Het droge brood van Madame Warren

« Madame Warrens broodwinning » van Arthur Schnitzler, zo stond er oorspronkelijk op de programmabrochure van het NTG. Het moet natuurlijk George Bernard Shaw zijn, maar de vergissing is gemakkelijk te verklaren. Op zeer korte tijd programmeert het NTG immers twee werken van rond de eeuwwisseling. Twee thesisstukken die daarbij ook nog met seks te maken hebben en de dubbele censurering lag dan ook voor de hand. Het grote verschil is echter dat Schnitzlers « Rondedans » als een komedie met een dramatische ondertoon werd opgevat en dat dit bij « Madame Warren » net het omgekeerde is. Gevolg : was « Rondedans » verrukkelijk amusement, dan is het brood van Mevrouw Warren toch wel erg taai om te slikken.
Lees verder “Het droge brood van Madame Warren”

Jo Decaluwe speelt Cyriel Buysse

Jo Decaluwe heeft zich met zijn éénmanstoneel met werk van Cyriel Buysse in de loop der jaren een heel sterke reputatie opgebouwd. Sinds 1983 speelt hij DE RAADSHEEREN VAN NEVELE, een blijspel gemaakt naar de ‘Verslagen over den gemeenteraad van Nevele anno 1885-86’ van de hand van de jonge Cyriel Buysse. Op satirische wijze beschreef hij de gang van zaken in de gemeenteraad en zette er zowat iedereen mee te kijk. Grote hilariteit bij de inwoners van Nevele, die wát graag spot en satire lozen over mijnheer de baron, de burgemeester, de schepenen, de notaris en vele andere volkse figuren die rond de raadstafel ruzie maakten en aan het eind toch gedwee JA knikten… met knikkers. Op vrijdag 5 en zaterdag 13 oktober om 20 uur speelt Jo Decaluwe nogmaals zijn successtuk in Theater Tinnenpot. Reserveren 09/225.18.60.
Lees verder “Jo Decaluwe speelt Cyriel Buysse”

Het proces

Bij het begin van het seizoen 1976-77 wordt Jacques Van Schoor directeur van het NTG. Hij stelt Anita Van den Berghe aan om wat te doen aan de teruglopende belangstelling. Met haar team van medewerkers (waarbij o.m. Jan Seurinck) slaagt ze er even in het gemiddelde op te drijven tot 300 per voorstelling, maar na enige tijd zakt het opnieuw. Ikzelf woonde toen nog niet in Gent en schreef dus ook nog geen recensies voor De Rode Vaan (al werkte ik daar wel al), dat deed Firmin De Gryse. Ik deed wel de eindredactie. Een paar titels komen mij dan ook nog min of meer bekend voor. Zo o.a. “Het proces” van Peter Weiss naar de bekende roman van Franz Kafka. Ik heb zelf ook een uitgebreide bijdrage geschreven over “Het proces” (*), maar dat was enkele jaren later, n.a.v. een tournee van het gezelschap “The Cherub Company” met een toneelbewerking van de in Londen woonachtige Pool Andrew Visnevski. Met deze voorstelling behaalde de Cherub Cy in september 1980 in Edinburgh “The Fringe First Award”.
Lees verder “Het proces”

