Mechels Miniatuur Theater

Op 1 december 1956 brachten zij hun eerste voorstelling van « De verdwaalde plant » van Piet Sterckx in hun zelf ingericht zaaltje « Huize Hemelrijk » met slechts 50 stoelen. Dit stuk was geschreven op vraag van (en dus ook gecreëerd door) het Nederlands Kamertoneel uit Antwerpen (in 1953 gesticht door Tone Brulin). Het ontstaan van het MMT valt dus te situeren in de opkomst van de kamertoneelbeweging in de jaren vijftig in Vlaanderen. Bij de initiatiefnemers treffen we namen aan als Luc Philips en Franz Marijnen. Het was inderdaad een geestdriftige groep jongelui, afgestudeerden aan het plaatselijke conservatorium, die in de jaren vijftig de hoofden bij elkaar staken en besloten onder impuls van hun leraar Luc Philips een eigen gezelschap op te richten. Het Mechels Miniatuur Theater werd geboren. Jan Reusens werd de eerste directeur.
In het seizoen 1967-68 bracht deze laatste een voorstelling van “Saved” van Edward Bond (met muziek van Zjef Vanuytsel!), dat pas in november 1965 in het Londense Royal Court Theatre in première was gegaan. Dit sociaal-realistische stuk over kansarme jongeren bevat onder meer de beruchte scène waarin straatjongens een baby in een kinderwagen met stenen bekogelen. “Die scène,” vertelt Jaak Van Assche van het MMT, die in een regie van Franz Marijnen de Vlaamse versie van dit stuk voor zijn rekening nam, “symboliseerde abortus. Maar natuurlijk, de meeste mensen wilden dat soort symboliek maar niet inzien, voor hen was het bot geweld en daarmee uit.” (Humo 19/12/2000)
Daarnaast veroorzaakte ook het gebruik van het dialect op het toneel een waar schandaal. Nochtans hadden de makers in het programmaboekje een uitgebreide “verantwoording” voorzien: “Een aanvaardbare vertaling brengen van Edward Bond’s ‘Gered’ geschreven in Zuid-Londens dialect, vol primitieve humor, summier verwoorde gevoelsuitingen en understatements, is geen gemakkelijke opgave. Aan een versie in dialect, van twee kwalen de minst erge, hebben wij de voorkeur gegeven. De nadelen van een omzetting in algemeen Nederlands leken ons groter dan die van een vertaling in dialect. Wij geven grif toe dat de vergelijking tussen een bepaald Londens arbeidersmilieu en b.v. het Mechelse slechts ten dele opgaat. Daar komt nog bij dat het gebruik van het Mechelse dialect automatisch een gevoelssfeer oproept die reeds gevoelig van b.v. de Antwerpse, dus zeker van de Londense verschilt. In een algemeen-Nederlandse vertaling blijven deze tekorten nochtans even aanzienlijk, en zou de natuurlijke en directe zeggingskracht van de oorspronkelijke dialoog in grote mate verloren zijn gegaan. Edward Bond heeft het taalgebruik van de personages in zijn stuk opgevat als een scenisch uitdrukkingsmiddel van hetzelfde vitale belang als houding, mimiek of decor. Door de keuze van het dialect wordt bij de acteurs elk afglijden naar een theatrale of geforceerd-mooie zegging voorkomen, en blijft de tekst wat hij in wezen rnoet zijn: een middel, en geen doel. In een algemeen-Nederlandse versie hadden wij van deze mogelijkheden moeten afzien. Wij zijn er daarom van overtuigd, door de keuze van de dialectvorm, de opvatting van de auteur het dichtst te hebben benaderd.”
Het semi-professionele groepje groeide snel aan met jonge theatermensen die hun toneellessen in praktijk wilden omzetten of die het MMT als springplank wilden gebruiken naar een verdere carrière. Reeds na enkele jaren moest men zo de diensten missen van verscheidene goede elementen waaronder Jan Reussens en Luc Philips. Toen werd Alice Toen directrice.
Er volgde een zware periode. De toelagen waren ontoereikend en de inkomsten van een theatertje met 50 zitplaatsen veel te laag voor de hoge eisen die het gezelschap stelde. Om zich als volwaardig beroepstheater te doen aanvaarden werd er kwalitatief sterk toneel gebracht, beroepsmensen aangeworven… maar de officiële instanties pikten niet in. Onder het directeurschap van de vastberaden Frans Dijck hield het MMT ondanks de zware financiële moeilijkheden, trots het hoofd boven water. In 1970 trok men naar een grotere speelruimte in de Molenstraat. Dit zaaltje met 100 zitplaatsen was eigenlijk nog een nalatenschap van Franz Marijnen met zijn « camera obscura ».
