Vic Van Saarloos (1924-1994)

Vic Van Saarloos (1924-1994)

Het is vandaag al 25 jaar geleden dat oud-Rode Vaan-redacteur Vic Van Saarloos is overleden. Hij was amper zeventig jaar geworden. Op weg naar zijn crematie reed mijn toenmalige vriendin hopeloos verloren, zodat we pas op het kerkhof arriveerden toen alles al achter de rug was. Ik had nog net de kans om mijn medeleven te betuigen aan zijn weduwe. Van de andere aanwezigen herkende ik niemand, tenzij… Jan Debrouwere.



Mosterd. Vi-Va-Sa. Het is eens iets anders dan politiek secretaris of federaal afgevaardigde. Vic Van Saarloos wàs dan ook anders. Nochtans was ook hij een Gerard Van Moerkerke-product, wat zijn carrière bij De Rode Vaan betreft. Het is immers bij hem dat Vic ging aankloppen in 1953 toen hij bij Mercantile in Antwerpen aan de deur was gevlogen.
Toch heeft ook vinnige Vic ooit nog een partijfunctie opgenomen. Gedurende één jaar (1956), in Antwerpen. Dat hoorde toen zo, veronderstellen we.
In 1959 werd hij daarbij ook nog vertegenwoordiger van het Chinese Persagentschap, wat gewoon inhield dat hij dagelijks een twintigtal lijntjes moest doorseinen. Maar lang heeft ook dat niet geduurd want belangrijke politieke verschuivingen hebben daar in 1963 een stokje voor gestoken.
Maar welk stokje werd er eigenlijk tussen Vic en De Rode Vaan zelf gestoken? Hij die zoals hij zelf zegt zijn hart heeft verpand aan De Rode Vaan “net of dat blad van mij zou zijn”…
Dat blijkt een lastige vraag te zijn. Vic staart een tijdje voor zich uit (worden wij te pathetisch als we schrijven dat we menen dat zijn ogen enigszins vochtig worden?) en springt dan plots recht. “Een ogenblikje!”
Op een wip is hij de kamer uit en we horen hem op de trap stommelen. Even later is hij er weer, gevolgd door zijn twee trouwe maar gecastreerde katers, en met twee boekjes in de hand. “Hier,” zegt hij en hij duwt ons volgend gedicht voor de neus:

Lees verder “Vic Van Saarloos (1924-1994)”

Roland Van Campenhout wordt 75…

Roland Van Campenhout wordt 75…

De Gentse peetvader Roland Van Campenhout viert vandaag zijn 75ste verjaardag.

