Het hoekje van Opa Adhemar (40)

Het hoekje van Opa Adhemar (40)

In ‘De idioot’ laat Dostojevski een personage poneren: “Ongeloof in de duivel is een Frans idee, een lichtzinnig idee. Weet u wel wie de duivel is? Weet u welke zijn naam is? En hoewel u zijn naam niet eens kent lacht u toch over zijn vorm, in navolging van Voltaire, over zijn hoeven, staart en hoorns, die door uzelf verzonnen zijn; want de onzuivere geest is een grootse en dreigende geest, hij heeft geen hoeven en hoorns, die zijn er door u bij verzonnen.” Zijn naam niet kennen? Hij heeft er zovele… Satan, Beëlzebub, Lucifer, Mefistofeles, Abaddon, de Antichrist, de Demon, Iblis, Shaitan, Belial, Krampus…

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (40)”

Jeroen Brouwers wordt tachtig…

Jeroen Brouwers wordt tachtig…

Pas in 2008 heb ik voor het eerst een boek van Jeroen Brouwers gelezen. Waarom dat zo lang heeft geduurd, kunt u hieronder lezen, maar het lezen van het boek zelf, met name “Geheime kamers”, toch een boek van bijna vijfhonderd pagina’s, is verbazend snel gegaan. Vooral in vergelijking met die knoert van een “Salammbô”, waar ik me juist had door geploegd (nu gebruik ikzelf eens een tangconstructie, voor meer uitleg, zie alweer hieronder). Zoals gewoonlijk vertrek ik van Wikipedia, waarin ik dan mijn eigen bedenksels verweef, gevolgd door een recensie van Johan de Belie uit 1987.

Lees verder “Jeroen Brouwers wordt tachtig…”

45 jaar geleden: “Twice upon a time”

45 jaar geleden: “Twice upon a time”

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat ik een brief mocht ontvangen van Louis Paul Boon. Samen met Johan de Belie had ik immers een roman geschreven onder de titel “Twice upon a time” (wellicht ging het al verkeerd bij de titel), waarvoor we tevergeefs een uitgever hebben trachten te vinden. We hebben zelfs getracht de zegen van Louis Paul Boon te bekomen (zie brief hiernaast), maar allemaal zoals gezegd tevergeefs. De enige die de moeite heeft genomen om een uitgebreide kritiek te schrijven is wijlen Leo Geerts.

Lees verder “45 jaar geleden: “Twice upon a time””

Het hoekje van Opa Adhemar (39)

Het hoekje van Opa Adhemar (39)

Ik had het mezelf nochtans beloofd, geen woord hierover. Maar toen ik het voor de 19.997ste keer hoorde vanochtend bleek de maat vol, de beker liep over. Het was 10u17, bij de Madammen op Radio 2. Ik voel u denken ‘hoe weet je dat zo nauwkeurig?’. Heel eenvoudig, telkens ik dat vervloekte woord C hoorde zette ik een streepje. Een mens moet zich met iets bezig houden wanneer ander vertier verboden wordt.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (39)”

Het hoekje van Opa Adhemar (38)

Het hoekje van Opa Adhemar (38)

Het ligt voor de hand dat u mij niet kent. Een zo onbeduidend wezen, een zo nietig figuur. Indien ik nog slechts mijn uiterlijk aanschouw, om te jammeren en te weeën. Kijk, vier wanstaltige poten die dit schrale lijf moeten dragen. Een lichaam dat zich waagt te ‘tooien’ met een vuilgrijze vacht, dof en stoffig – van een troosteloosheid om depressief bij te worden na een eerste blik. Nee dan al die mij omringende kleuren en tinten! Mijn hoofd, wat een trieste snuit. Bovenop bekroond met twee veel te grote nutteloze oren die of idioot rechtop staan alsof ik hen fier aan de wereld wil tonen (was het maar waar!) of slap neerhangen en mij definitief buitenspel zetten: deze jongen staat aan de rand van de afgrond, de depressie druipt van zijn oren…

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (38)”

“Maar niemand spaart kartonnen dozen…”

“Maar niemand spaart kartonnen dozen…”

Vandaag is het vijftig jaar geleden dat Tom Lanoye zijn plechtige communie deed. Daarvan getuigt onderstaande foto van een zekere A. Tom moest toen nog twaalf worden, want hij is pas op 27 augustus 1958 geboren (zie bovenstaande foto). Bij het verschijnen van “Kartonnen dozen” in 1991 schreef Johan de Belie onderstaand stuk in Het Vrije Waasland.
Lees verder ““Maar niemand spaart kartonnen dozen…””