In het toneelseizoen dat daarop volgde werd de beslissende stap gezet naar een beroepsgezelschap. Er volgde een overdracht van de directie aan de jonge generatie. Manu Verreth werd directeur met Tuur De Weert, Mandus De Vos, Frans Dijck, Jaak Van Assche en René Verreth als directieleden. De weg naar het succes stond nu definitief open. Het Spelersaantal moest worden verdubbeld om aan de grote vraag voor reisvoorstellingen te kunnen voldoen. Het zaaltje in de Molenstraat werd vlug veel te klein. Dit nieuwe centrum zou op de eerste plaats de kunstenaar dichter bij het volk moeten brengen. Naast het MMT-repertoire zou de zaal kunnen worden afgehuurd voor film-, dia-, cabaret-, kleinkunst- en voordrachtavonden. In september 1974 werd de nieuwe zaal officieel geopend met de wereldcreatie « De Bende van Jan De Lichte » van Pieter de Prins.
In de producties die volgden werd duidelijk « de mens » centraal gesteld. Door een bewuste stukkenkeuze en talrijke creaties wil het MMT een spiegel zijn van de maatschappij. Dat was ook het geval in 1972 met “Het machtig reservoir” van Peter Terson, dat René Verreth en Mandus De Vos met veel succes doorheen het hele taalgebied opvoeren.
Het MMT ging verder in die richting, toen zij in het seizoen 1977-78 uitpakten met “De collega’s” van Jan Matterne. De rest is geschiedenis, zoals men dan zegt…
Dialect tegenover “stadhuistaal” staat ook centraal in “De collega’s” van Jan Matterne. Dat seizoen stonden ook nog “De eerste” van Israël Horovitz, “Dood en verrijzenis van meneerke Rochtus” van Thomas Kilroy, “Zalig Hoogtij” naar een idee van Fons Janssen en Herman Hafkamp, “Jef” van Martine Berks en “Esmoreit” in een hertaling van Rafaël Vandermeerschen geprogrammeerd, maar geen kat die daar nog over spreekt.
In november 1978 bracht het MMT dan opnieuw een dialoog van Peter Terson (“Jean-Claude en zijn camping”). Deze keer krijgt René Verreth Sien Diels als partner.
Het eerste stuk dat ik er bijwoonde, was “Zwart en Wit” van Gerard Walschap.
Tijdens het eerste speelseizoen in hun nieuwe zaal aan de Mechelse Hanswijkstraat (1982), bracht het Mechels Miniatuur Theater “Een vacht voor de winter” van Claude Rich. Nog in 1982 was er “Les trois Jeanne”, gevolgd door “Pa”.
Nu de nieuwe grote zaal reeds volop is ingeburgerd als dé zaal van het MMT, kan het kleine zaaltje (dat daar vlakbij ligt, respectievelijk in de Hanswijkstraat en de Oude Brusselstraat, zodat vergissingen haast uitgesloten zijn) aangewend worden voor producties die speciaal op het « intieme » karakter daarvan zijn afgestemd. Volgend seizoen zijn zo twee stukken voorzien die beide om vrouwenproblemen handelen en slechts twee acteurs op scène brengen. In « Twee vrouwen » van Rudy Geldhof zijn dat Heddie Suls en Agnes De Nul en in « Rita op school » van Willy Russell speelt Nora Tilley een kapstertje dat in haar streven naar ontplooiing geconfronteerd wordt met Tuur De Weert, een geitenwollensokkenprofessor. De regie is tweemaal in handen van Jaak Van Assche. Onnodig te zeggen dat wij met belangstelling naar deze twee producties uitkijken.
Daarna volgde het volstrekte tegendeel van dit intimistische stuk: een opgeblazen karikatuur over het onderwijs van de hand van Walter Van den Broeck, “Het kind van de rekening“. Maar ook het daaropvolgende “Echo’s” slaagde er ondanks opnieuw een tweemansbezetting niet in om een stuk intimiteit te creëren.
In de grote zaal beg0n men op 3 september meteen met een « kroonstuk » : « Dokteressen » van Rolf Hochhuth, een stuk over de « witte maffia ». Daarna was er “Hedda Gabler” van Ibsen.
