Veertig jaar geleden: al dan niet in het geweer?

Veertig jaar geleden: al dan niet in het geweer?

Veertig jaar geleden is door de “zaak” Wittevrongel en andere acties van gewetensgezwaarden de problematiek van hen die men vroeger verkeerdelijk « dienstweigeraars » noemde in het daglicht komen te staan. Op zichzelf al een voldoende reden voor een gesprek in De Rode Vaan, maar er is méér. Zo blijkt uit de reacties op voornoemde campagnes (b.v. lezersbrieven in kranten en weekbladen) dat de doorsnee-mens nog zeer onvolledig, zelfs verkeerd is ingelicht over wat dat nu precies inhoudt, militaire dienst weigeren. Een informatief luik moest het interview dus voorafgaan.

Lees verder “Veertig jaar geleden: al dan niet in het geweer?”

Maurice Lippens (1937-2005)

Maurice Lippens (1937-2005)

Het is vandaag al vijftien jaar geleden dat Maurice Lippens na een slepende ziekte is overleden. Lippens werd net geen 68 en was één van de drijvende krachten achter de oprichting van de Vlaamse wielerschool. In 1986, toen ik hem samen met zijn oud-leerling, fotograaf Jo Clauwaert, ging opzoeken voor een interview voor De Rode Vaan, was Maurice Lippens nog het boegbeeld van Sporta, ook al maakt hijzelf een duidelijk onderscheid tussen de laten we zeggen “pastorale” werking van deze vzw en de “syndicale”, waarvoor hij verantwoordelijk was.

Lees verder “Maurice Lippens (1937-2005)”

Veertig jaar geleden: een boek over Raymond van het Groenewoud (bijna!)

Veertig jaar geleden: een boek over Raymond van het Groenewoud (bijna!)

Morgen zal het ook al veertig jaar geleden zijn dat ik in overeenstemming met Raymond van het Groenewoud en zijn toenmalige manager Pol Evrard besloten had een boek over het ‘fenomeen’ R.V.H.G. te schrijven. In een schrijven naar diverse uitgeverijen stelde ik het ontwerp van het boek voor, ontwerp dat tot stand was gekomen met de medewerking van Raymond van het Groenewoud zelf, na een vergadering op het kantoor van Universal Songs, bij Linda Van Waesberge, op dat moment nog Linda Blaute…

Lees verder “Veertig jaar geleden: een boek over Raymond van het Groenewoud (bijna!)”

Marc Maertens wordt zestig…

Marc Maertens wordt zestig…

29 Marc MaertensMarc Maertens (bovenstaande foto’s de Wielersite) is gedurende heel zijn profcarrière “de broer van Freddy Maertens” geweest en hij zal het dus wel vreselijk vinden, dat ik ook daarmee begin. Ik heb echter een reden en dat is de foto die hiernaast staat: Marc Maertens heeft namelijk nooit voor Flandria gereden, dus deze foto stelt mij al enkele jaren voor een raadsel. Tenzij… tenzij Marc gewoon een truitje van zijn oudere broer heeft aangetrokken natuurlijk.
Lees verder “Marc Maertens wordt zestig…”

Vic Van Saarloos (1924-1994)

Vic Van Saarloos (1924-1994)

Het is vandaag al 25 jaar geleden dat oud-Rode Vaan-redacteur Vic Van Saarloos is overleden. Hij was amper zeventig jaar geworden. Op weg naar zijn crematie reed mijn toenmalige vriendin hopeloos verloren, zodat we pas op het kerkhof arriveerden toen alles al achter de rug was. Ik had nog net de kans om mijn medeleven te betuigen aan zijn weduwe. Van de andere aanwezigen herkende ik niemand, tenzij… Jan Debrouwere.



Mosterd. Vi-Va-Sa. Het is eens iets anders dan politiek secretaris of federaal afgevaardigde. Vic Van Saarloos wàs dan ook anders. Nochtans was ook hij een Gerard Van Moerkerke-product, wat zijn carrière bij De Rode Vaan betreft. Het is immers bij hem dat Vic ging aankloppen in 1953 toen hij bij Mercantile in Antwerpen aan de deur was gevlogen.
Toch heeft ook vinnige Vic ooit nog een partijfunctie opgenomen. Gedurende één jaar (1956), in Antwerpen. Dat hoorde toen zo, veronderstellen we.
In 1959 werd hij daarbij ook nog vertegenwoordiger van het Chinese Persagentschap, wat gewoon inhield dat hij dagelijks een twintigtal lijntjes moest doorseinen. Maar lang heeft ook dat niet geduurd want belangrijke politieke verschuivingen hebben daar in 1963 een stokje voor gestoken.
Maar welk stokje werd er eigenlijk tussen Vic en De Rode Vaan zelf gestoken? Hij die zoals hij zelf zegt zijn hart heeft verpand aan De Rode Vaan “net of dat blad van mij zou zijn”…
Dat blijkt een lastige vraag te zijn. Vic staart een tijdje voor zich uit (worden wij te pathetisch als we schrijven dat we menen dat zijn ogen enigszins vochtig worden?) en springt dan plots recht. “Een ogenblikje!”
Op een wip is hij de kamer uit en we horen hem op de trap stommelen. Even later is hij er weer, gevolgd door zijn twee trouwe maar gecastreerde katers, en met twee boekjes in de hand. “Hier,” zegt hij en hij duwt ons volgend gedicht voor de neus:

