De Amsterdamse regisseur Paul Verhoeven is ongetwijfeld, internationaal gezien, zowat de belangrijkste filmmaker van de lage landen. Tijdens zijn carrière, die nu toch al meer dan veertig jaar beslaat, heeft hij films gemaakt in diverse genres, zowel in Nederland als in de Verenigde Staten. Verscheidene malen kwam hij met zijn film in de top tien van de populairste films, denken we maar aan Robocop of Total Recall, terwijl hij met films als Soldaat van Oranje en Turks Fruit Nederland op de internationale filmkaart plaatste. Enkele jaren geleden verscheen een geactualiseerde versie van zijn biografie, gewoon getiteld “Paul Verhoeven: de biografie”, geschreven door Rob van Scheers. Het oorspronkelijke boek verscheen in 1997, maar later heeft van Scheers zijn werk aangepast en uitgebreid tot na de productie van “Zwartboek”.

“Paul Verhoeven: de biografie” is een belangrijk boek, waarin de auteur ook praat met mensen die met Paul gewerkt hebben en die onverbloemd hun mening over hem vellen. Zelden schijnt een biografie zo in de hersens van de betrokkene en analyseert ze het werk zo grondig als Rob van Scheers het deed met dit boek.
Op vlotte wijze gidst hij ons doorheen de carrière van Paul, vanaf zijn eerste studentenfilms, over zijn werk in Nederland, tot zijn triomfen (en debacles) in Amerika, om terug te eindigen in Nederland in 2008. We leren Paul kennen als de dictatoriale regisseur, die zelfs geen schrik had om monstres-sacrés te leiden als Arnold Schwarzenegger of Michael Douglas. Die alle taboes naast zich neerlegde om zijn zinnetje te doen, wat hem in Amerika niet steeds in dank werd afgenomen, denken we maar aan de controversiële ontvangst van “Showgirls”. We ontdekken de werkwijze van Paul, hoe hij aan een film begint, hoe hij de story boards uittekent en hoe hij met zijn acteurs omgaat.
Bijzonder interessant is zijn relatie met Rutger Hauer, een acteur die hij persoonlijk ontdekt heeft en bij het publiek bekend maakte als Floris in de gelijknamige tv-reeks. Later zou hij nog diverse malen met Rutger werken, maar tijdens de opnamen van “Flesh + Blood” liep het faliekant af. Het kwam tot een botsing tussen beiden en ze zouden nooit meer met elkaar samenwerken. Ondertussen blijkt de ruzie bijgelegd, maar van samenwerken is toch nog steeds geen sprake.
Interessant is ook de evolutie in de verhouding tussen Paul en Rob Houwer, de producent die praktisch alle Nederlandse films van Paul financierde. Tussen hen bestond een haat/liefde verhouding, maar toch verklaart Paul nu nog steeds dat hij gerust opnieuw met Rob Houwer in zee wil gaan. Een groot deel van de biografie gaat ook over de relatie tussen Paul en de Nederlandse filmpers. Erg lief zijn ze nooit voor elkaar geweest en het is vooral de pers die hem het land heeft uitgedreven om zijn geluk te zoeken in Amerika.
DE VROEGE FILMS
Haast gelijktijdig verscheen de dubbel-DVD “De vroege films van Paul Verhoeven 1959-1979”.
Hierin kunnen we kennis maken met de eerste films die Paul verwezenlijkte. Acht korte of tv-films die het ontluikend talent tonen van de man die zou uitgroeien tot de belangrijkste Nederlandse filmmaker. Experimenten als “Een hagedis teveel” (1960), “Niets bijzonders” (1961), “De lifters” (1962) en “Feest” (1963) worden aangevuld met de documentaire “Het Korps Mariniers” (1965), gemaakt voor de Nederlandse marine en het schitterende “Portret van Anton Adriaan Mussert” (1968), een tv-documentaire over de beruchte collaborateur Mussert. De film werd gemaakt in opdracht van de VPRO, maar deze durfden hem aanvankelijk niet uitzenden. Eerst twee jaar later zou de film op antenne komen.
