Tien jaar geleden ging in Cannes “Café Society” van Woody Allen in première.
“Het mag duidelijk zijn: een nieuwe Annie Hall zal Woody Allen niet meer maken,” schrijft Jeroen Struys in Het Nieuwsblad. Toch noemt hij “Café Society” uit 2016 wel “zijn beste in jaren, vol charme”. Dat mocht ook wel want het was de duurste film van regisseur Woody Allen, met een geschatte totale kostprijs van dertig miljoen dollar. De film overschreed het budget: de geschatte kosten stegen van achttien miljoen dollar en liepen op tot meer dan dertig miljoen dollar aan het einde van de productie. Toch geeft Struys er slechts twee sterren (op vijf) aan! Geeft je een idee hoe hij over de andere films van Allen denkt!
Deze keer reist de regisseur heen en weer tussen Los Angeles en New York in de jaren dertig. “Café Society” was een term die Maury Henry Biddle Paul in 1915 bedacht om de “mooie mensen” te beschrijven die samenkwamen en feesten gaven in de bekende cafés en restaurants in New York, Parijs en Londen.
Jesse Eisenberg speelt Bobby Dorfman, een onzekere knul uit een gezin dat moeilijk nog joodser en nog New Yorkser kon zijn. (Eén keer raden wie hiervoor model heeft gestaan, zeker in de scène met de hooker is Eisenberg gewoon een cloon van de jonge Woody Allen.) In Hollywood hoopt hij werk te vinden bij zijn oom (Steve Carrell), agent van de sterren. Door verliefd te worden op diens secretaresse Vonnie (Kristen Stewart) ontstaat een explosieve driehoeksrelatie. Want het meisje heeft haar hart verpand aan een oudere, getrouwde man.“Rarara,” schrijft Jeroen, waarmee hij wellicht bedoelt wat wij allemaal ook al dachten, want “Allen is geobsedeerd door verliefdheden tussen oudere mannen en meisjes. Maar de moraal van het verhaal is deze keer anders. De jonge Bobby wordt naar voren geschoven als de beste kandidaat voor Vonnie. Bovendien is het deze keer het meisje dat de relaties stuurt. Allen kookt altijd met dezelfde ingrediënten: dramatische, idiote verliefdheid, komische oneliners over existentiële kwesties en veel jazz. Maar je bent een zeur als je klaagt wanneer de saus smaakt. De film wordt gered door een lumineuze Kristen Stewart.” Typisch is dat Woody Allen (net als ikzelf) zich niet bewust was van Kristen Stewarts enorme bekendheid door haar betrokkenheid bij de Twilight (2008)-franchise. Hij castte haar vooral omdat hij haar optreden in Adventureland bewonderde, trouwens ook met Eisenberg (2009).
En er is de “prachtige fotografie van Vittorio Storaro (het was de eerste keer dat Allen met hem samenwerkte, RDS). De legendarische chef camera van Apocalypse Now schildert New York in bruinig sepia, terwijl de technicolor ervan afspat in het zonnige Hollywood. Allen vertelt behoorlijk verwarrend tegenwoordig, maar wat dan nog. Het is als luisteren naar de zoetsappige verhalen van een oude oom met nostalgie in de ogen,” zo besluit Jeroen, maar in mijn geest roept hij daarmee eerder de wouwelende Abe Simpson en dat is dan toch wel een beetje ten onrechte…
Dit is Woody Allens eerste film sinds Love and Death (1975), gemaakt zonder co-uitvoerend producent
Jack Rollins, die in 2015 op 100-jarige leeftijd overleed. Rollins was Allens langdurige manager en ze werkten meer dan 45 jaar samen.
Ronny De Schepper (op basis van de Internet Movie Database)