Dirk Ongenae

Dirk Ongenae

Marc Hooftman stuurde me deze foto van Dirk Ongenae (tweede van rechts). Deze ex-wielrenner beschikt nog niet over een Wikipedia-pagina, maar op het internet vond ik wel een interessant artikel uit de Krant van West-Vlaanderen van 16 november 2018, waaruit deze fragmenten…

Dirk Ongenae was 19 (!) jaar jonger dan zijn broer Marcel, die ook koerste en in 2014 op 80-jarige leeftijd overleed. De oudste was niet bepaald een steun en toeverlaat voor het nakomertje, dat men aanmaande: “Je wordt nooit coureur als je naar jouw broer luistert, maar wel als je je vader Karel als vertrouwensman behoudt.” Dirk deed dat laatste en inderdaad: hij werd van meet af aan een veelwinnaar. Hij opende in 1969 met negen overwinningen bij de nieuwelingen, een zegecijfer dat hij verdubbelde in 1970 en waaraan hij na zijn 17de verjaardag op 19 augustus nog vijf overwinningen als neojunior toevoegde. Als junior behaalde Dirk in 1971 15 en in 1972 12 overwinningen, waarbij hij zich vooral revancheerde op de mislopen driekleur bij de nieuwelingen. (…)
Dirk trok als liefhebber de fraaie lijn door met zeven overwinningen in 1973, tien in 1974 en elf in 1976 met een opmerkelijke acte de présence in de mooiste ééndagskoersen. De toen 22-jarige Zedelgemnaar was helemaal klaar voor de profs. Hij kwam terecht bij het wereldteam Flandria-Velda-West-Vlaams Vleesbedrijf met Marc Demeyer, Freddy Maertens, Michel Pollentier en Herman Vanspringel als coryfeeën en met Lomme Driessens als ploegleider. Hoe zou Dirk tussen die reuzen zijn weg vinden? Beter dan hij zich in zijn stoutste dromen had voorgesteld.
“Ik maakte mijn debuut in de Ronde van Andalusië (nu Ruta del Sol, red.) en dat viel reuze mee. In de pikorde stond dorpsgenoot Daniël Verplancke boven mij, maar Herman Vanspringel maande mij aan om mijn eigen kans te gaan. Ik stelde hem niet teleur en won drie van de acht ritten waarbij ik onder anderen Gerben Karstens (die de eerste vier ritten won), Eddy Peelman, Jan Raas, Piet van Katwijk… over de knie legde.”
Kort daarna kwam ik Dirk tegen in de koers in Ichtegem, de dag dat Claude François is gestorven. Ik heb daar zelf ook nog een foto van, maar helaas weet ik sedert het omschakelen van WordPress naar een nieuwe editor niet hoe ik die in een artikel moet plaatsen. Laten we daarom maar verder gaan met Dirks verhaal in de Krant van West-Vlaanderen…
“Aangezien ik bijzonder gedijde op Spaanse bodem was ik al meteen geselecteerd voor de Vuelta. De eerste anderhalve week verliep schoorvoetend, maar daarna kwam ik op kruissnelheid met in Palencia een dagzege, die ik zes dagen later op de slotdag in San Sebastian overdeed. Ik leek vertrokken voor een mooi bestaan als bolide, maar de Vuelta werd zowaar het begin van mijn einde als coureur. Ondanks mijn successen werd ik van thuis uit tegengewerkt. Mijn eerste echtgenote was geen koersvrouw en wilde niet begrijpen dat ik zoveel moest trainen. Op de duur ga je mee in dat verhaal en de moed zonk mij in de schoenen. Ik had beter moeten weten…”
Dirk reed in dat aanvankelijk gezegende 1976 ook de Zesdaagse van Gent met de inmiddels overleden Brit Paul Medhurst, met wie hij achtste werd op 27 ronden van de winnende Australiërs Danny Clark-Donald Allan.
Toch kreeg Dirk Ongenae zijn leven mooi op de rails. Hij ging aan de slag als gasfitter voor Electrabel Kortrijk. “Het was de job van mijn leven. Hele dagen buiten en onder de mensen was helemaal mijn ding. In de fabriek zou ik weggekwijnd zijn.” Bovenal is hij familiaal gelukkig met zijn 39-jarige zoon Wesley en zijn twee dochters uit zijn tweede huwelijk. Vandaag stapt hij vrolijk door het leven aan de zijde van zijn – derde keer, goede keer – partner Andrea, de zus van atleet Marnix Goegebeur. (BCA)

