Nand Buyl (1923-2009)

Nand Buyl (1923-2009)

Vandaag is het al tien jaar geleden dat Nand Buyl op 86-jarige leeftijd is overleden aan een hersenbloeding. Helaas kan ik geen stuk brengen over de man zelf. Ik zou uiteraard kunnen vertellen over hoe hij mijn jeugd heeft gekleurd, eerst als de schipper naast Mathilde en daarna als Axel Nort, maar daarover kunt u elders al uitgebreid lezen, ik heb daar niets speciaals aan toe te voegen. Toen ik daarna voor De Rode Vaan toneelrecensies verzorgde, was dit vooral in het Gentse en had ik dus weinig met Nand Buyl te maken. Die was immers op dat moment de leider van de Brusselse KVS. En hier zaten we met een probleem…
Lees verder “Nand Buyl (1923-2009)”

160 jaar geleden: “Ze herkende Satan in Mefistofeles”

160 jaar geleden: “Ze herkende Satan in Mefistofeles”

Morgen zal het 160 jaar geleden zijn dat in het Parijse Théâtre Lyrique Gounods “Faust” in première ging. Zelf besteed ik op mijn blog aandacht aan “Faust” bij Goethe en bij Charles Gounod, maar hieronder besteed ik even speciaal aandacht aan de rol van de duivel.
Lees verder “160 jaar geleden: “Ze herkende Satan in Mefistofeles””

Wie schrijft, vertrekt

87 ward ruyslinckVandaag is het dertig jaar geleden dat mijn laatste artikel voor De Rode Vaan is verschenen. Ik had het de toepasselijke titel “Wie schrijft, vertrekt” gegeven, ook al verzin ik in de inleiding daarvoor een totaal andere reden dan wat het werkelijk betekende. Het klopte overigens ook niet. Het bleek uiteindelijk mijn laatste artikel als vaste redacteur te zijn geworden, want na mijn desastreuze avonturen bij De Batselier bleek ik al vlug weer op de journalistiek aangewezen om aan de kost te komen. Als free-lancer mijn stukken kwijt raken in de burgerpers, zoals wij die kranten en weekbladen destijds noemden in De Rode Vaan, bleek niet zo makkelijk te zijn en al gauw kwam ik alweer bij De Rode Vaan terecht, maar deze keer dus als losse medewerker.
Lees verder “Wie schrijft, vertrekt”

Ron Howard wordt 65…

Ron Howard wordt 65…

De Amerikaanse regisseur Ron Howard viert vandaag zijn 65ste verjaardag. Op ons netvlies staat hij nog altijd als Richie Cunningham, de brave tiener die belangrijke levenslessen krijgt van de nozem Fonzie (Henry Winkler), in “Happy days” (op bovenstaande foto resp. links en rechts), maar eigenlijk is hij veel belangrijker als filmregisseur.

