Twintig jaar geleden: Le Franlou wordt gesloten

Twintig jaar geleden: Le Franlou wordt gesloten

Op 30 april 1999 is café Le Franlou in Brussel dicht gegaan (bij het op zoek gaan naar informatie, heb ik gemerkt dat er op dit moment nog altijd een café Le Franlou in Brussel is, maar dat heeft hier niets mee te maken). Le Franlou was mijn stamcafé in de periode dat ik voor de socialisten heb gewerkt. De eerste vijf jaar was dat in het hoofdgebouw van de Socialistische Mutualiteit op het Sint-Jansplein en dan moest je de rue de l’Escalier beklimmen om bij le Franlou te geraken en daarna nog eens dezelfde periode in het partijlokaal van de SP/PS in de Keizerslaan en toen moest je de rue de l’Escalier afdalen. Met andere woorden, le Franlou lag omzeggens juist in het midden van die twee werkplaatsen en zorgde dus gedurende tien jaar voor een toevluchtsoord op de middag.
Lees verder “Twintig jaar geleden: Le Franlou wordt gesloten”

André Vermaerke wordt zeventig…

André Vermaerke wordt zeventig…

De Gentse regisseur André Vermaerke viert vandaag zijn zeventigste verjaardag. Ik ken hem al zeer lang. Ik herinner mij dat hij b.v. aanwezig was bij mijn interview met de kinderen van “Spring”, de musicalproductie van het Speeltheater die door Eva Bal en hemzelf in goede banen werd geleid. Maar toen lieten we dus vooral de kinderen aan het woord. Mijn enige “echte” interview met André is dan ook een “lijntje” uit 1985, dat ik hieronder nog eens weergeef. Na mijn Rode Vaan-tijd zouden onze wegen nog herhaaldelijk kruisen, vooral sinds André in Griet Pauwels, ooit nog mijn lerares dictie, zijn partner heeft gevonden (zie bovenstaande foto). Zo ben ik nog aanwezig geweest bij een “dichter in huis”-sessie die bij hen plaatsvond.
Lees verder “André Vermaerke wordt zeventig…”

De roof van onze racistische maagdelijkheid

De roof van onze racistische maagdelijkheid

Er wordt vandaag weer zoveel afgezeverd in het kader van “de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie” dat ik nog eens een artikel van mezelf uit 1988 heb opgevist en ik moet vaststellen dat ik daar grotendeels nog altijd kan achter staan. Het meest opvallende verschil is wat het “vrije verkeer” in Europa (het eerste Verdrag van Schengen werd al in 1985 ondertekend) betreft. Dat kan men mij moeilijk kwalijk nemen, vind ik, want wie kon in 1988 reeds die massale immigratiegolf voorzien?
Lees verder “De roof van onze racistische maagdelijkheid”

Rik Vanpoucke (1905-1991)

Rik Vanpoucke (1905-1991)

Het is vandaag al 25 jaar geleden dat Rik Vanpoucke, de voormalige middenvelder van Cercle Brugge, is overleden. In 1985 werd hij gehuldigd door zijn stamcafé “Het Volkshuis” in de Sleepstraat, dat toen nog het lokaal van de KP was. Daarom werd ik erop afgestuurd om tijdens deze huldiging een interviewtje af te nemen, dat later dan ook in De Rode Vaan is verschenen.
Lees verder “Rik Vanpoucke (1905-1991)”

25 jaar geleden: nieuwe hoofdredacteur bij Agalev

25 jaar geleden: nieuwe hoofdredacteur bij Agalev

25 jaar geleden maakte Luc Lemiengre (1956-2004, alweer iemand die niet meer terug te vinden is op het internet; de man op de foto hierboven is uiteraard Jos Geysels) dus bekend wie de nieuwe hoofdredacteur bij Agalev is geworden. Volgens de brief hieronder zou ik mij daarvoor ook kandidaat hebben gesteld, maar dat klopt niet helemaal: Luc had mij gevrààgd om daarvoor mijn kandidatuur in te dienen, maar ik heb die nooit gedaan. Ik heb dan ook niet deelgenomen aan het examen, waarover sprake in deze brief. Ik kende Luc van hier in Gent, net als een aantal andere Agalev-prominenten zoals Vera Dua b.v., maar daar bleef het ook bij. Ik heb weinig of niets met Agalev als partij (wat niet wil zeggen dat ik niet om het milieu zou geven). Het enige wat ik in dat verband dan ook heb teruggevonden is een minibrokje onder de titel “Toogpraat”.
Lees verder “25 jaar geleden: nieuwe hoofdredacteur bij Agalev”

Kopen op afbetaling? Bezint eer ge begint!

