45 jaar geleden: “Twice upon a time”

45 jaar geleden: “Twice upon a time”

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat ik een brief mocht ontvangen van Louis Paul Boon. Samen met Johan de Belie had ik immers een roman geschreven onder de titel “Twice upon a time” (wellicht ging het al verkeerd bij de titel), waarvoor we tevergeefs een uitgever hebben trachten te vinden. We hebben zelfs getracht de zegen van Louis Paul Boon te bekomen (zie brief hiernaast), maar allemaal zoals gezegd tevergeefs. De enige die de moeite heeft genomen om een uitgebreide kritiek te schrijven is wijlen Leo Geerts.

Lees verder “45 jaar geleden: “Twice upon a time””

Verhalen van Johan de Belie (6)

Verhalen van Johan de Belie (6)

Morgen zal het precies vijftien jaar geleden zijn dat ik in het oude spoorwegstation van Sinaai een bezoek heb gebracht aan een tentoonstelling van miniatuurtreintjes. Het was een vaste tentoonstelling, dus ik denk dat deze nog altijd toegankelijk is. Voor wie alvast in de stemming wil komen, breng ik nog even het verhaal “Nachttreinen” van Johan de Belie in herinnering. Johan is van Belsele, vlakbij Sinaai en misschien heeft hij ook wel een bezoek gebracht aan dit wonderlijke universum, waarin wij ons allemaal opnieuw kind voelen en met heimwee terugdenken aan lange treinreizen die we ooit hebben mogen maken…
Lees verder “Verhalen van Johan de Belie (6)”

Hoe Herman zichzelf ontdekte

Hoe Herman zichzelf ontdekte

Ik zet hier nu wel een illustratie bij van het boek “Herman Brusselmans in de knoei”, maar eigenlijk zou het “Ronny De Schepper in de knoei” moeten zijn. Vandaag is het immers precies twintig jaar geleden dat de Nederlandse Playboy onderstaande tekst (zij het in een vroegere, kortere versie) wilde publiceren omdat ze dachten dat-ie van de hand van Herman Brusselmans was. Toen echter bleek dat dit niet zo was, waren ze ineens niet meer geïnteresseerd. Toch wil ik nog eens duidelijk beklemtonen dat noch de geïnterviewde, noch ikzelf bij het “bedenken” van de naam Herman aan Brusselmans heeft gedacht en dat wij dus ook hoegenaamd niet op een naamsverwisseling uit waren. Nee, Herman, “her man”, leek ons wel een toepasselijke naam voor iemand die onderdanige neigingen heeft. Deze tekst is overigens op een zeer merkwaardige manier tot stand gekomen. Ik was mr.X immers voor iets helemaal anders gaan interviewen toen die zich op een bepaald moment liet ontvallen dat zijn meest erotische ervaring een reusachtige (vooral in de breedte) negerin was die voor een etalage in de fameuze Aarschotstraat in Brussel pronkte tussen een panoplie van zwepen en andere marteltuigen. “Herman”, zoals ik hem dus later besloot te noemen, durfde echter niet binnen te gaan omdat hij destijds vaak tussen twee kantoren moest pendelen en de Aarschotstraat de kortste verbinding tussen de twee was. Ook tal van collega’s van hem passeerden daar dus en hij was natuurlijk bang dat hij zou “gespot” worden. Bovendien was hij ook bang van de situatie zelf. De Aarschotstraat heeft immers allesbehalve een goede reputatie en als je daar dus gebonden en geblinddoekt werd, kon er ondertussen vanalles gebeuren. En tenslotte was hij ook bang van de negerin zelf. Maar juist die schrik was er dus mede oorzaak van dat dit voor hem de meest opwindende ervaring uit zijn leven was. “SM is de haute cuisine van de erotiek,” was zijn adagium. Dat bracht ons op volgend gesprek, dat ik echter niet in de saaie interviewvorm heb weergegeven, maar waarvan ik een heus verhaal heb gemaakt…
Lees verder “Hoe Herman zichzelf ontdekte”

Veertig jaar geleden: brief van Leo Geerts

Veertig jaar geleden: brief van Leo Geerts

Veertig jaar geleden schreef ik samen met Johan de Belie een roman “Twice upon a time“, waarvoor we tevergeefs getracht hebben een uitgever te zoeken. Daarom schreven we ook mensen aan waarvan we dachten dat zij ons zouden kunnen steunen. Een bekend criticus in die tijd was de Antwerpenaar Leo Geerts (1935-1991). Op Wikipedia lees ik over hem het volgende: “Bij Geerts resulteerde het schrijven van een recensie of het opstellen van een uitgebreid portret van een auteur vaak in een uitvoerige briefwisseling. Samen met zijn gehele literaire nalatenschap bevindt deze correspondentie zich in het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen. Uit deze omvangrijke correspondentie selecteerden de erven enkele brieven aan auteurs, aan debutanten, aan redacties, of aan wie hem om informatie vroeg. Dit werd het boek Brieven van Leo Geerts, mentor.” Ik heb het boek zelf nog niet gelezen, maar mogelijkerwijs staat daar dus ook onderstaande brief in…
Lees verder “Veertig jaar geleden: brief van Leo Geerts”

