Paata Burchuladze wordt 65…

Paata Burchuladze wordt 65…

In 1972 liet Paata Burchuladze (die blijkbaar goede maatjes was met Luciano Pavarotti) zijn ingenieursstudies varen om een zangopleiding aan te vatten aan het Conservatorium van Tiflis. In 1978 trok hij voor verder onderricht naar de Scala van Milaan. Hij won als tweede de Verdi-wedstrijd te Busseto. In 1984 maakte hij een opgemerkt debuut als Ramfis in “Aida” in Covent Garden. In deze rol staat hij ook op de cassette die ik heb opgenomen. Daarna werkte hij samen met von Karajan voor een plaatopname van “Don Giovanni”. Ik heb hem zelf ook eens aan het werk gehoord, dat was in de Gentse Opera op 28/10/1985.

Jeroen Krabbé wordt 75…

Jeroen Krabbé wordt 75…

De Nederlandse schilder, acteur en regisseur Jeroen Krabbé viert morgen zijn 75ste verjaardag. In 1994 heb ik hem geïnterviewd in een Brussels luxehotel n.a.v. de première van “Farinelli”, waarin hij de rol vertolkte van Georg Friedrich Haendel. Het werd (voor mij althans) een boeiend gesprek. Ik hoop dat ik erin geslaagd ben de intensiteit ervan ook over te brengen in mijn verslag…

Lees verder “Jeroen Krabbé wordt 75…”

Herbert von Karajan (1908-1989)

Herbert von Karajan (1908-1989)

Het is vandaag ook al dertig jaar geleden dat de omstreden dirigent Herbert von Karajan is overleden (foto YouTube).

Eigenlijk heet Herbert von Karajan gewoon Herbert Karajan of Karajanis, zoals zijn voorouders uit Macedonië oorspronkelijk heetten. Het is waar dat zijn overovergrootvader, die zijn heil in Saksen had gezocht, daar naam had gemaakt in de kledingindustrie en daarom door de Oostenrijkse keizer in de adelstand was verheven, maar bij de oprichting van de Oostenrijkse staat werd de adel afgeschaft.
Herbert Von Karajan kon na de Tweede Wereldoorlog onmogelijk zijn NSDAP-lidmaatschap loochenen. Hij stelde het echter voor dat zijn lidmaatschap een “formaliteit” was om in 1935 chefdirigent in Aken te worden. Niet alleen is het onzin te beweren dat een chefdirigent een nazi-partijlid zou moeten zijn, het is vooral gewoonweg gelogen, want Von Karajan was reeds twee jaar eerder en uit volle overtuiging lid geworden, eerst in Oostenrijk, nadien in Duitsland. In 1944 dirigeerde hij in het bezette Parijs nog het tweede Brandenburgs concert van Bach (waarvoor hij zich dus dubbel zou moeten schamen!) en toch werd hij reeds in 1947 aangesteld als hoofd van de Wiener Philharmoniker! Nochtans waren veel mensen er getuige van geweest hoe hij concerten vaak met het Horst Wessellied begon.
“Hard to swallow” voor de zovele Karajan-fans natuurlijk, daarom dat men er steeds vergoelijkend (?) aan toevoegt : “Hij zou zijn stem uitbrengen op de partij die het best zijn persoonlijke belangen dient. Hij heeft, geen ideologie.” Het zijn slechts joodse musici zoals Isaac Stern, Arthur Rubinstein en Itzhak Perlman die weigeren met “het genie van het Wirtschaftswunder” (zoals Theodore Adorno hem genoemd heeft) samen te werken. Andere joden zijn niet zo kieskeurig. Karajan is een goudmijn, dus Karajan is onze vriend, zeggen de… Rothschilds!
Herbert von Karajan heeft inderdaad een buitengewone aanleg om geld te scheppen. En dan nog niet eens vanwege zijn gage (300.000 fr. per concert) waarmee hij in de jaren zeventig aan de top stond van de dirigenten (Boehm, Bernstein en Solti delen de tweede plaats met 240.000 fr. elk). In de jaren zestig gold Von Karajan dan ook zowat als het boegbeeld van de klassieke muziek. Maar daarom ook werd hij bijna onmiddellijk verguisd toen hij is overleden in juli 1989. Om een voorbeeld te geven van zijn pathetiek: over het fameuze adagietto van Gustav Mahler doet hij veertien minuten, terwijl Bruno Walter, toch een persoonlijke vriend van Mahler, slechts acht minuten nodig had.