20 jan danckaert“Jeanneke, geef iedereen nog eens een pintje, want ik sta in de gazet vandaag ! Wa zegde ? Wat ‘k dan wel gedaan heb ? Nen hond gebeten ? Maar nee, meiske, W’ebben d’r weer ene op straat gezet. ‘k Weet wel dat ‘k da zo’n drie kere per week doe en dat ‘k d’rvoor meestal nie in de gazet kom, maar deze keer was ’t ne speciale. Nen dichter, stelt u voor ! Allé, da wil zeggen, w’hebben zijn vrouw en zijn kinderen op straat gesmeten, want hij was al weg. De vogel was gaan vliegen, ha ha ! Na een « onthuwelijkingsceremonie ». Allé, zo in ’t openbaar gaan zeggen da ge nie meer overeenkomt mee uw wijf, da’s toch nie normaal, hé ? Zo’n gasten moesten z’eigenlijk…
Maar enfin, d’r gaat ’t nu nie over. Gelijk as da’k zei, we hebben die hun boeleke d’r eens meegepakt. Terwijl da madam was gaan werken. Die wist van niks, haha ! De Sjarel was den brief vergeten afgeven. W’hebben nogal gelachen, zulle, as we da hoorden. Alles lag al op den auto. Allé, alles, wa rommel en zo. ‘k Zeg nog tegen de Lowie, ge kent hem wel hé, die stadswerkman die altijd moet helpen, ‘k zeg : Lowie jongen, da’s nog justekens goe voor die dutsen in Polen, zie. Enfin, komt die kerel toch nog af en begint d’r van zijn kl…, allé van zijn oren te maken. Precies of dat ‘em den huisbaas is. Maar ik heb… Wa zegde, Jeanneke ? Dat ‘em groot gelijk heeft ? Dat een echte schande is ? Maar, allé, hoort da nu af. Ewel, ‘k zal hier de volgende keer nog eens nen tournée générale geven, zulle ! ‘k Zijn al weg, zie. Salut ! En pas maar op of ‘k zwier uwen boel volgende keer op straat !”
(De Rode Vaan nr.9 van 1982)
Lees verder “Kopen op afbetaling? Bezint eer ge begint!”

Aan den toog (in Georgië)

Stalin3Vandaag is het negentig jaar geleden dat in zijn testament Lenin vroeg om Stalin uit zijn ambt te ontslaan. Iedereen weet dat dit niet is gebeurd. Maar ook dat Stalin na zijn dood in ongenade is gevallen. Echter niet overal in het Sovjet-rijk, zo blijkt. Toen Standard Luik in het seizoen 81-82 voor de Europacup naar Tbilissi moest trekken, kwam Jaak Vandijck met “een lekker verhaal” terug. Maar Jan Debrouwere wist daar wel weg mee in de Minibrokjes van De Rode Vaan, meer bepaald in het rubriek Aan den toog
Lees verder “Aan den toog (in Georgië)”

Gene whisky!

