Dertig jaar geleden: “Prettige feesten” in Arca

Dertig jaar geleden: “Prettige feesten” in Arca

Dertig jaar geleden was kerstavond alvast al een prettiger bedoening. Toen ging ik met een vriendin (ik geloof dat het die van het Alex Stieda-truitje was) naar “Prettige feesten” van Alan Ayckbourn in Arca. Achteraf schreef ik er één van mijn laatste toneelrecensies over voor De Rode Vaan.
Lees verder “Dertig jaar geleden: “Prettige feesten” in Arca”

35 jaar geleden: “Belgische Cirque Belge” in première in het NTG

35 jaar geleden: “Belgische Cirque Belge” in première in het NTG

Op 26 en 27 november 1982 ging bij het NTG hun twee-avonden-vullende Belgische Cirque Belge in première. Enkele jaren na “Priester Daens” hadden Frans Redant en Walter Moeremans zich opnieuw samen aan de tafel gezet. Deze keer was het resultaat “Belgische Cirque Belge”, wat als een “patriottische revue” werd gepresenteerd. Men speelde 44 voorstellingen, waarvan 38 in Gent. Bij het lezen van deze tekst moet men zich dus wel realiseren dat de voorstelling in twee delen werd gegeven (b.v. op een weekend), waarbij elk deel ook nog pauzes had voornamelijk om de innerlijke mens een beetje te versterken, wat voor een marathonvoorstelling (de eerste marathonvoorstelling in Vlaanderen) als deze wel nodig was…

BELGISCHE CIRQUE BELGE

Lees verder “35 jaar geleden: “Belgische Cirque Belge” in première in het NTG”

Alois Alzheimer (1864-1915)

alzheimer

Het is vandaag honderd jaar geleden dat de Duitse neuropatholoog en psychiater Alois Alzheimer is overleden. Ik mag hem hier zeker niet vergeten te vermelden (daar is de eerste grap al!) want zijn naam gaat hier nogal vaak over de tong. De laatste keer zelfs tegenover mijn huisarts. Maar die vond dat er niks aan de hand was: “Iedereen vergeet wel al eens iets.” Daarom hou ik deze bijdrage in de luchtige sfeer, ook al betreft het hier een ernstige ziekte natuurlijk. Maar zelfs al zou mijn dokter ongelijk hebben, dan nog kunnen we er maar beter om lachen, zoals Beaumarchais placht te zeggen: “Je ris de peur d’être obligé d’en pleurer”. En daarom herdenk ik de dood van de eerbiedwaardige dokter met een recensie van het stuk “Tante Euthanasie gaat achteruit” van Kamagurka, waarin de dokter ook een rol mag vertolken…
Lees verder “Alois Alzheimer (1864-1915)”

Tuut zei de trein en de statie vertrok

64 gianni bugnoZoals naar gewoonte opende de KNS ook haar 135ste speeljaar een beetje feestelijk. Op de affiche : « Romeo en Julia » in een vertaling, of beter een hertaling, van Hugo Claus. Wij reserveerden te laat voor de feestdis, zodat we pas naar de matinee op zondag konden. Maar zo kon ook de zoon van elf meteen mee voor een portie Shakespeare die ons eerder als een geheugensteuntje overviel dan als een hartverscheurend drama.
Lees verder “Tuut zei de trein en de statie vertrok”