Lees verder “Dirk Ongenae”

Elia Viviani wordt dertig…

Elia Viviani wordt dertig…

Elia Viviani (foto Erik Westerlinck) viert vandaag zijn dertigste verjaardag.

Elia Viviani (Isola della Scala, 7 februari 1989) deed in 2005 mee aan de Olympische Jeugdspelen en won bij de junioren het onderdeel criterium op de weg en de reguliere wegwedstrijd bij de nieuwelingen. Dit vóór respectievelijk de Duitser John Degenkolb en Adam Blythe uit Groot-Brittannië. Later dat jaar werd hij tweede op het Italiaanse kampioenschap op de weg, achter Alfredo Balloni.
In 2006 kwam Viviani uit voor de junioren. Samen met Fabrizio Braggion won hij de ploegkoers en daarbovenop de scratch op het Europese kampioenschap baanwielrennen. Op het wereldkampioenschap in Gent werd hij derde op de ploegkoers bij de junioren, wederom met Braggion als teamgenoot. Dit achter Travis en Cameron Meyer, en het duo Pim Ligthart en Jeff Vermeulen.
In 2007 won hij op de Italiaanse kampioenschappen de ploegenachtervolging voor junioren, samen met Filippo Fortin, Mario Sgrinzato en Mirko Tedeschi, en de ploegsprint met Andrea Guardini en Stefano Melegaro. Op het Europese kampioenschap voor junioren won hij de puntenkoers en werd hij samen met Tomas Alberio derde in de ploegkoers. Samen met Giacomo Nizzolo, Paolo Locatelli en Luca Pirini werd Viviani derde op het wereldkampioenschap ploegenachtervolging voor junioren in Aguascalientes.
In 2008 deed Viviani mee met de beloften. Op het Europees kampioenschap werd hij derde bij de ploegenachtervolging, samen met Omar Bertazzo, Davide Cimolai en Marco Coledan. Hij won individueel de scratch, voor de Nederlander Pim Ligthart. Viviani mocht meedoen met de elite op de discipline Omnium. Hierin werd hij derde, achter gevestigde waarden Robert Bartko en Wim Stroetinga. De ploegkoers deed hij wel mee met de beloften, wederom met Tomas Alberio, en werd hierin Europees kampioen.
Vanaf 2009 begon Viviani zich meer te concentreren op de weg; zo werd hij vierde in de ZLM Tour.
Vanaf 2010 reed de Italiaan bij Liquigas-Doimo (het latere Cannondale) in de UCI ProTour. Zijn eerste wedstrijd voor het team was de Ronde van Turkije van 2010. Hij blonk er onmiddellijk uit door de zevende etappe te winnen. Later dat seizoen zou hij ook nog de Memorial Marco Pantani en de Memorial Frank Vandenbroucke winnen.
2011 werd voor Viviani het jaar van de doorbraak. Het seizoen begon goed met twee zeges op de weg: de Grote Prijs van de Etruskische Kust en de Ronde van Mumbay. Op het WK Baanwielrennen nam hij deel aan het omnium, ploegkoers en de scratch. In de eerste twee onderdelen eindigde hij als respectievelijk zevende en zesde, in de scratch pakte hij het zilver. Het was de voorbode van een goed seizoen waarin hij nog zesmaal zou winnen. De vierde etappe in de Ronde van Peking was tevens zijn eerste zege in de World Tour. In 2011 reed hij ook nog het EK baanwielrennen bij de beloften, waar hij de puntenkoers won en samen met Davide Cimolai vice-kampioen ploegkoers werd.