Daarnaast stonden nog twee merkwaardige producties op het programma : « De Trojka » van Victor Haim en « Verdwenen kinderen » van Gie Laenen. Van de voorstelling van beide werden we niet veel wijzer, maar dat belet niet dat we vooral de laatste nauwgezet in de gaten houden. Het seizoen wordt dan afgesloten met een groots opgezette samenwerking met het Mechelse Stadspoppentheater in een montage van « De lotgevallen van soldaat Schweik » met als gastregisseur Jan Dvorak.
In 1984 was er de komedie “In en uit” en het pakkende “Agnes & God“.
In 1986 hervatten dezelfde drie Jeannes, Agnes De Nul, Tessy Moerenhout en Nora Tilley de strijd in de productie «Zie je nog niks komen, Jeanne ?», net als in 1982 in een regie van Jos Van Gorp.
Nog in 1986 gaf het MMT een lustrumboek uit. Het is immers geweten : een theater dat zichzelf respecteert en dat het geluk heeft een paar decennia vol te kunnen maken, wil wel eens met een luxueus lustrumboek uitpakken. Het MMT maakt hierop geen uitzondering.
In een bijzonder lijvig en goed verzorgd boekwerk pakt men uit met een boel informatie, zowel bruikbaar voor de MMT-getrouwen als voor de theaterliefhebbers in het algemeen.
De samenstellers beperken zich niet tot een overzicht van de dertig speelseizoenen of een hulde aan oude glorieën, de lezer wordt eveneens geconfronteerd met beschouwende redactionele stukjes, die het niveau van « wat was het toch goed die dertig jaar » overstijgen. Al was het in het geval van het MMT wel te voorzien dat de auteurs er niet voor terugschrikken de theaterrecensenten een veeg uit de pan te geven. Andere bijdragen behandelen dan weer het fenomeen « De Collega’s » of een productieproces, van de tekst tot de voorstelling.
Fanatici van cijfers en statistieken komen in dit werk ruimschoots aan hun trekken met een uitgebreide bijlage tabellen over aantal voorstellingen, toeschouwers, inkomsten- en uitgavengrafieken en dies meer. Geen paniek echter, dreigende saaiheid krijgt geen kans door het gebruik van niet minder van 300 foto’s en een bijzonder luchtige lay-out.
Toch bleef het MMT op zijn manier altijd een theater dat erg politiek geëngageerd is. Uiteraard is het geen links theater, want de jaren zestig en zeventig liggen achter de rug en politiek geëngageerd is dus niet noodzakelijk meer synoniem met links of progressief. Nee, dat de Verreth-broertjes fervente CVP’ers zijn, dat is al geweten. Jaak Van Assche zet zich nogal in op lokaal vlak en doet dat onder VU-vlag, wat overigens tot een conflict leidde met zijn spitsbroeder Mandus De Vos toen die in 1994 van VU naar CVP overstapte. Persverantwoordelijke Hilde Neven van haar kant stond op de SP-lijst.
Toen een jaar eerder de nieuwe adviesraden voor het eerst werden gesplitst over “Nederlandstalige dramatische kunst, kunstencentra, muziektheater en dans” en met een eerste advies uitpakten, was het al meteen prijs: zo moesten het KJT en het MMT ongeveer de helft van hun subsidie inleveren, ondanks het feit dat de resp. directeurs, Walter Merhottein en Manu Verreth, voor de CVP nog steeds deel uitmaken van de Raad (de derde CVP’er is Staf Pelckmans, de afgevaardigde van FeVECC, de federatie van de Culturele Centra). Reactie bij het MMT: daar ontsloeg direkteur Manu Verreth eerst zes acteurs (om de zeven miljoen subsidievermindering op te vangen) maar later werd het contract van Lieve Cools, Nicky Langley, Jan Lauwers, Kris De Volder, Elke De Roeck en Karin Palstermans toch maar opnieuw verlengd.
Op het einde van het seizoen 1997-98 werd Manu Verreth vervangen door Guido Wevers, die in het seizoen daarvóór bij het MMT reeds “Het uur waarop wij niets van elkaar wisten” van Peter Handke had geregisseerd. Wevers wilde, zonder expliciet politiek theater te gaan brengen, het theater op het maatschappelijk gebeuren betrekken. Daarmee zat hij blijkbaar wel op de lijn die de gebroeders Verreth hebben uitgestippeld.
Niet veel later kreeg het MMT echter een nieuwe naam, ’t Arsenaal, en meteen ook een nieuwe directeur: Michael De Cock.

Ronny De Schepper
(met dank aan Frans Redant)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.