Het voyeurisme ten top gedreven

59 peter cazaletMeer nog dan van « Pas de deux » (zie enkele dagen geleden) hebben wij van « Het gebroed onder de maan » genoten. Misschien zal Gildas Bourdet geen « man for all seasons » worden, maar op het ogenblik is de faam van deze Bretoense auteur toch mooi meegenomen. « Station service » moet zowat het beste geweest zijn dat er vorig seizoen in Gent was te zien (het werd trouwens hernomen), « De sapeurloot » had daarvoor reeds zijn eigen aanhang opgebouwd en in februari zal in de Antwerpse KNS van zijn hand « De wasserij » te zien zijn.
Net als bij « Station service » in het NTG was de regie van « Het gebroed » o.m. in handen van Jos Verbist, voor ons stilaan de meest merkwaardige regisseur uit het Gentse, aangezien die nu reeds drie achtereenvolgende succesregies op zijn naam heeft (daarvóór was er nog « Door de liefde verrast ») en we er nog altijd niet in geslaagd zijn die man te profileren. Nu is dit o.a. het geval omdat Jappe Claes (tevens ook acteur in het stuk) als medeverantwoordelijke tekende, maar bovendien toch ook — en misschien vooral — omdat het meesterlijke decorontwerp van Michel-Gerd Peter een overheersende stempel op ons heeft gedrukt.
Dit hyperrealistische stuk speelt zich immers af in de bar van een stationshotelletje (zeg maar « goedkoop bordeel », uw mond zal niet scheuren) en Peter laat de toeschouwers kijken door een reusachtige « eenrichtingsspiegel » die boven het buffet hangt: het voyeurisme ten top gedreven! In een contekst van hoertjes, travesties, pooiers en druggebruikers werkt dit procédé natuurlijk dubbel indringend, temeer daar de acteurs soms via de « spiegel » met elkaar communiceren en dus de toeschouwers bij wijlen a.h.w. het wit uit de ogen kijken.
En wat een acteurs! Als de trend van deze twee eerste stukken, waarin er eindelijk weer mag « gespeeld » worden, aanhoudt, mogen we ons voor dit seizoen wel gelukkig prijzen ! Gilda De Bal en de zusjes Jonckheere zijn meeslepend als hoertjes, Marc Van Eeghem staat natuurlijk onder een grotere druk om hetzelfde waar te maken als travestie, maar zelfs de grootste scepticus zal zich wel door hem laten overtuigen, Hugo Van Den Berghe en Walter Moeremans zetten op hun gekende meesterlijke wijze twee typetjes neer (tussen haakjes: op de vele NTG-namen in deze Arca-contekst keren we later nog terug) en Peter Rouffaer en Rita Wouters « dragen » het stuk als uitbaters. Daarnaast is er nog zoals gezegd Jappe Claes als nerveuze pooier, Bert Van Tichelen in een voor Bourdet typische « fool on the hill »-rol (zie rv nr 19) en zelfs zanger Marc Cassiman (Kazzen) blinkt uit in een rol die hij overigens reeds jaren vertolkt.
Een speciale vermelding echter voor Vic De Wachter die er op een bepaald moment in slaagt zelfs de meest overtuigde pacifist te doen vereenzelvigen met de para-figuur die hij uitbeeldt. Voor wie er overigens moeite mee heeft in heel deze onderwereld-toestanden zoveel « herkenbaars » te ervaren : is de wereld van, zeg maar, een Shakespeare met zijn koningen en prinsessen soms zoveel nauwer op onze werkelijkheid betrokken? Waar het om draait, zijn natuurlijk de gevoelens, de relaties, kortom de mensen en die weet Bourdet verdomd raak te typeren; ook al nemen ze dan misschien niet de meest voor de hand liggende gedaante aan…
33 traveling wilburysEen maatschappelijk laag gezonken individu dat de deugd vertegenwoordigt
In feite past Bertolt Brecht in « De goede mens van Sezuan » dezelfde techniek toe. Is die goede mens immers niet precies de jonge prostituée Shen Te? Zij is toch de enige die zich spontaan bereid verklaart de drie oude goden op te nemen, die naar de aarde zijn afgedaald om te onderzoeken waarom de mensen hun geboden niet meer onderhouden. Voor haar gastvrijheid krijgt Shen Te dan een mooie beloning die haar moet aansporen verder goede daden te stellen.
Maar Brechts visie reikt nog verder dan enkel het beeld van een maatschappelijk laag gezonken individu dat de deugd vertegenwoordigt. In de gegeven situatie betekent dit parabelstuk uit 1938-40 immers dat die goedheid alleen maar mogelijk is als ze door onrecht, door ondeugd wordt opgewekt. Zo neemt Shen Te ook het kwade voor haar rekening om er het goede uit te creëren. Wat ons meteen een geïndividualiseerd beeld geeft van het gespleten mensdom of een satirische ode aan de onverbergbare psychopathologie.