Het seizoen 2012 stond voor Viviani volledig in het teken van de Olympische Spelen, waar hij in het omnium hoopte deel te nemen. Zijn voorbereiding liep perfect, zo won hij etappes in de Ronde van San Luis, de Ronde van Reggio Calabria en de Internationale Wielerweek. In die tweede won hij tevens het eindklassement. Hij was dus klaar om te schitteren op het olympisch omnium. In alle onderdelen eindigde hij in de sub-top, in de afvalling werd hij tweede. Hij zou uiteindelijk stranden op een zesde plek met 34 punten. Hierna reed hij voor het eerst een grote ronde, de Ronde van Spanje, en won hij wederom een etappe in de Ronde van Peking. Het hoogtepunt van zijn winterseizoen was het winnen van de puntenkoers op het EK baan.
2013 begon moeilijk voor Viviani. Hij behaalde weliswaar ereplaatsen in Parijs-Nice, de Driedaagse van De Panne-Koksijde en de Ronde van Italië. Het was wachten tot de tweede etappe van het Critérium du Dauphiné voor zijn eerste zege van het seizoen. Hierna won hij nog wel vijf keer, maar vooral zijn winter was van hoog niveau. Zo won hij op het EK op de piste de derny-race en de puntenkoers met grote overmacht. Samen met Liam Bertazzo won hij ook nog de ploegkoers.
In 2014 was de Ronde van Italië zijn eerste grote doel. Als voorbereiding won hij etappes in de Internationale Wielerweek en de Ronde van Turkije. In de Ronde van Italië kwam hij niet verder dan een derde plek in de derde rit, waar hij Ben Swift en Marcel Kittel voor zich moest dulden. Hierna verscheen hij verrassend ook aan de start van de Ronde van Frankrijk, maar kon daar echter geen potten breken. Met het oog op de Olympische Spelen van 2016 reed Viviani een intensief baanseizoen. Op het Europees kampioenschap won hij het omnium voor de Brit Jonathan Dibben en de Spaanse vertegenwoordiger Unai Elorriaga.
Op 1 januari 2015 stapte Viviani over naar het Britse team Sky ProCycling. Zijn eerste doel was het WK op de baan. Als voorbereiding reed hij de Ronde van Dubai, waar hij de tweede etappe won. Op het WK reed hij een sterk omnium, Fernando Gaviria was echter te sterk. In de afsluitende puntenkoers wipte Glenn O’Shea ook nog over hem. Samen met Liam Bertazzo won hij wel nog zilver in de ploegkoers. Hierna wilde Viviani schitteren in de klassiekers. In Kuurne-Brussel-Kuurne wist hij in de groepssprint derde te worden, in de overige klassiekers speelde hij echter geen rol van betekenis. In de daaropvolgende Ronde van Italië schreef hij voor het eerst een etappe op zijn naam. Hij won de tweede etappe door in de sprint Moreno Hofland te verslaan. Ook zijn najaar was succesvol. Na etappewinst in de openingsrit van de Eneco Tour wist Viviani later in september drie etappes in de Ronde van Groot-Brittannië te winnen. Tijdens het EK baanwielrennen bevestigde Viviani zijn status als wereldtopper in het omnium: hij won er voor regerend olympisch kampioen Lasse Norman Hansen.
In 2016 boekte Viviani op de weg slechts twee zeges: een etappe in de Ronde van Dubai en eentje in de Driedaagse de Panne Koksijde. In de Ronde van Italië werd hij na de achtste etappe uit de koers gehaald nadat hij de tijdslimiet had overschreden. Op de Olympische Zomerspelen in Rio werd Viviani olympisch kampioen in het omnium, waar hij te sterk was voor Mark Cavendish.
