Tessy Moerenhout (1952-2011)

Tessy Moerenhout (1952-2011)

Actrice Tessy Moerenhout zou vandaag 65 geworden zijn, mocht ze niet reeds op 59-jarige leeftijd overleden zijn aan borstkanker. Ik heb Tessy tamelijk goed gekend, vooral in de jaren tachtig toen ik het Mechels Miniatuur Theater, waaraan zij verbonden was, onveilig maakte. Toegegeven, ik deed dat vooral omwille van Nora Tilley, maar Tessy was toch ook vaak in de buurt. Ik herinner me vooral die avond samen met mijn vriend Luc Carnier als we ons in de drank hebben gestort, met naast Nora en Tessy, ook nog Dirk Stuer, de toenmalige vrijer van Tessy.
Lees verder “Tessy Moerenhout (1952-2011)”

Mandus De Vos (1935-1996)

Mandus De Vos (1935-1996)

Morgen zal het al twintig jaar geleden zijn dat Mandus De Vos is overleden aan een hartaanval. Hij is uiteraard vooral bekend als Bonaventuur Verastenoven uit “De Collega’s” (op bovenstaande foto, tweede van rechts) en hij speelde als dusdanig uiteraard mee in de film “De Collega’s maken de brug“, maar heeft binnen het kader van het Mechels Miniatuur Theater nog wel meerdere glansrollen gespeeld, zoals in “Dokters” van Rolf Hochhuth, “De brave soldaat Schweik“, “Een vacht voor de winter” en “Er valt een traan op de tompoes” van Annie M.G.Schmidt.
Lees verder “Mandus De Vos (1935-1996)”

Georges Feydeau (1862-1921)

51DMZM7CH4LVandaag is het 150 jaar geleden dat de Franse toneelauteur Georges Feydeau werd geboren. Hij debuteerde in 1882 met “Par la fenêtre”, het eerste van een tiental monologen voor zichzelf of andere bekende acteurs, maar pas in 1886 was er “Tailleur pour Dames”, het eerste échte stuk van zijn hand. Het is een groot succes zodat hij zijn loopbaan als acteur ruilt voor één als auteur. (Pikant detail: in die tijd waren vele kledingzaken eigenlijk “façades” voor bordelen.) In 1892 volgen “Monsieur Chasse” (Mijnheer gaat op jacht) en “Champignol tegen wil en dank”. In 1907 is er nog “La puce à l’oreille” (Een vlo in het oor) en “Het Laxeermiddel”. Een jaar later volgt “Occupe-toi d’Amélie” (Een oogje op Amélie). In 1921 is Feydeau gestorven aan syfilis.
In de jaren tachtig van vorige eeuw was het op een bepaald moment mode om tragedies als komedies te spelen en omgekeerd. Dat gebeurde ook met het werk van Feydeau, o.a. door de Mannen van de Dam. Hierbij mijn recensie van het stuk “Het Laxeermiddel”, verschenen in De Rode Vaan nr.16 van 1981.
Lees verder “Georges Feydeau (1862-1921)”

Van de goede soort

Vorig jaar schreven we reeds met veel lof over het tienerstuk « Pas maar op… of anders » dat Luk De Koninck, Jakob Beks en Brie Leloup onder de leiding van André Vermaerke (Speeltheater) hadden opgezet. Voor de nieuwste productie, « Soort zoekt soort », vinden we dezelfde namen terug, alleen is er als actrice nog Arlette Weygers bijgekomen. En dat was ook wel noodzakelijk, want deze keer wordt er geen « rechtlijnig » stuk opgezet, maar een in elkaar grijpen van verschillende taferelen die alle iets met vakantie en paarvorming (soort zoekt soort, weetjewel) te maken hebben. Vierentwintig personages passeren de revue en het is voor de acteurs dan ook « travakken » geblazen…
Lees verder “Van de goede soort”

