Opera: to be or not to be

« Opera » is weer actueel in Vlaanderen. Pamfletten worden uitgedeeld aan de ingang van de schouwburgen en de programmaboekjes van de « Opera voor Vlaanderen » omvatten een toelichting bij de begroting onder het motto : « Cultuur, geld en democratie ». Er wordt ook weer gesproken over opera. Vooral als het om centen gaat. Het NTG vindt dat het te weinig geld krijgt ? Jef Demedts schopt wild om zich heen, Gerard Mortier van de Muntschouwburg krijgt een trap op een welgemikte plaats. Een nieuw productiesysteem voor onze filmers, wat inhoudt minder subsidies ? Zelfs de blauwer-dan-blauwe Guy « Potlood » Thijs zegt : « Als de opera zoveel miljard krijgt, ikke dan ook ! »
Ja, er is heel wat te doen om de opera. Etienne Van Neste is nu een deftig gespreksonderwerp aan tafel en Rod Stewart begint zijn concert met een aria uit « Rigoletto » (niet door hemzelf gezongen, gelukkig), maar we dwalen af, want de werkelijke oorzaak ligt niet bij Verdi maar bij Poma. Een naam die op het eerste gezicht niet zou misstaan tussen een rijtje Italiaanse componisten, maar bij nader toekijken houdt onze cultuurminister het meer bij Juul Kabas. Die brengt tenminste geld in ’t laadje. « ’t Zijn zotten die waarken », nietwaar ?
Wat heeft die arme Poma onze operaliefhebbers wel misdaan ? We vroegen het aan onze medewerkers Guillaume — zeg maar Willy of Farce — Maijeur en Palmyre Timmermans, beiden beter gekend als W.M. en P.T.

COSI FAN TUTTE
W.M. : Beroering is ontstaan door een voorstel van Gemeenschapsminister Poma om het operawezen in Vlaanderen nogmaals om te vormen. De Opera voor Vlaanderen zou nog slechts door het gezelschap van Antwerpen gedragen worden. Het Ballet van Vlaanderen zou een eigen orkest (en zaal !) krijgen en Gent zou het moeten stellen met een barokopera.
— Bezuinigen, dus. Niet erg merkwaardig. Dat doen ze toch allemaal ? Cosi fan tutte ? Waarom u dan juist vastbijten in die mens ?
W.M.
: Wij staan steeds wantrouwig tegenover politici die zich met cultuur bemoeien (zelfs als zij de titel van « Minister van Cultuur » dragen). Hoe dikwijls zijn zij aanwezig bij opera- en concertuitvoeringen om het lef te hebben een gezelschap met hun stempels « goed » of « slecht » te bezegelen ? Wat is hun culturele en muzikale achtergrond ? Welke ervaring hebben zij om zomaar te beslissen wat de échte liefhebber nu in de toekomst zal moeten nemen en laten ?…
— Als ik Poma was, zou ik hierop antwoorden : welke kaarten kunt ù dan wel op tafel leggen ?
W.M.
: Sinds de jaren ’50 zijn we regelmatige bezoekers van de KVO en de Opera van Gent. Antwerpen speelde toen elke week op dinsdag, donderdag, zaterdag en tweemaal op zondag. Per speeljaar kreeg de operaliefhebber zo’n dertigtal werken aangeboden. Ook Gent had dit aantal opera’s op zijn repertoire zodat er samen ± 60 producties ter beschikking van de liefhebbers stonden ! Wij gaan hier geen opsomming geven van de vele mooie rariteiten van het Franse en Italiaanse repertoire waarvoor wij gedurende 20 jaar elk speeljaar de verplaatsing naar Gent deden.
— Het was de hemel op aarde kortom ?
W.M.
: Natuurlijk waren er ook nadelen : de kwaliteit was soms maar zus en zo en Antwerpen had te kampen met het probleem dat de opera’s in het « Vlaams » moesten worden gezongen. Hierdoor moesten steeds dezelfde zangers (enkele goede, maar vooral minder goede !) het repertoire brengen. De kwaliteit en de belangstelling gingen er door achteruit. Er werd gesnoeid in het aantal speeldagen omdat de zalen niet volgeraakten, maar dit was uiteraard geen oplossing.