Sinds 2018 komt Viviani uit voor het Belgische Quick-Step Floors. Hij won onder meer de Ronde van Dubai en werd tweede in Gent-Wevelgem (achter Peter Sagan). Tevens boekte hij maar liefst vier etappezeges in de Ronde van Italië, alle vier in een massasprint. Vanaf de tweede etappe had hij bovendien onafgebroken de leiding in het puntenklassement, waardoor hij vrijwel heel de ronde in de paarse trui reed. In juni werd hij voor het eerst in zijn carrière Italiaans kampioen op de weg. Op het Europees kampioenschap in Glasgow won hij de ploegenachtervolging en nog dezelfde dag nam hij deel aan het omnium en eindigde daarin tweede achter de lokale vedette Ethan Hayter!
Daarna heeft hij de zogenaamde Cyclassic in Hamburg gewonnen. Je weet toch waarom deze wedstrijd “Cyclassic” heet? Omdat het de saaiste klassieker is die er bestaat. Enfin, dat belet niet dat Viviani aan een schitterend seizoen bezig is en een terechte winnaar van deze wedstrijd.
Na de derde en de tiende etappe in de Ronde van Spanje heeft hij daarna ook het afsluitende criterium in Madrid op zijn naam geschreven. Voor Viviani was het al zijn achttiende zege van het seizoen. Elia Viviani leek even kansloos voor de ritzege in Madrid toen hij de aansluiting met zijn lead-out verloor in de slotfase. “Dit was de laatste sprint in de derde week van een heel erg zware Vuelta a España, dat maakte het verschil. Ik heb krachten verloren ten opzichte van het eerste deel van de koers”, verklaarde Viviani achteraf op televisie. “Ik verloor de aansluiting met mijn lead-out op de rotonde. Echter, ik had er vertrouwen in dat ik nog kon terugkeren, nadat ik via de oortjes had gezegd dat ik niet in het wiel zat. Vanaf dat moment wisten ze dat ze niet plankgas moesten gaan. Immers, als ze het peloton op een lint zouden trekken, was ik wellicht te ver weg geweest. Van onze fouten leren we echter, en vandaag stopten ze toen ze wisten dat ik daar niet was. Uiteindelijk kwam ik van achteruit nog terug. Ik ben erg trots zijn op onze ploeg, niet alleen omwille van die drie ritzeges, maar ook omwille van de tweede plaats in de eindklassering van de jonge Enric Mas. Hij is een kandidaat voor een latere eindoverwinning, zoals Contador al wist toen hij hem als zijn opvolger aanduidde. Kortom, het was echt een prachtige Vuelta.” In november heeft Viviani aan de zijde van Iljo Keisse de 78ste Gentse Zesdaagse gewonnen. Het duo van Deceuninck-Quick.Step trok aan het langste eind na een spannende ploegkoers. De Ketele/Ghys en De Buyst/Van der Sande werden respectievelijk tweede en derde. Enkele jaren geleden had Viviani reeds deelgenomen in het Kuipke, maar toen kwam hij onvoldoende voorbereid aan de start, wat wel wat irritatie opwekte bij Keisse, die toen ook zijn ploegmaat was. Maar als olympisch kampioen heeft Elia dit nu op een schitterende wijze rechtgezet. Bij het begin van het nieuwe wielerseizoen heeft Viviani in de Tour Down Under voor overwinning nummer één van Deceuninck-Quickstep gezorgd. En zoals ploegleider Rik Van Slijcke zei: “De eerste overwinning van het nieuwe jaar is altijd de belangrijkste. En wel helemaal als je zoals Viviani een zegerecord te verdedigen hebt.” (Wikipedia)