De talrijk opgekomen theaterprominenten uit diverse contreien konden in Malpertuis-Tielt een schitterende Ille Geldhof zien in deze nochtans zware acteerprestatie. Tevens konden zij vaststellen dat dit theater veel meer dan alleen maar « wind in de zeilen » heeft en zelfs stilaan aan het evolueren is naar wat men een topgezelschap kan noemen. Een niet onbelangrijk aandeel daartoe levert uiteraard regisseur Dirk Tanghe (herinner u zijn « Getemde Feeks »). Een man waarop we dit seizoen nog herhaaldelijk zullen moeten terugkeren. Voor de KNS regisseert hij immers ook nog « Romeo en Julia » en voor het NTG « De vrek » en « Medea ». Vlaanderen heeft blijkbaar een nieuwe « gevleugelde klimmer » ontdekt…
79 George_Bernard_Shaw_1936Niet alleen « beschaafd », maar ook « intelligent » amusement
Dat moet zowat hetzelfde zijn als wat de Zweedse regisseur Lars Rudolfsson presteert in het N.T.G. En nochtans wordt er gewerkt met een stuk dat bepaalde mensen reeds doet geeuwen als ze de titel maar horen: « Pygmalion » van G.B.Shaw (foto). Ten onrechte overigens, want de negatieve reacties houden meestal verband met het feit dat men dan onmiddellijk aan de musical « My fair lady » denkt. Shaw zelf had daar nochtans een gloeiende hekel aan en heeft de productie ervan kunnen voorkomen zolang hij in leven was. Wat hij evenwel niet heeft kunnen tegenhouden, dat is het feit dat de vertolkers van de hoofdpersonages, taalprofessor Henry Higgins en bloemenmeisje Eliza Doolittle, reeds van bij de eerste opvoering de indruk wekten dat zij uiteindelijk in elkaars armen gingen belanden. « Het publiek wil het zo » was het laconieke antwoord op het rouspeteren van de auteur.
En blijkbaar is dit nog steeds een beetje het geval, want tot en met de pauze hoor je geen kwaad woord over Rudolfssons aanpak van het stuk, maar na afloop vindt men « dat hij op het einde had moeten knippen in het gemoraliseer ». In onze ogen is dit echter dezelfde wrevel die de « gewone » toeschouwers om een happy end doet vragen, maar dan « in een intellectuele verpakking ». Want Shaw wou moraliseren. Als overtuigd socialist wou hij het klassenverschil aanklagen. Hij wou bewijzen dat een beter taalgebruik niet noodzakelijk een beter mens of zelfs nog maar een intelligenter mens kenmerkt.
Rudolfsson heeft er dan ook zeer goed aan gedaan deze interpretatie te handhaven, ja ze zelfs nog wat meer in de verf te zetten met visuele toestanden (het volkse karakter wordt zeer realistisch weergegeven, de burgerij wordt van haar sokkel gehaald door intelligente parodie, b.v. de « levende fonteintjes »). Hij zegt heel expliciet : « Ik wil zeker geen museumstuk brengen » en daarmee neemt hij letterlijk een tegenovergestelde positie in van de directie van het Ballet van Vlaanderen, die toevallig met een herneming van « My fair lady » uitpakt.
Ook Rudolfsson last overigens gevat enkele liedjesteksten in (om de actie vooruit te helpen, niet om ze op te houden), maar dan in de pure music-hall traditie, zoals ook Ray Davies van The Kinks die zo goed beheerst. Dit zou Shaw zeker wel gepikt hebben!
Leuk is trouwens ook dat, ondanks het feit dat we hier duidelijk met regisseurstheater te doen hebben, Rudolfsson toch volop aan zijn acteurs de kans geeft om zich uit te leven. Rudolfsson houdt van acteurs. Dat voel je. Daarom ook dat hij ergens aan Dirk Tanghe doet denken.
En als het op acteren aankomt (dat hebben we reeds eerder kunnen vaststellen), dan mag je de NTG-acteurs gerust hun gang laten gaan. Els Magerman en Herman Coessens worden in de hoofdrollen flink geassisteerd door Eddy Spruyt, die als Kolonel Pickering ook een beetje een vertellersrol krijgt toegewezen. Maar zelfs kleinere rollen komen echt tot leven als ze aan knapen als Nolle Versyp of Cyriel Van Gent worden toevertrouwd. Dit is niet alleen « beschaafd », maar ook « intelligent » amusement. En zelfs méér dan dat.

Referenties
Ronny De Schepper, Het voyeurisme ten top gedreven, De Rode Vaan nr.39 van 1987
Ronny De Schepper, Niet alleen « beschaafd », maar ook « intelligent » amusement, De Rode Vaan nr.52 van 1987