Verbrande film

Een wekker loopt af. Een man draait zich om in bed. Hij krabt in zijn haar, onder zijn oksels, aan zijn tenen. Hij neemt een sigaret. Hij hoest zich verloren. Hij doet zijn broek aan. Hij gaat pissen. Hij neemt zijn boterhammen en zijn thermos koffie. Hij komt zijn vader tegen. Deze zegt iets over blote wijven. De zoon antwoordt “amai mijn kloten” of zoiets. Hij rijdt naar zijn werk met een wagen van het merk Ford (vijf minuten in beeld). Hij werkt op een werf. Hij loopt over de werf. Hij loopt nog over de werf. En nog. En nog…
Lees verder “Verbrande film”

“Heilige koeien” van Oliver Czeslik

“Heilige koeien” van Oliver Czeslik

Oliver Czeslik schreef “Heilige koeien”, althans onder die titel werd het opgevoerd door Arca in een regie van Sabine Reifer. Met Bert van Tichelen als Karl Klementi, een soort van linkse Jambers, die de vermetele moed heeft opgevat een “inside” reportage te maken over neo-nazi’s. Erik Burke is Gero von Wilfenstein, de leider van de neo-nazi’s, die hem ontmaskert en aan een dagenlange marteling onderwerpt met het vooruitzicht hem op de verjaardag van Hitler in Dresden te “offeren”. Tenslotte is er Ann Saelens als Ulrike, een sexy bedoelde maar eerder volslanke “collega” van Klementi, van de schrijvende pers weliswaar, die reeds enige tijd in het milieu is geïnfiltreerd. Als Ulrike wordt ontmaskerd, schijnt ze zich om haar vel te redden te “bekeren”. Ook Klementi komt op het einde tot het “inzicht” dat de neo-nazi net zo goed zijn “zoon” kan zijn. Een merkwaardig slot voor een voor de rest ook al totaal mislukte voorstelling, waarin plat realisme voor mislukt “théâtre de la cruauté” moet doorgaan.
Lees verder ““Heilige koeien” van Oliver Czeslik”

Het sacrament

Hugo Claus regisseerde in 1989 “Het sacrament” zelf. Carl Ridders is de labiele Claude, Frank Aendenboom de priester Deedee en verder zijn nog Jan Decleir, Hugo Van den Berghe, Chris Lomme, An De Donder, Brit Alen, Ann Petersen en Marc Didden te zien. Frédéric Devreese schreef de filmmuziek.
Robbe Dehert: “Ik zie ‘Basic instinct’ heel geire. Hugo Claus niet. Die vond de achtervolgingsscène ongeloofwaardig. Ik zeg: allé Hugo, in ‘Het sacrament’ moeten ze het personage van Roodkapke raden, terwijl iedereen in de zaal dat al na een halve minuut weet. En dan zit ge te zagen over een achtervolging in ‘Basic instinct’?” Misschien daarom dat Claus een cameo-rolletje weigerde in het vervolg op “Blueberry hill” van de Robbe. Frank Aendenboom oefent hierin nu een vetbetaalde politieke functie uit op het kabinet van een minister. Uiteindelijk werd dat dan Piet Balfoort, al was oorspronkelijk Hugo Claus gevraagd.
De wals uit “Het sacrament” is eigenlijk het songfestivallied voor Mireille Capelle. De BRT schreef voor de tekst een wedstrijd uit, maar Devreese had ondertussen zelf Hugo Claus aangesproken en weigerde met de winnaar van de wedstrijd scheep te gaan. Die tekst werd dan door Pieter Verlinden op muziek gezet en door Linda Lepomme vertolkt. Toen ze de laatste plaats behaalde, riep Claus uit: “Er bestaat tóch een god.” Zelf vond ik dat ten onrechte. Verlinden is zelf ook een degelijk filmcomponist en dit nummer had b.v. wat weg van het wondermooie “Zonder jou”, het themalied uit “Mira” dat Liesbeth List zingt op muziek van Georges Delerue en op tekst van… Hugo Claus.

De geruchten

In 1994 werden ook nog de verzamelde gedichten 1948‑1993 van Hugo Claus uitgegeven (De Bezige Bij, Amsterdam 1994). Daarin o.m.
“Kent gij het oei‑oei‑vogeltje,
Het heeft korte pootjes en het zegt oei‑oei
Omdat het over de vloer sleept met zijn klootjes.”

(Hugo Claus, fragment uit BRIEF)
Dat jaar sterft ook Herman de Coninck, terwijl hij met Claus de straten van Lissabon afschuimt. Claus wordt gelast het trieste nieuws door te bellen naar Kristien Hemmerechts, maar hij is daar echt niet goed in (Jan Decleir in Humo van 30/3/2004: “Hugo gaat nooit naar begrafenissen, maar hij zit in het café ertegenover.”) en na afloop van het telefoongesprek heeft Hemmerechts nog steeds niet door dat haar man dood is…
Begin 1995 kreeg Hugo Claus in Amsterdam officieel de titel “Meester” toegekend als eerste Vlaming. Vóór hem mochten enkel Jacobus van Looy, P.C.Boutens, Simon Vestdijk, Henriëtte Roland-Holst en Ida Gerhardt deze titel dragen, al veronderstel ik wel dat de laatste twee eigenlijk “meesteressen” zijn…
In 1996 verscheen dan de roman “De Geruchten”, die volgens bepaalde geruchten opnieuw het niveau van “Het verdriet van België” zou halen.
Lees verder “De geruchten”