Ronald William Howard werd geboren in het stadje Duncan in de staat Oklahoma. Zijn ouders waren allebei acteur. Zijn vader Rance was daarnaast ook regisseur en scenarist. Rance, die oorspronkelijk Beckenholdt heette, had de naam Howard aangenomen als artiestennaam. Om dichter bij hun werk te wonen, betrokken Rance en Jean een huis in Hollywood in de buurt van de Desilu-studio’s van Lucille Ball. Hun oudste zoon Ron ging naar school in de Desilu-studio’s en kwam dus al jong in aanraking met de film- en televisiewereld. Op vijfjarige leeftijd had hij al een rolletje in de film “The Journey” (1960). Ook speelde hij rolletjes in televisieseries als “The Twilight Zone” of “Dennis the Menace”. In 1959 kreeg hij zijn eerste grote rol; hij werd gecast als Opie Taylor in “The Andy Griffith Show” en draaide alle acht seizoenen mee. Acteur Andy Griffith werd een soort plaatsvervangende vader van hem.
Het spelen in films en televisieseries verhinderde uiteraard niet dat Howard ook naar school moest. Na zijn diploma-uitreiking ging hij studeren aan de University of Southern California’s School of Cinematic Arts (een studie die hij niet zou afmaken). Hij bleef echter acteren, al was hij niet langer het kindsterretje. Howards jeugdige uiterlijk maakte het echter mogelijk dat hij nog lange tijd voor kind kon doorgaan, zoals in de aflevering “Little Boy Lost” van de televisieserie “I Spy”. In de jaren zeventig schoof hij door naar tienerrollen, zoals een jeugdige marinier in een aflevering van de televisieserie “M*A*S*H” of als een piepjonge tennisspeler in “The Bold Ones”. Regisseur George Lucas selecteerde de inmiddels negentienjarige Howard voor het personage Steve Bollander in “American Graffiti” (1973). Het jaar daarop kreeg Howard de hoofdrol in een van de best lopende televisieseries van de jaren zeventig: “Happy Days”. Bij zijn ontstaan werd dit nogal goed onthaald, ook door mijzelf. De verloedering van de gags heb ik later in mijn televisierubriek in De Voorpost reeds aangestipt, maar de latente beklemming die zich van ons meester maakte telkens de Fonz erin slaagde met een vingerknip al die jongeren aan hem te binden werd door Dwarskijker in Humo gepast samengevat in die twee woorden, die geen verdere commentaar behoeven: Heil Fonz! Of zou de Dwarskijker hier voor de gelegenheid Marc Didden geweest zijn? (Reikt die zo diep?) Een zin als « Happy Days toont jongeren zoals de platenindustrie vermoedelijk denkt dat ze zijn » wijst in die richting.
In 1975 huwde Ron Howard zijn vriendinnetje van high school, Cheryl Alley. De acteerdagen van Howard waren echter geteld. In 1977 had hij de regie gedaan voor “Grand Theft Auto”, nadat Roger Corman hem gevraagd had om mee te doen aan een merkwaardige ruil: Howard zou de film mogen regisseren als hij in ruil daarvoor zou optreden in de film “Eat My Dust!”.
Na “Grand Theft Auto” regisseerde Howard diverse televisiefilms. Hij raakte zo geboeid door het regisseren dat hij in 1980 uit “Happy Days” stapte. Afgezien van enige gastoptredens zou hij na die tijd niet meer acteren.
Zijn eerste succes als filmregisseur had hij met “Night Shift” met Henry Winkler (Fonzie uit Happy Days) en Shelley Long in de hoofdrollen en in kleinere rollen Kevin Costner en Sean Young. Rod Stewart zingt hierin “That’s what friends are for”, lang voor het een hit werd als benefietsong voor de aidsbestrijding.
Het duurde niet lang voordat hij gevraagd werd voor de regie van “Splash”, een komedie rond een zeemeermin. Het werd een kassucces en Howard werd al snel beschouwd als een regisseur die de kassa doet rinkelen, toen hij ook een succes maakte van “Cocoon”, waarin de bewoners van een bejaardentehuis een verjongingskuur ondergaan onder invloed van buitenaardse wezens. Ook de fantasyfilm “Willow” werd geprezen vanwege de regiekwaliteiten van Howard. Daarna draaide Ron Howard “Far and away”. Dit verhaal van twee Ierse immigranten in de V.S. (de “arme” Tom Cruise en de “adellijke” Nicole Kidman worden pas door gezamenlijke problemen “verenigd”) berust echter op een veel te zwak plot, zeker als men de extreem lange duur van dit “epos” in aanmerking neemt. Bovendien wordt het mannelijke publiek bijna niet aangesproken door dergelijke love-story’s. De parallellen met zowat de enige flop van wijlen David Lean, “Ryan’s daughter”, werden dan ook reeds getrokken.
Met het brandweerdrama “Backdraft” (1991) en vooral met “Apollo 13” (1995) verlegde Howard zijn grenzen naar het drama. Deze film over de noodlottige vlucht van de gelijknamige ruimtecapsule liet zien dat Howard ook andere films kon maken dan komedies en sprookjes.
Met “A Beautiful Mind” (2001), over een wiskundige met paranoïde neigingen, bevestigde Howard zijn rol als veelzijdig regisseur. Hij kreeg er zelfs een Oscar voor. In deze op waar gebeurde feiten berustende biopic van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar John Nash wordt op een bepaald moment letterlijk gezegd: “McCarthy is a fool, but he was right.” En de film is dan voor de rest ook volledig gebaseerd op het feit dat zo’n (algemeen aangenomen) verstandig man er blijkbaar vast van overtuigd is dat de Russen een “wandelende atoombom” het land willen binnensmokkelen en er zelfs aan ten onder gaat (aan paranoïde schizofrenie).
Liefhebbers (’t zullen wel vooral -sters zijn) van hoofdrolspeler Russell Crowe konden in 2005 terecht bij “Cinderella man”, een andere biopic van Ron Howard, deze keer gebaseerd op het leven van halfzwaargewichtbokser Jim Braddock. In de depressie volgend op de Wall Street Crash van 1929 wordt deze bokser, na een aantal verliespartijen, gedwongen zijn sport opzij te zetten en met diverse klusjes zijn vrouw (Renée Zellweger) en kinderen in leven te houden. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan… Howard en Crowe hebben van deze film een ode aan de bokssport gemaakt, die volgens Ivan Van Raemdonck wel o.k. is, ondanks wat te veel “feelgood movie”. Ook het ringgebeuren, soms nogal ongeloofwaardig in de meeste boksfilms (underdog krijgt verschrikkelijk veel slaag, maar slaagt er via miraculeuze ommezwaai vooralsnog in de kamp in zijn voordeel te beslechten) viel binnen de perken.
De film doet een beetje aan “Raging Bull” denken (centraal staat de persoon, maar niet het boksen an sich), maar minder rauw. Probleem bij biografische films lijkt toch dat om het geheel wat interessanter te maken de werkelijkheid wat moet gepolariseerd en dus bijgesteld worden: de finale van de film loopt uit op een gevecht om de wereldtitel van de “good guy” (Jim Braddock) tegenover de “bad guy” (Max Baer), welke laatste wordt afgeschilderd als een echte schoft (heeft enkele tegenstanders doodgeslagen in de ring en heeft daar totaal geen berouw om). Maar als je er dan even Wikipedia op naslaat, levert dit het volgende op: “Although the film received many positive reviews (80% were positive according to Rottentomatoes.com), some critics argued that part of Braddock’s journey was glamorized too much by director Ron Howard. One example is that throughout the film, Max Baer (Braddock’s final opponent at the climax of the movie) is portrayed in a semi-hostile (and inaccurate) manner. The character of Baer in the movie is portrayed as an arrogant villain who shows no remorse after killing men in the ring. In striking contrast to this, at the end of the match with Braddock does one see the Max Baer character touching the winner’s glove in recognition. In reality, Baer was badly shaken by the one death he caused during an exhibition bout held just prior to his match with Braddock, later giving money to Frankie Campbell’s wife, Elsie Camilli and her young son, Frankie Jr. Baer’s son, actor Max Baer Jr. of The Beverly Hillbillies fame, has stated that he remembered his father having nightmares over the bout.”
Met “The Da Vinci Code” uit 2006 (*) en “Angels & Demons” uit 2009, beide naar bestsellers van Dan Brown, mocht Howard zich op de “actiethriller” gooien. In de zomer van 2017 nam Howard de regisseurstaken over van Phil Lord en Christopher Miller voor de film “Solo: A Star Wars Story” nadat deze ‘creatieve verschillen’ gehad zouden hebben met Lucasarts.
Ron is nog altijd getrouwd met Cheryl Alley en is de vader van actrice Bryce Dallas Howard. (Wikipedia)

