“Shall I compare thee” (sonnet 18)

“Shall I compare thee” (sonnet 18)

Central meaning: the beauty of this young lady will not fade because Shakespeare wrote a poem about her. Mortal beings can and will achieve immortality through the everlasting power of poetry. Note his high opinion of his own poetry!
The whole poem is in fact a (negative) answer to the question in the first line. And the reasons?
First of all: she’s more beautiful (difference of degree).
But more essential (v.3-8): he’s talking about summer, but between the lines we can read the contrary (his love is more temperate, not so “hot”).

“Love and time”, sonnet 116 by William Shakespeare

“Love and time”, sonnet 116 by William Shakespeare

The title is added by the editor, but it’s a good title, because the main theme is the relation between love and time. It was one of the most influencial themes in the literature and the thoughts of that day. What he says is briefly as follows: the marriage of true minds is a lasting one. True love always remains constant and will survive independently of any changes of heart in the loved one. Time has no detrimental effect on love. True love will survive the passing of time.

Lees verder ““Love and time”, sonnet 116 by William Shakespeare”

“My mistress’ eyes”, sonnet 130 by William Shakespeare

“My mistress’ eyes”, sonnet 130 by William Shakespeare

Sonnet 130 maakt deel uit van de sonnetten van Shakespeare die voor de eerste keer in 1609 werden gepubliceerd. Het behoort tot de reeks sonnetten (127 tot 152) waarin de dichter een Dark Lady toespreekt. In tegenstelling tot de voorgaande Fair Youth-reeks, die de liefde voor een schone jongeling tot onderwerp heeft, is deze reeks aardser, expliciet seksueler van toon. (Wikipedia)

Lees verder ““My mistress’ eyes”, sonnet 130 by William Shakespeare”

Essay on “Eternity though Poetry” (William Shakespeare)

Essay on “Eternity though Poetry” (William Shakespeare)

In de voortgang van mijn onverdroten sporenonderzoek naar mijn verleden ben ik ondertussen in de eerste kandidatuur van de Germaanse aanbeland. En we zijn er blijkbaar meteen ingevlogen, want reeds in het eerste jaar moesten we een essay schrijven over een sonnet van William Shakespeare, “Eternity through Poetry”. Mijn kwotering is op het eerste gezicht niet bijster goed (13 op 20), maar ik heb erbij geschreven dat de hoogste kwotering in onze groep (F) 15 was en dat ik op die manier als vierde op twintig uit de bus kwam. De drie die mij voorafgingen waren waarschijnlijk Staf De Wilde (jawel, de beroemde of beruchte Staf De Wilde), Bea De Groote en Monique De Wit. Wij vieren waren ook de enigen uit de groep die al in eerste zit promoveerden.

Lees verder “Essay on “Eternity though Poetry” (William Shakespeare)”

De sonnetten van William Shakespeare

De sonnetten van William Shakespeare

Vandaag is het precies 410 jaar geleden dat Shakespeares 154 sonnetten voor het eerst werden uitgegeven door Thomas Thorpe in 1609 (Stationer’s Register 20/5/1609). Deze Thorpe droeg de bundel op aan “Mr.W.H., the only begetter of these ensuing sonnets”. Maar “begetter” kan zowel “engenderer” (verwekker) als “procurer” (verschaffer) betekenen, m.a.w. die W.H. kan zowel de man zijn voor wie Shakespeare zijn sonnetten heeft geschreven als iemand die deze sonnetten aan Thorpe heeft gegeven.
De meest verspreide opvatting is dat Mr.W.H. Henry Wriothesely (spreek uit: Rootsli) is, aan wie Shakespeare zelf “Venus and Adonis” (1593) en “The Rape of Lucrece” (1594) heeft opgedragen, toen hij deze lange gedichten in eigen beheer heeft uitgegeven.
Lees verder “De sonnetten van William Shakespeare”