Ross King wordt 55…

Ross King wordt 55…

In februari 2010 heb ik “Het labyrint van de wereld” van Ross King gelezen. Mede dankzij de voorpagina van Mark Fiennes deed het boek (dat in het origineel “Ex-Libris” heet) onweerstaanbaar denken aan de mythische bibliotheek uit Umberto Eco’s “Naam van de roos” en natuurlijk ook het “Kerkhof der vergeten boeken” van Carlos Ruiz Zafon, al dient meteen gezegd dat Zafon zijn boeken van latere datum zijn. Bij de lectuur bleek echter dat er meer overeenkomst was met “Het parfum” van Patrick Süskind of “The Quincunx” van Charles Palliser, zonder evenwel hun literaire talent te evenaren. Ondanks zijn opleiding (zie hieronder in een overname uit Wikipedia) gaat Ross King eerder te werk als een historicus en zolang hij dus feiten en feitjes kan opsommen en ons met deze kennis verbazen, gaat het nog wel (al kan ik me voorstellen dat sommige mensen bij zo’n hoeveelheid van gegevens – “too much information” – afhaken), maar als hij een magisch element in zijn verhaal wil introduceren, b.v. de manier waarop hij in het koffiehuis “De Gouden Hoorn” terecht komt (p.150), dan overspeelt hij zijn hand.
Lees verder “Ross King wordt 55…”

De knipoogjes van William Shakespeare

De knipoogjes van William Shakespeare

Toen ik in 1971 in het zuiden van Engeland, meer bepaald in Hastings, net zoals Willem de Veroveraar 905 jaar eerder, voet aan wal had gezet, werd ik voor de « nachtelijke » (tot elf uur) strooptochten langs de plaatselijke bars onder de arm genomen door een bende autochtonen, die zich — gezien de tijdsomstandigheden — misschien nog het best als « hippies » laten omschrijven. En alhoewel ik in tegenstelling tot de meeste « ouwe zakken van ’68 » de beste herinneringen bewaar aan deze tijd van « love and peace », zou ik daarover toch een zedig stilzwijgen bewaren, ware het niet dat deze vrolijke snaken, waarvan er ten hoogste één verder was geraakt dan wat wij « lager middelbaar » zouden noemen, als ze genoeg « barleys » en « lager » op hadden, zich overgaven aan, ja aan « overgeven » zelf natuurlijk ook, maar — wat merkwaardiger is — aan het uitvoerig citeren van… William Shakespeare.
Lees verder “De knipoogjes van William Shakespeare”

British theatre in the Gay Twenties and the Turbulent Thirties

As far as I know the gap between dramatical productions for the “high-brows” and “popular” drama has never been so great as in the so-called Gay Twenties and Turbulent Thirties. As the “high-brow” theatre has proven to be a complete theatrical failure (although the plays of T.S.Eliot and W.B.Yeats are praised for their highly poetical language), the dramatic critics are left only with this “popular” drama, which – according to some – reachted the depths of sentimentalism.
The omnipresent George Bernard Shaw was, of course, an exception, although his plays belonging to this period “showed an increase of discussion, with very great skill in using a pattern of plot to keep the talk in sound dramatic order” (Ifor Evans), too: the very disease of his contemporaries who lacked that “skill”!
It is obvious that an analysis of “popular” plays cannot be made in literary terms only (although sometimes it will turn out to be useful to see in what way they just fail to be artistic), but also on a sociological basis. As, however, a purely sociological approach (audience research) has now become impossible, I’ll turn hopefully to content analysis as a perfect combination of literary and sociological norms. Therefore I am very grateful that my attention has been drawn (*) towards the pioneering work of J.S.R.Goodlad.
Lees verder “British theatre in the Gay Twenties and the Turbulent Thirties”