“The Hobbit” wordt tachtig jaar…

“The Hobbit” wordt tachtig jaar…

Vandaag is het tachtig jaar geleden dat van John Ronald Reuel Tolkien “The Hobbit” verscheen. Het was de voorloper op zijn trilogie “The Lord of the Rings” (1955, in 1977 zou nog “The Silmarillion” volgen). Het is dus ook tachtig jaar geleden dat Middle Earth werd geschapen, een mythisch land, bevolkt door dwergen, trollen, elfen, tovenaars, mensen, enten en elfen. Er zijn reeds woordenboeken en grammatica’s van zijn verzonnen talen verschenen en zelfs een atlas van Middle Earth. Na zijn dood verzamelde zijn zoon Christopher alle nagelaten geschriften, probeersels, voorstudies en overschotjes en bond deze samen tot een achtdelige “History of Middle Earth”.
Lees verder ““The Hobbit” wordt tachtig jaar…”

Susanna Clarke wordt 55…

Het is mij nog niet vaak overkomen: een boek kopen omwille van het “uiterlijk”. Dit was een tijdje geleden wel het geval met “Jonathan Strange & Mr.Norrell” van Susanna Clarke uit 2004 omdat de kaft mij zozeer herinnerde aan “The Quincunx” van Charles Palliser, waaraan ik zoveel plezier heb beleefd. Bovendien was dit boek nog bijna dubbel zo dik! Thuis gekomen was ik niet verbaasd dat de kaft binnenin was voorzien van wervende boodschappen, want dat is ondertussen schering en inslag, maar het was natuurlijk wél opmerkelijk dat bovenaan een aanbeveling prijkte van Palliser (“I could not stop reading until I had finished it”). Tegelijk vernam ik echter van ene Neil Gaiman (mij voor de rest totaal onbekend) dat het ook “the finest English novel of the fantastic was “written in the last seventy years”. Ook niet mis als compliment natuurlijk (want “in the last seventy years” wil wellicht zeggen: “sinds The Lord of the Rings”), maar daar was ik allerminst naar op zoek. Vandaar dat ik op het internet op zoek ging naar meer informatie. En uiteraard kwam ik weer bij Wikipedia terecht…
Lees verder “Susanna Clarke wordt 55…”

“Aarzelend zocht elk van ons zijn eigen deur”

“Aarzelend zocht elk van ons zijn eigen deur”

Ooit ontsloot een vriendin een gammele, vuilgroene deur, die zich tussen twee herenhuizen bevond. En opende daarmee het perspectief op een beluik, een besloten hofje waar kasseistenen overwoekerd werden door onkruid; de huisjes rondom waren bijna allemaal vervallen. Met de simpele handeling, het openen van een deur die tussen de boulevardgevels niet opviel, leerde zij me wat doordacht reizen betekent. Het was de stap in een totaal andere, onbekende en irreële wereld. Het ruimtelijke reisaspect was klein, enkele stappen; veel groter was de reis in de tijd die ons van de grootstad naar eeuwen terug bracht. Het was de trip van de warmte en het scherpe zonlicht met genadeloze contouren, naar de koelte van een schaduw die ons mild ontving. Het was de sensatie geconfronteerd te worden, in de luide namiddagdrukte van een grootstad, met de huiver dat achter je de schim van de Golem zijn hand naar je zou reiken, een Golem die je dus toch ruimtelijk bijna duizend kilometer voerde en van daaruit ook de literaire reis van de verbeelding opstartte. Het was het wegvallen van de massa, de sensatie van de eenzaamheid; het ontdekken van nieuwe emoties, het herontdekken van verloren gewaande emoties. Het was de gefantaseerde reis van Alice, van Gulliver, van Bilbo Balings. En het zou dus ook de reis van een herinnering worden : het nu teruggrijpen, het nu noteren van indrukken… wat de cirkel die elke reis is, voorlopig sluit : de reiziger die daar toen vertrok, is er vandaag weergekeerd, eventjes, op doortocht. En sluit eigenhandig de deur van het beluik.
Lees verder ““Aarzelend zocht elk van ons zijn eigen deur””