J.B.Priestley (1904-1984)

J.B.Priestley (1904-1984)

Het is vandaag ook al 35 jaar geleden dat de Britse schrijver John Boynton Priestley (foto Wikipedia) is overleden…

Priestley was socialist, maar dat wil niet zeggen dat hij geëngageerde werken schreef. Integendeel, in zijn werken ging hij vooral de populaire toer op met detectiveromans en -toneelstukken zoals in 1932 “The old dark house” en in 1945 “An inspector calls” (*). Daarnaast schreef hij ook een flinke dosis magisch-realisme. Zo was er in 1932 “The good companions”. In “Lost empires” (1965) geeft hij dan weer een goede tekening van het music-hall leven op z’n hoogtepunt. Toch is het vooral als toneelschrijver dat hij de geschiedenis zal ingaan, met invloed op zowel Alan Ayckbourn als Tom Stoppard.

Lees verder “J.B.Priestley (1904-1984)”

Richard Burton (1925-1984)

Richard Burton (1925-1984)

Vandaag is het al 35 jaar geleden dat de Welshe acteur Richard Burton tijdens een vakantie in zijn buitenverblijf in Céligny zich niet lekker voelde. Hij overleed nog diezelfde dag op 58-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Genève aan een hersenbloeding en werd in Céligny begraven.

Richard Burton werd geboren als Richard Walter Jenkins in Port Talbot. He grew up in a working class, Welsh-speaking household, the twelfth of thirteen children. His father was a robust coal miner, a “twelve-pints-a-day man” who sometimes went off on drinking and gambling sprees for weeks. Burton was less than two years old in 1927 when his mother died at age 43 after giving birth to her 13th child. His sister Cecilia and her husband Elfed took him into their family. Burton’s father would occasionally visit the homes of his grown daughters but was otherwise absent. Richard Burton started to smoke at the age of eight and drink regularly at twelve, but he also showed a talent for English and Welsh literature at grammar school. Daarom werd hij geadopteerd door zijn onderwijzer Philip H. Burton, die zijn acteertalenten ontdekte en aanmoedigde. Richard nam diens familienaam over en kreeg aldus dezelfde naam als de Britse auteur Richard Burton (1821–1890), die met zijn vertaling van de Kama Sutra, de Decamerone en de Vertellingen van 1001 Nacht een grote bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de erotische literatuur in West-Europa.
In the 1940s and early 1950s Burton worked on stage and in cinema in the United Kingdom. He earned his first professional acting fees with radio parts for the BBC. His first film was The Last Days of Dolwyn. Burton met his first wife, the young actress Sybil Williams, on the set, and they married in February 1949. They had two daughters, but hij werd opgemerkt door Darryl Zanuck en rijfde zo een contract voor Hollywood binnen. In 1952 stapte Burton dan ook over naar Hollywood, waar hij in de film My cousin Rachel de hoofdrol kreeg, met Olivia de Havilland als tegenspeelster. Hij werd voor de eerste keer genomineerd voor een Oscar, er zouden nog zes nominaties volgen (onder andere voor zijn rol in Who’s Afraid of Virginia Woolf?), maar hij heeft nooit een Oscar gekregen.
In 1953 speelde Burton al meteen de hoofdrol in de eerste film in cinemascoop, namelijk de bijbelse spektakelfilm “The robe” (“de mantel”, namelijk die van Christus) van Henry Koster.
In 1958 keerde hij terug naar Engeland voor “Look back in anger” in een regie van Tony Richardson, maar in 1963 was er Cleopatra van Joseph L.Manciewicz, waar Elizabeth Taylor in Rome haar beroemde affaire met Richard Burton begon (*). Met Liz Taylor speelde hij nog in “Who’s afraid of Virginia Woolf” (1966) en “The taming of the shrew” (1967). Zowel aan hun verhouding als aan hun beider carrière kwam een einde door drankproblemen.
Later trouwde Burton nog met Suzy Hunt, de ex-vrouw van Formule 1-piloot James Hunt, en ten slotte met Sally Hay, een grimeuse die later schrijfster werd.
In 1977 volgde dan “Equus” van Sidney Lumet naar het stuk waarmee Peter Shaffer the 1975 Tony Award for Best Play as well as the New York Drama Critics Circle Award had gewonnen. Toen Richard Burton in 1977 met Kevin Costner in een vliegtuig zat, zei deze hem dat hij acteur wilde worden, maar hij voegde er ietwat ongelukkig aan toe: “Maar ik zou niet willen dat mijn leven overhoop werd gehaald, zoals dat van u, zou ik het dan wel doen?” Burton bekeek hem en zei: “Je hebt groene ogen.” Ja, net zoals gij, dacht Costner geërgerd, maar Burton voegde eraan toe: “Ik zou het erop wagen als ik jou was.” En toen hij Costner na het uitstappen zag staan, liet hij zijn privé-chauffeur halt houden, opende het raampje en riep: “Good luck!”
Of hij anderzijds ooit dorpsgenoot Anthony Hopkins heeft ontmoet, weet ik niet, maar het is alleszins een feit dat deze naar zijn voorbeeld ook acteur is geworden.

Lees verder “Richard Burton (1925-1984)”

Patricia Routledge wordt negentig…

Patricia Routledge wordt negentig…

De Britse actrice Patricia Routledge viert vandaag haar negentigste verjaardag. Bij ons is ze vooral (zo niet uitsluitend) bekend als Alison Bucket, pardon “Bouquet”, uit “Keeping up appearances” (“Schone Schijn”).

Ook speelde ze een vrouwelijke detective op het Engelse platteland in “Hetty Wainthropp Investigates”. Ze brak in 1961 door als Sylvia Snape in de soap “Coronation Street”.
Ze was echter ook te zien in films als “To Sir, with Love” en “Don’t Raise the Bridge, Lower the River”. Verder speelde ze gastrollen in onder meer “Steptoe and Son”, “Tales of the Unexpected’, “Alas Smith & Jones” en stond zij in vele theaterproducties, onder andere op Broadway. In 1968 won zij een Tony Award voor beste actrice in een musical (“Darling of the Day”).
In 1975 bracht RCA een plaat uit waarop ze liederen uit musicals van o.a. Richard Rodgers, Cole Porter en Noël Coward zong. Deze plaat, “Presenting Patricia Routledge Singing the Classics” werd in 1996 op cd uitgebracht door Camden Records. (Wikipedia)

Lees verder “Patricia Routledge wordt negentig…”