Georges Méliès (1861-1938)

Georges Méliès (1861-1938)

Vandaag is het precies tachtig jaar geleden dat Georges Méliès is gestorven. Het is algemeen geweten dat Frankrijk aan de wieg stond van de filmindustrie en dat dan vooral dankzij de broertjes Lumière. De gebroeders Lumière zagen hun uitvinding echter puur wetenschappelijk en dachten dat de mensen er snel op uitgekeken zouden zijn. Eén der genodigden was echter ene Georges Méliès, die wél de commerciële mogelijkheden van het nieuwe medium (h)erkende.
Lees verder “Georges Méliès (1861-1938)”

“The Hobbit” wordt tachtig jaar…

“The Hobbit” wordt tachtig jaar…

Vandaag is het tachtig jaar geleden dat van John Ronald Reuel Tolkien “The Hobbit” verscheen. Het was de voorloper op zijn trilogie “The Lord of the Rings” (1955, in 1977 zou nog “The Silmarillion” volgen). Het is dus ook tachtig jaar geleden dat Middle Earth werd geschapen, een mythisch land, bevolkt door dwergen, trollen, elfen, tovenaars, mensen, enten en elfen. Er zijn reeds woordenboeken en grammatica’s van zijn verzonnen talen verschenen en zelfs een atlas van Middle Earth. Na zijn dood verzamelde zijn zoon Christopher alle nagelaten geschriften, probeersels, voorstudies en overschotjes en bond deze samen tot een achtdelige “History of Middle Earth”.
Lees verder ““The Hobbit” wordt tachtig jaar…”

Twintig jaar geleden: “Harry Potter and the Philosopher’s Stone”

Twintig jaar geleden: “Harry Potter and the Philosopher’s Stone”

Het is vandaag al twintig jaar geleden dat “Harry Potter and the Philosopher’s Stone” van J.K.Rowling is verschenen. Ik ben er zeker van dat op dat moment niemand, zelfs niet de schrijfster of de uitgever, besefte wat voor een revolutie dit zou te weeg brengen.

