Vijftig jaar geleden: het einde van The Beatles volgens John Lennon

Vijftig jaar geleden: het einde van The Beatles volgens John Lennon

Het is onduidelijk wanneer precies men van het einde van The Beatles kan spreken. Er is natuurlijk de juridische afwikkeling van de zaak, maar die komt pas vele jaren later. Maar zowat alle vier Beatles hebben een eigen theorie over wanneer men echt kan spreken over dat het over and out was met de groep. Voor John Lennon zal dat allicht vandaag vijftig jaar geleden zijn toen hij na een concert van The Plastic Ono Band in Toronto naar zijn eigen zeggen “besloot” om The Beatles te ontbinden…

Lees verder “Vijftig jaar geleden: het einde van The Beatles volgens John Lennon”

Vijftig jaar geleden: Bob Dylan op het eiland Wight

Vijftig jaar geleden: Bob Dylan op het eiland Wight

Vijftig jaar geleden had dus het zogenaamde Woodstock-festival plaats, al vond het eigenlijk plaats in het 50km verder gelegen Bethel. Eén van de inwoners van Woodstock was Bob Dylan. Het mocht echter niet baten: Dylan zou er niet optreden, hij koos voor het lucratiever aanbod op het eiland Wight aan de Engelse zuidkust. Alle Beatles (behalve Paul, zie onderstaande foto van Pinterest) waren aanwezig, maar ook dat mocht niet baten: het optreden van Dylan (begeleid door The Band) duurde zoals contractueel vastgelegd precies één uur en was een fiasco. Dylan zal de volgende twee jaar niet meer in het openbaar optreden.

Lees verder “Vijftig jaar geleden: Bob Dylan op het eiland Wight”

55 jaar geleden: de stad Glasgow decreteert dat mensen met “Beatlehaar” een muts moeten dragen in het zwembad

55 jaar geleden: de stad Glasgow decreteert dat mensen met “Beatlehaar” een muts moeten dragen in het zwembad

Zijn dit geen vier keurige knapen? Ongetwijfeld. Maar zo dacht men er vijftig jaar geleden niet over. Het haar van The Beatles (en vooral het feit dat hun fans die haardracht gingen kopiëren) wekte toen enorme ergernis op. Op allerlei manieren probeerde men de “langharige” (sic!) jongeren te koeioneren. Ze werden weggestuurd bijvoorbeeld van school of van de werkvloer. Bij dit laatste werd dan vaak “de veiligheid” als element aangedragen, net alsof men met haar over de oren (want daar bleef het meestal bij) tussen een freesmachine zou kunnen terechtkomen! Een gelijkaardig argument (maar dan eerder uit “hygiënische” overwegingen) werd dus door de stad Glasgow aangedragen om mensen met “Beatlehaar” te verplichten een muts moeten dragen in het zwembad, iets wat vlug zowat overal navolging zou vinden. Daardoor werden Beatlefans nog meer uitgelachen dat ze er “als meisjes” uitzagen natuurlijk, wat altijd al de bedoeling was geweest van flauwe grappenmakers op televisie bijvoorbeeld (op de rug van een langharige tikken met de vraag “pardon, juffrouw?” en zich dan zogezegd excuseren als het een jongen bleek te zijn). Het allereerste televisieoptreden van David Bowie hield hiermee trouwens verband. Hij was dergelijke “grappen” kotsbeu en riep de goegemeente op tot meer verdraagzaamheid…

Lees verder “55 jaar geleden: de stad Glasgow decreteert dat mensen met “Beatlehaar” een muts moeten dragen in het zwembad”

Vijftig jaar geleden: een emblematische foto…

Vijftig jaar geleden: een emblematische foto…

Vandaag is het al een halve eeuw geleden dat bovenstaande foto werd genomen door Iain Macmillan: The Beatles die het zebrapad van Abbey Road, waar hun opnamestudio was gevestigd, oversteken. De foto steekt vol details die uitnodigen tot “hineininterpretierung”. Laten we er “for old times’ sake” nog eens aan meedoen…

Lees verder “Vijftig jaar geleden: een emblematische foto…”

55 jaar geleden: première van “A hard day’s night”

55 jaar geleden: première van “A hard day’s night”

Vandaag is het precies 55 jaar geleden dat de eerste film met The Beatles in de hoofdrol, “A hard day’s night”, in Londen in première ging. Geregisseerd door avant-garde regisseur Richard Lester (“The Knack”) betekende de film een revolutie in de geschiedenis van de muzikale film. Natuurlijk bestonden er al filmvehikels voor popvedetten als Elvis Presley of Cliff Richard, maar meer dan een amoureus verhaaltje dat het kader moest scheppen om enkele songs te vertolken waren deze films niet. Lester gooide het roer helemaal om en was een voorloper van de videoclip, die pas een kleine kwarteeuw later ingang zou vinden.

