Emma Kirkby wordt zeventig…

Emma Kirkby wordt zeventig…

De Engelse sopraan Emma Kirkby wordt vandaag zeventig jaar. Meer dan 25 jaar geleden ontmoette ik haar in Nordmaling (Zweden). Tegenstanders geven haar wel eens de bijnaam “de zingende ijskast”, maar zelfs in het koude noorden, in een kil lokaal met als achtergrond een hoop opeengestapelde schoolbanken, voelde ik toch veel warmte van haar uitgaan.

Emma Kirkby is een autoriteit op het gebied van de authentieke uitvoeringspraktijk. Ze werd geboren in Camberley, Surrey, en is een professionele zangeres sedert 1975. Daarnaast is ze ook nog professor aan The Guildhall School of Music and Drama. Haar doorbraak bij het grote publiek kwam er met een CD t.g.v. het huwelijk van Charles en Diana op 29/7/1981.
“Nogal wat zangers nemen zowel barokmuziek als belcanto op hun repertoire, maar ikzelf doe dat slechts heel zelden,” zegt ze als opener.
En kan ze het dan appreciëren als “belcanto”-zangers zich aan barokmuziek wagen?
“Hangt ervan af hoe ze het doen,” lacht ze. “Mijn zanglerares, Jessica Cash, is b.v. helemaal geen specialiste in de authentieke zangstijl, maar zij is wel een zeer goede technische lerares en daarom blijf ik bij haar les volgen. Het komt er bij het zingen vooral op aan te reageren op wat je hoort. Als ik dus een moderne zanger hoor die beïnvloed wordt door de authentieke klanken rond hem, zodat hij het idioom en het timbre van de instrumenten rond hem benadert, dan hou ik er wel van, ja. Als hij echter doorgaat met zingen alsof hij door een traditioneel orkest wordt begeleid, dan klinkt het mij verkeerd in de oren. Die sensibiliteit is dus belangrijk.”
Alleszins is de menselijke stem in de loop der tijden niet in even grote mate veranderd als de instrumenten…
“Uiteraard. Door andere eetgewoonten breken jongensstemmetjes veel vlugger dan vroeger, maar dat zal wel zowat het enige zijn. Vroeger konden sommige Bach-aria’s ongetwijfeld nog worden gezongen door mannelijke sopranen van achttien jaar, nu zal dat ten hoogste nog veertien zijn. Een ander verschil is echter dat zangers nu in grotere zalen moeten optreden, die op de koop toe niet zo goed resoneren als een kerk b.v. Om een ‘normale’ stem zo geweldig te doen klinken voor een grote ruimte, daarvoor bestaan er speciale technieken die je voor barokmuziek opnieuw moet laten varen, wat sommigen dan weer kunnen en anderen niet. Sommigen gaan maar door met zo’n geweldig vibrato te produceren. Dat komt hen uiteraard van pas bij een grote, niet-resonerende ruimte, maar dan zouden ze zich beter tot die bepaalde muziek beperken. Niet dat vibrato totààl uit den boze is bij barokmuziek, maar dan wel als een versiering of als een middel om de noot juist te treffen. Dan kan vibrato zelfs erg handig zijn,” besluit ze.
De negatieve houding van de ‘authentieken’ tegenover vibrato is dus de jongste tijd inderdaad een beetje afgezwakt en persoonlijk ben ik van oordeel dat bij de zang de grenzen soepeler zijn dan bij instrumentale muziek. Maar als ik dan samenvat dat het nu uiteindelijk meer een kwestie van interpretatie dan van techniek is geworden, gaat Emma Kirkby toch niet akkoord.
“Je kan die twee niet scheiden,” zegt ze. “De manier om b.v. elke lettergreep vanuit het middenrif te beklemtonen, die in sommige technieken wordt aangeraden als initiële druk om iedere noot te halen, kan inderdaad van nut zijn om heel luid te gaan zingen, maar eigenlijk is deze techniek niet aan te raden voor eender welk soort muziek. Je moet je middenrif op een andere, zachtere manier gebruiken om als ondersteuning te dienen, maar zonder de noten erop te articuleren. Ik vind dat dit zelfs voor moderne muziek een aberratie is. Hetzelfde geldt voor die overdreven nadruk op ‘masker-resonantie’, alsof je stem vanachter je jukbeenderen komt. Als je dat heel de tijd doet, (met piepstem:) dan verandert stilaan je toonhoogte. Nee, je voordracht moet tamelijk vergelijkbaar zijn met gewone spraak. Dat is altijd al zo geweest. Ik heb niet toevallig letterkunde gestudeerd, want alvast in mijn repertoire kan je bijna onmiddellijk van de tekst vertrekken. Omdat de muziek de dienaar van het woord is. Zo zagen de componisten dat toen ook al.”
Later (maar nog altijd in de jaren negentig) ben ik Emma nog eens tegen het lijf gelopen in Antwerpen (samen met Christopher Hogwood), maar kort nadien ben ik uit de journalistiek gestapt (ik had eerst geschreven: “uit het beroep”, maar dat klonk als helemaal iets anders…), zodat alle contact is verloren gegaan. Gelukkig was er nog confrater Dirk Musschoot  die haar in mei vorig jaar (2015 dus) heeft ontmoet tijdens privéconcert in Finchcocks, Kent, en mij onderstaande foto heeft bezorgd.

Lees verder “Emma Kirkby wordt zeventig…”

Pulp Fiction: ontspanningsliteratuur als ontsnappingsliteratuur

57 Reclame_vlaamse_filmpjes_1931Vandaag is het precies 85 jaar geleden dat het eerste “Vlaamsche Filmke” is verschenen. Vijf jaar geleden heeft John Rijpens (die ook al een boek heeft gewijd aan de Ivanov-reeks) een boek geschreven met een geschiedenis van dit fenomeen van de Vlaamse pulpliteratuur. Hij wordt daarover geïnterviewd door Dirk Musschoot in Het Nieuwsblad. Ik neem een paar fragmenten uit het interview over, maar ik heb vroeger ook al wat onderzoek gedaan in deze sector. U vindt het hier allemaal verzameld.
Lees verder “Pulp Fiction: ontspanningsliteratuur als ontsnappingsliteratuur”