Lees verder “Ron Howard wordt 65…”

Wendy Richard (1943-2009)

Wendy Richard (1943-2009)

Het is vandaag al tien jaar geleden dat Wendy Richard (met haar echte naam: Wendy Emerton) is gestorven aan borstkanker.

We kennen haar allemaal als Miss Brahms uit “Are you being served?” (1970-1993, als ik de spin-off “Grace & Favour” meetel), maar daarvóór was zij al te zien geweest in een paar “Carry on”-films en in de reeks “Stranger on the shore” (1961), waarvan het thema, gespeeld door Acker Bilk, een nummer één werd. Zijzelf scoorde een jaar later zowaar zelf een nummer één hit met de novelty-plaat “Come outside” van Mike Sarne, waarin ze haar cockney-accent ten volle kon uitspelen. Ondertussen speelde ze nog altijd een paar kleinere rollen in Britse films, zelfs in “Help” van The Beatles, maar haar rol daarin was zo klein dat hij uiteindelijk werd weggeknipt.
Toen op 19 februari 1985 de nog altijd lopende soap “EastEnders” van start ging, was zij er meteen bij als Pauline Fowler. 22 jaar zou ze dit volhouden, tot ze zich uit de serie liet schrijven omdat ze niet akkoord ging met een storyline die de scenaristen voor haar personage hadden bedacht (met name een huwelijk).

Lees verder “Wendy Richard (1943-2009)”

Elizabeth George wordt zeventig…

Elizabeth George wordt zeventig…

Vandaag wordt de Amerikaanse thrillerauteur Elizabeth George (foto YouTube) net als de Engelse sopraan Emma Kirkby zeventig jaar…

