Botho Strauss wordt 75…

Botho Strauss wordt 75…

De Duitse auteur Botho Strauss (tekening YouTube) kwam voor het eerst in het nieuws toen hij in “Theater Heute” het naturalistische toneel als pseudo-realistisch afwees in zijn ophefmakend artikel “Versuch ästhetische und politische Ereignisse zusammenzudenken” (1970).
Lees verder “Botho Strauss wordt 75…”

Dertig jaar geleden: “… En het woord is vlees geworden”

Dertig jaar geleden: “… En het woord is vlees geworden”

Het 41ste seizoen van het Gentse Arcatheater is gestart in… Antwerpen. In de Zwarte Zaal van het Fakkeltheater bracht Doris Van Caneghem immers de monoloog “Shirley Valentijn”. En in Gent zelf is Arca voor “De Coburger”, een monoloog met Jo De Meyere in de rol van Leopold I, uitgeweken naar het Sabbattinitheater in de Hoogstraat. Het zalenprobleem in Gent is dus nog steeds niet opgelost…

Lees verder “Dertig jaar geleden: “… En het woord is vlees geworden””

45 jaar geleden: “Le misanthrope” door het NTG

45 jaar geleden: “Le misanthrope” door het NTG

45 jaar geleden was het NTG te gast in de stadsschouwburg van Sint-Niklaas met hun versie van “Le misanthrope” van Molière. Wij zijn daar destijds met de Broedersschool (waar ik toen les gaf) naartoe gegaan, maar ik herinner mij daar eerlijk gezegd helemaal niks meer van. Gelukkig heb ik nog een recensie gevonden in een oude Gazet van Antwerpen…
Lees verder “45 jaar geleden: “Le misanthrope” door het NTG”

Het gebeurde op 8 november

Het gebeurde op 8 november

585 jaar geleden werd in Sighisoara Vlad III, bijgenaamd Vlad de Spietser of Vlad Dracula, geboren. De vader van Vlad was “dracul” en Vlad zelf “dracula”, wat zoon van “dracul” betekent ofwel de zoon van de draak. Hij was vorst van Walachije en verzette zich tijdens zijn regeerperiode sterk tegen de Turken en de uitbreiding van het Ottomaanse Rijk. Hij gebruikte daarbij de tactiek van de verschroeide aarde. Hij was ook berucht voor het spietsen van mensen, een gewoonte waaraan hij zijn bijnaam “Țepeș” (“spietser”) te danken heeft. Hij is hoogstwaarschijnlijk de historische figuur waaraan Bram Stoker (die overigens ook op 8 november werd geboren, maar dan in 1847) de naam van de romanfiguur Dracula ontleende. (Wikipedia)
Lees verder “Het gebeurde op 8 november”

“De reisgids” van Botho Strauss

52 chris thysHet NTG vindt blijk baar dat je de mensen (en zeker de recensenten, de lastigsten onder alle mensen) niet zo maar op hun nieuwe (in 1986!) productie kunt loslaten. Om dus « De reisgids » van Botho Strauss in te leiden deed men een beroep op zo maar eventjes twee professoren. Deze heren moesten zich dan uiteraard waarmaken met diepgravende analyses van Strauss’ werk, met beschouwingen over de « communication breakdown », de tegenstelling eros-thanatos, rede-gevoel, man-vrouw enz. Eigenlijk niks nieuws dus, maar anderzijds zijn we de eersten om toe te geven dat er al sedert de oude Grieken nog weinig nieuws aan de essentiële thema’s van het theater kan worden toegevoegd.
Lees verder ““De reisgids” van Botho Strauss”

“De keten der vernederingen” van Botho Strauss

20 Karlijn SileghemGelukkig was er als afsluiter van een rampzalig seizoen op 6/4/1994, het enig mooie “Keten der vernederingen” naar de roman “Het congres” van Botho Strauss (1989). Terecht werd op locatie in het Pand gespeeld, want op die manier werd het koele, afstandelijke karakter van een theaterzaal vermeden en werden de toeschouwers dichter bij de actie, of veeleer: het erotische spel, betrokken. De roman is immers in zekere zin een soort van moderne Decamerone. Op een congres van eventualisten ontmoeten een jonge en een oude professor elkaar. De oude Albin Scherrer (Rudi Van Vlaenderen) heeft de vader van de jonge Friedrich Aminghaus (Dirk Buyse) nog gekend en heeft hem gevraagd hem een boek over het toeval terug te bezorgen dat hij hem destijds heeft gegeven. Daarbij ontmoet Friedrich Hermetia (Karlijn Sileghem, foto), de jonge vrouw van de professor. Scherrer wordt Tithonos genoemd, een bijnaam, die refereert aan de mythe van Eos die voor haar minnaar Tithonos bij Zeus het eeuwige leven afsmeekte, maar er wel tegelijk de eeuwige jeugd vergat bij te vragen…
Friedrich wordt meteen stapelverliefd op de mooie en verleidelijke Ermetia en zij blijkbaar ook op hem. Ze bekennen hun liefde aan Tithonos, die om bedenktijd vraagt. Terwijl hij op de binnenkoer van het Pand loopt te ijsberen, moet zijn beste vriend Czech (Albert van Tichelen) de twee een beetje in de gaten houden dat ze niet te veel aan elkaar zitten. Zo is de toestand als het “stuk”, dit “bedenktijd-congres”, begint.
Lees verder ““De keten der vernederingen” van Botho Strauss”