Verder nog het guitige “De worstelaar” (1971) en de tv-film “Voorbij, voorbij” (1979), over enkele ex-verzetsstrijders die meer dan twintig jaar na het einde van de oorlog een collaborateur herkennen en zich afvragen wat ze met hem moeten doen. Geldt wraak na al die jaren nog, of moeten ze het gebeuren vergeten. Een intrigerende collectie van films, die door hun formaat haast vergeten zijn. Bij de extra’s vinden we trouwens nog enkele amateurfilms van Paul. Een bijzonder kleinood voor iedereen die van het werk van Paul Verhoeven houdt.
KUIFJE IN AMERIKA
Zoals gezegd heeft Verhoeven het een tijdlang gemààkt in de VS. Dat betekende dat zijn dochters Claudia en Helen daar ook moesten school lopen en ondanks woeste taferelen op school (“gangs” met pistolen en drugstoestanden) hebben zij het er toch nog goed van afgebracht: de een studeerde nadien in Berkeley, de andere ging naar de kunstacademie in San Francisco.
De ommekeer voor Paul kwam wellicht in 1994. Toen zou hij “The crusades” draaien, een enorm dure film met veel massaspektakels, maar dat ging niet door. Beroemd is ook het conflict dat hij had met Harrison Ford op de set van “Mistress of the seas”, waarin Geena Davis alweer gestalte gaf aan een onafhankelijke vrouw, zo onafhankelijk zelfs dat tegenspeler Harrison Ford eiste dat zijn rol werd herschreven. Verhoeven was het hiermee niet eens en stapte op. Nochtans koesterde Verhoeven al lange tijd plannen om het leven van de vrouwelijke piraat (in mannenkleren), Anne Bonny, te verfilmen.
Verhoeven moest echter niet lang met de vingers draaien, want onmiddellijk daarna begon hij aan de film “Showgirls”, alweer op basis van een scenario van Joe Eszterhas, die voor “Basic instinct” het recordbedrag dat ooit aan een scenarist werd uitbetaald binnenrijfde en verder ook nog “Jagged Edge”, “Betrayed”, “Music box” en “Sliver” schreef. “Showgirls” heeft de goegemeente in Amerika echter danig tegen het hoofd gestoten omdat de hoofdactrice (nieuwkomer Elizabeth Berkley) meer naakt dan gekleed rondloopt. Eigenlijk is dat ook logisch, want het gaat over een danseres in de (echt bestaande) Cheetah-club, een zogenaamde “lap dancing club” (een ware rage in de States: sinds 1992 zijn er reeds zo’n 3.000), die door haar act aan een rol als showgirl in Las Vegas geraakt.
De echte showgirls waren trouwens ook danig geshockeerd, omdat met je kont draaien en je tieten onder de neus van de toeschouwers duwen hoegenaamd niet volstaat voor zulke job. Liefhebbers die de documentaires over b.v. de Crazy Horse hebben gezien, zullen ook wel weten dat dit meestal getrainde ballet-danseressen zijn die eigenlijk een hard en niet te benijden (tenzij financieel dan) bestaan leiden. Dat “Showgirls” ondanks het feit dat de mannelijke hoofdvertolker Kyle MacLachlan was, alias agent Cooper uit “Twin Peaks”, een “NC17”-predikaat kreeg opgekleefd, was dus niet zozeer te verwonderen, wel dat de film ongegeneerd werd gepromoot, zodanig zelfs dat de paus himself een fragment ervan ongevraagd in de maag gesplitst kreeg tijdens een nieuwsuitzending.
“Showgirls” maakte ook nog op een andere manier geschiedenis. De film werd in 1996 “bekroond” met de Golden Raspberrie, met andere woorden de onderscheiding voor de slechtste film van het jaar. Maar Paul Verhoeven liet dit niet aan zijn hart komen en was de eerste die zijn prijs ook daadwerkelijk kwam afhalen.