« Ha, de Sjarel ! Wat drinkte, jong ? Jeanneke ! Twee pintjes ! Ewel, hoe is’t, nog altijd geen werk ? ’t Zijn nogal tijden, hé jongen. Enfin, voor ons, werkmensen, want die rijke luizen die worden d’r nie slechter van, zulle. Allé hedde g’hoord wa veur kado’s ze nu weer krijgen van Martens ? Ewel, die vrijstelling van belastingen veur nieuwe N.V.’s, bedoel ‘k. Zeg, da’s een miljoenenzaak, zulle manneke ! Och jong, ’t gaat hier nog just worden gelijk as in Amerika. De rijken in ne cadillac en de sukkelaars kreperen op straat.
Wa zegde ? Hoe dat mee onze Lowie is die in den tijd naar ginds is vertrokken ? Bah, mee hem is’t nie zo slecht. Die is nu op pensioen en in den tijd heeft hij wel een censke kunnen opzij leggen, zodat hij ’t vlees nog op zijnen boterham kan betalen. Maar ’t is d’r anders uuk erg, zulle jong, héél erg, zelfs. Allé, neem nu de zeun van ons Irma. Ge weet da toch, hé, dat Irma van onze Lowie mee nen echte Amerikaan getrouwd is ? En die heure kleine, Gerry, da’s natuurlijk uuk nen echte, niewaar. Ewel, da manneke is nu 19 en ’t enige waar dat hij naartoe kan, dat is ’t leger. Hij werkte van z’n 16de op de Ford, just gelijk as zijn vader, maar nu zitten z’alletwee al meer dan een jaar zonder werk. Driehonderdduizend hebbe z’er op straat gezet ! En ’t enige waarveur da ze nog volk vragen, daarveur moet ge nen diplom emme. En da heeft da manneke nie, hé. D’enige die genen diplom vragen, da’s ’t leger. Maar zoude gij nu in ’t Amerikaans leger willen gaan ? ’t Zijn verdju de grootste oorlogsstokers ter wereld ! Hoe zittet, drinke we’r nog ene ? Ach, ‘k zallekik wel betalen, jong, een pintje kan d’r gelukkig nog af. Maar gene whisky, hé ». (De Rode Vaan nr.11 van 1982)

De trein is altijd een beetje reizen…

33 met michael op de trein naar Antwerpen« Geef mij rap eens een frisse pint want ik moet nog wat bekomen van de alteratie. Jawadde zeg, wat me nu is overkomen ! Deze morgen had ik mij wat overslapen en daarom had ik bijna mijnen trein gemist. Ge weet dat er nu geen control nie meer is, hé. Dus ik loop zo rap as Miel Puttemans naar dien trein en kan er nog justekes op wippen, veurdat hij vertrekt. ‘k Zit nog maar goe neer om mijn zweet wat af te kuisen of de garde staat al bij mij. « Ticketje, meneer ? ». ‘k Zeg tegen hem dat ‘k er geen em en ‘k leg ‘m uit waarom. Zegt die pere : « As ge opstapt zonder een ticketje te pakken, dan moet ge mij eerst verwittingen »
‘k Zeg tegen hem : « Maar allé, meneer, ‘k heb u niet eens gezien en daarbij ‘k haddekik genen tijd want den trein vertrok direkt ». « Gene pardon », zegt die pere, « zeshonderd frank opleggen, bovenop uw ticketje. A propos, naar waar moette ? » ‘k Vraag ‘m dus maar een ticketje, tweede klas naar Z. « Tweede klas ? » vraagt hij. « Ah bah ja », zeggekik. « Zeker van ? » zegt-ie nog eens. « Vaneigens », zeggekik weer. « Wilt ge dan nog eens zeshonderd frank betalen astemblieft », zegt-ie, « want ge zit hier in eerste klas ». Ik keek eens goe rond en, verdju, ’t was toch wel just zeker !
Enfin, ‘k geraak eindelijk op mijn werk en daar krijg ‘k telefoon van ons Lisette. ‘k Had namelijk in de rapte mijn boterhammen vergeten en Lisette had mij die nog willen geven op ’t perron. Te laat natuurlijk. Maar allé, vraagt ‘r toch wel zo ne chef wa ze daar staat te doen, zeker ! En of ze dan geen perronkaartje heeft ? « Bijlange nie », zegt ons Lisette, « ‘k was toch wreed gepresseerd ». Lap, die heet ook zeshonderd ballen aan haar been.
Maar wacht, ’t is nog nie gedaan. Vandenavond vertrek’k dus uit Z., da’s een station waar ze geen ticketjes verkopen, dus ik gewoon op dienen trein, in tweede klas welteverstaan. Heb ‘k toch wel wéér last, zeker ! Zegt diene controleur da’k hem eerst had moeten verwittigen. Weer zeshonderd zakken. Da maakt in ’t totaal vierentwintig honderd frank. En zeggen dat den NMBS zegt dat ze met die nieve methode de gebruikers beter van dienst willen zijn ! A propos, wa kost da pintje eigenlijk ? Wa zegde ? Zeshonderd frank ? Maar da kan toch nie ? Dedju, zegt dat nie waar is, hé : is dat hier echt een privé-club ? Verdoeme, nu da ge’t zegt, is da nie wa friskes, madam, gelijk as gij d’erbij zit ? ». (De Rode Vaan nr.19 van 1982)