Lees verder “Vic Van Saarloos (1924-1994)”

Roland Van Campenhout wordt 75…

Roland Van Campenhout wordt 75…

De Gentse peetvader Roland Van Campenhout viert vandaag zijn 75ste verjaardag.

Roland Van Campenhout ken ik al van in de jaren zestig. Eerst nog vanop afstand, b.v. als derde lid van Miek & Roel (mijn ex-leraar Miel Swillens heeft mij dan nog een gehandtekende foto van het trio bezorgd) of door het feit dat op mijn kot een ex-lid van zijn Bluesworkshop zat (toetsenist Jef Lefève alias de Zwozze). Later omdat we hem zeker tweemaal hebben uitgenodigd om in jeugdclub Broebelke te komen spelen en later ook op een poëziefestival dat wij als Masereelfonds op een weide in Temse hebben georganiseerd.
Als we de platen van Miek & Roel niet meetellen, dan maakte Roland zijn eerste “eigen” plaatje bij Rocco Granata op diens Cardinal-label: “Your trip is not like mine”/”Harmonica Joke”, zo rond 1969. Daarna volgde een live-elpee met zijn Bluesworkshop op MFP (Music For Pleasure), een elpee waaraan hij wellicht niet graag wordt herinnerd, maar ik koester ze toch als een rariteit omdat o.a. Roel Van Bambost hier gastvocalist is.
Bovendien is Roland ook één van de beste vrienden van Jo Clauwaert, die mijn vaste fotograaf was toen wij beiden op De Rode Vaan werkten. Alhoewel ik het me niet meer kan herinneren, zal Roland trouwens ook wel eens te gast geweest zijn op het jaarlijkse Feest van de Rode Vaan.
En toch heb ik Roland nooit echt geïnterviewd, zelfs niet telefonisch. Raar. Ik weet eigenlijk niet hoe dat komt. Ik weet nog wel – en Roland zal me dat zeker niet kwalijk nemen, aangezien hij wel zal weten dat het wààr was – dat ik er in het begin niet erg happig op was, gewoon omdat Roland “unreliable” was (*). Dat was zo de gewoonte in die tijd. Dat is b.v. ook de reden waarom ik Walter De Buck nooit echt heb geïnterviewd. Al heb ik het bij deze laatste wél geprobeerd. Samen met Jo kwamen we dan van een kale reis terug, net zoals bij sportdirecteur De Baerdemaker, die ons ging meenemen in zijn wagen, maar ons aan het Sint-Pieters-Station liet staan schilderen, of wijlen Herman De Coninck, die tweemaal te zat was om ons te horen aanbellen. (De tweede keer zijn we dan via buren toch binnengeraakt, vandaar dat er hier op deze blog dan toch een interview met hem is te vinden.)
De vader van Roland van Campenhout was saxofonist in een jazzorkest in Boom, waarvan ook Bobbejaan Schoepen en Kees Brug deel uitmaakten. Boom was overigens een socialistisch nest, zodat Roland anti-clericaal werd grootgebracht.
Roland: “Van mijn ouders mocht ik nooit spelen met kinderen die op een katholieke school zaten, terwijl – je zult het altijd zien – uitgerekend mijn beste vrienden tsjeven waren. Mijn moeder is in 1914 geboren en ze is niet gedoopt. In die tijd!” (Humo 7/3/2008)
Zijn vader overleed echter jong, zodat hij vooral met een stiefvader te maken kreeg, die hem “zaad van een ander” noemde en dronk en de boel aan stukken sloeg, zoals in de eerste de beste roman van Cyriel Buysse. De kleine Roland vluchtte in zwaarmoedige muziek van Beethoven en Wagner, al liet de jazz hem toch niet los. Hij voelde zich ook aangetrokken tot de beat generation en, aangezien hij geen (klassieke!) piano mocht studeren van zijn stiefvader, wilde hij dan maar een schrijver à la Allen Ginsberg of Jack Kerouac worden, de schrijver van “On the Road”, “The Dharma Bums” en “The Subterraneans”.
Roland: “Toen ik ze voor het eerst las, was ik al een rare vogel die een zwarte rolkraag droeg en jeans van zwart ribfluweel – ik had duidelijk al over het Parijse existentialisme gehoord. Ik herinner me dat ik ‘On the Road’ op de tram zat te lezen en dat andere tramgebruikers daar spottende opmerkingen over maakten: ‘Hij doet alsof hij Engels begrijpt’.” (Humo 7/3/2008)