“Zeven deuren” van Botho Strauss

“Zeven deuren” (1987) van Botho Strauss werd in het Arcatheater opgevoerd in een regie van Sabine Reifer (regie-assistente bij “Der Rosenkavalier” in de Vlaamse Opera) en een decor van Marc Cnops. Met Gert Portael (interviewster, dochter, pasgehuwde), Johannes Pauwels (huurvoorzitter, autokoper, schoonzoon, zelfmoordenaar), Brit Alen (echtgenote, het ‘niets’, meisje), Bert van Tichelen (huurder, professor, gevangene, bode, broeder), Lies Martens (Colombine), Bob De Moor (kwiskandidaat, autokoper, parkeerwachter, broeder), Roos Dochy (ongehuwde vrouw) en Erik Van Herreweghe (regisseur, autoverkoper, lijfwacht, pasgehuwde, keizer Julianus). De enige verdienste van Sabine Reifer (een Duitse studente Germaanse aan de RUG die hier is blijven plakken) is dat ze dit chaotische stuk in het programma goed samenvat: “Twee net uit de hel ontsnapte monniken maken ruzie met een Romeinse keizer, terwijl een getrouwde man een jonge vrouw probeert te verleiden, een parkeerwachter zoekt een lijfwacht en een vrouw zit thuis te wachten op haar man, die net de bewuste vraag van één miljoen niet heeft kunnen beantwoorden, een pas getrouwd koppel sterft van verveling en een net uit de gevangenis ontslagen misdadiger verleidt de vrouw van een dominee in het appartement van haar dochter, een huurder bedreigt zijn huisbaas en twee mannen op zoek naar de perfekte maagdelijkheid belanden in een supermodern autosalon, de algemene ontwapening komt met de post, een zelfmoordenaar krijgt zijn verdiende straf en een geniale professor stuurt niet alleen de hem interviewende journaliste volledig in de war.”
“L’enfer c’est les autres,” zei Sartre. Botho Strauss is het daar wel mee eens, maar aangezien je altijd de “andere” van iemand anders bent, is de hel ook in jezelf. Dit is ongeveer het enige “thema” van dit “zapstuk”. De enige “vondst” van de regisseuse is het hele stuk te laten dromen door “iemand” (Strauss?) die naar “Knockin’ on heaven’s door” door Guns’n’Roses aan het luisteren is. “Zeven deuren” (van en naar de “hel”) is een aaneenschakeling van een paar redelijk onnozele sketchen, waarvan er slechts één geval echt grappig is (de parkeerwachter) en één goed gevonden (de zelfmoordenaar die kennismaakt met het ‘niets’) maar slecht uitgewerkt. Het decor van Mark Cnops is vindingrijk, maar even saai als de grijze kostumes van Marnik Baert (28/10/1992).

En nu… revue

Gelukkig was er na het rampzalige seizoen 93-94 van Arca op 6/4/1994 het enig mooie “Keten der vernederingen” naar de roman “Het congres” van Botho Strauss. Maar na deze heropleving viel Arca weer in de diepste diepten met het slotstuk, “En nu… revue”, dat heel terecht geen namen meekreeg van auteur, regisseur en scenograaf, die wàren er immers niet! Dit stuk (?) was een egotripperij van (vooral) Katelijne Damen als Lady (foto), een Antwaarpse revue-artieste met geen botten talent maar met wel een grote bek. Zij wordt terzijde gestaan door twee travesties, namelijk Roxy alias Erwin alias Jan Steen en Delilah alias Sam alias Frans Vanderaa, maar ik heb ze nooit als travesties gezien, want tegen die tijd waren wij reeds gevlucht (overigens als 7de en 8ste en er waren er ongetwijfeld nog nà ons). Ik heb dus enkel de “repetities” voor de show (inclusief tombola) gezien en niet de show zelf. Die repetities verliepen in de vroegere drukkerij van Vooruit (nu dus Backstage), waardoor er een enorme galm was, wellicht bedoeld om de zang beter te doen uitkomen, maar de dialogen waren zo goed als onverstaanbaar. Maar gelukkig moesten we ons daar geen zorgen over maken, er viel immers toch niets te rapen. Frans Vanderaa mocht weer z’n schlemieltypetje bovenhalen, waardoor Jan Steen met z’n onmogelijk figuur zowaar de gunsten van de onuitstaanbare Lady mocht smaken. Walter Hellebuyck van Matobes liep ook nog rond om half achter de schermen zichzelf te spelen. I felt really sorry for him.

“I’m having a strange postmodern moment here”

Elliot Cowan als DarcyLeuke scène in de fijne televisieserie “Lost in Austen”: nadat Darcy zijn liefde voor Amanda Price heeft bekend (hij noemt haar “she who must be loved” en, verdorie, hij heeft nog gelijk ook: Amanda is een gerundium – of een gerundivum, ik heb die twee nooit goed uit elkaar kunnen houden – eigenlijk zou dit dus ook een goede naam geweest zijn voor Ayesha, “she who must be obeyed”), vraagt zij hem om een gunst. Zij wil hem namelijk de fameuze scène uit “Pride and prejudice” laten overdoen, waarbij Colin Firth (als Darcy) uit het water stapt. “Haar” verliefde Darcy (gespeeld door Elliot Cowan) kan dat natuurlijk niet weigeren en op dat moment spreekt Price de historische woorden: “I’m having a strange postmodern moment here”. Maar wat is dat dan eigenlijk “a postmodern moment”?
Lees verder ““I’m having a strange postmodern moment here””