Roland Van Campenhout ken ik al van in de jaren zestig. Eerst nog vanop afstand, b.v. als derde lid van Miek & Roel (mijn ex-leraar Miel Swillens heeft mij dan nog een gehandtekende foto van het trio bezorgd) of door het feit dat op mijn kot een ex-lid van zijn Bluesworkshop zat (toetsenist Jef Lefève alias de Zwozze). Later omdat we hem zeker tweemaal hebben uitgenodigd om in jeugdclub Broebelke te komen spelen en later ook op een poëziefestival dat wij als Masereelfonds op een weide in Temse hebben georganiseerd.
Als we de platen van Miek & Roel niet meetellen, dan maakte Roland zijn eerste “eigen” plaatje bij Rocco Granata op diens Cardinal-label: “Your trip is not like mine”/”Harmonica Joke”, zo rond 1969. Daarna volgde een live-elpee met zijn Bluesworkshop op MFP (Music For Pleasure), een elpee waaraan hij wellicht niet graag wordt herinnerd, maar ik koester ze toch als een rariteit omdat o.a. Roel Van Bambost hier gastvocalist is.
Bovendien is Roland ook één van de beste vrienden van Jo Clauwaert, die mijn vaste fotograaf was toen wij beiden op De Rode Vaan werkten. Alhoewel ik het me niet meer kan herinneren, zal Roland trouwens ook wel eens te gast geweest zijn op het jaarlijkse Feest van de Rode Vaan.
En toch heb ik Roland nooit echt geïnterviewd, zelfs niet telefonisch. Raar. Ik weet eigenlijk niet hoe dat komt. Ik weet nog wel – en Roland zal me dat zeker niet kwalijk nemen, aangezien hij wel zal weten dat het wààr was – dat ik er in het begin niet erg happig op was, gewoon omdat Roland “unreliable” was (*). Dat was zo de gewoonte in die tijd. Dat is b.v. ook de reden waarom ik Walter De Buck nooit echt heb geïnterviewd. Al heb ik het bij deze laatste wél geprobeerd. Samen met Jo kwamen we dan van een kale reis terug, net zoals bij sportdirecteur De Baerdemaker, die ons ging meenemen in zijn wagen, maar ons aan het Sint-Pieters-Station liet staan schilderen, of wijlen Herman De Coninck, die tweemaal te zat was om ons te horen aanbellen. (De tweede keer zijn we dan via buren toch binnengeraakt, vandaar dat er hier op deze blog dan toch een interview met hem is te vinden.)
De vader van Roland van Campenhout was saxofonist in een jazzorkest in Boom, waarvan ook Bobbejaan Schoepen en Kees Brug deel uitmaakten. Boom was overigens een socialistisch nest, zodat Roland anti-clericaal werd grootgebracht.
Roland: “Van mijn ouders mocht ik nooit spelen met kinderen die op een katholieke school zaten, terwijl – je zult het altijd zien – uitgerekend mijn beste vrienden tsjeven waren. Mijn moeder is in 1914 geboren en ze is niet gedoopt. In die tijd!” (Humo 7/3/2008)
Zijn vader overleed echter jong, zodat hij vooral met een stiefvader te maken kreeg, die hem “zaad van een ander” noemde en dronk en de boel aan stukken sloeg, zoals in de eerste de beste roman van Cyriel Buysse. De kleine Roland vluchtte in zwaarmoedige muziek van Beethoven en Wagner, al liet de jazz hem toch niet los. Hij voelde zich ook aangetrokken tot de beat generation en, aangezien hij geen (klassieke!) piano mocht studeren van zijn stiefvader, wilde hij dan maar een schrijver à la Allen Ginsberg of Jack Kerouac worden, de schrijver van “On the Road”, “The Dharma Bums” en “The Subterraneans”.
Roland: “Toen ik ze voor het eerst las, was ik al een rare vogel die een zwarte rolkraag droeg en jeans van zwart ribfluweel – ik had duidelijk al over het Parijse existentialisme gehoord. Ik herinner me dat ik ‘On the Road’ op de tram zat te lezen en dat andere tramgebruikers daar spottende opmerkingen over maakten: ‘Hij doet alsof hij Engels begrijpt’.” (Humo 7/3/2008)