Wat had men overigens dat jaar toch met dit onderwerp? Eind anno 1995 waren in Hollywood niet minder dan vier striptease-films gepland. De hoofdvogel werd natuurlijk afgeschoten door “Showgirls” van Paul Verhoeven. Het ex-liefje van Clint Eastwood, Frances Fisher, gaat echter ook uit de kleren in “Female perversions”, Sharon Stone doet hetzelfde (maar dat maakt minder ophef) in “Casino” van Martin Scorsese (met Robert de Niro en Joe Pesci) en tenslotte is Demi Moore in “Striptease” een moeder die op deze manier het hoederecht over haar dochter hoopt te kunnen betalen.
“Striptease” was een geduchte concurrent voor “Showgirls” wat de raspberries aangaat, maar zelfs in “Independence day” werd in een nevenintrige geduldig uitgelegd dat dit in feite een eerzaam beroep is. Zoals het in de Verenigde Staten wordt beoefend, heb ik daarover een ietwat afwijkende mening, maar het is waar dat ik in “Exotica” van de Canadees Atom Egoyan wel geneigd was dit zelfs als een soort kunstvorm te aanvaarden.
FASCISTISCH
Daarna draaide Paul Verhoeven nog “Starship troopers”, waarbij hij van fascistische sympathieën werd beschuldigd. Eigenlijk was het verwijt eerder gericht aan Robert Heinlein (1907-1988), de auteur van “Starship troopers” (verschenen in 1960). Heinlein creëert b.v. een superras in “Methuselah’s children” uit 1958, een boek dat herinneringen oproept aan “Slan” van de al even controversiële A.E.Van Vogt. In Nederland werd de verkoop van “Starship troopers” trouwens verboden tot in 1992. Verhoeven geeft in Humo van 27/1/1998 toe dat hij dit wist: “Er zitten natuurlijk aanstootgevende elementen in het boek van Robert Heinlein, want uiteindelijk schetst hij een soort fascistisch Utopia. Maar ik dacht dat de satire en de ironie in de film genoeg zouden laten blijken dat we met hem van mening verschillen. (…) In het begin van de film hangt er bovendien een sfeer van onschuld op die school, zo van ‘de lucht is blauw en het gras is groen’. Dat soort gevoel past gewoon beter bij mensen die er goed uitzagen. En in het begin moet alles er extra clean en vriendelijk uitzien om de vernietiging die volgt te benadrukken.”
Interviewer Kurt Vandemaele is echter ook niet van gisteren en repliceert: “Maar door te stellen dat alles inderdaad zo schoon is, zegt u eigenlijk dat het fascisme werkt. Er zijn geen drugsproblemen, er is geen criminaliteit en ware het niet voor die akelige insecten, dan liep iedereen met een brede glimlach op zijn gezicht. Dus kan de film als een pleidooi beschouwd worden voor dat soort maatschappij.”
Verhoeven: “Nou nee, niet als een pleidooi. We stellen de vraag: ‘Welke prijs betaal je ervoor? Wat kost je een regime waarin criminaliteit wordt opgelost zonder dat er nog enige vorm van rechtspraak is?’ Misdadigers worden opgepakt, de rechter bekijkt ze even, en nog dezelfde avond worden ze ook opgeknoopt. Dus eigenlijk zeg ik ook: ‘Wacht eens even, denk eens goed na over de consequenties.’ Zo’n maatschappij is niet zo mooi als ze oogt.”
In 1951 schreef Heinlein “The Puppet Masters” over een ras van buitenaardse parasieten dat zich op de rug van de aardbewoners vastzet en deze hun wil oplegt. Aliens voorstellen als een soort nietsontziende imperialisten is natuurlijk het middel bij uitstek als men daarmee de communistische oproep tot wereldrevolutie wil ontkrachten, maar dat het westen zélf steeds imperialistische neigingen heeft vertoond, kan men toch niet helemaal verhelen. Als wij echter naar àndere planeten trekken dan wordt dat plotseling een positief gegeven. Wij gaan daar dan eventjes onze “beschaving” brengen, net zoals we dat destijds met de kolonies deden. Paul Verhoeven ontkent in datzelfde interview trouwens dat hij eigenlijk ook dat “imperialistische” standpunt aankleeft: “De oorlog in de film wordt niet door de insecten gestart, maar is het gevolg van de kolonisatiewoede van de aardbewoners. Mormoonse extremisten trekken naar die planeten aan de andere kant van het zonnestelsel en proberen er koloniën op te richten. De aanval van de insecten is eigenlijk niets meer dan een vergelding.”
