Tien jaar geleden: het Multatuliteater speelt “Macbeth infected”

‘Macbeth Infected’ was een theatervoorstelling van het Gentse amateurgezelschap Multatuliteater, die in première ging op 20 november 2009. Over de meeste van Gentse theaters kun je hier wel iets vinden, maar mijn geschiedenis van het Multatuliteater ben ik kwijt. Daarom moeten zij het stellen met een interview met één van hun trouwste medewerkers, Eddie Dewit…

Na 20 seizoenen en 25 producties zette het Multatuliteater Eddie Dewit in de bloemetjes in de Cultuurkapel Sint-Vincent, waar het stuk “Het Belang van Ernst” van Oscar Wilde in première ging. Het was het 26ste stuk van dit amateurgezelschap waaraan Dewit zijn medewerking verleende, maar het was wel zijn allereerste regie sedert de afgelopen twintig jaar. Dat verdient een bloemetje, vond men bij Multatuli en ikzelf ging eens met Eddie praten voor Het Laatste Nieuws.
“Het is het 27ste,” verbetert Eddie Dewit het optelsommetje dat men bij Multatuli heeft gemaakt. “Het is het 27ste stuk, waarbij ik betrokken ben, want rond 1981 zong ik live achter de scène enkele Chileense liederen tijdens het stuk ‘De langste nacht’. Maar dat vergeet men meestal mee te tellen.”
Nochtans is die productie erg belangrijk als scharnier voor de twee artistieke belangstellingsvelden van Eddie Dewit. Hier in Gent kennen de meesten hem als toneelacteur, maar in zijn geboortestreek in Vlaams-Brabant is hij eerder bekend als kleinkunstzanger van het eerste uur. “Mijn eerste optreden was in Hautem, nabij Vilvoorde, waar ik werd ontdekt door de vader van de Vlaamse kleinkunst, KoR van der Goten. In 1968 trad ik op in Grimbergen, samen met o.a. Zjef Vanuytsel en Lamp, Lazarus en Kris, die dus ook naam gemaakt hebben in dat wereldje, wat eigenlijk wel een beetje vreemd is, want als je de recensies van die avond erop naleest, heeft men het in de pers vooral over mij.”
Geboren in Breendonk, heeft Eddie Dewit lessen gevolgd aan het Sint-Thomasinstituut in Brussel. En sedert dertig jaar geeft hij nu reeds Nederlands in de Middenschool in Asse. Toen hijzelf reeds halfweg de dertig was, ontmoette hij ergotherapeute Magda Franck uit Laarne. Ze huwden en als “compromis” gingen ze in het Gentse wonen. Eerst in Gent zelf, daarna – toen de kinderen Karen (20), Hannes (18) en Kirsten (15) eraan kwamen – in Merelbeke, waar hij een huis heeft laten bouwen in de Sint-Jozefstraat. Noch vrouw Magda, noch de kinderen treden in de artistieke voetsporen van vader. “Ze hebben nochtans muziekschool gevolgd, maar ze hebben de ‘feeling’ niet,” zegt hij in het typische sixties-jargon. Maar het was in die tijd ook niet allemaal rozengeur en maneschijn.