OPERA VOOR VLAANDEREN
— Neen, de oplossing dat was de Opera voor Vlaanderen ?
P.T. (ironisch):
Reken maar ! De OVV wordt geleid door de heer Van Impe, destijds politiek benoemd door minister De Backer. Hij heeft een bepaalde culturele background, doch geen opera-achtergrond. Hij is omgeven met raadgevers en dan stellen we de vraag : zijn het de juiste mensen of zijn het eveneens politieke benoemingen ? Hij werkt met impressario’s en dat kost ook veel geld. Verder is er de typische mentaliteit t.a.v. van het overheidsgeld : « Doe maar op: de staat, dus de belastingbetaler, betaalt wel ». De OVV kost 498 miljoen (begroting 1982-83). De zangers en de regies zijn verbeterd, het koor en het orkest kan beter. Doch waar voor ons geld krijgen we niet in vergelijking met de KMS !
— Ja, die Muntschouwburg, daarover hebben we het zo dadelijk wel. Maar ondertussen, wat doen we met de OVV ?
P.T.
: Ondanks het voorgaande blijven we toch voorstanders van het in stand houden van de OVV. Tenslotte kan er beter geld besteed worden aan cultuur dan aan wapens ! Wel opteren we voor enkele wijzigingen.
— Hoezo ?
P.T.
: In de VSA leeft een operahuis dankzij het sponsorsysteem. In Europa is de maatschappelijke contekst wel anders. Daarom stellen we een tussenvorm voor zoals de KVO in de jaren dertig. De operahuizen van Gent en Antwerpen vallen onder de bevoegdheid van de respectievelijke stadsbesturen. Doch een muziekdirecteur van de OVV zou erin geplaatst moeten worden zoals een « gerant » : maakt hij winst, dan heeft hij geld, maakt hij verlies dan betaalt hij uit eigen zak ! Als we twee orkesten, twee koren en twee productie-kernen willen behouden, dienen we dringend tot een verdeling van de producties over te gaan inzake de specialisatie van de twee operahuizen. Willen we één orkest, één koor en één productiekern dan zal er personeel ontslagen worden, doch een Filharmonie van Vlaanderen zou personeel kunnen opvangen en misschien brengt dit systeem in het geheel gezien minder onkosten mede.
— En het Ballet ?
P.T.
: Het Ballet van Vlaanderen hoeft geen eigen huis noch eigen orkest. Béjart heeft steeds verklaard, dat het beste gedanst wordt op bandopnamen omdat het ritme dan steeds klopt. En Béjart kan het weten gezien zijn internationale faam.
— Maar waar blijft de liefhebber bij dit alles ? Kan die nog voldoende aan z’n trekken komen ?
W.M.
: Door de stichting van de OVV en de fusie van de gezelschappen van Antwerpen en Gent is er sowieso een halvering van het repertoire gekomen. De liefhebber moet het nu nog stellen met een twintigel werken. Op de vaste speeldagen van toen blijven de deuren van de KVO nu vaak gesloten. Droevig is het op zaterdag rond 20 uur het gebouw op de Frankrijklei zonder licht — dood — te aanschouwen… Maar als de voorstellen van Poma ingewilligd worden zal het repertoire nogmaals gehalveerd worden. Dit wil zeggen dat er nog meer dode weekends zullen zijn. De kwaliteit van de opvoeringen zal er wel theoretisch (!) moeten op verbeteren. Voelt u er iets voor slechts om de drie weken eens lekker te eten en verder te vasten ?
KUNST, DEDJU, KUNST !
— Sancta Simplicitas, we hebben het nog niet over de kwaliteit van de opvoeringen gehad !
W.M.