“Hoogtevrees”: laagten nog wegwerken

De derde tienerproductie (12-16 j.) van het Gentse Speeltheater wijkt enigszins af van de twee vorige (« Pas maar op » en « Soort zoekt soort »). Niet zozeer omdat er voor het eerst een andere cast is (want het blijft de verhouding tussen twee jongens-één meisje en Erik Kerremans inspireert zich soms hinderlijk op de natuurlijk onvervangbare Luk De Koninck), maar omdat de realiteit hier wordt ingeruild door de fantasie.
Iedere tiener droomt ervan ooit eens een ster te worden (tiens, waar heb ik dat nog gelezen ?), maar voor Veerle De Pauw (Els Olaerts) wordt die droom ook waarheid — omdat het toneel is natuurlijk en dat beseffen de (jeugdige) toeschouwers maar al te best.
Lees verder ““Hoogtevrees”: laagten nog wegwerken”

Vinger in de pap

In « Een vinger in de pap » (10-9) werd er bij de aanvang van « het nieuwe seizoen » gehandeld over beginnende popgroepen. Zowel voor wie het enkel als een hobby beschouwt, als voor diegene die er later hun beroep van wensen te maken (in die hoedanigheid was tussen het jonge volkje trouwens Johan Verminnen aanwezig). Er werden interessante discussiepunten aangeraakt (de relatie vriendschap-muzikale bekwaamheid en/of interesse b.v.) en nuttige informatie verstrekt (over de rol van de platenfirma’s, de — zeer hoge — kosten van het materiaal enz.), dat alles in een ongedwongen, gezellige sfeer. Zo ongedwongen dat bepaalde onverlaten zich vrijuit in hun streektaaltje lieten gaan. Dit was het enige kleine smetje op deze uitzending, die zoals alle andere in deze reeks op een behoorlijk peil stond. (De Rode Vaan nr.38 van 1981)
Lees verder “Vinger in de pap”

Opgepast staat netjes

Er zijn twee jeugdtheaters in Gent waar wij een boontje voor hebben : het Speeltheater en Stekelbees (er zijn er meer maar laten we het hier nu bij houden) en beiden hebben redenen tot juichen. Laten we dus ook onze stem verheffen in het huldekoor, zij het gedempt want de alomgekende subsidiepolitiek van deze regering zou hier en daar misschien nog wel een stokje kunnen voor steken.
Voor z’n vierde seizoen kan het Speeltheater van Eva Bal misschien eindelijk een beroep doen op een eigen zaal. De ASLK heelt immers aan de Dendermondsesteenweg te Sint-Amandsberg een in onbruik geraakte bioscoopzaal aangekocht, die tot een theater zal worden verbouwd. En er wordt aan het Speeltheater gedacht voor wat de exploitatie ervan betreft.
Naast dramalessen voor kinderen en tieners en spelavonden voor volwassenen zal men daar dan ook kunnen kennismaken met het nieuwe, repertoire van het Speeltheater. Dat bestaat enerzijds uit verlengingen zoals “Neusjes” dat we pas onlangs hebben besproken en anderzijds uit nieuwe producties als “Reinaert de Vos” en « Tot we kwaad worden », die pas in het najaar in première zullen gaan.
Het stuk voor tieners “Pas maar op… of anders” loopt nog tot januari ’82. In februari zou het dan moeten worden opgevoIgd door een andere tienerproductie… Als de financies dit toelaten.
Regisseur André Vermaerke heeft voor dit stuk immers een beroep gedaan op drie uitstekende free lance-acteurs, Luk De Koninck. Jakob Beks en Brie Leloup en het is dus niet zeker dat deze mensen ook voor een volgend project beschikbaar zijn.
Er wordt wel eens gezegd dat de leeftijdsgroep van de prille tieners (12-16 jaar) het meest in de kou blijft staan in het theater. Te oud voor de sprookjes van Taptoe of de fratsen van Stekelbees, te jong voor Hamlet of Oh Calcutta. Gelukkig is een en ander nu wel ten goede aan het keren. Naast het Speeltheater hebben b.v. ook Theater Poëzien en Symptoom aangepaste producties op het getouw gezet.
Aan Symptoom komt overigens de verdienste toe de jongeren zelf aan het werk te zetten. Met een resultaat waar we reeds een behoorlijk eurofisch artikeltje hebben aan gewijd en waar we na afloop van “Pas maar op…” nog méér in gingen geloven. Wat die jongeren presteerden kon immers –
alle verhoudingen in acht genomen – naast de nochtans uitstekende vertolking van drie rasacteurs worden gelegd.
Natuurlijk zijn er vaktechnische kneepjes die voor amateurs niet zijn weggelegd. Met zijn “veroveringsscène” verovert Luk De Koninck b.v. niet enkel het hart van Brie, maar ook dat van alle toeschouwers.
Omdat we weer erg kort moeten zijn, beperken we ons tot nog twee opmerkingen : André Vermaerke verdient alle lof voor z’n regie, al kwam de inleiding met het directe contact met het publiek, in het Arenatheater niet zo goed over omdat (alweer) vooral volwassenen op een jongerenproductie afgekomen waren. Dat pedagogische aspect is trouwens een tweede element van lof. Bij de productie is immers een zeer goede werkmap gevoegd. En uit eigen ervaring weten we dat als er één ding is dat de schoolgaande jeugd liever doet dan toneel kijken, dan is het zelf spelen. Dus…