“Alleen de strafsten overleefden,” geeft Eddie eerlijk toe. “Wie durfde in die tijd alles op alles zetten? Als ik het nu nog eens zou kunnen overdoen, dan zou ik een degelijke instrumentale opleiding volgen en het erop wagen, maar het waren andere tijden toen. Nietwaar?” vraagt de ene vijftiger aan de andere.
“Niet dat ik niet graag heb lesgegeven. Ik geef zelfs nog altijd graag les, maar…” En hij droomt even weg.
Toch is het zijn zangtalent dat hem bij Multatuli heeft gebracht. “Ik volgde toen Spaanse les bij Willem Van Impe, de legendarische leraar uit het Gentse. Elk jaar tijdens de Paasvakantie organiseerde hij voor zijn leerlingen een reis naar Andalusië. Ik speelde en zong daar dan bij het kampvuur en zo werd ik opgemerkt door Josiane Rimbaut, de echtgenote van provinciegouverneur Herman Balthazar, die op dat moment trouwens als voorzitter nog altijd nauw betrokken was bij ‘de Multa’. Spelen deed hij niet meer, maar daarvóór had hij het wel tweemaal gedaan. Ook burgemeester Frank Beke heeft trouwens nog bij ons gespeeld. En de nieuwe schepen Karen Temmerman. En Jan Moors. En natuurlijk Nic Balthazar.”
Ja, wie een geschiedenis van de Multa schrijft, schrijft een geschiedenis van de SP.
“In zekere zin hoor,” relativeert Eddie Dewit. “Ikzelf ben geen SP’er. De meesten komen trouwens uit het vrij onderwijs. Maar ze zijn op een bepaald moment wel ‘bekeerd’. Want het dient wel gezegd dat we bij Multatuli altijd ‘stukken met inhoud’ spelen. Vrijblijvende billenkletsers, da’s niks voor ons.”
“Alhoewel,” onderbreekt hij zichzelf. “Het Belang van Ernst is wél een luchtige komedie. Al is en blijft het natuurlijk wel een stuk van Oscar Wilde. In een vertaling van Gerrit Komrij zal het vooral een opeenvolging zijn van spirituele vondsten. Maar het volgende stuk zal dan toch weer geëngageerd zijn, want het is van Vaclav Havel.”
Hoe is dit er dan zo tussengekomen?
“Ik zou natuurlijk kunnen zeggen dat we hiermee de honderdste verjaardag van het overlijden van Wilde willen herdenken, maar om eerlijk te zijn is dat gewoon een gelukkig toeval. Nee, we zaten met een stuk waarvoor negen mensen waren aangezocht, waarvan een viertal nieuwelingen, terwijl de anderen pas aan hun tweede of derde stuk toe waren. Die wilden dus erg graag allemaal nog eens spelen. Toen de regisseur dan plotseling afhaakte, kwam iemand met dit stuk aandraven, dat ook juist negen personages telde. En ik werd aangeduid als regisseur.”
Bedoel je dat je eigenlijk geen ambities hebt op dat vlak?
“Nù wel, nu ik die ervaring heb gehad. Maar dan wil ik wel degelijk zelf een stuk uitkiezen en er een eigen visie op uitwerken.”
En het resultaat? “Iedereen kan sympathiseren met de tegenvallers van een vriend, maar het vraagt een erg mooi karakter om hetzelfde te doen met iemands successen.” (Oscar Wilde)