Op z’n veertiende ging hij van school af en kwam hij bij Bell Telephone aan de lopende band terecht. Geen wonder dat hij op z’n zestiende van huis wegliep naar Antwerpen, waar hij Ferre Grignard aan het werk zag in de Muze en toen wist hij wat hij wilde: niet schrijven maar spelen. En alsof hij het zo maar te beslissen had, bleek hij inderdaad in de wieg gelegd voor de gitaar, want hij heeft nooit lessen gehad. Drinken was toen z’n regel al en zo geraakte hij ook in het leger in de moeilijkheden, zodat hij deserteerde en voor twee maanden in de Nieuwe Wandeling terechtkwam.
Roland: Overdag moest ik werken, ik kreeg zelfs mijn boterhammen mee. Ik botste op Walter de Buck, omdat ik in zijn toenmalig atelier aan de Bocht in Gent een muur moest voegen. Mijn voorbeelden, de beatniks, keken in de jaren vijftig al naar het Oosten, naar Buddha, naar Zen. En ja, Walter De Buck deed dat toen ook al. Ik heb met hem nog een tempel gebouwd, want er kwam een goeroe op bezoek (lacht). Dan kwam er zo’n dik mannetje met een oranje kleed aan.
Ondanks het feit dat hij via Jan Emiel Daele de drugs ontdekte, is Roland Van Campenhout géén typische sixties-figuur en niet omdat hij bang was van spuiten, maar omdat het grote verschil met de huidige popscene is dat in die tijd de “groep” toch belangrijker was. Nu is het in het beste geval een zanger met een begeleidingsgroep en in het slechtste zelfs een producer die dan gewoon “gezichten” zoekt voor zijn “groep”. Roland van zijn kant is een integer muzikant, die echter geen groep bij elkaar kon houden, zelfs niet zijn “Bluesworkshop”, waarvan o.a. als zangeres ook heel eventjes Iris Van Kerkhoven, de latere Wendy Van Wanten deel uitmaakte.
Toen Karel Bogard van Kandahar in 1984 in Singapore ging wonen (met zijn baggerfirma zou hij later de grond voor de luchthaven van Hong-Kong opspuiten), liet hij Roland met André “Early Bird” Brasseur overkomen om daar in nightclubs te komen spelen. Sindsdien heeft Roland daar nu een vaste stek.
En waarom ook niet? Roland is een wereldburger die zelfs nog eens met Charlie Watts heeft gespeeld, toen hij (d.i. Roland) in een Londense club met Jo Ann Kelly aan het spelen was.
Roland: “In mijn begintijd ben ik nog lid geweest van The City Ramblers, een Engelse groep: allemaal bums, onder wie Billy Connolly, de banjospeler, een Schot die later een wereldberoemd stand-up-comedian is geworden. Die gasten streken op een dag in Gent neer en ze hadden een wasbordspeler vandoen: zo heb ik me bij hen aangesloten. En Russell, de leider van de band, was getrouwd met Ottilie Patterson, een blueszangeres die de ex-vrouw van Chris Barber was.” (Humo 7/3/2008)
Maar zijn échte vaste stek is Gent, of beter gezegd een kasteel in Mariakerke.
Roland: Zeg, dat is mijn kasteel niet, hé! Ik huur daar enkele slordige kamers waar de rommel tot tegen het plafond reikt. Door de studenten heb je een sfeer in Gent die andere steden niet hebben. Gent is net klein genoeg om geen dorp te zijn, maar het is geen verziekte grote stad. Ik ken hier veel mensen en kom iedereen op straat tegen. Mijn eerste washboardspeler, Frank Liefooghe, oude vrienden, zoals Dré Posman, die mij ooit eens tot een jamsession met Miloesj, alias Maria Slavkovska, de violiste van het opera-orkest, kon verleiden.
En dat was ongetwijfeld een verre voorzet die uiteindelijk uitmondde op 18 november 2007 toen Roland ter gelegenheid van het jaarlijkse feest van de vrienden van De Rode Pomp (het concertzaaltje van Posman) het werk “Symphonic cloud” van George De Decker creëerde, waaraan hij zelf ook heeft meegeschreven. Het is immers een werk voor gitaar en groot orkest. Begin 2008 volgde daarop zijn volgende CD “Never enough” (EMI), die hij op 30 mei dus in Vooruit aan “zijn” publiek zal voorstellen.

Lees verder “Roland Van Campenhout wordt 75…”