: Laten we daarvoor even de producties van de OVV voor het seizoen 82/83 onder de loupe nemen, die op het moment van dit gesprek achter de rug liggen. De goede producties krijgen ruim de bovenhand met enkele knappe uitschieters zoals « Lulu », « Turandot » en « Bohème ». Elke voorstelling is nu een belevenis waar wij nieuwe stemmen te horen krijgen — akkoord, goede en minder goede — maar er is leven in de brouwerij. Als de OVV ons een « Mathis der Maler » aanbiedt met Hermann Becht, Sven Olof Eliasson, Matthias Holle, Lido Holdorf en Heinz Feldhoff (ongeveer de bezetting van Düsseldorf) is het wel zijn bedoeling ons kwaliteit te brengen. Men mag gerust stellen dat de gewone voorstellingen van de OVV overeenstemmen met de gala’s van vroeger, met dit verschil nochtans dat de gasterende solisten destijds de originele taal zongen naast Vlaams-zingende kleine rollen en koor, terwijl wij nu volwaardige — volledig in de originele taal gezongen — voorstellingen krijgen.
— Rozegeur en maneschijn…
W.M.
: Niet overdrijven. Er gebeuren nog altijd onbegrijpelijke dingen. De Gentse « Tannhäuser »-productie b.v., dat het Gentse koor dit werk niet aankan, kon men bij voorbaat gissen ! Een meer logische repertoire-verdeling moet echter toch mogelijk zijn ? Gent is steeds gespecialiseerd geweest in het Franse en Italiaanse repertoire, waarom ze dan niet uitsluitend deze werken laten monteren ? De Antwerpse afdeling kan dan de Duitse, Engelse, Vlaamse en Slavische werken voor haar rekening nemen. Het moet ook mogelijk zijn dat voor bepaalde grote producties zoals b.v. « Die Meistersinger von Nürnberg » en « Tannhäuser » de twee koren samengevoegd worden. Ter compensatie kan dan simultaan een werk van kleinere omvang — zonder koor — ingestudeerd worden. Ook voor het orkest moeten dergelijke uitwisselingen mogelijk zijn. Dan pas kan er van een gezonde samenwerking gesproken worden, waarin beide kernen zich positief aanvullen.
KLINKENDE MUNT
— En ondertussen gaat de Muntschouwburg toch nog steeds met de grootste lof lopen ?
P.T.
: De KMS wordt geleid door de heer Mortier, die een opleiding kreeg in het buitenland en de juiste man op de juiste plaats blijkt te zijn. Hij slaagt erin intuitief de geschikte zangers te vinden, die in principe niet zoveel kosten (geen impressario-systeem). Daarbij komt, dat Brussel de hoofdstad is van Europa en de KMS hierdoor de charme en de sfeer kent van een high society publiek. De instelling van de bezoekers is meestal zeer positief, waaruit volgt, dat alles wat de KMS brengt niet anders dan goed kan zijn en dit voor de prijs van ± 500 miljoen (begroting 1982/83). Doch al wat de KMS brengt, is niet steeds even goed qua zangers en regie ! Het koor en het orkest hebben wel een behoorlijk peil.
— Gerard Mortier lijkt als Gentenaar toch wel aanvaard door de francofone bourgeoisie van Brussel. Alweer een Belg bij dus, naast Eddy Merckx en onze Vorst. Nu we het toch over ons vaderland hebben : er is ook nog zoiets als de Opéra de Wallonie ?
P.T.
: De « Opéra de Wallonie » werkt met een redelijk budget en heeft goede resultaten, dankzij het goede beleid sinds jaren van de heer Rossius. Zij hebben een kern van eigen zangers en zij brengen veel het Franse repertoire. Verder zijn er geregeld samenwerkingen met Aix-en-Provence en andere Franse steden, waardoor de productie-kosten gedrukt worden.
W.M. : Maar bij al die kritiek op de OVV toch deze bedenking : het is gemakkelijker iets af te breken dan op te bouwen. Zelf zijn wij steeds zeer kritisch geweest en wij hebben nooit met de glimlach een minderwaardige voorstelling aanvaard. Er zijn echter grenzen. Zoals Micheline Heyse te keer gaat tegen de OVV in haar tijdschrift « Werkgroep Muziektheater » is zinloos. Ook wij wonen regelmatig de producties van de Muntschouwburg bij, evenals enkele voorstellingen te Luik en een niet te verwaarlozen aantal in het buitenland. Het lijdt geen twijfel dat de producties van de KMS grosso modo beter zijn dan deze van de OVV. Toch verkozen wij de « Louise » van Luik boven de Brusselse productie en de « Lulu » van de OVV mag gerust naast de « Wozzeck » van de KMS staan. Alles goed vinden van de ene en niets van de andere is, op zijn zachtst uitgedrukt, « verdacht ». Men mag zich niet blindstaren op het niveau van de voorstellingen van huizen zoals Keulen en München die over rijkere subsidies beschikken. In de kleinere West-Duitse theaters woonden wij voorstellingen van een meer wisselende kwaliteit bij.
