Franz Schmidt (1874-1939)

Franz Schmidt (1874-1939)

Zoals elders geschreven kocht ik mijn eerste single in 1958 (“Till” van Roger Williams). Daaraan voorafgaand kon ik enkel de platen spelen die mijn ouders (eigenlijk bijna uitsluitend mijn vader) hadden gekocht. Eén ervan was zo’n kleine elpee (met de doorsnee van een 78-toerenplaat) van Deutsche Grammophon in het typische geel met een fellere gele streep in het midden (zoals die van Arnold Schönberg hieronder, maar mijn vader – noch ikzelf overigens – kocht natuurlijk geen platen van Schönberg) met daarop verscheidene opera-uittreksels door diverse artiesten en men had niet eens de moeite gedaan om aan te geven welke artiest verantwoordelijk was voor welke opname. Nu goed, één van die opnames was het intermezzo uit de opera “Notre Dame” van Franz Schmidt. Mijn vader had de plaat zeker niet dààrvoor gekocht (hemzelf heb ik dit intermezzo zelden of nooit horen draaien), maar ikzelf “scheurde” bijna telkens als ik dit stuk hoorde. En dan bedoel ik eigenlijk dat “mijn hart scheurde”. Ik weet ook niet waarom, maar die aanzwellende violen hadden een verschrikkelijke invloed op mij. Positief weliswaar, maar toch deed het ook op een bepaalde manier pijn. Nu nog altijd trouwens. Daarom wil ik toch even stilstaan bij de tachtigste verjaardag van de dood van de componist, waarover ik nooit iets heb geweten, dus ik ga dit nu – samen met jullie – op Wikipedia ontdekken…
Lees verder “Franz Schmidt (1874-1939)”

Het gebeurde op 28 november

Het gebeurde op 28 november

20 jaar geleden
Bij een bisnummer tijdens een concert in het Brusselse Lunatheater stapt dirigent Jos Van Immerseel van het podium en laat het orkest in z’n eentje verder musiceren. Een symbolische daad… “Mijn werk is inderdaad het voorbereidend werk, het vastleggen van het concept, het coördineren van de ideeën, kortom ervoor te zorgen dat er een symfonie te voorschijn komt met een concept waar in dit geval ikzelf een gezicht aan geef, dat heel dicht bij de partituur zit. En als die afspraken een keer gemaakt zijn, dan is een dirigent bij musici van dit niveau niet meer zo belangrijk. Ik zal niet zeggen dat hij helemààl niet meer belangrijk is, want soms kan je in een concert mensen toch nog een beetje extra inspireren of aanzetten tot iets, maar die marge is zo klein – alles heb je in principe al vastgelegd – dat je als dirigent moet opletten dat je het concept dat je hebt voorbereid niet zelf gaat torpederen door op zo’n concert heel andere dingen te gaan doen. In die zin is de moderne dirigentenpraktijk een totaal voorbijgestreefd iets, vind ik, want die is alleen maar zinvol als je in zekere zin je voeten veegt aan de partituur. Als je de partituur immers au sérieux neemt, dan kan je niet op een concert plotseling met een idee komen, want dat betekent dan immers eigenlijk dat je te laat bent. Dat idee had je op de repetities al moeten aanreiken. Daarom vind ik dus dat een concert wel gedirigeerd kàn worden, maar het orkest zou bij wijze van spreken heel dat concert even goed zonder dirigent moeten kunnen spelen. In mijn filosofie past dat volkomen. Ik weet wel dat het meeste publiek dat niet graag zou hebben, want ze willen toch altijd een beetje focussen op één persoon. En het idee van een dirigent is hun zo ingeprent dat je dat er moeilijk uit krijgt. Ik ga er in ieder geval geen moeite voor doen om het eruit te krijgen.” (Jos Van Immerseel)
Lees verder “Het gebeurde op 28 november”