“Luidruchtig, vochtig en volstrekt onvergeeflijk nieste hij de vrouw in het gezicht.”
Ken je die theorie over hoe een openingszin de toon zet voor het hele boek? In dit geval zelfs voor het hele oeuvre, want we spreken over de openingszin van de allereerste roman van Elizabeth George. Die roman heet in het Engels “A great deliverance”, maar in het Nederlands werd het nogal ongeïnspireerd vertaald als “Totdat de dood ons scheidt” (*). Ik weet niet of deze verandering van titel ook op rekening van vertaalster Coby de Groot mag worden geschreven (ik vermoed van niet, dat zal wel een beslissing van de uitgeverij, Bruna, zijn geweest), maar zij is alleszins wél verantwoordelijk voor dat “nieste” dat uiteraard “niesde” moet zijn, want het werkwoord is “niezen” en niet “niesen”, zoals wij in het dialect zeggen. Toch is het niet daarom dat ik deze eerste zin niet “gepast” vind. Dat heeft meer te maken omdat het op een nevenfiguur slaat (**), die verder niet zo heel veel met het verhaal te maken heeft (en de dame tegenover hem al helemààl niet).
Nee, wat de eerste zin had moeten zijn, staat enkele bladzijden verder (p.22): “Op haar dertigste was Barbara Havers beslist een onaantrekkelijke vrouw, die bovendien nog al het mogelijke leek te doen om dat te benadrukken.” De televisiekijkers herkennen hier onmiddellijk actrice Sharon Small, al vind ikzelf dat ze op een bepaalde manier toch wel een zekere charme heeft. Een toegeving aan de kijkers of haar “goede inborst” die af en toe toch eens haar pantser doorbreekt? Alleszins vormt de zin dan de perfecte overgang naar “Was er iemand bij heel Scotland Yard die ze meer haatte dan Lynley? Hij was een wonderbaarlijke combinatie van alles wat zij verachtte: schoolopleiding in Eton, cum laude voor geschiedenis in Oxford, een kostschoolstem en een stamboom die, verdomme, zijn wortels had ergens net aan deze kant van de slag bij Hastings. Van adel. Goed opgevoed. En zo verdomd charmant, dat ze niet begreep waarom elke misdadiger in de stad zich niet gewoon overgaf om de man een plezier te doen.” (p.24) Kortom, Nathaniel Parker ten voeten uit. En de perfecte openingszin.
Elizabeth George is in feite een opmerkelijke “opvolgster” van P.D.James. Alhoewel Amerikaanse (Californië) zijn haar boeken door en door Brits. Dat komt omdat ze oorspronkelijk een cursus Engelse literatuur gaf, gewijd aan het misdaadverhaal. Aan de hand van “The history of the mystery story” van Dorothy L.Sayers analyseerde ze de gekozen romans, die – op uitzondering van Poe – allemaal Engels waren en na vijf, zes jaar vond ze dat ze het eigenlijk net zo goed zelf zou kunnen proberen. Haar hoofdfiguur is de adellijke inspecteur Thomas Lynley, die echter wordt bijgestaan door sergeant Barbara Havers, een typisch “working class” product met een afkeer van de adel, dit is dus wel een uitzondering op de “regel”.
Ondanks haar Amerikaanse afkomst zijn de boeken van Elizabeth George een voorbeeld van het Britse flegma, zoals dat o.m. in een aflevering van “The Inspector Lynley Mysteries” tot uiting komt. Daar krijgt detective Barbara Havers van haar overste (voor één keer eens niet Lynley, die op dat moment een tijdelijke schorsing heeft opgelopen) op een cruciaal moment de raad: “Don’t do anything heroic, Barbara, think of all the paper work.” Met een knipoog naar Lynley trouwens, die zijn schorsing juist te danken had aan de nogal drastische aanpak van een getuige.
Daarna leek het er even op dat Elizabeth George uitgeschreven was. Haar meest recente misdaadromans werden steeds dikker, ingewikkelder en, spijtig genoeg, minder spannend. Terwijl de eerste boeken die ze in de jaren tachtig en negentig schreef rond haar adellijke speurder Thomas Lynley en zijn norse maar doortastende assistente Barbara Havers tot de hoogtepunten van het genre behoren. Maar zie, begin 2016 verscheen “Dag des Oordeels”, een sterke misdaadroman waarin George uitstekend doet wat ze zo goed kan: de rafelige randen van relaties dissecteren, zoals John Vervoort stelt in het Nieuwsblad van 28 januari 2016.
Ook nu weer wordt haar verhaal gesitueerd op het Engelse platteland waar het zo rustig wonen is, tot de misdaad de kop opsteekt. Deze keer is het de dood van een beroemde feministische schrijfster. Maar voor we daar zijn, goed 170 bladzijden, heeft ze al de complexe relaties ontrafeld binnen de familie Goldacre. De moeder werkte als assistente voor de schrijfster maar is een bemoeial die zelfs het leven van haar twee zoons tot een gruwel maakt. Een van hen pleegde zelfdoding. Tijdens een herdenkingsdienst voor hem gaan de poppen aan het dansen. Wanneer de moord op de schrijfster gebeurt, gaan alle poorten van de hel open. Lynley, Havers en de relatief nieuwe speurder Winston Nkata blijven lang uit beeld, maar ook de perikelen in hun levens worden mooi uitgetekend. De titel van het boek mag dan alweer eens flauw zijn, het verhaal toont dat George de spanning nog in de vingers heeft, aldus John Vervoort.

Lees verder “Elizabeth George wordt zeventig…”