25 jaar geleden: “Oedipus” in de KVS

25 jaar geleden: “Oedipus” in de KVS

In de KVS regisseerde directeur Franz Marijnen zelf de bewerking door Hugo Claus uit 1971 van Seneca’s “Oedipus” (“In wezen is het de ‘Kwik’ en de ‘Story’ van zijn tijd, maar met grotere thema’s” aldus Claus in de Schouwburgkrant). Een weliswaar indrukwekkend, maar toch ietwat megalomaan decor van Niek Kortekaas had de zaal tot minder dan de helft herleid, zodat we er op de avant-première op 30 september 1994, georganiseerd door Stepsmagazine (waarvan zijn broer de uitgever was), “knusjes” bijzaten. Nochtans was het helemaal geen “knus” stuk. Integendeel, Claus was de geest van Seneca zeer trouw gebleven (ondanks het feit dat het orakel via een dictafoon spreekt) en het bloed gulpte uit de tekst als uit een onstelpbare wonde. Dat anderzijds Sjarel Blanckaerts als de geest/het lijk van de gedode Laos na een geslaagd verrassingseffect voor de rest van de avond “in full view of the audience” moest blijven, was tegenover die door de make-up zwaar toegetakelde acteur toch louter sadisme. Ook de door de pest toegetakelde bevolking van Thebe (in volgorde van goede prestatie: Chris Thys, Bien De Moor, Bert André, Wim Danckaert en Jan Pauwels) werd door costumière Mechthild Schwienhorst niet gespaard.
Geen thanatos zonder eros en na een naamloos (want door stieren- en koeienkop verborgen) neukend paar in de verte, was het vooral sfinx Annabelle Van Nieuwenhuyse die daarvoor moest zorgen. De scène waarin ze (een overigens goed acterende) Wim van der Grijn als Oedipus het antwoord op het bekende raadsel ontlokte, was niet van enige erotiek ontbloot om het zo te zeggen. Sien Eggers als zijn moeder en minnares Jokaste had haar maniertjes thuisgelaten en ook Jef Demedts was stijlvol als een verontwaardigde Kreoon, die ten onrechte wordt beschuldigd de troon te willen usurperen. Maar vooral Senne Rouffaer was indrukwekkend als de blinde ziener Tiresias. Sofie Decleir als zijn dochter Manto trachtte hem wel bij te benen, maar Marijnen liet haar soms te ver gaan in haar “helderziende waanzin”. Slotsom, een voor het grootste deel geslaagde voorstelling, maar niet echt gepast als aanloop tot een “feestje”. We zijn er dan ook maar vlug vandoor gegaan. De enige aanwezige die ik kende (buiten de Stepsploeg) was overigens André Lefevre.

35 jaar geleden: “Oom Wanja” in het NTG

35 jaar geleden: “Oom Wanja” in het NTG

35 jaar geleden was in het NTG “Oom Wanja” te zien, de klassieker van Anton Tsjechov met in de hoofdrollen Nolle Versyp en Chris Thys (zie bovenstaande foto).

