overlijden van Hart in 1943 ontstonden ongeveer dertig musicals, waaronder Babes in Arms (1937), Dearest Enemy (1925), The Girl Friend (1926), Peggy-Ann (1926), A Connecticut Yankee (1927) en Present Arms (1928).
Tijdens de Grote Depressie werkte het duo met succes in Hollywood. Zo ontstonden onder andere de muziek voor films als Love me tonight (1932), The Phantom President (1932), Hallelujah, I’m a Bum (1933) en Mississippi (1935).
Daarna keerden zij weer terug naar de Broadway-theaters met onder andere Jumbo (1935), On Your Toes (1936, inclusief het ballet “Slaughter on Tenth Avenue” met als choreograaf George Balanchine), Babes in Arms (1937) met een reeks van heel bekende liederen zoals “I wish I were in love again”, “My funny Valentine” en “The Lady is a Tramp”, I Married an Angel (1938), The Boys from Syracuse (1938), Pal Joey (1940), in het Gentse Theater Arena geregisseerd door Jaak Van De Velde, en hun laatste coproductie By Jupiter (1942).
Hart is immers zoals gezegd in 1943 overleden en dus had Rodgers een nieuwe partner nodig. Die vond hij in Oscar Hammerstein II, die overigens ook al een indrukwekkend palmares met zich meedroeg. Hij was immers de librettist van “Showboat”! Samen schreven ze “Caroussel” (1945), “South Pacific” (1949), “The King and I “(1951) en “The Sound of Music” (1959). Als Hart zijn teksten meestal op gecomponeerde melodieën van Rodgers schreef, werkte het duo Rodgers en Hammerstein omgekeerd – en werd ermee richtinggevend voor de volgende generaties. De samenwerking kwam aan z’n eind door het overlijden van Oscar Hammerstein II in 1960. Daarna werkte Rodgers met diverse partners (o.a. Stephen Sondheim) maar zonder nog grote successen op zijn naam te schrijven.

Lees verder “Richard Rodgers (1902-1979)”

Dertig jaar geleden: interview met Linda Lepomme

Dertig jaar geleden: interview met Linda Lepomme

Op 28 december 1989 ging in de Antwerpse Singel « Chicago » in première, de nieuwste productie van de musical-afdeling van het Ballet van Vlaanderen. Op de vooravond van de lustrumviering van dit gezelschap spraken we met Linda Lepomme, bij het begin van dit seizoen zowaar tot « artistiek directeur met een contract van onbeperkte duur » benoemd. Maar dat is de « onbeperkte duur » die vergelijkbaar is met het contract van een voetbaltrainer, relativeert ze zelf: « je moet resultaten behalen of je gaat eruit… »

Lees verder “Dertig jaar geleden: interview met Linda Lepomme”

Vijftig jaar geleden: Grammy voor “Mack the Knife” (Bobby Darin)

Vijftig jaar geleden: Grammy voor “Mack the Knife” (Bobby Darin)

Vandaag is het vijftig jaar geleden dat (nog maar voor de tweede keer) de Grammy’s werden uitgereikt. En wie won de Grammy voor beste song van het jaar? Bobby Darin met “Mack the Knife”!

Mack the Knife” or “The Ballad of Mack the Knife” (German: “Die Moritat von Mackie Messer“) is a song composed by Kurt Weill with lyrics by Bertolt Brecht for their 1928 music drama The Threepenny Opera (German: Die Dreigroschenoper). The song has become a popular standard recorded by many artists, including a US and UK number one hit for Bobby Darin in 1959.

Moritat is a medieval version of the murder ballad performed by strolling minstrels. In The Threepenny Opera, the Moritat singer with his street organ introduces and closes the drama with the tale of the deadly Mackie Messer, or Mack the Knife, a character based on the dashing highwayman Macheath in John Gay‘s The Beggar’s Opera (who was in turn based on the historical thief Jack Sheppard). The Brecht-Weill version of the character was far more cruel and sinister and has been transformed into a modern anti-hero.

The play opens with the Moritat singer comparing Macheath (unfavorably) with a shark and then telling tales of his crimes: arson, robbery, rape, murder.

The song was a last-minute addition that was inserted before its premiere in 1928 because Harald Paulsen, the actor who played Macheath, demanded that Brecht and Weill add another number that would more effectively introduce his character. However, Weill and Brecht decided the song should not be sung by Macheath himself, opting instead to write the song for a street singer in keeping with the Moritat tradition. At the premiere, the song was sung by Kurt Gerron, who played Police Chief Brown. Weill intended the Moritat to be accompanied by a barrel organ, which was to be played by the singer. At the premiere, though, the barrel organ failed, and the pit orchestra (a jazz band) had to quickly provide the accompaniment for the street singer.

Und der Haifisch, der hat Zähne,
Und die trägt er im Gesicht.
Und Macheath, der hat ein Messer,
Doch das Messer sieht man nicht.
And the shark, it has teeth,
And it wears them in the face.
And Macheath, he has a knife,
But the knife can’t be seen.

The song was introduced to American audiences in 1933 in the first English-language production of The Threepenny Opera. The English lyrics were by Gifford Cochran and Jerrold Krimsky. That production, however, was not successful, closing after a run of only ten days. In the best-known English translation, from the Marc Blitzstein 1954 version of The Threepenny Opera, which played Off-Broadway for over six years, the words are:

Oh, the shark has pretty teeth, dear,
And he shows them pearly white
Just a jack-knife has Macheath, dear
And he keeps it out of sight.

Blitzstein’s translation provides the basis for most of the popular versions heard today, including those by Louis Armstrong (1956) and Bobby Darin (1959; Darin’s lyrics differ slightly), and most subsequent swing versions. Weill’s widow, Lotte Lenya, the star of both the original 1928 German production and the 1954 Blitzstein Broadway version, was present in the studio during Armstrong’s recording. He spontaneously added her name to the lyrics (“Look out, Miss Lotte Lenya”), which already named several of Macheath’s female victims. The Armstrong version was later used by Bobby Darin.

The final stanza — not included in the original play, but added by Brecht for the 1931 movie — expresses the theme and compares the glittering world of the rich and powerful with the dark world of the poor:

Denn die einen sind im Dunkeln
Und die andern sind im Licht
Und man siehet die im Lichte
Die im Dunkeln sieht man nicht.
There are some who are in darkness
And the others are in light
And you see the ones in brightness
Those in darkness drop from sight.

Bron: Wikipedia