Op z’n veertiende ging hij van school af en kwam hij bij Bell Telephone aan de lopende band terecht. Geen wonder dat hij op z’n zestiende van huis wegliep naar Antwerpen, waar hij Ferre Grignard aan het werk zag in de Muze en toen wist hij wat hij wilde: niet schrijven maar spelen. En alsof hij het zo maar te beslissen had, bleek hij inderdaad in de wieg gelegd voor de gitaar, want hij heeft nooit lessen gehad. Drinken was toen z’n regel al en zo geraakte hij ook in het leger in de moeilijkheden, zodat hij deserteerde en voor twee maanden in de Nieuwe Wandeling terechtkwam.
Roland: Overdag moest ik werken, ik kreeg zelfs mijn boterhammen mee. Ik botste op Walter de Buck, omdat ik in zijn toenmalig atelier aan de Bocht in Gent een muur moest voegen. Mijn voorbeelden, de beatniks, keken in de jaren vijftig al naar het Oosten, naar Buddha, naar Zen. En ja, Walter De Buck deed dat toen ook al. Ik heb met hem nog een tempel gebouwd, want er kwam een goeroe op bezoek (lacht). Dan kwam er zo’n dik mannetje met een oranje kleed aan.
Ondanks het feit dat hij via Jan Emiel Daele de drugs ontdekte, is Roland Van Campenhout géén typische sixties-figuur en niet omdat hij bang was van spuiten, maar omdat het grote verschil met de huidige popscene is dat in die tijd de “groep” toch belangrijker was. Nu is het in het beste geval een zanger met een begeleidingsgroep en in het slechtste zelfs een producer die dan gewoon “gezichten” zoekt voor zijn “groep”. Roland van zijn kant is een integer muzikant, die echter geen groep bij elkaar kon houden, zelfs niet zijn “Bluesworkshop”, waarvan o.a. als zangeres ook heel eventjes Iris Van Kerkhoven, de latere Wendy Van Wanten deel uitmaakte.
Toen Karel Bogard van Kandahar in 1984 in Singapore ging wonen (met zijn baggerfirma zou hij later de grond voor de luchthaven van Hong-Kong opspuiten), liet hij Roland met André “Early Bird” Brasseur overkomen om daar in nightclubs te komen spelen. Sindsdien heeft Roland daar nu een vaste stek.
En waarom ook niet? Roland is een wereldburger die zelfs nog eens met Charlie Watts heeft gespeeld, toen hij (d.i. Roland) in een Londense club met Jo Ann Kelly aan het spelen was.
Roland: “In mijn begintijd ben ik nog lid geweest van The City Ramblers, een Engelse groep: allemaal bums, onder wie Billy Connolly, de banjospeler, een Schot die later een wereldberoemd stand-up-comedian is geworden. Die gasten streken op een dag in Gent neer en ze hadden een wasbordspeler vandoen: zo heb ik me bij hen aangesloten. En Russell, de leider van de band, was getrouwd met Ottilie Patterson, een blueszangeres die de ex-vrouw van Chris Barber was.” (Humo 7/3/2008)
Maar zijn échte vaste stek is Gent, of beter gezegd een kasteel in Mariakerke.
Roland: Zeg, dat is mijn kasteel niet, hé! Ik huur daar enkele slordige kamers waar de rommel tot tegen het plafond reikt. Door de studenten heb je een sfeer in Gent die andere steden niet hebben. Gent is net klein genoeg om geen dorp te zijn, maar het is geen verziekte grote stad. Ik ken hier veel mensen en kom iedereen op straat tegen. Mijn eerste washboardspeler, Frank Liefooghe, oude vrienden, zoals Dré Posman, die mij ooit eens tot een jamsession met Miloesj, alias Maria Slavkovska, de violiste van het opera-orkest, kon verleiden.
En dat was ongetwijfeld een verre voorzet die uiteindelijk uitmondde op 18 november 2007 toen Roland ter gelegenheid van het jaarlijkse feest van de vrienden van De Rode Pomp (het concertzaaltje van Posman) het werk “Symphonic cloud” van George De Decker creëerde, waaraan hij zelf ook heeft meegeschreven. Het is immers een werk voor gitaar en groot orkest. Begin 2008 volgde daarop zijn volgende CD “Never enough” (EMI), die hij op 30 mei dus in Vooruit aan “zijn” publiek zal voorstellen.