Het sacrament

Hugo Claus regisseerde in 1989 “Het sacrament” zelf. Carl Ridders is de labiele Claude, Frank Aendenboom de priester Deedee en verder zijn nog Jan Decleir, Hugo Van den Berghe, Chris Lomme, An De Donder, Brit Alen, Ann Petersen en Marc Didden te zien. Frédéric Devreese schreef de filmmuziek.
Robbe Dehert: “Ik zie ‘Basic instinct’ heel geire. Hugo Claus niet. Die vond de achtervolgingsscène ongeloofwaardig. Ik zeg: allé Hugo, in ‘Het sacrament’ moeten ze het personage van Roodkapke raden, terwijl iedereen in de zaal dat al na een halve minuut weet. En dan zit ge te zagen over een achtervolging in ‘Basic instinct’?” Misschien daarom dat Claus een cameo-rolletje weigerde in het vervolg op “Blueberry hill” van de Robbe. Frank Aendenboom oefent hierin nu een vetbetaalde politieke functie uit op het kabinet van een minister. Uiteindelijk werd dat dan Piet Balfoort, al was oorspronkelijk Hugo Claus gevraagd.
De wals uit “Het sacrament” is eigenlijk het songfestivallied voor Mireille Capelle. De BRT schreef voor de tekst een wedstrijd uit, maar Devreese had ondertussen zelf Hugo Claus aangesproken en weigerde met de winnaar van de wedstrijd scheep te gaan. Die tekst werd dan door Pieter Verlinden op muziek gezet en door Linda Lepomme vertolkt. Toen ze de laatste plaats behaalde, riep Claus uit: “Er bestaat tóch een god.” Zelf vond ik dat ten onrechte. Verlinden is zelf ook een degelijk filmcomponist en dit nummer had b.v. wat weg van het wondermooie “Zonder jou”, het themalied uit “Mira” dat Liesbeth List zingt op muziek van Georges Delerue en op tekst van… Hugo Claus.

NTG-stuk nr.258: “Steunpilaren van de maatschappij” (sept.1996)

Dit stuk van Henrik Ibsen wordt door Wim Van Gansbeke, als dramaturg voor het NTG, als volgt samengevat:
Het speelt zich af ten huize van Bernick, een gevestigd grootindustrieel en reder. Deze beging ooit de jeugdzonde een verhouding met een gehuwde vrouw aan te gaan. Zijn vriend, Johan Jonessen, liet hij de schande op zich nemen en het gewicht dragen van de roddel in het provinciestadje dat als locatie dient voor dit verhaal. Onder druk van de omstandigheden zag Johan zich verplicht te emigreren naar Amerika. Sindsdien is het Bernick, inmiddels met Johans zuster getrouwd, zakelijk voor de wind gegaan. Hij heeft zich opgewerkt tot een heuse steunpilaar van de maatschappij. Maar daarmee is hij de gevangene van zijn verleden. En dat verleden duikt opnieuw op in zijn omgeving wanneer Johan Jonessen onverwacht terugkomt uit Amerika. Op bezoek bij zijn zus wordt Johan verliefd op de jonge Dina. Hij wil met haar trouwen. Om zijn naam van alle blaam gezuiverd te zien vraagt hij Bernick om met de waarheid over het verleden voor de dag te komen. Nadat hij zich eerst in allerlei bochten heeft gewrongen, besluit Bernick zich bij de eerste de beste gelegenheid van Johan te ontdoen. Deze laatste wil, diep ontgoocheld door Bernicks kontendraaierij, naar Amerika terugkeren. Bernick laat hem inschepen op een schip, waarvan hij weet dat het onzeewaardig is. Dan komt men de reder melden dat zijn zoontje, die zich door de far-west-verhalen van zijn oom het hoofd op hol heeft laten brengen, zich ook op het wrakke schip bevindt. Dank zij de tussenkomst van een eerlijke meestergast, wordt een ramp vermeden.
Het moraliserende einde, waarbij Bernick tot inkeer komt, werd door regisseur Hugo van den Berghe geschrapt: “Bernicks plotse inkeer is niet meer voorstelbaar. Of Ibsen er zelf in geloofde, weet ik niet. Ik kan het mij moeilijk inbeelden maar hij zal het toch wel in de geest des tijds als een plicht beschouwd hebben om daar steeds op te hameren. (…) Aan het eind van het stuk legt Bernick zeg maar een openbare biecht af, maar zo dat hij er zelf nog profijt zal uithalen. En dat lijkt mij zeer modern.”

Harold Pinter: The Caretaker (1960)

60 De huisbewaarderIn 1966 werd “De huisbewaarder” van Harold Pinter opgevoerd in het Arcatheater met (op de foto v.l.n.r.) Marc van Nieuwenhuize, Hugo van den Berghe en Cyriel van Gent. In de Germaanse heb ik het stuk gelezen als verplichte lectuur en daarom heb ik toen een samenvatting gemaakt in het Engels. Niet zo heel erg goed Engels, moet ik toegeven, maar ik heb mijn best gedaan.
Lees verder “Harold Pinter: The Caretaker (1960)”