1964 was een zwak jaar in Cannes. De winnaar is “Les parapluies de Cherbourg” van Jacques Demy met Catherine Deneuve (Delphine), Françoise Dorléac (Solange), Danielle Darrieux (Yvonne), Michel Piccoli (Simon Dame), Jacques Perrin (Maxence) en Gene Kelly. Met deze film maakt Jacques Demy een Europese interpretatie van de Amerikaanse musical. De tweelingzussen Delphine en Solange (gespeeld door de zussen Catherine Deneuve en Françoise Dorléac) dromen elk van hun ideale liefde en van een zang‑ en danscarrière in Parijs. Elders dromen twee mannen van hun ideale vrouw. Ze ontmoeten elkaar. De vonk slaat over. En dan duurt het nog een hele film eer het onvermijdelijke gebeurt: de geliefden worden herenigd. De boodschap is overduidelijk: het geluk woont vlak achter de hoek maar we missen het ‑ ongeweten ‑ telkens op een haar.
Voor “My fair lady” (George Cukor, 1964) werd Audrey Hepburn verkozen boven Julie Andrews, die de rol in het theater had gecreëerd. Dit maakte zoveel ophef dat de producers “voor alle zekerheid” nadien de stem van Audrey voor de liedjes vervingen door die van Marni Nixon. Met alle sympathie voor mooie Audrey (zéker tegenover Andrews), maar haar muzikale exploten in “Breakfast at Tiffany’s”, waarin ze “Moon river” kweelde, waren toch niet echt om over naar huis te schrijven. Ondertussen bestaat er trouwens ook een kopie van “My fair lady”, waarin men wél haar stem kan horen. Julie Andrews werd bovendien getroost met “Mary Poppins” (Robert Stevenson, 1964).
In 1965 het jaar dat iedereen tenminste tien keer naar “The sound of music” van Robert Wise ging kijken, keek ik liever naar “Help” van Richard Lester. Tegen de gangbare opinie in vind ik deze tweede film van The Beatles ook beter dan “A hard day’s night” (1964).
Mark Lester is daarna te zien in “Oliver!” van Carol Reed, een Engelse musical naar het boek van Charles Dickens over de weesjongen Oliver Twist. Met verder: Ron Moody, Oliver Reed, Harry Secombe e.a. In 1966 was er “Sweet Charity” van Bob Fosse (naar “Le Notti di Cabiria” van Fellini) met Shirley MacLaine en een jaar later was er “Les demoiselles de Rochefort” van Jacques Demy met in de titelrollen opnieuw de zusjes Catherine Deneuve en de helaas veel te vroeg overleden (auto-ongeval) Françoise Dorléac.

Lees verder “55 jaar geleden: première van “A hard day’s night””

Gordon Waller (1945-2009)

Gordon Waller (1945-2009)

Het is zal morgen al tien jaar geleden zijn dat in de Amerikaanse staat Connecticut op 64-jarige leeftijd popzanger Gordon Waller (links op de foto) van het Britse duo Peter and Gordon is overleden aan een hartaanval.

Peter and Gordon scoorden in de jaren zestig vooral hits met liedjes die voor hen waren geschreven door Paul McCartney, omdat die op dat moment de vrijer was van Peters zus, de actrice Jane Asher. Hun debuutsingle “A World Without Love” was in 1964 meteen al een nummer-1 hit. Later zou Paul onder het pseudoniem Webb ook nog “Woman” voor hen schrijven, dat weliswaar geen nummer één werd maar toch een heel grote hit. Paul had dit gedaan omdat hij wou bewijzen dat hij ook hits zou kunnen schrijven zonder dat het op voorhand geweten was dat ze door hem waren geschreven. Verder hadden Peter and Gordon nog succes met onder meer “True Love Ways” van Buddy Holly en “Baby I’m yours” van Van McCoy. Van het kabareteske “Lady Godiva” hield ik niet zozeer, maar het grote publiek wel. Toch gingen in 1968 Peter and Gordon uit elkaar.