— Er is ook het probleem van de buitenlandse zangers ?
W.M.
: Als Poma de buitenlandse gasten van onze scènes weg wil om zogezegd meer kans te bieden aan jonge, pas afgestudeerde Belgische zangers, bewijst hij weinig vertrouwd te zijn met onze Belgische opera-problemen. Het is gewoonweg een utopie waardoor de opera weer een derderangsensemble zou worden dat geen enkele publieke belangstelling meer zou kennen. Het probleem stelt zich wel anders voor de dirigenten. Het is zinloos een onbekende buitenlander te laten gasteren voor « Tannhauser » terwijl een man van het huis, met name Frits Celis dit beter kan.
NO FUTURE ?
— Hoe zit het met de belangstelling ?
W.M.
: Behalve voor de premières — waarvoor de prijzen duurder zijn — wordt er nu vaak gespeeld voor volle zalen. Het systeem van duurdere premières vinden wij ondemocratisch en — aangezien er geen volk komt —ook niet renderend. Het feit dat de zalen soms weken op voorhand voor de ganse reeks uitverkocht zijn (Bohème !) zou de OVV er moeten toe brengen meer speeldagen in te voeren.
— En Gent bij dit alles ?
W.M.
: Dat Gent het in de toekomst zonder opera-instelling zou moeten stellen is bijzonder droevig. Vóór de oprichting van de OVV was er een talrijk, steeds enthousiast — maar weinig kritisch — publiek. Het was overwegend de oudere generatie die van de Opera van Gent haar tweede tehuis had gemaakt. De voorstellingen waren voor onze oren niet steeds volmaakt, maar zij waren er tevreden mee. Of zij dit in de toekomst zullen zijn met een op purisme afgestemd barokopera-gezelschap dat hun sporadisch een voorstelling brengt, betwijfelen wij sterk.
P.T. : Een barokopera te Gent is te gek. Het heeft geen zin zich blind te staren op de productie van « Orfeo ». Want het merendeel van de uitvoerders waren Nederlanders. Dus gespecialiseerd in zulk een repertoire zijn we niet en voor het ogenblik is de interesse voor deze muziek waarschijnlijk een modetrend en dus zeker niet waard om tot investering over te gaan.
— In plaats van een barokopera kan men misschien een rock-opera overwegen ?
P.T.:
Ga weg, wat de OVV nodig heeft is een andere directeur !
W.M. : De OVV staat nog in kinderschoenen. Nu reeds een wijziging invoeren zou voorbarig zijn en weinig fair tegenover de mensen die er trachten het beste van te maken. De voorstellen van Poma zullen weinig instemming vinden bij de echte muziekliefhebber. In de eerste plaats omdat zij nogmaals een verarming van het repertoire met zich zullen brengen zonder de garantie dat de resterende vertoningen van betere kwaliteit zullen zijn.
P.T. : We hopen dan ook dat de dagdromen van Poma « wishful thinking » zullen blijven. Een Filharmonie van Vlaanderen i.p.v. de oude Antwerpse Filharmonie willen we nog in overweging nemen. Met de nodige reorganisatie kan er misschien een orkest met faam inzitten. Als slot echter deze bedenking : een maatschappij die zich als beschaafd uitgeeft, is verplicht het maximum te doen voor de cultuur. In deze tijd van bezuiniging mag de cultuur er niet steeds het eerste onder lijden. Want de culturele, intellectuele en artistieke waarden maken de grootsheid van een staat !

Referentie
Ronny De Schepper, Opera: to be or not to be, De Rode Vaan nr.24 van 1983

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.