What’s Up, Doc? is een Amerikaanse screwball-komedie uit 1972, geregisseerd door Peter Bogdanovich, met Barbra Streisand en Ryan O’Neal in de hoofdrollen. De film was bedoeld als eerbetoon aan komediefilms uit de jaren twintig, dertig en veertig, met name Bringing Up Baby en de Bugs Bunny-tekenfilms van Warner Bros.
What’s Up, Doc? ging in première in de Radio City Music Hall in New York City op 9 maart 1972 en was meteen een succes. Het werd uiteindelijk de op twee na meest winstgevende film van 1972. De film won de Writers Guild of America (WGA) Award voor ” beste komedie geschreven direct voor het scherm ” in 1973 voor Buck Henry, David Newman en Robert Benton. What’s Up, Doc? stond op nummer 61 in de lijst van de 100 beste Amerikaanse komedies, gepubliceerd door het American Film Institute (AFI), op nummer 68 in de AFI-lijst van de 100 beste liefdesverhalen in de Amerikaanse cinema, en op nummer 58 in de lijst van de 101 grappigste scenario’s van de Writers Guild of America. De film was zeer losjes gebaseerd op de roman A Glimpse of Tiger uit 1971 van Herman Raucher – slechts enkele karaktereigenschappen werden overgenomen.
Peter Bogdanovich: “John Calley, destijds hoofd productie, riep me in zijn kantoor en zei: ‘Kijk, Barbra wil heel graag met je werken. Als je een film met Barbra Streisand zou maken, wat voor soort film zou je dan maken?’ Ik zei: ‘Ach, ik weet het niet, een soort screwball-komedie, zoiets als Bringing Up Baby: een gek meisje, een saaie professor, en alles loopt uiteindelijk goed af.’ Hij zei: ‘Doe het.’ (…) We moesten dus snel aan het script werken. Vanwege Barbra’s verplichtingen en die van Ryan O’Neal moesten we in augustus [1971] beginnen met filmen, terwijl het nu mei was. We kregen een script af met twee verschillende schrijversteams: eerst Robert Benton en David Newman, die ook Bonnie and Clyde schreven, en daarna Buck Henry. Beide teams werkten aan drie versies. Er was dus behoorlijk wat werk aan de winkel.“
De setting in San Francisco werd gekozen om een uitgebreide komische parodie mogelijk te maken op de autoachtervolging in San Francisco in de hitfilm Bullitt uit 1968. Bogdanovich beweert dat de hilarische achtervolgingsscène een kwart van het budget van de film van vier miljoen dollar in beslag nam. De productie had geen toestemming van de stad om met auto’s de betonnen trappen in Alta Plaza Park af te rijden. Deze raakten zwaar beschadigd tijdens de opnames en vertonen tot op de dag van vandaag nog steeds de littekens.Aan het einde van de autoachtervolging belanden alle betrokkenen in de baai van San Francisco – behalve O’Neal en Streisand, die comfortabel in hun Volkswagen Kever blijven drijven. Tijdens het maken van deze scène verdronk acteur Sorrell Booke (hoteldetective Harry) bijna in de baai.
Wat ik het vreemdste vond, was dat dit op het programma stond van het filmforum toen ik mijn eerste jaar les gaf (dus in 1973-74, behoorlijk vroeg na het uitkomen). Normaal gezien waren die films die als filmforum werden gepresenteerd enkel maar interessant omdat er dan een namiddag geen les werd gegeven en omdat men dan kans had om meisjes te ontmoeten (dat was nog in de tijd dat het onderwijs streng gescheiden was). Maar nu was dit dus een pure slapstick-komedie, waar zowel de leerlingen als de leraars verschrikkelijk om moesten lachen! Een hele verademing! Op de recensie-aggregatorwebsite Rotten Tomatoes heeft de film dan ook een goedkeuringspercentage van 88% op basis van 43 recensies, met een gemiddelde score van 7,3/10. De kritische consensus van de website luidt: “Barbra Streisand was nooit sympathieker dan in deze energieke, vaak hilarische screwball-farce van regisseur Peter Bogdanovich.” Alleen de notoir bijtende criticus John Simon (op wie, volgens regisseur Bogdanovich, het personage Hugh Simon gebaseerd was) schreef dat Streisand “eruitzag als een kruising tussen een aardvark en een albino rat met een platina-gecoat paardenknotje op haar hoofd.”
Net als bij Bringing Up Baby is alle muziek diegetisch (*); er is nergens in de film achtergrondmuziek te horen. Hoewel What’s Up, Doc? geen musical is, bevat de film wel zang en andere muzikale momenten. Het nummer ” You’re the Top ” uit de musical Anything Goes wordt solo gezongen door Streisand tijdens de openingscredits, en als duet door Streisand en O’Neal tijdens de aftiteling. Dezelfde musical van Cole Porter leverde tenminste nog twee andere nummers die als achtergrondmuziek te horen zijn: “Anything Goes” en “I Get a Kick Out of You“, die te horen zijn in de eerste scène in de lobby van het hotel. Ongeveer na tweederde van de film begeleidt Howard (Ryan O’Neal) Judy (Barbra Streisand) aan de piano (op een verdieping van Hotel Bristol die blijkbaar in aanbouw of renovatie is) terwijl ze het begin van “As Time Goes By” zingt (bekend geworden door de film Casablanca). In de scène imiteert Streisand Humphrey Bogart met de zin: “Of all the gin joints, in all the towns, in all the world, he walks into mine. Play it, Sam. (Van alle kroegen, in alle steden, in de hele wereld, loopt hij de mijne binnen. Speel het, Sam.)” Het Bugs Bunny-nummer – afgeleid van zijn kenmerkende slogan – dat de film zijn titel geeft, is ook te horen in de laatste scène, samen met de originele animatie.
Zoals dat meestal gaat bij een komedie, kan het ook hier overigens helemaal geen kwaad om het einde te verklappen: Howard (Ryan O’Neal) stapt alleen in het vliegtuig terug naar Iowa, waar hij Judy (Barbra Streisand) op de stoel achter hem aantreft. Hij verklaart haar zijn liefde en verontschuldigt zich voor wat hij eerder gezegd heeft. Judy antwoordt: “Liefde betekent dat je nooit sorry hoeft te zeggen,” waarop Howard reageert: “Dat is het domste wat ik ooit gehoord heb.” En hij had het nochtans al gehoord: het komt namelijk uit “Love Story”, de tearjerker waaraan hij kort daarvoor had meegewerkt.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
(*) Diegetische muziek, ook wel source music (bronmuziek) genoemd, is muziek die deel uitmaakt van de fictieve wereld die in een verhaal wordt uitgebeeld (zoals een film, serie, toneelstuk of videogame) en die dus bewust door de personages wordt uitgevoerd of gehoord. Dit staat in contrast met niet-diegetische muziek, wat incidentele muziek is of een partituur die door de kijker wordt gehoord, maar niet door de personages, of in het musicaltheater, wanneer personages zingen op een manier die ze in een realistische setting niet zouden doen. De term verwijst naar diegese, een vertelstijl. In haar werk Unheard Melodies uit 1987 was Claudia Gorbman invloedrijk in het introduceren van de termen “diegetisch” en “niet-diegetisch” (afgeleid van de narratieve theorie) voor gebruik in de academische filmmuziekstudies. Van daaruit verspreidde het gebruik zich naar andere disciplines.