Zelf heb ik “The Philosopher’s Stone” pas zo’n zes jaar later gelezen toen mijn vrouw en ik in Wimbledon bij Tony en Julie Mullins verbleven en die waren toen al door de microbe gebeten. Ikzelf vond het niet slecht, maar het zette me toch niet aan om de andere delen te gaan lezen (deel twee staat hier wel klaar in mijn boekenkast, maar er is nog zovéél dat ik moet lezen). Mijn vrouw van haar kant heeft alle verdere delen verslonden.
Tot mijn verbazing heb ik Rowling echter niet eens vermeld in mijn artikel over fantasy en dat moest ik bij deze gelegenheid toch even recht zetten, vond ik. In het fantasy-genre kan de schrijver per definitie immers z’n fantasie de vrije loop laten. Hij creëert een wereld die hij (of zij, in het geval van Rowling) helemaal verzonnen heeft. Die wereld kan zich op onze aarde bevinden, maar ook in een verzonnen tijdperk in de toekomst (Jack Vance) of in het verleden (om precies te zijn: zeven duizend jaar geleden bij Tolkien), en uiteraard ook op een andere planeet (David Lindsay, E.R.Eddison). Het kan ook een “parallelle” wereld zijn waar men via een “magische poort” geraakt. Meestal een deur of een spiegel (“Alice in Wonderland”), maar het kan b.v. ook een orkaan zijn (“The Wizard of Oz”) of zelfs een gezelschapsspel (“Jumanji”) of natuurlijk ook het fameuze perron 9 3/4 van J.K.Rowling.
Maar wat drijft een 70-jarige er toe Harry Potter te lezen? Misschien omdat zijn oudste kleindochter (12 jaar) een tijdschrift opstartte en vroeg of opa een maandelijkse bijdrage kon leveren? Over… ja over??? Literatuur, boeken… Ja, Harry Potter bijvoorbeeld. Weigeren was uiteraard geen optie! Dus…
In ‘Harry Potter en de steen der wijzen’ (Harry Potter and the Philosopher’s Stone; 1997), de eerste van de reeks, ontmoeten we Harry die als baby van één jaar door de professoren Perkamentus en Anderling en de reus Hagrid gedropt wordt op de drempel bij zijn oom en tante Duffeling en hun zoontje Dirk dat even oud is als Harry. Zijn ouders – zo zal blijken – zijn vermoord; hij bleef ongedeerd en hield alleen een litteken in de vorm van een bliksemschicht op het voorhoofd over. Zo start zijn triest bestaan, want we zien hoe het is om op te groeien in een gezin waar je niet gewenst bent (slapen in een bezemhok, weinig eten, geen liefde), op een school waar je gepest wordt, en wanneer je geen vriendjes hebt. Een mooie waarschuwing van Rowling… en een niet te opvallende moraal.
Het tij keert wanneer Harry tien wordt. De reus Hagrid komt hem uit zijn lijden verlossen: een maand later zal hij mogen gaan studeren aan Zweinstein, de school van de tovenaars; ja… de familie Potter waren tovenaars. En eerst neemt Hagrid Harry alvast mee om boodschappen te doen: hij heeft kleding en boeken nodig. Zo duiken wij mee diep onder de grond van Londen, in straatjes met bizarre winkeltjes, waar de reus ook een mysterieus pakje afhaalt dat later een cruciale rol zal spelen. Met deze uitstap beklemtoont de schrijfster het ideaal van de fantasie tegenover het suffe, kleurloze leven, het burgerlijke dat boven de grond te zien is en dat Harry tot nu moest ondergaan. De ‘gewone’ mensen zijn de Dreuzels, saai… Lazen we op de eerste bladzijden niet reeds over zo’n man “Hij was tegen de verbeelding”. En dat is alles wat dit boek doet: zich uitspreken pro fantasie! Als verjaardagsgeschenk krijgt Harry van Hagrid een sneeuwwitte uil, Hedwig, die hem in zijn verdere avonturen zal begeleiden.
En dan, op 1 september, begint het avontuur definitief: Zweinstein. Daar beleeft Harry een reeks avonturen zoals gebruikelijk op een kostschool. Alleen is dit geen gewone school met gewone cursussen. En is Harry geen gewone jongen maar reeds voordien, dat lazen we al, een beroemdheid waarover Rowling in het boek zelf schrijft dat er boeken over hem zullen geschreven worden (dat kon zij weten vermits zij het van plan was), films gemaakt (dat zou inderdaad zo zijn), maar dat het tenslotte zo’n hype zou worden die hem en haar wereldberoemd (en haar rijk) zou maken, kon zij toen niet voorzien. Harry beleeft talloze avonturen, o.m. in het team van de Zwerkbal, een sport met bizarre spelregels. De auteur weet trouwens de wedstrijd te beschrijven als een heuse voetbalmatch. Hij heeft enkele goede vrienden. En er is een meisje Hermelien, ietwat bazig en te slim voor de jongens: we zien de typische relatie jongens – meisjes, afstoten, aantrekken. Mooi beschreven dit proces; tot, nadat Hermelien Harry gered heeft (en vice versa), zij opgenomen wordt in de vriendengroep.
Inmiddels weet Harry wat het grote gevaar is dat Zweinstein bedreigt en dat zijn ouders het leven kostte: de boze, afvallige tovenaar Voldemort. Maar er is meer: langzaam, intuïtief voelt Harry dat het kwaad reeds opnieuw de school is binnen geslopen. Is het professor Sneep die hem haat? En het mysterieuze pakje dat Hagrid ooit meebracht… Zal Harry met zijn vrienden de codes kunnen kraken om het pakje te vinden, en hoe eindigt het duel tussen Harry en Voldemort? En wat gebeurt er met de ‘Steen der Wijzen’ die alles in goud verandert en het eeuwig leven schenkt? Uiteraard eind goed al goed, maar voldoende ruimte om over te gaan naar een volgend deel, waar de strijd verder gestreden wordt.
Rowling schreef een spannend boek. En inderdaad met voldoende dubbele bodems om een volwassene te boeien. En wijze lessen zitten er eveneens in verstopt, maar meestal met een glimlach. En er zijn de vondsten, zwerkbal, de talloze bizarre snoepjes, de hoed die de selectie maakt om de jongeren in groepen te verdelen…
In 2001 werd het boek verfilmd door Chris Columbus met o.m. Daniel Radcliffe, Emma Watson en Richard Harris. Inmiddels zag ik ook deze verfilming: knap in beeld gebracht. De verhaallijn werd gevolgd maar enkele wat meer diepgravende elementen gingen verloren.

Lees verder “Twintig jaar geleden: “Harry Potter and the Philosopher’s Stone””