45 jaar geleden: naar school gaan op zaterdag wordt afgeschaft

23 Hectors, Riebbels & HielVandaag vieren we een merkwaardige verjaardag. Het is vandaag immers 45 jaar geleden dat naar school gaan op zaterdag werd afgeschaft. Daarmee realiseer ik mij pas nu dat ik heel mijn jonge leven op zaterdag naar school ben geweest! Een paar anekdotes uit mijn schooltijd heb ik destijds voor het jongerenblad de Sloebergazet (het maandblad van de Pionierkes) samengebracht voor een artikel met als titel “Sloeber op school”…
Lees verder “45 jaar geleden: naar school gaan op zaterdag wordt afgeschaft”

Verhalen van Johan de Belie (3)

01

Achter de art nouveau-gevel

“Het verleden van een reiziger verandert met de weg die hij aflegt, en ik bedoel nu niet het nabije verleden waaraan elke dag die voorbijgaat weer een dag toevoegt, maar het verste verleden. Bij aankomst in iedere nieuwe stad vindt de reiziger iets van zijn verleden terug waarvan hij niet meer wist dat hij het had: de vreemdheid van dat wat je niet meer bent of wat je niet meer bezit wacht je op het moment dat je vreemde en niet eerder bezeten plaatsen betreedt.” (Italo Calvino, uit ‘De onzichtbare steden’)
Lees verder “Verhalen van Johan de Belie (3)”

Verhalen van Johan de Belie (2)

02 sally-jane van hoorebeke

De ‘Red Lady from the Castle of Dover’

Reeds toen de treindeur achter me gesloten werd leek een paniek van maanden uit me weg te glijden. Gedurende de treinrit, terwijl ik trachtte me te concentreren op de zinnen van Dickens, nam het gevoel van depressie opnieuw toe. Maar uiteindelijk was er de zee, en even later stapte ik met mijn valies over de brede loopplank van de P&O ferry. Vanaf dit ogenblik kon ik slechts opgewonden zijn. Engeland lokte. Het woord ‘Dover’ resoneerde als een toverformule in mijn hoofd.
Lees verder “Verhalen van Johan de Belie (2)”

Verhalen van Johan de Belie (1)

01

Isolde

Een smalle streep zonlicht viel binnen in de opslagruimte toen Luc de poort open duwde. Langs de rechterzijde stonden decorstukken, zo te zien reeds sedert lang niet meer gebruikt. Hij liet de poort op een kier staan en stapte snel naar de tegenoverliggende deur. De gang was nog donker, Luc knipte het licht aan. Enkele seconden later was het helwit, de TL lampen waren genadeloos voor de gekalkte muur en de wit geverfde deuren van de loges. Op het eind van de gang ging Luc de gemeenschappelijke ruimte binnen, keuken, zitplaats, repetitielokaaltje, de plaats deed dienst voor alles. Hij gromde binnensmonds. Dat is het nadeel dat ik altijd zo stipt ben, ik ben steeds de pineut die koffie mag zetten. Maar de koffiezet had zijn werk nog maar half gedaan toen Bie en Paul reeds binnenkwamen.
Lees verder “Verhalen van Johan de Belie (1)”

Hermans erotische monoloog

Het verhaal “Hoe Herman zichzelf ontdekte” bestaat ook in monoloogvorm. Door het gebruik van de ik-vorm lijkt het nogal autobiografisch, maar het omgekeerde is dus waar: het verhaal kwam éérst. Die monoloogversie is enkel maar geschreven met het oog op een festival van erotische monologen in de Gentse Backstage. Ik kwam het eigenlijk slechts heel laat te weten en heb de aanpassing zodanig snel gemaakt (en nadien nooit meer ter hand genomen) dat ik denk dat er vast en zeker “fouten” zijn blijven staan. Het enige wat ik eigenlijk heb gedaan is de derde persoon vervangen door de eerste persoon and that’s it. Terwijl het herschrijven van een tekst naar een monoloog toch nog heel wat meer is dan dat!
Maar hoe ik me ook heb gehaast, ik kwam nog te laat met zijn tekst aandraven om te kunnen deelnemen aan het festival. Zelf had ik toen aan Bob De Moor gedacht om hem naar voren te brengen, maar als er iemand anders zich geroepen voelt, no problem. Ook het onderwerp van het verhaal, “Herman” dus, gaat hiermee akkoord.
Zoals gezegd heb ik later nooit meer naar de tekst omgekeken, ook niet toen ik nog enkele passages aan de oorspronkelijke tekst heb toegevoegd. Die zijn dus m.a.w. niet opgenomen in deze monoloog.
Lees verder “Hermans erotische monoloog”