Het lijkt wel een drieluik : « Madame Warren » van 1893, « Rondedans » uit 1897 en nu « Oom Wanja » van 1898. Het kan alleszins geen toeval zijn en het NTG heeft in zijn onvolprezen programmaboekje bij Tsjechovs « Oom Wanja » dan ook een passende vergelijkende tijdstabel afgedrukt. Voor de bollebozen onder onze lezers kunnen wij er trouwens nog aan toevoegen dat ook « Starkadd » (Arcatheater) uit 1898 dateert en « Pelléas et Mélisande » (het oorspronkelijke toneelstuk althans waarop de opera is gebaseerd die op dit moment te zien is) uit 1892.
Allemaal fin de siècle dus en met 1984 gaan we daar ook stilaan naartoe.
Is dat soms de link ? Want de andere overeenkomsten kaderen in diezelfde sfeer. Er is de verveling b.v., prominent aanwezig in het landelijke leven van Oom Wanja en de zijnen, maar eigenlijk ook aan het hof van koning Ingel (« Starkadd »), op het buitenverblijf van Madame Warren, ja zelfs bij de personages van « Rondedans ». Telkens wordt daartegen dan gereageerd met het oplaaien van erotische passies (Wanja en dr. Astrov voor Jelina; Sonja voor dr. Astrov; Crofts voor de dochter van Madame Warren) of van oppervlakkig erotisch vertier (« Rondedans », maar ook de jonge Frank in « Mad. Warren » en het slippertje van Helga met Saemund in « Starkadd »).
In dit laatste aspect zit ook reeds een ander kenmerk : het decadentisme.
Tsjechov gaf ooit een regisseur of een auteur de raad: « Als je in het decor een geweer tegen de schoorsteen hangt, zorg dan dat er ook een schot afgaat. » Een raad die hij zelf bijzonder ter harte heeft genomen, want in zijn werk zijn er dan ook een paar stukken waarin omgesprongen wordt met vuurwapens. Zo ook in « Oom Wanja », al is dat net niet het belangrijkste wat er in het stuk te beleven valt.
« Oom Wanja » is een stuk van liefde en verliefdheden, hopeloze liefdes en gemiste kansen, over mensen die hunkeren naar wat anders en wier leven als zand tussen hun vingers glijdt; ook een ode aan de natuur en als u wil zelfs een pleidooi voor milieuzorg.
Ivan Woinitski, met zijn verkleinnaam Wanja genoemd, beheerst samen met zijn nichtje Sonja, de dochter van zijn overleden zuster het familielandgoed. De weduwnaar, de beroemde professor Serebrjakov is hertrouwd met de veel jongere, beeldschone Jelena.
Deze zelfingenomen emeritus heeft met Jelena zijn intrek genomen op het landgoed, dat moet voorzien in de levensbenoeften van de familie; hij laat iedereen als knechts opdraaien voor zijn seniele grillen.
Wanja wordt verliefd op Jelena, zo ook de huisdokter Astrov, Sonja is verliefd op Astrov. Het tergend tiranniek gezeur van de wetenschappelijke charlatan en de amoureuze strubbelingen zorgen voor onoverzienlijke spanningsvelden. Wanneer Serebrjakov kil beslist dat het landgoed moet verkocht worden (hij woont liever in de stad), barst de bom.
« Men verwijt mij vaak dat ik over niemendalletjes schrijf, » verdedigde Tsjechov zich ooit. « Dat er in mijn werk nooit grote helden voorkomen, geen revolutionairen, geen Alexander de Grote, of zelfs niet een eerlijke politieman. Waar moet ik die echter vandaan halen? Ik zou wel willen. Het leven bij ons is provinciaal… Zolang we jong zijn, kwetteren we kwiek als mussen op de mesthoop; later, wanneer we de veertig naderen, zijn we al grijs en beginnen aan de dood te denken. Fraaie helden zijn we! »
Zoals geschetst kan dat decadentisme worden gesitueerd op moreel vlak, maar ook esthetisch. Zo is het aandeel van de decorbouwers in alle hoger geciteerde stukken enorm. De wisselwerking met de regie was telkenmale optimaal (zoals het natuurlijk hoort. maar bij een esthetiserend decor valt het uiteraard meer op). Op die manier zouden we kunnen stellen dat er in « Starkadd » in profiel werd gespeeld, in « Mad. Warren » diagonaal en in « Oom Wanja » lateraal (binnenkort moeten we een voetbalverslaggever als toneelrecensent inhuren). In de eerste twee gevallen kwamen door die opstelling de conflicten weliswaar beter tot uiting, maar werd toch ook een zeker afstand gesuggereerd, wat een trager tempo met zich meebracht. In « Oom Wanja » staat het scènebeeld (van Luk Goedertier samen met regisseur Jean-Pierre De Decker) helemaal in functie van de contactarmoede en wordt de verveling erdoor nog beklemtoond. Alleen de wervelende regie van « Rondedans » doorbrak dus dit systeem, ook al waren er ook hier te trage momenten.
Toneel wordt dus anno 1984 te vaak een puur esthetische ervaring, waarin de verveling van de toeschouwer een haast niet weg te denken component wordt. Wie positief staat tegenover die esthetische benadering schrijft dan b.v. « toch werkt de voorstelling niet helemaal » (Daan Bauwens in « De Morgen »), maar je kan natuurlijk ook andersom stellen dat verveling op de scène, hoe mooi ook ingekleed, nooit mag leiden tot verveling in de zaal. En dat was bij « Oom Wanja » alleszins toch onze ervaring…
En in dat geval wordt de rest allemaal detailkritiek. Zowel positief als negatief. De glansprestatie van Nolle Versyp b.v. als dr. Astrov kan dan een voorstelling niet redden. En anderzijds heeft het ook geen zin om zich vast te bijten in de regie-opvatting van De Decker die b.v. Chris Thys voortdurend over het toneel laat hollen en lelijk laat zijn (wat voor haar een moeilijke opgave was, maar waarin ze door een perfecte uitbeelding van Wiske uit het bekende beeldverhaal uitstekend slaagt).
Nu nog « Dantons dood » en dan zijn we eindelijk « Thuis »…

