Anelisa Winberg

De Amerikaanse sopraan (°1960) Anelisa Winberg drong in 1987 door tot de halve finale van de Elisabethwedstrijd. Daarin zong ze een behoorlijke, maar tamelijk krampachtige “Bel di vedremo” en een nogal trage “Leise Leise” uit “Der Freischutz” (al kan dat natuurlijk ook de schuld van dirigent Sylvain Cambreling geweest zijn), waarbij het aan het slot helemaal mis ging. Haar Duits had een “Pilzenkopf”, zijzelf echter een “Kopfchen” dat menig operaliefhebber zal verblijden. Où sont les Biancas Castafiori d’antan? Van Rossum, de componist van het opgedragen werk, vond haar uitvoering wel de beste.

Stilte (voor de storm?)

64 gianni bugnoHet operaseizoen 1987-88 in Gent is begonnen met… vijf minuten stilte. In de toespraak van Laurette Muylaert namens het gemeenschappelijk vakbondsfront, die daaraan én aan wat een feestelijk openingsconcert had moeten worden voorafging, werd gesteld dat deze stilte « slechts een verwitting » was. Het werd dus niet met zoveel woorden gezegd, maar harde acties hangen in de lucht, dat is duidelijk.
Lees verder “Stilte (voor de storm?)”

Wie de jeans past, trekke ze aan

01De Opera voor Vlaanderen wilde van Rossini’s « La Cenerentola» (« Assepoester ») iets speciaals maken. Er was nog eens een niet-traditionele regie (van Albert-André Lheureux) én men wou ermee doelgericht naar een kinderpubliek toe werken. Men faalde op de twee vlakken en het samengaan van deze twee factoren was daar zelfs wellicht niet eens vreemd aan.
Lees verder “Wie de jeans past, trekke ze aan”

Marie-Noëlle de Callataÿ

Marie-Noëlle de Callataÿ is een Belgische sopraan die deelnam aan ECOV 1986 en 7de werd in de Elisabethwedstrijd 1987. Zij was toen overigens de jongste finaliste. Zij was door haar leraar Jules Bastin (lid van de jury) aangemaand om deel te nemen. Opvallend was toen al haar zeer zwak volume. Dat de pianiste zich inhield, dat kon de pers nog goedpraten (ieder heeft immers zijn of haar eigen pianist), maar dat het orkest hier veel stiller speelde dan bij de andere kandidaten wekte wrevel op. Sylvain Cambreling ging hier duidelijk in de fout, maar levensgezel Gerard Mortier liet zich niet van de wijs brengen: “Ik vrees dat ze nooit zal openbloeien.” Nadien debuteerde ze in “La Cenerentola” voor een “groot” gezelschap, nadat Clemeur haar had gezien als Susanna in het Résidence Palace, waar hij had gemerkt dat ze vooral veel aan haar volume heeft gewerkt. Dat klopt inderdaad en samen met een andere Belgische, Mireille Capelle, levert dit duo als de twee verwaande zusters een uitstekende prestatie. Nadien maakte ze ook grote indruk in “Ritorne d’Ulysse in Patria” van Monteverdi van de VLOS in de Gentse Vooruit en vooral als een uiterst jeugdige Cécile in “Les Liaisons Dangereuses” (1996). Als zeemeermin in “Oberon” (1998) viel toch opnieuw op dat haar stem nog altijd te zwak is.