Brooke Magnanti wordt vijftig…

Brooke Magnanti wordt vijftig…

“Het eerste wat je moet weten, is dat ik een hoer ben.” Geef toe, als openingszin kan dat tellen. In het exemplaar van “Belle de Jour” dat ik in mijn bezit heb, heeft iemand op de eerste pagina geschreven: Joseph Kessel, 1966, maar dat is natuurlijk niet juist. Deze “Belle de Jour” werd oorspronkelijk anoniem uitgegeven en het is nu pas, na vele vervolgen en/of spin-offs dat ik op het internet leer dat de auteur zowaar een “doctor” is, namelijk Brooke Magnanti. Kortom, als we mogen geloven dat de boeken inderdaad op de realiteit teruggaan dan hebben we hier te maken met een Engelse versie van Catherine Millet.

Lees verder “Brooke Magnanti wordt vijftig…”

65 jaar geleden: “Lady Chatterley’s Lover” is niet in strijd met The Obscene Publications Act

65 jaar geleden: “Lady Chatterley’s Lover” is niet in strijd met The Obscene Publications Act

Alhoewel D.H.Lawrence zijn “Lady Chatterley’s Lover” reeds in 1928 had geschreven en in Florence was verschenen, werd het in Engeland pas in 1960 uitgegeven door de populaire Penguin Editions. Meteen hadden die een proces aan hun broek als test van de nieuwe Obscene Publications Act uit 1959. De wet uit 1959 maakte het mogelijk om de uitgevers aan vervolging te laten ontkomen als ze konden aantonen dat een werk van literaire waarde was. Een van de objectieven was de frequentie van woorden als “fuck” en afgeleiden. Meerdere academische critici, onder wie E.M.Forster, Helen Gardner en Richard Hoggart werden als getuige opgeroepen. Op 2 november 1960 werd Penguin Books onschuldig verklaard. Als gevolg hiervan werd een grotere vrijheid in het publiceren van expliciet materiaal in het Verenigd Koninkrijk gegeven. In 1961 kwam de tweede editie op de markt, deze werd opgedragen aan de twaalf juryleden, drie vrouwen en negen mannen, die Penguin Books onschuldig hadden verklaard. In 2006 werd het proces door BBC Wales verfilmd als The Chatterley Affair.

Lees verder “65 jaar geleden: “Lady Chatterley’s Lover” is niet in strijd met The Obscene Publications Act”