Terwijl de controverse nog hoog oplaait, werkt Verhoeven in 2000 nog “Hollow man” af. Het is opnieuw een high tech movie (briljant gedaan trouwens door het special effects team), maar toch is het typisch Paul Verhoeven. Want wat is het eerste (het enige zelfs eigenlijk) waaraan invisible man Kevin Bacon denkt? Aan ongestraft vrouwen binnendoen! Director Paul Verhoeven was dissatisfied with the film. In 2013, he remarked to The Hollywood Reporter: “I decided after Hollow Man, this is a movie, the first movie that I made that I thought I should not have made. It made money and this and that, but it really is not me anymore. I think many other people could have done that. I don’t think many people could have made RoboCop that way, or either Starship Troopers. But Hollow Man, I thought there might have been twenty directors in Hollywood who could have done that. I felt depressed with myself after 2002.”
Dus keert Verhoeven ontgoocheld terug naar Nederland. Daar draait hij in 2006 “Zwartboek” en laat hij in 2008 zowaar een boek over Jezus Christus verschijnen. Nu ja, zo verwonderlijk was dat nu ook weer niet als men de levensloop van Verhoeven even nagaat.
GELOOFSCRISIS
Als zoon van een hoofdonderwijzer werd hij verplicht zijn wiskundestudies af te maken vooraleer hij naar de filmacademie kon. Toen zijn liefje zwanger geraakte en het kind liet aborteren, omdat ze nog te jong waren, maakte hij een geloofscrisis door, waardoor hij in een soort van sekte terechtkwam.
Het is bijna niet te geloven dat dit dezelfde man is als de regisseur van “Basic instinct”. In 1992 was dit openingsfilm van het Festival van Cannes wat voor Verhoeven een weerwraak was voor het feit dat “Turks Fruit” in 1973 als officiële Nederlandse inzending werd geweigerd door de commissie. De ironie wil nu dat de voornaamste basis voor de weigering destijds de seksscènes waren, terwijl “Basic instinct” precies op dit terrein veel verder gaat. Want laten we wel wezen, in “Turks Fruit” mocht dan al veel BLOOT zitten, van veel EROTIEK was er geen sprake. Eigenlijk was het een vrij conventionele liefdesfilm, waarbij echter de dagelijkse realiteit (of dat nu kotsen was of neuken) voor het eerst niet werd verdoezeld.
“Basic instinct” drijft echter op de eerste plaats op het zoeken naar bizarre erotiek. Een typisch verschijnsel voor deze jaren negentig trouwens, waarin alles wel mag (als je maar oplet voor aids), maar waar het (misschien juist daarom?) allemaal niet meer zo boeiend is. Tenzij men het dus gaat zoeken in biseksualiteit, sadomasochisme, exhibitionisme en/of voyeurisme. Kortom, een heel verschil met “Turks Fruit” waar ondanks het succes Verhoeven toch aangewezen was op een werkloosheidsuitkering! Toen nadien “Wat zien ik?” kwam, was het nogal logisch dat zijn vrouw Martine Tours erop aandrong om de uitnodiging aan te nemen “Robocop” te verfilmen en carrière te gaan maken in de V.S. Zijn vrouw was overigens een violiste die in een Haags orkest speelde, toen ze haar job inruilde voor huisvrouw, maar in de V.S. werd ze wel concertmeester bij het Santa Monica College Orchestra, zij het dat dit eigenlijk gewoon een goed amateurgezelschap is. Ze speelt ook in kamermuziekensembles en volgt lessen in dirigeren.

Ronny De Schepper
(met heel veel dank aan Willy Magiels voor de inleiding)

Referenties
PAUL VERHOEVEN: DE BIOGRAFIE – Rob van Scheers – Uitgegeven bij J.M. Meulenhoff (2008) – 574 blz. – 16 blz. foto’s.
DE VROEGE FILMS VAN PAUL VERHOEVEN 1959-1979 – Samengesteld door Nico Crama en uitgegeven door het Filmmuseum Nederland via VideoFilmExpress.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.