Lees verder “35 jaar geleden: “Oom Wanja” in het NTG”

Twintig jaar geleden: cultuur in Gent

Twintig jaar geleden: cultuur in Gent

Nobody’s perfect, Charlie Brown. Bij de « machtsovername » van Jean-Pierre De Decker had ik toch verwacht dat hij opnieuw Chriske Thys naar de Arteveldestad zou halen, maar dat is niet gebeurd. Wie haar echter nog eens aan het werk wil zien, kan desondanks vanavond (en tot en met zaterdag) in het NTG terecht, want samen met her KVS-gezelschap is ze hier te gast voor « Tartuffe » van Molière. De voornaamste rollen zijn echter weggelegd voor Bert André en zijn dochter Sandrine, Hubert Damen, Wim Danckaert en Bien De Moor. Ook allemaal Schoon Volk. * In de Arcazolder krijgen we “Frederick”, een kortverhaal van Chantal Van Autreyve, te horen en « De trein van Jef », een eenakter van Kelly Picavet, te zien. ★ Met de Vrouwendag in aantocht kan het ook geen kwaad om vanavond eens langs te lopen in Elcker-Ik, in het nabijgelegen Gewad, waar Monika Triest praat over Simone de Beauvoir. ★ En in de Rode Pomp gaat het Russisch Festival op volle kracht door, deze keer met het Trio Rachmaninov. Onnodig dus te zeggen welke componist er op het programma staat. (HLN, 4/3/1998)

Vijftig jaar geleden: de kiemen voor Theater Arena

Vijftig jaar geleden: de kiemen voor Theater Arena

Om de oprichting van Theater Arena toe te lichten, moeten we eerst en vooral ons wenden naar… het NTG! En met name naar de première op 20 mei 1967 van ‘De Vertraagde Film’ van Herman Teirlinck. Bij het groeten stapt regisseur Frans Roggen waardig en theatraal naar voren, om een breed saluut te brengen naar de zijloge côté jardin waar normaal directeur Poppe had moeten zitten. Die loge was echter leeg. Eén seconde verbazing, waarna het publiek  de geste meteen door heeft. Onder het applaus breekt een tumult uit van Poppe-fans die op de houten vloer stampen en minutenlang scanderen: “Poppe-Poppe-Poppe!”
Wanneer regisseur Roggen zich achteraf tussen het publiek via de grote trap naar de foyer wil begeven, krijgt hij van onheilsbode, de goede NTG-secretaris Roger Thienpont (die als Paul Berkenman de filmfragmenten had gedraaid), stilletjes te horen dat de Raad van Beheer zijn aanwezigheid op de receptie niet op prijs stelt. De flamboyante Frans Roggen maakt prompt een publieke scène: “Wat! De regisseur van het stuk wordt dus niet geduld op de receptie!”, etc. Roggen verlaat met slaande deuren het gebouw. Voorgoed.
En dat is dan ook het begin geweest van wat gezien werd als een anti-NTG-operatie: de stichting van Theater Arena met een schare van Poppe-getrouwen.
De benaming “Theater Arena” vinden we dan ook voor het eerst terug in 1968, gekoppeld aan het Amateurstoneelcentrum L.Van de Putte. Na één seizoen ging Arena onder impuls van Jacques Veys (foto) echter op eigen benen staan. Onder de artistieke leiding van Frans Roggen werd er vooral hedendaags theater gebracht: “De Meiden” (Genet), “De Nonnen” (Manet), “Huis Clos” (Sartre).
Lees verder “Vijftig jaar geleden: de kiemen voor Theater Arena”