De morele herbewapening van de Vlaamse pop

De morele herbewapening van de Vlaamse pop

Neen. Ethisch reveil is niet de vijfde elpee van Raymond van het Groenewoud. Wel is het de tweede elpee van R.V.H.G. en de Centimeters. Of misschien zelfs de eerste, want live-elpees laat men gewoonlijk buiten beschouwing in zo’n opsomming. Een haast natuurlijk gevolg van deze vaststelling is dat het muzikaal tot hiertoe ook de rijkste is. De inbreng van Jean Blaute was weliswaar ook al op «Nooit meer drinken» voelbaar en Mich Verbelen is — zoals het een bassist past — steeds de stuwende, maar bescheiden op de achtergrond blijvende kracht geweest, zodat overblijft dat het niemand minder dan drummer Stoy Stoffelen is die — als Centimeter — vooral zijn stempel op deze elpee drukt (*). Dat gebeurt meestal door een ritme dat zeer dicht in de nabijheid van de disco-hartslag komt (wat onderlijnd wordt door de opnametechniek), maar dat voortdurend doorbroken wordt door tempowisselingen zodat de disco-verveling ver te zoeken is.
Lees verder “De morele herbewapening van de Vlaamse pop”

Verschrikkelijk verstandig

Frank Jacobs was in “De Rode Vaan” wel erg enthousiast over de voorstelling van “De Kikeri-kisten” (ook over de kinderliedjes die Raymond voor deze voorstelling schreef), maar Raymond zelf zal daar wel een andere mening over hebben, want dit vind je nooit terug in één of andere biografie. Dat in tegenstelling tot “Verschrikkelijk verstandig” dat hij in 1978 in de Beursschouwburg heeft gespeeld. Naast Raymond speelt hier ook trouwe miljonair Mich Verbelen mee. Zelf heb ik dan toch nog een soort van première meegemaakt. Marleen Merckx had immers haar voet gebroken, zodat Katia De Leeuw na amper twee repetities dit stuk van Marc Didden naar de Franse absurdist Roger Vitrac (“Victor ou les enfants au pouvoir”) opnieuw lanceerde. Het mirakel is echter niet gebeurd. Hoezeer we Katia’s inspanning ook waarderen, het was duidelijk dat ze nog niet “ingespeeld” was.
Dat waren de anderen blijkbaar reeds wel, want afgaande op deze voorstelling, kunnen wij de vernietigende perscommentaren over de première zeker niet bijtreden. Raymond van het Groenewoud was (zoals gewoonlijk) zeer goed als RVHG, iets minder toch als Viktor Vandezande, het “verschrikkelijk verstandige” kind, dat bij zijn negende verjaardag het beu is een kind te zijn. Hij heeft trouwens ook de wereld van de volwassenen door. Hij vindt iedereen verschrikkelijk dom. Vandaar natuurlijk dat hij met heel zijn omgeving in botsing komt.
Marc Didden: “De Victor in mijn stuk is echt niet verschrikkelijk verstandig, maar het wordt hem wel gezegd. Hij is geen klein genie, geen kleine Hitler maar een vervelende aap die meer nadenkt dan kinderen van zijn leeftijd en daardoor voor is op hen. Hij kan maar wil niet volgen.”
Marc Didden noemt het Misvormingstheater: “De speelstijl is een soort veredeld realisme. Ik wil voorstellingen maken die op z’n minst onderhoudend zijn. Mensen vervelen is het ergste wat je kunt doen. Ik wil theater maken dat op zijn best feestelijk is, heerlijk vals. Ik wil de mensen niet leren hoe ze moeten leven. Ik wil ze op een zinnige manier entertainen en storen.”
De andere acteurs dreven op het peil dat men van hen kon verwachten, d.w.z. voor de neofieten nog onzeker, voor Luk de Koninck grote klasse. Als regisseur vroeg Marc Didden krediet voor dit eerste werkstuk. Hij krijgt het van mij, ondanks een gekunsteld begin en een onhandig slot dat eigenlijk een domper op het geheel zet.

Louisette

Louisette

Na één elpee (met Burt Blanca op gitaar, Jean-Marie Blanckaert op drums en de bassist van Paul Severs) vliegt Raymond reeds aan de deur bij Johan Verminnen, omdat hij teveel aandacht op zich trekt. Het is echter niet Johan zelf, maar de nieuwe bassist Frans Ieven die daarvoor zorgt. Als compensatie loodst die hem wel binnen bij het radioprogramma “Dagboek” van de in 1993 overleden Jan Geysen, waarvoor hij een vijftigtal liederen schrijft. Daaraan werkten o.a. ook Piet Piryns en Bert Verhoye mee. Deze laatste vertelde me in 1978 over deze samenwerking: “Vlaams cabaret bestaat niet, man! Kijk maar naar het succes dat een kwal als Raymond van het Groenewoud heeft. Wat kàn die jongen? Niks! (…) Toen we een pianist nodig hadden, werd Van het Groenewoud hiervoor aangetrokken. Af en toe wou hij dan tussendoor ook eens een nummer brengen, maar telkens werden die door Geysen naar de papiermand verwezen. En nu staat hij met diezelfde teksten nummer één!”
Lees verder “Louisette”