André Vermaerke wordt 75…

André Vermaerke wordt 75…

De Gentse regisseur André Vermaerke viert vandaag zijn 75ste verjaardag. Ik ken hem al zeer lang. Ik herinner mij dat hij b.v. aanwezig was bij mijn interview met de kinderen van “Spring”, de musicalproductie van het Speeltheater die door Eva Bal en hemzelf in goede banen werd geleid. Maar toen lieten we dus vooral de kinderen aan het woord. Mijn enige “echte” interview met André is dan ook een “lijntje” uit 1985, dat ik hieronder nog eens weergeef. Na mijn Rode Vaan-tijd zouden onze wegen nog herhaaldelijk kruisen, vooral sinds André in Griet Pauwels, ooit nog mijn lerares dictie, zijn partner heeft gevonden (zie bovenstaande foto). Zo ben ik nog aanwezig geweest bij een “dichter in huis”-sessie die bij hen plaatsvond.

Lees verder “André Vermaerke wordt 75…”

Aan den toog (9): De trein is altijd een beetje reizen…

Aan den toog (9): De trein is altijd een beetje reizen…

« Geef mij rap eens een frisse pint want ik moet nog wat bekomen van de alteratie. Jawadde zeg, wat me nu is overkomen ! Deze morgen had ik mij wat overslapen en daarom had ik bijna mijnen trein gemist. Ge weet dat er nu geen control nie meer is, hé. Dus ik loop zo rap as Miel Puttemans naar dien trein en kan er nog justekes op wippen, veurdat hij vertrekt. ‘k Zit nog maar goe neer om mijn zweet wat af te kuisen of de garde staat al bij mij.

Lees verder “Aan den toog (9): De trein is altijd een beetje reizen…”

Aan den toog (5): Gene whisky!

Aan den toog (5): Gene whisky!

« Ha, de Sjarel ! Wat drinkte, jong ? Jeanneke ! Twee pintjes ! Ewel, hoe is’t, nog altijd geen werk ? ’t Zijn nogal tijden, hé jong. Enfin, voor ons, werkmensen, want die rijke luizen die worden d’r nie slechter van, zulle. Allé hedde g’hoord wa veur kado’s ze nu weer krijgen van Martens ? Ewel, die vrijstelling van belastingen veur nieuwe N.V.’s, bedoel ‘k. Zeg, da’s een miljoenenzaak, zulle manneke ! Och jong, ’t gaat hier nog just worden gelijk as in Amerika. De rijken in ne cadillac en de sukkelaars kreperen op straat.

Lees verder “Aan den toog (5): Gene whisky!”

Veertig jaar geleden: Jolly Jumper

Veertig jaar geleden: Jolly Jumper

Veertig jaar geleden was er een betoging in Brussel, waarbij een paard van de rijkswacht werd gekwetst. Om de een of andere reden voelde ik mij aangetrokken tot dit beest, dus ik gaf het de naam Jolly Jumper (het paard van Lucky Luke) en ik besteedde er een aflevering aan in onze reeks “Aan den toog”. En zoals het past wordt er aan den toog dialect gesproken. En eveneens zoals het hoort, kreeg dat paard later nog een staartje…

Lees verder “Veertig jaar geleden: Jolly Jumper”

Veertig jaar geleden: aan den toog…

Veertig jaar geleden: aan den toog…

Uit de Minibrokjes is in De Rode Vaan ook de rubriek “Aan den toog” gegroeid. Alles is begonnen met het singeltje “Vercruusse danst” van Martin De Jonghe. Ik maakte daarop in de Minibrokjes de parodie “Wilfried danst” en gebruikte daarvoor ook het dialect, net zoals Martin De Jonghe dat ook deed. En dat sloeg aan. Grote politieke thema’s bleken plotseling veel toegankelijker als men ze in het dialect behandelde. De weg van de dansvloer naar de toog was dan ook haast vanzelfsprekend. Het rubriekje was op een bepaald moment zo populair dat ook lezers spontaan bijdragen begonnen in te sturen (vooral dat het spontaan gebeurde, was heel uitzonderlijk voor De Rode Vaan). “I love Yannick” is daar een voorbeeld van.

Lees verder “Veertig jaar geleden: aan den toog…”

Rik Vanpoucke (1905-1991)

Rik Vanpoucke (1905-1991)

Het is vandaag al dertig jaar geleden dat Rik Vanpoucke, de voormalige middenvelder van Cercle Brugge, is overleden. In 1985 werd hij gehuldigd door zijn stamcafé “Het Volkshuis” in de Sleepstraat, dat toen nog het lokaal van de KP was. Daarom werd ik erop afgestuurd om tijdens deze huldiging een interviewtje af te nemen, dat later dan ook in De Rode Vaan is verschenen.

Lees verder “Rik Vanpoucke (1905-1991)”

Politie: oom agent of boze wolf?

Politie: oom agent of boze wolf?

“Luister, de politie kan zich ook niet met iederéén bezig houden, nie waar? Neem nu die gastarbeiders. Dat tuig neemt ons zo in beslag dat wij voor serieuze mensen geen tijd meer hebben. Allé, om nu ’t voorbeeld te vertellen van die Marokkaan, Mokhyar Lakhdar. Kijk, daar begint het al mee : Mokhyar Lakhdar, wie héét er nu zó ? Waarom heten die lui niet Janssens of Peeters ? Dat zou toch al een hele verbetering zijn, nietwaar ? Mokhyar Lakhdar… daar geraakt ne mens niet wijs uit, daar moeten fouten van komen, hé. En zo komt het dat die Mokhyar, die bestuurder is van een tram en aangifte kwam doen van het feit dat een passagier onwel was geworden en met een ambulance was afgevoerd, niet minder dan drie keer moest terugkeren vooraleer zijn papieren voor zijn werkgever in orde waren. Drie keer ! Zeg nu zelf, dan zoudt ge als simpelen agent van Sint-Gillis-Brussel toch uw geduld gaan verliezen, nietwaar? Dus ik zeg tegen de Gerard : « Geef danen ies ne stoemp ». En die doet dat. En de Louis ook en Jef deed ook mee. Zegt dienen bruinen toch wel dat hij dat tegen een dokter zal gaan zeggen, zeker ! Jongens, dan hebben w’em eens in een donker kot geduwd, hé, en met de matrak d’erop. Lap ! Patat ! « Pitié ! Pitié ! » riep hij. En wij : « Gade nu nog noar nen dokteur, manneke ? » Maar hij dierf niet meer natuurlijk. En dan hebben w’em maar laten gaan. En gelachen dat we hebben ! Allé, geeft d’er ons nog ene.” (De Rode Vaan nr.7 van 1982)

Lees verder “Politie: oom agent of boze wolf?”