Referentie
Ronny De Schepper, Opgepast staat netjes, De Rode Vaan nr.22 van 1981

Verschrikkelijk verstandig

Frank Jacobs was in “De Rode Vaan” wel erg enthousiast over de voorstelling van “De Kikeri-kisten” (ook over de kinderliedjes die Raymond voor deze voorstelling schreef), maar Raymond zelf zal daar wel een andere mening over hebben, want dit vind je nooit terug in één of andere biografie. Dat in tegenstelling tot “Verschrikkelijk verstandig” dat hij in 1978 in de Beursschouwburg heeft gespeeld. Naast Raymond speelt hier ook trouwe miljonair Mich Verbelen mee. Zelf heb ik dan toch nog een soort van première meegemaakt. Marleen Merckx had immers haar voet gebroken, zodat Katia De Leeuw na amper twee repetities dit stuk van Marc Didden naar de Franse absurdist Roger Vitrac (“Victor ou les enfants au pouvoir”) opnieuw lanceerde. Het mirakel is echter niet gebeurd. Hoezeer we Katia’s inspanning ook waarderen, het was duidelijk dat ze nog niet “ingespeeld” was.
Dat waren de anderen blijkbaar reeds wel, want afgaande op deze voorstelling, kunnen wij de vernietigende perscommentaren over de première zeker niet bijtreden. Raymond van het Groenewoud was (zoals gewoonlijk) zeer goed als RVHG, iets minder toch als Viktor Vandezande, het “verschrikkelijk verstandige” kind, dat bij zijn negende verjaardag het beu is een kind te zijn. Hij heeft trouwens ook de wereld van de volwassenen door. Hij vindt iedereen verschrikkelijk dom. Vandaar natuurlijk dat hij met heel zijn omgeving in botsing komt.
Marc Didden: “De Victor in mijn stuk is echt niet verschrikkelijk verstandig, maar het wordt hem wel gezegd. Hij is geen klein genie, geen kleine Hitler maar een vervelende aap die meer nadenkt dan kinderen van zijn leeftijd en daardoor voor is op hen. Hij kan maar wil niet volgen.”
Marc Didden noemt het Misvormingstheater: “De speelstijl is een soort veredeld realisme. Ik wil voorstellingen maken die op z’n minst onderhoudend zijn. Mensen vervelen is het ergste wat je kunt doen. Ik wil theater maken dat op zijn best feestelijk is, heerlijk vals. Ik wil de mensen niet leren hoe ze moeten leven. Ik wil ze op een zinnige manier entertainen en storen.”
De andere acteurs dreven op het peil dat men van hen kon verwachten, d.w.z. voor de neofieten nog onzeker, voor Luk de Koninck grote klasse. Als regisseur vroeg Marc Didden krediet voor dit eerste werkstuk. Hij krijgt het van mij, ondanks een gekunsteld begin en een onhandig slot dat eigenlijk een domper op het geheel zet.