Lees verder “Herbert von Karajan (1908-1989)”

Renata Scotto wordt 85…

Renata Scotto wordt 85…

Vandaag wordt de opera-diva Renata Scotto (foto Mario De Biasi via Wikipedia) 85 jaar. Ze is misschien niet zo bekend als Maria Callas of Renata Tebaldi, maar ze heeft (ondertussen natuurlijk “had”) zeker evenveel in haar mars.

Renata Scotto begon op heel jonge leeftijd heel spectaculair als “La Traviata”. Drie jaar later geraakt ze echter in moeilijkheden, ook vocaal, zodat ze haar loopbaan moest onderbreken om opnieuw aan haar techniek te gaan werken. Financieel gaat het haar niet voor de wind en de Scala stelt haar in 1957 voor op tournee te gaan door Schotland met “Sonnambula”, samen met Maria Callas als Amina. “Mij boden ze een kleinere rol aan van Lisa. Ik heb geweigerd, zelfs in die behoeftige omstandigheden, omdat ik enkel de prima donna wil zijn. Ik zei dus: als je echter een doublure moet hebben voor Callas, dan is het o.k.! En ze stemden ermee in. ’t Strafste was echter dat ik de rol eigenlijk niet kende. Daarom beschouwde ik dat als het ‘magische moment’ om terug te keren. Maestro Antonino Votto heeft me daarbij erg goed geholpen, maar vooral mijn determinatie was van doorslaggevend belang. En ik ben geslaagd. Ik heb wel met Callas gezongen in ‘Medea’. Eén van de mooiste momenten uit mijn carrière. Bij mijn debuut in de Scala in 1953 heb ik ook met Renata Tebaldi en met Mario del Monaco gewerkt in ‘La Wally’ bij Giulini, overigens de enige travestierol (Walter) die ik ooit in mijn carrière heb gezongen. Soms luisterde ik met zoveel aandacht naar haar dat ik bijna vergat in te vallen.”
Herbert von Karajan heeft van Scotto gezegd: “Ze verenigt het beste van die twee opera-diva’s: de mooie stem van Tebaldi en de dramatische expressie van Callas.” “Dat doet me uiteraard veel plezier. Misschien komt dat omdat ik altijd eerst rond het verhaal werk, dan de tekst en pas als laatste de muziek. Met Von Karajan heb ik het Requiem van Verdi opgenomen in Venetië en bij het a-capella gezongen ‘Libera me’ heeft hij het dirigeerstokje neergelegd om beter te kunnen luisteren. Dat heeft me toen reeds erg ontroerd. Ik heb met hem overigens ook het Requiem van Mozart gedaan.”
Welke opnames wil ze van zichzelf voor de eeuwigheid behouden: “Mijn favoriete componisten zijn Verdi, Bellini en Puccini. Dus de twee Traviata’s om te beginnen. In de tweede versie, vijftien jaar later, was ik immers veel rijper, maar de eerste versie was dan weer veel spontaner. Dan het ‘Trittico’ van Puccini. Op scène heb ik ze alle drie gezongen, maar op plaat enkel ‘Suor Angelica’ en ‘Il Tabarro’. Het is vooral ‘Angelica’ met maestro Maazel dat ik mijn beste opname vind, omdat ze met zo weinig mogelijk coupures is opgenomen. Dat schaadt anders aan de dramatiek, aan de emotie. ‘Butterfly’ met Barbirolli ook, die ik beter vind dan die met Maazel. En dan van Bellini ‘Norma’. En van andere componisten is er ‘Adriana Lecouvreur’, als voorbeeld van belcanto in verismo. Het komt er dus op aan mooi te zingen, maar toch de tekst te respecteren.”

Lees verder “Renata Scotto wordt 85…”