Lees verder “Elia Viviani wordt dertig…”

Iljo Keisse doet stommiteit

Iljo Keisse doet stommiteit

Iljo Keisse (foto Erik Westerlinck) heeft in de Ronde van San Juan een stommiteit begaan toen de ploeg met een vrouw die Richeze kende op de foto is gegaan. Hij werd hiervoor uit de Ronde gezet. Lefevere reageerde eerst furieus en wilde zelfs de hele ploeg terugtrekken, alhoewel Julian Alaphilippe aan de leiding stond, maar moest daarna onder druk van de sponsoren inbinden. Nu ja, het is zoals Karsten Kroon op Eurosport zei: “Vroeger zou je daarmee eens kunnen lachen hebben, maar sedert die metoo-toestanden is dat nu anders natuurlijk. Bovendien heb ik zelf twee dochters en ik moet zeggen: als iemand dat met één van hen zou doen, zou ik er ook niet kunnen mee lachen.”

Iljo Keisse (Gent, 21 december 1982) werd al bij de jeugd beschouwd als een groot talent op de piste. De eerste maal dat hij echt van zich liet spreken was tijdens het nationaal kampioenschap omnium bij de junioren. Dit onderdeel wist hij met grote overmacht te winnen. Vanaf zijn beloftentijd die begon in 2001, reed hij zijn Belgische kampioenschappen bij de profs. Dit resulteerde in 2001 in een Belgische titel puntenkoers, en in 2003 een in de achtervolging en ook weer een in de puntenkoers. Zijn internationale wedstrijden reed hij nog wel de categorie onder de 23 jaar. Vooral in de ploegkoers liet hij mooie dingen zien, zo werd hij samen met Dimitri De Fauw derde op het het Europees kampioenschap ploegkoers te Amsterdam. In 2002 werd hij, deze keer aan de zijde van Wouter Van Mechelen, weer 3de op het Europees kampioenschap, idem een jaar later. In 2004 slaagde hij er uiteindelijk dan toch in om de Europese titel te veroveren. In het Italiaanse Fiorenzuola won hij samen met Kenny De Ketele. In juli 2004 maakte hij tijdens de Zesdaagse van Fiorenzuola zijn debuut in een zesdaagse, aan de zijde van Franco Marvulli werd hij tweede.
Vanaf 1 januari 2005 tekende hij een profcontract bij Chocolade Jacques-T Interim, de voorloper van Topsport Vlaanderen. Aan de zijde van Matthew Gilmore brak hij definitief door; samen wonnen ze in het seizoen 2005-2006 vier zesdaagsen: Fiorenzuola, Grenoble, Gent en Hasselt. Ze wonnen samen niet alleen zesdaagsen maar werden in 2005 ook Europees kampioen op de koppelkoers en pakten het brons op het wereldkampioenschap. Ook individueel brak Keisse helemaal door. Hij werd in 2006 Europees kampioen achter de derny, het daaropvolgende jaar werd hij tweede. Nog in datzelfde jaar eindigde hij ook tweede in de puntenkoers op het wereldkampioenschap.
In juli 2006 blesseerde Gilmore zich zwaar en besloot hij een einde te maken aan zijn carrière. Daarom moest Iljo van partner wisselen. Hij koos voor de Duitser Robert Bartko. Samen met Bartko vormde hij drie jaar een absoluut topduo in de zesdaagse wereld. Samen wonnen ze tweemaal Gent (2007, 2008). Tijdens de Gentse zesdaagse van 2006 stonden ze samen na vijf dagen aan de leiding toen deze door het overlijden van de Spaanse wereldkampioen Isaac Gálvez werd stilgelegd. Officieel hebben ze dus ook deze editie gewonnen, maar Iljo, die sterk onder de indruk was van het gebeuren, wil dit zelf niet meetellen. Met Bartko zou hij in hun drie jaar samen acht zesdaagsen winnen.
Samen met Kenny De Ketele reed hij in die perioden EK’s en WK’s. Zo werden ze in 2008 Europees kampioen in de koppelkoers en werden zij samen 4de op de olympische koppelkoers. Ze leken lange tijd op weg naar goud, maar doordat Rusland, Spanje en de latere winnaar Argentinië in de slotfase een ronde voorsprong namen, werden ze uiteindelijk vierde.
