De schatkamer van Johan de Belie (1)

De schatkamer van Johan de Belie (1)

De Gentse auteur Jean Ray is vooral bekend dankzij zijn twee romans ‘Malpertuis’ (1943) en ‘Les derniers contes de Canterbury’ (1944). Maar hij was ook de meesterverteller van verhalen. Niet alleen onder het pseudoniem John Flanders (voor de Vlaamse Filmkes) en onder talloze andere namen, maar ook als Jean Ray. Voor een biografie verwijs ik naar een apart artikel op deze blog. Hier wil ik het even hebben over de kortverhalen die hem op de kaart van de fantastische literatuur hebben gezet.

Lees verder “De schatkamer van Johan de Belie (1)”

Edgar Allan Poe (1809-1849)

Edgar Allan Poe (1809-1849)

Vandaag is het precies 170 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Edgar Allan Poe in Baltimore in de goot werd aangetroffen in ijlende toestand, terwijl hij steeds maar de naam Reynolds prevelde (*). Het was de laatste keer dat de schrijver in het openbaar werd gezien. Enkele dagen later (op 7 oktober 1849) overleed hij. Poe was nooit meer lang genoeg bij bewustzijn om uit te leggen hoe hij in die erbarmelijke toestand terecht was gekomen en hoe het kwam dat hij niet z’n eigen kleren droeg…
Lees verder “Edgar Allan Poe (1809-1849)”

“The Fall of the House of Usher” van Steven Berkoff

“The Fall of the House of Usher” van Steven Berkoff

Kerstmis stond in Arca een paar jaar in het teken van de Britse auteur Steven Berkoff. Het begon in 1993 met “Harry’s christmas”, een echte, zij het cynische, kerstmonoloog. Want als adept van het théâtre de la cruauté van Antonin Artaud kan Berkoff inderdaad zeer wreed zijn. “Vooral voor introverten die, als de kaartjes geteld worden, overvallen worden door een overdreven gevoel van waardeloosheid.” Het jaar daarop volgde dan “Kvetch”, door Daan Hugaert vertaald als “Mierenzeik” over een “mierenzeiker” (lees: zagevent), die zijn vrouw het leven lastig maakt. Voor dit stuk was Kafka de grote inspirator. Het werd in 1995 gevolgd door “The Fall of the House of Usher”, ondubbelzinnig gebaseerd op de horror-story van Edgar Allan Poe. Het is zelfs merkwaardig hoe dicht Berkhoff bij het origineel is gebleven.

Lees verder ““The Fall of the House of Usher” van Steven Berkoff”

Psychedelic music

Psychedelic music

Ik heb al een paar keer te kennen gegeven dat ik van plan ben alles wat ik ooit heb geschreven op deze blog te zetten. Daarbij ga ik af en toe de schaamte niet uit de weg, want sommige zaken zijn al dermate verouderd en gedateerd dat ik daar nu zelf soms op sta te kijken met de bedenking: heb ik dat geschreven? Maar als dat goed geduid wordt binnen zijn context dan is dat allemaal wel in orde, vind ik. Zo breng ik hier vandaag mijn allereerste artikel over muziek dat ik heb geschreven. Het komt uit het collegeblad “Nigromantie”, maar ik breng het wel zoals ik het al eens heb gerecycleerd voor mijn muziekrubriek in “De Voorpost”, waar ik op een bepaald moment een geschiedenis van de popmuziek heb geschreven in afleveringen. Voor de aflevering gewijd aan het fameuze jaar 1967 greep ik dus toen al terug naar dat artikel in “Nigromantie” (ja, recycleren heeft me altijd in het bloed gezeten). De referenties onderaan bijvoorbeeld dateren wel degelijk uit die tijd van “De Voorpost” (dat moet zo rond 1978 geweest zijn), want sommige platen had ik nog niet in mijn bezit op het moment dat het oorspronkelijke artikel verscheen.

Lees verder “Psychedelic music”

170 jaar geleden: “The raven” van Edgar Allan Poe

Aangezien het vandaag Gedichtendag is en het tegelijk 170 jaar geleden is dat “The raven” van Edgar Allan Poe werd gepubliceerd in The Evening Mirror in New York (“the first publication with the name of the author”) heb ik besloten een versie van het gedicht over te nemen. Er bestaan tal van versies van, meestal voorgedragen door een “griezelacteur” (Vincent Price, Christopher Lee…), maar ik heb de voorkeur gegeven aan een “muzikale” versie van de mij totaal onbekende Mark Mellen. Ik vond eerst dat hij het rijm te zeer benadrukte, maar toen ik dan de “griezelversies” beluisterde, stelde ik vast dat dit hier evenzeer het geval was. Anderzijds is de versie van Gram Parsons uit 1976 muzikaal dan weer beter, maar de tekst is hier zo goed als onbegrijpelijk. Daarom toch maar: Mark Mellen!