Op het Sint-Jozef-Klein-Seminarie (zoals op bijna elke school bij mijn weten) was er jaarlijks een soort van show, waarin zowel leraars als leerlingen hun beste beentje voorzetten. Voor één van deze shows zou ik samen met Jan Kusé een vocaal duo vormen. We zouden dan nummers zingen van Peter & Gordon, Paul & Barry Ryan, The Walker Brothers enzovoort. Muziek die ik nu nog steeds graag hoor en waarmee ik me dus best kon verzoenen, wat mijn stem aangaat, zeker in combinatie met de hogere stem van Jan Kusé.
Want dat is “the story of my life”: being in the wrong place at the right time of omgekeerd. Wat nu specifiek het zingen betreft, bedoel ik daar het volgende mee. Alhoewel ik in die tijd een fan was van Donovan en nog nooit van Rod Stewart had gehoord, wilde ik toen toch reeds zo’n rauwe stem hebben. A white nigger, zeg maar. En ik was verdomme gezegend met een stem à la Engelbert Fucking Humperdinck! (*)
En omgekeerd, toen ik veel later in klassieke muziek geïnteresseerd raakte en b.v. vaak zangers of zangeressen ging interviewen, viel het wel eens voor dat deze – louter op basis van mijn spreekstem – vroegen of ik soms ook een zanger was. Dàn zou die Humperdinck-stem me dus wel van pas gekomen hebben natuurlijk. Maar toen was ik al veel te oud om nog zanglessen te gaan nemen, dus dat werd ook alweer niks.
Over klassieke muziek gesproken, dat is de gelegenheid om een tweede naam te laten vallen, die van Jan Van Laere. Deze was dus een liefhebber van klassieke muziek, meer zelfs: van klassieke muziek van de oubollige soort! Met name Franz Lehar was zijn groot idool. Vandaag, nu ik reeds lang de vijftig ben gepasseerd, ben ik ook een grote fan van Lehar, ik beschouw hem met name als de tweede beste componist van de twintigste eeuw (nà Puccini, maar vóór Paul McCartney om maar iets te zeggen), maar in volle sixties, toen heel de klas met The Beatles of The Stones dweepte, was dit absolutely not done.
Nu goed, zelfs Jan Van Laere had geen stoppen in zijn oren toen “A whiter shade of pale” van Procol Harum de hitparades bestormde en toen hij op een zogenaamde retraite (elk jaar moesten de leerlingen van het college zich enkele dagen terugtrekken in een klooster) de muziek moest verzorgen voor een misviering, vroeg hij aan mij om de fameuze orgelintro voor hem voor te zingen. Op die manier leerde hij die dan spelen voor in de mis. Het is nog altijd één van de verwezenlijkingen in mijn leven waarop ik het meest trots ben!
In de Poësis vond Edwin Thoen dat we op de collegeshow met een beatgroepje moesten optreden. En daarom stichtte hij Sam Gutter’s Blues Band met hemzelf op gitaar, ik als zanger, Frank De Pauw op basgitaar en Philippe Lints sologitaar. Een drummer hadden we niet, maar daar zou Philippe wel voor zorgen: dat bleek de toen nog piepjonge Tony Ghyselinck te zijn, later een bekend jazzdrummer, maar ook b.v. de drummer van de Pebbles-reüniegroep, die op het Feest van De Rode Vaan zou spelen.
Tot een optreden is het echter nooit gekomen en ikzelf was daar allerminst rouwig om. Want ondanks het feit dat de naam van de groep een programma op zich was (om blues te spelen namelijk), was het enige nummer dat we gerepeteerd hebben “She’d rather be with me” van The Turtles. En eenieder die dit nummer kent, weet dat dit geen kattepis is om te zingen. Op de repetities lukte het mij nog net, maar voor een zaaloptreden zou ik het wel bestorven hebben van de zenuwen!
Op die repetities heb ik overigens Tony Ghyselinck nooit ontmoet. We repeteerden immers enerzijds in het college zelf (en daar was ik uiteraard bij, maar Tony niet, aangezien hij naar een andere school ging) en anderzijds bij Philippe Lints thuis, waar Tony wél was, maar ik dan weer niet om een of andere reden.
En tenslotte was er Patrick V.P. Hij was ook een speciale, maar dan weer van een heel andere soort. Laten we zeggen dat hij nogal gefixeerd was op één ding. Dat maakte b.v. dat hij in navolging van onze Sam Gutter’s Band zelf ook een groep wou oprichten (ik geloof zelfs dat hij het inderdààd heeft gedaan) en die zou dan The Purple Penis Band gaan heten. Verder heb ik daar niks mee te maken, maar ik moet toegeven dat dit voor mij de inspiratie was om (jaren later) een voorstel te doen aan Raymond van het Groenewoud, nadat die “Try a little tenderness” van Otis Redding tamelijk letterlijk had vertaald. Eenieder die Raymond op de slotdag van de Gentse Feesten reeds heeft meegemaakt, weet immers dat hij ook een fantastische versie van “Purple Rain” in de vingers heeft.
Nu, in tegenstelling tot “Try a little tenderness” is de tekst van “Purple Rain” een aaneenschakeling van onzin (Raymond had b.v. de gewoonte om na het refrein “Purple Rain, Purple Rain” in de mikro te zeggen: “wat zou dat toch zijn?”) en daarom stelde ik hem voor “Purple Rain” niet létterlijk te vertalen, maar naar de klank. En – rekening houdend met het feit dat Raymond enkele liedjes over porno heeft geschreven – daarom suggereerde ik hem als titel “Purper Ding”. Purple Rain als ode aan de penis. Moest kunnen, vond ik. Maar Raymond heeft (in tegenstelling tot andere mails) hierop nooit geantwoord.

Lees verder “Gordon Waller (1945-2009)”