Na zijn zege in de Zesdaagse van Vlaanderen-Gent van 2008 werd bekend dat Keisse positief had getest op zowel het stimulerend middel cathine als het maskeermiddel hydrochloorthiazide (HCT). Ook het B-staal bleek positief. Hierop werd hij door zijn wielerploeg Topsport Vlaanderen begin 2009 ontslagen. Keisse betwistte echter het dopinggebruik en trok naar de rechtbank. Op 2 november 2009 werd hij vrijgesproken. Voor het gebruik van cathine had Keisse als reden opgegeven dat hij dit nam als middel tegen verkoudheid. Volgens zijn verdediging waren de hoeveelheden HCT die bij hem waren aangetroffen onvoldoende om echt prestatiebevorderend te werken. In juli 2010 werd echter bekend dat het TAS de vrijspraak van de Belgische wielerbond ongedaan had gemaakt en Keisse werd alsnog geschorst voor de periode van twee jaar. Door zijn nieuwe ploeg Quick Step werd hij op non-actief gezet. De schorsing ging met terugwerkende kracht in, en omdat Keisse al elf maanden buitenspel stond, mocht hij vanaf 7 augustus 2011 weer koersen. Op 12 november werd echter bekend dat de straf van het TAS werd opgeschort tot april 2011. In een tussenarrest bepaalde het Hof van Beroep in Brussel dat Keisse tot die tijd mocht deelnemen aan wedstrijden.
Zo won hij in 2010 de zesdaagses van Rotterdam en Gent, dit aan de zijde van respectievelijk Danny Stam en Peter Schep. Hij werd na wat juridisch getouwtrek geschorst tot januari 2012. In het seizoen 2011-2012 won hij de zesdaagsen van Amsterdam (Terpstra), Grenoble (Kneisky), Zürich (Marvulli) en Kopenhagen (Hester). Door het winnen van die laatste twee zesdaagsen had Keisse de acht grote zesdaagsen allemaal gewonnen. Dat seizoen werd hij ook samen met Kenny De Ketele voor de derde maal in zijn carrière Europees kampioen op de koppelkoers.
Ondanks het feit dat hij zich vanaf dan meer op de weg focust, rijdt Keisse nog steeds op de piste, zij het enkel in Gent. Op 28 april 2012 bewees Keisse dat hij ook een uitstekend wegwielrenner is en won hij de zevende etappe in de Ronde van Turkije, hoewel hij in de laatste bocht op één kilometer van de finish ten val was gekomen. Hij groeide echter vooral uit tot knecht in de klassiekers. Af en toe gaat hij ook zijn eigen kans zo won hij in 2014 de Châteauroux Classic de l’Indre, en de Ronde van Zeeland Seaports in 2015.
In de Ronde van Italië startte Keisse in 2015 voor het 3de jaar op rij. Zijn ploeg kende veel uitvallers en viel in deze ronde tegen. Keisse maakte dit toch nog gedeeltelijk goed door de slotrit te winnen. Op 30 km van de streep trok hij samen met Luke Durbridge ten aanval. Ze hielden verrassend stand, en na wat gepoker werd de strijd in een spurt beslecht. Keisse won en boekte zo de mooiste zege op de weg uit zijn carrière.
Aan de zijde van Elia Viviani heeft Iljo Keisse in november 2018 zijn zevende zesdaagse in Gent gewonnen. Daarmee komt hij naast Danny Clark te staan. “Dat is natuurlijk een hele eer. Hij was toch één van de beste pistiers van zijn tijd. En ik heb de ambitie om dat record nog te verbreken. Ik wil hier nog wel eens starten. Dit is echt mijn thuis. Ik heb vorig jaar mijn kas zitten opvreten toen ik hier als toeschouwer in de tribunes moest zitten door mijn blessure. Ik hou aan deze zege dan ook een echt heerlijk gevoel over. Dit natuurlijk met dank aan mijn teamgenoot Elia Viviani die deze keer naar Gent was afgezakt met de intentie om te winnen,” aldus Keisse, die hiermee in herinnering bracht dat enkele jaren geleden Viviani reeds aan zijn zijde had deelgenomen, maar toen kwam hij onvoldoende voorbereid in het strijdperk.
Daarna won hij met Jasper De Buyst de Zesdaagse van Bremen gewonnen. Keisse en De Buyst wonnen niet alleen op punten (295), in de afsluitende ploegkoers zetten ze de concurrentie ook op één of meer ronden. De Deen Marc Hester en Duitser Theo Reinhardt (233 punten) werden op één ronde tweede, Consonni en Marguet (292 ptn) op twee ronden derde. Voor de 36-jarige Keisse is het de derde triomf in de Noord-Duitse stad. In 2008 won hij de zijde van de Duitser Robert Bartko, in 2017 met de Duitser Marcel Kalz. [Wikipedia]

Lees verder “Iljo Keisse doet stommiteit”