De leestips van Nonkel Fons (retro 133)

De leestips van Nonkel Fons (retro 133)

Sigaren, regenwormen en de zoektocht naar betrouwbare kennis, zo luidt de ondertitel van het boek Met Freud en Darwin op de sofa van Geerdt Magiels. De auteur is bioloog en filosoof. In dit boek vergelijkt hij leven en werk van Freud en Darwin, twee namen uit de wetenschap die bij een ruim publiek bekend zijn.

Lees verder “De leestips van Nonkel Fons (retro 133)”

De leestips van Nonkel Fons (retro 101)

De leestips van Nonkel Fons (retro 101)

De ondertitel van het boek Het verdriet van Darwin luidt: Over de pijn en de troost van het rationalisme. Auteur is wijlen Jan De Laender, doctor in de psychologie en docent aan EHSAL en de Lessius Hogeschool Antwerpen. Hij schreef met dit boek een uitstekend werk over Charles Darwin en de evolutietheorie. Vooreerst kan je het lezen als een biografie van de beroemdste bioloog, daarnaast is het ook een goede en uitgebreide introductie in de evolutietheorie. Als psycholoog benadrukt de auteur ook het belang van deze theorie voor de menswetenschappen, die veel beter gediend zouden zijn met een degelijk biologisch fundament dan met de waandenkbeelden van iemand als Freud. Lectuur die ik ten zeerste kan aanbevelen.

Fons Mariën, 16/08/2018

Herbert Marcuse (1898-1979)

Herbert Marcuse (1898-1979)

Veertig jaar geleden overleed op 81-jarige leeftijd de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse (foto Harold Marcuse via Wikipedia) in de Starnbergkliniek in Beieren. Zijn overlijden kwam niet totaal onverwacht daar Marcuse reeds twee maanden met zijn gezondheid (hart) van hospitaal naar hospitaal sukkelde.

Herbert Marcuse ontsproot uit de hogere Joodse burgerij en was student bij Husserl en Heidegger, de filosofen van resp. de fenomenologie en het existentialisme.
In 1933 week hij uit naar de Verenigde Staten, om te ontkomen aan de nazi-beulspraktijken, waar hij in 1940 tot Amerikaans onderdaan werd genaturaliseerd.
Marcuse was vooral een man van de synthese. Hij had een grote bewondering zowel voor Karl Marx als voor Sigmund Freud en hij stelde dan ook tot zijn levensdoel de politieke bevrijding met de seksuele te verbinden, de maatschappelijke met de individuele. Dit had uiteraard een groot succes bij de jongeren, vooral in de jaren zestig. Niet toevallig was de Duitse studentenleider Rudi Dutschke een van zijn leerlingen.
Marcuse distancieerde zich echter wel van de latere uitwassen van deze studentenbeweging, zoals zich dat in Duitsland concretiseerde in de Baader-Meinhofbeweging.
Als marxisten appreciëren wij van Marcuse vooral zijn uitbreiding van het begrip « vervreemding ». Marcuse heeft immers de paradox van onze samenleving blootgelegd : volgens hem resulteert elke rationele bijdrage van het individu in een verhoogde irrationaliteit van het geheel. Het kapitalistische systeem is dus ipso facto totalitair en repressief omdat het waarden opdringt die enkel in functie staan van de efficiëntie en de expansie van het systeem. Op die manier wordt de mens unidimensioneel, d.w.z. dat al zijn waarden en doeleinden gericht zijn op aanvaarding van de normen van het systeem. Zelfs zijn denken wordt aan de gevestigde kategorieën aangepast. Dat een dergelijke maatschappij echter door de meesten niet als repressief wordt ervaren, vindt volgens Marcuse juist zijn oorsprong in deze conditionering van het consumptiegedrag, waardoor de mens een « gelukkig bewustzijn » ingelepeld krijgt.
Wat wij evenwel verwerpen is zijn pessimistische gevolgtrekking hieruit, namelijk dat het proletariaat niet langer een revolutionaire kracht zou zijn. Vandaar dat Marcuse enkel heil verwachtte voor een totale omwenteling van externe factoren (zoals b.v. de oorlog in Viëtnam destijds) of van het onbehagen van marginaliteiten (b.v. de studentenopstanden).

Lees verder “Herbert Marcuse (1898-1979)”

“Hysteria” van Terry Johnson

Vorig jaar gaf het Arca-duo Bart Verschaeve-Hugo Van Laere nog de regie van “Doodgeestig” van Terry Johnson uit handen, en ook deze keer hebben ze voor “Hysteria” (1993), dat op 15/5/1997 in première ging, niet tot het einde toe doorgebeten. Bart gaf de regie uiteindelijk door aan “dramaturg” Hugo omdat Sigmund Freud hem uiteindelijk ook niet beter lag dan Benny Hill? Want net als in “Het bezoek” van Eric-Emmanuel Schmitt, dat op datzelfde moment ook door Vlaanderen toerde, wordt de grondlegger van de psychoanalyse hierin ten tonele gevoerd, alleen wordt hij hier niet geconfronteerd met God (zoals in “Het bezoek”) maar met Salvador Dali. Men kan zich afvragen wat het ergste is! Zeker als Salvador Dali wordt vertolkt door Peter Marichael in een Manuel-imitatie. Bert Van Tichelen gaf er als Freud alleszins de brui aan en werd vervangen door Erik Van Herreweghe. Er wordt gezegd dat Van Laere het ernstige gedeelte van de tekst (Kader Gürbüz als incestpatiënte) heeft weggemoffeld, ten voordele van “de gulle lach”, maar ook vroeger reeds werd deze confrontatie aangekondigd als “goed voor een avondje schaterlachen”. Nu, dat is zeker niet het geval. Zo lang het pure slapstick blijft, gaat het nog, maar als men een ernstig onderwerp als incest ermee gaat vermengen, komt men tot een stijlbreuk, waarbij het lachen je vergaat, maar waardoor de ernst van het gegeven ook niet helemaal tot je doordringt. Met een goedkope woordspeling naar het overvloedige gebruik van de rookmachine zou men kunnen stellen dat nogal wat grappen de mist in gaan. Zoals Tony Blanchard die als “figurant” komt groeten b.v. Het duo verschaft in de persmap een boel informatie die naar eigen zeggen “enkel voor de geïnteresseerden” bedoeld is en “absoluut niet nodig” is om het stuk te verstaan, maar eigenlijk weet je dan al waar het scheefloopt. Misschien was dit stuk wel de aanleiding voor het tweetal om tot boedelscheiding over te gaan…