Lees verder “Roland Van Campenhout wordt 75…”

Dertig jaar geleden: Jo Clauwaert verlaat De Rode Vaan

Dertig jaar geleden: Jo Clauwaert verlaat De Rode Vaan

Morgen zal het dertig jaar geleden zijn dat Jo Clauwaert De Rode Vaan heeft verlaten. Dat was dus een maand vóór mij en twee maanden vóór Jan Mestdagh. Wij waren de drie laatste overlevenden na het conflict tussen de partijleiding en de redactie.

Jo Clauwaert is grafisch ontwerper, maar maakte vooral carrière als persfotograaf. Zo was hij tien jaar mijn compagnon bij De Rode Vaan. We stonden al die jaren samen “op de marmer”, zoals de lay-out vroeger werd genoemd, in die tijden die voorafgingen aan de “compunter” (*) en volgden op het zetten in lood. Maar zijn hart lag vooral bij zijn “gitaarklopperkes” (*). Na de breuk met De Rode Vaan ging hij dan ook vooral aan de slag als free-lance fotograaf van rock-sterren.
Jo trouwde met Katrien Devos (de kotmadam) en raakte gefascineerd door de zee. Zo vaart hij de laatste jaren geregeld mee als matroos-fotograaf aan boord van Oostendse visserijschepen. Eerst keek ik een beetje vreemd op van deze nieuwe hobby van Jo, maar na enig nadenken zag ik toch een parallel met de reportages die hij in de tijd van De Rode Vaan met Jos Gavel maakte over de stakende mijnwerkers in Engeland. Jo neemt ons dan ook mee op zee tijdens deze tentoonstelling, die een ode wil zijn aan het leven, de vriendschap, de romantiek, de zee…
Dominique Dierick van De Gentenaar had een gesprek met Jo, waaruit deze fragmenten:
– De stap van de geborgen warmte van een concertzaal naar fotograaf ter woeste zee voor een tochtje van een paar weken lijkt ons geen evidentie. Of toch?
Jo Clauwaert:
‘Zoals iedereen ga ik natuurlijk geregeld al eens naar Oostende, een van de zeldzame écht Belgische steden, nostalgisch ook en een bron van inspiratie voor heel wat kunstenaars. De zaak ging wel pas aan het rollen via een boek van Johan Verminnen, De Laatste Boot. Ik kende Johan al jaren via mijn werk als fotograaf, en hij vroeg me of ik geen zin had om foto’s te maken voor de omslag. We zijn samen op zee geweest met vissersboot O.33, waaraan ik een goed contact met de kapitein overhield. Van het een kwam gewoon het ander. Het is nu dat je zoiets moet doen, over vijftien jaar zijn er misschien geen vissers meer aan onze kust – als het zolang duurt. Het is een harde, gevaarlijke stiel, en de vangstbeperkingen maken het er niet makkelijker op. Er gaat bijna geen dag voorbij of ze krijgen de Engelse of de Franse marine op controle aan boord.’
– Werd je vlot aanvaard op het schip? Tenslotte was je een beetje een indringer met camera in een besloten omgeving.
Jo Clauwaert:
‘Het is een voorrecht om mee te mogen als passagier en zeker als fotograaf. Aanpassen en gewoon een deel worden van het behang is de boodschap. Het loonde meer dan de moeite. Op zee snap je pas echt het belang van wisselend licht voor de fotografie. Ik hield er ook een blijvend en warm contact met de bemanning aan over, ik werd aanvaard. Die mannen zijn in tegenstelling tot wat velen denken ook geen grotere zuipers of hoerenlopers dan de eerste de beste bediende bij het ministerie van financiën, integendeel. Een schip is een bedrijf, groter en met een pak meer verantwoordelijkheid dan de gemiddelde middenstander. Zoiets moet draaien om te overleven. De bemanning kan je nog best vergelijken met een rock’n’rollgroep. Ze moeten perfect samenspelen, en er is er maar eentje de baas: in de muziek de zanger, hier de kapitein.’
– De foto’s van het afscheid van vrouw en kinderen, net voor de afvaart zijn frappant.
Jo Clauwaert:
‘Klopt. De zee blijft onvoorspelbaar, het afscheid is bij vissers altijd zeer intens. Het viel mij op hoe de bemanning steevast hun geliefden in het oog houdt tot ver buiten de havengeul, tot ze onherkenbaar zijn geworden. Zelfde scenario maar dan net omgekeerd bij de terugkomst: iedereen staat te wachten op de kade. Ook mijn vrouw. Dat zorgde voor een moment van wrevel. Iemand van de bemanning had Katrien herkend als de ‘kotmadam’. Ik had hen daar nooit iets over verteld en dat werd me even kwalijk genomen. Een paar handtekeningen van Katrien later was het bijgelegd. Ik kon ze overtuigen dat Katrien Katrien is, en Jo Jo, en dat ik werk en privé liefst gescheiden hou. Daar konden ze mee leven.’
– Krijgen we het geheel van de foto’s ook in Gent te zien?
Jo Clauwaert:
‘Misschien een deel ervan in Galerie Link, opnieuw samen met Brendan Croker, wie weet. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de foto’s met de meeuwen of de beweging van de zee, waar wel een reeks inzit.’

Lees verder “Dertig jaar geleden: Jo Clauwaert verlaat De Rode Vaan”

Veertig jaar geleden: mijn officiële start op De Rode Vaan

Veertig jaar geleden: mijn officiële start op De Rode Vaan

Vandaag is het veertig jaar geleden dat ik officieel ben beginnen werken op De Rode Vaan. Op bovenstaande foto ziet u mij op de wekelijkse redactievergadering in de Kazernestraat naast mijn goeroe, Lode De Pooter. Op onderstaande foto kijk ik over de schouder van die andere inspirerende figuur, Jan Mestdagh. Deze foto is reeds genomen in de Lemonnierlaan, aan het bureau van Jan, dat naast het mijne (onderste foto) stond.
Lees verder “Veertig jaar geleden: mijn officiële start op De Rode Vaan”

35 jaar geleden: première van “Zelig” (Woody Allen)

35 jaar geleden: première van “Zelig” (Woody Allen)

Het is vandaag al 35 jaar geleden dat de film “Zelig” van en met Woody Allen in première ging. N.a.v. de recensie die Lode De Pooter toen schreef voor De Rode Vaan, maakte Jo Clauwaert bovenstaande collage, waarin subtiel ook een foto van een andere collega, namelijk Jan Mestdagh, verborgen zat…
Lees verder “35 jaar geleden: première van “Zelig” (Woody Allen)”