Referentie
Ronny De Schepper, 125 jaar Multatuliteater, Periodiek Verschijnsel september 1999

Lees verder “Tien jaar geleden: het Multatuliteater speelt “Macbeth infected””

Vijftig jaar geleden: “Actie Tomaat” (deel twee)

Vijftig jaar geleden: “Actie Tomaat” (deel twee)

In 1968 had Hugo Claus nog samen met Alex van Royen en Carlos Tindemans “T 68 of de toekomst van het theater in Zuid-Nederland” geschreven, waarin hij experimentele theaterstandpunten verdedigde. Later zal dat veranderen. Zo lokt hij reeds in 1969, middenin de Actie Tomaat, een incident uit. Toen ging in de Amsterdamse schouwburg zijn stuk “Vrijdag” door de Nederlandse Comedie in première.

Aangezien Claus hier op het eerste gezicht teruggrijpt naar het naturalistische toneel (vgl. met “Driekoningenavond” van Cyriel Buysse b.v.) en in interviews vooraf nog wat olie op het vuur had gegoten door te stellen dat al die discussianten leuteraars zijn die niet weten waar ze over praten, dat met name het toneel niet dood is, maar dat er een tekort is aan echte persoonlijkheden, dreigde men in de pers reeds “die ouwe zak” (sic, Claus was toen 40) eens de les te spellen. Daarom posteerde Claus zijn boksende broers in de zaal om eventuele tomatengooiers tot andere inzichten te brengen. Maar het was niet nodig. Het werd een succes. Claus: “Theater bestaat voornamelijk uit een communicatie die tot nader order nog altijd verbaal moet zijn. (…) Wat men dan een beetje smalend ‘dichterlijk’ noemt, is de essentie van het theater: Haal je van Shakespeare de taal weg, dan krijg je alleen maar ridicule, nonsensicale verhalen die nergens op slaan, waarvan de psychologie niet klopt, enfin, alles is één ratjetoe. Is er iets belachelijker dan de plot van ‘Hamlet’? Is er iets idioter dan ‘Twelfth Night’, dan ‘A Midsummernight’s Dream’? Dat is pure kolder, niet eens goed voor een comic-strip. Het bestaat in functie van wat er daar met woorden gedaan wordt. (…) De laatste jaren krijgt de toneelschrijverij hier te lande echter een heel koddige dimensie: men neemt vier pagina’s Heidegger en een stuk of wat krantenknipsels en gaat die vervolgens, met z’n allen improviserend, op de planken brengen. We hebben momenteel een theaterlandschap van diepe treurnis. Men schijnt hier te vergeten dat toneel een onzuivere kunst is, die eist dat er rekening gehouden wordt met de tweehonderd mensen die zitten te kijken en van wie een aantal nauwelijks kan lezen of schrijven. (…) Ik geloof in elk geval niet in wat men met een gekke term aanduidt als het rituele theater, ’t schuimbekkend over de grond rollen en het gepiep en gekwijl en het collectief hysterische: wij hebben namelijk geen goden, dus waarom zouden we een rite opvoeren alsof we wel goden hadden? Da’s allemaal hocuspocus waar ik niet in geloof en in de zogenaamde diepverborgen persoonlijkheidslagen die je met zo’n toneel aanboort, geloof ik evenmin.”
Dat wil anderzijds niet zeggen dat met name “Vrijdag” vol verwijzingen zit, zowel naar de heidense (Germaanse), de Griekse en de christelijke mythologie. Claus zal zijn eigen stuk in 1981 verfilmen.
Alhoewel Hugo Claus soms (niet altijd, zie hier ) net als Louis Paul Boon mei ’68 eerder als een kleinburgerlijke revolte beschouwt (hij zat echter ironisch genoeg in de vermaarde brasserie Lipp te eten toen daar een traangasgranaat werd binnengegooid), schrijft hij rond die tijd toch “Reconstructie”, een operatekst samen met Harry Mulisch die een eerbetoon wil zijn aan Che Guevara. Ook in 1993 blijven beiden trouwens vasthouden aan hun geloof in Cuba. Als men het “ondemocratische” karakter van het regime aanhaalt, repliceert Claus in Humo: “Democratie is niet een pleistertje dat je overal kunt opplakken, op sommige plekken schiet zij te kort: in de kunst b.v.”
In 1970 volgt “De Spaanse hoer”, naar het 15e eeuwse “La Celestina” van F. de Rojas.
Van 1970 tot 1974 zetelt hij in de redactie van De Gids. Samen met Johan Daisne dus blijkbaar…
In het najaar van 1970 publiceert Claus twee omvangrijke poëziebundels : “Heer Everzwijn” (waarvoor hij de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie krijgt) en “Van horen zeggen”.

Dré Steemans (1954-2009)

Dré Steemans (1954-2009)

Het is reeds tien jaar geleden dat Dré Steemans, vooral bekend onder de naam van zijn alterego Felice Damiano, overleden is aan een hartstilstand. Steemans was 55 jaar. Voor het Gentse stadsmagazine Tempo ben ik destijds met Jessie De Caluwé en Felice Damiano (foto Micheline Veys) gaan eten in een uitstekend restaurant in Deurle (“De ouwe hoeve”, geloof ik). En dat was maar goed ook, want Felice bleek een “professional” te zijn op dat vlak. Later zal hij in “Humo” o.m. de “Rugantino” aanprijzen, het Italiaanse restaurant van “mijn” (Constan)Tina in hartje Brussel, waar we met De Rode Vaan nog tal van uren hebben gesleten. Het was een idee van Tempo-baas Eric Goeman om de twee BRT-coryfeeën samen te brengen en hij had het op een akkoordje gegooid met de baas van dat restaurant om die confrontatie dààr te laten plaatsvinden. Deze laatste zal zich dit wel beklaagd hebben, want Tempo ging op de fles nog vóór het artikel kon verschijnen. Ikzelf kon het dubbelinterview nog verlappen aan De Rode Vaan, maar daar zal “De ouwe hoeve” niet echt mee getroost geweest zijn, denk ik. Ondertussen heb ik voor mijn blog de twee gesprekken uit elkaar gehaald, want eigenlijk leverde de confrontatie niet veel vuurwerk op en kunnen de interviews beter elk op zichzelf staan.
Lees verder “Dré Steemans (1954-2009)”