“Het was 4 oktober rond half één, als Janis alleen naar haar kamer trok. De heroïne die ze door haar ader joeg was zo puur dat het haar een schok moet hebben gegeven. Daarna borg ze alle toebehoren netjes op in een lade. Gewoonlijk liet ze het op het nachttafeltje liggen. Men mag aannemen dat dit gebaar betekende dat ze écht wilde dat dit shot het laatste was. Er is iets magisch aan een ochtendstond. Herboren worden met de bleke, blauwe dageraad. De heroïne in haar lichaam had haar onmiddellijk kunnen vellen. Dat was echter niet zo. Toen ze enige ogenblikken later naar de lobby ging, wist ze niet dat ze aan het sterven was. Ze praatte even met de hotelbediende en vroeg hem een pakje sigaretten te halen. Dan wandelde ze terug naar haar kamer. Als ze de deur achter zich had gesloten, zette ze nog een paar passen en viel dan voorover, als een weggeslingerde of weggeschopte pop.” (Vrij naar Myra Friedman, Buried alive – a biography of Janis Joplin, London, Star Books, 1975)

“IK WIL ECHT ZIJN”
Janis Joplin stierf op 4 oktober 1970 door een overdosis drugs, weliswaar in haar hotelkamer en niet op het podium zoals in de film “The Rose”, maar de theatraliteit van haar dood kwam juist door die overplaatsing goed tot haar recht. Want eigenlijk was het dàt waar het publiek zat op te wachten: het moment dat ze zich doodspoot. Net zoals Jimi Hendrix, Brian Jones of Jim Morrison. Enfin, het meer morbiede deel van haar aanhang dan, want zelf was ik ook helemaal in de ban van dit kindvrouwtje en het lààtste wat ik wilde was wel dat ze zou sterven zonder dat ik haar ooit eens in levende lijve zou hebben gezien, zeker omdat Rod Stewart kort na haar dood verklaarde: “The best concert I ever saw was Joplin’s at Royal Albert Hall – unbelievable, really.”
Laten we echter wel wezen: ik mag Janis Joplin dan wel eens de Maria Callas van de rockmuziek noemen, dat is dan eerder omwille van haar emotionaliteit dan omwille van haar stem. De aantrekkingskracht was met andere woorden in grote mate puur erotisch. En op die manier was Janis de eerste echte vrouwelijke rocker. Omdat zij haar erotiek aanwendde op de manier zoals zij het wilde en niet zoals de commercie het voorschreef. Vandaar dat Janis Joplin in de historie van de vrouw in de rockmuziek een sleutelfiguur is: zij heeft die barrière doorbroken.
Geen wonder echter dat mannen dan ook vaak door haar geïntimideerd waren, ook hogergenoemde Rod Stewart: “Janis Joplin, who was by no means a shy or retiring kind of woman, was always chasing Ronnie (helaas niet mij, maar Ron Wood, RDS) and me around the place, trying to shag one or the other of us, though without succes. We were terrified of her and would hide behind the pot plant in the lobby until she had gone past.” (Rod’s autobiography, p.94)
In de jaren negentig deed het gerucht de ronde dat Melissa Etheridge de rol van Janis Joplin zou vertolken in een film van haar toenmalige vriendin Julie Cypher, maar de producers wilden pas met geld over de brug komen als een “echte” actrice de rol zou vertolken. Melissa kon ermee leven. Ook voor haar was het belangrijkste dat nu eindelijk de eerste échte filmbiografie van Janis Joplin in de steigers stond, gebaseerd op “Love, Janis”, het boek geschreven door haar zus Laura Joplin. Gefluisterd werd dat Liv Tyler (“Stealing beauty”) voor de hoofdrol werd aangetrokken, maar uiteindelijk ging het hele project niet door.
Dus moeten we ons maar tevreden stellen met een erg geromantiseerde versie, namelijk “The Rose” van Mark Rydell.
Alhoewel Bo Goldman (ook scenarist van “One flew over the cuckoo’s nest”) in zijn scenario voor de film “The Rose” (tot roman verwerkt door Leonore Fleischer en in het Nederlandse taalgebied uitgegeven door Walter Soethoudt) Janis Joplin een paar keer ter sprake brengt in relatie tot “zijn” vedette, Mary Rose Foster (Janis is haar grote voorbeeld en de geldhaai Rudge Campbell die Mary Rose de dood injaagt laat zich op het Monterey Pop Festival in juni 1967 Janis op de valreep afsnoepen door Albert Grossman, manager inderdaad van Janis), toch is het voor iedereen duidelijk dat dit meisje (op het doek geïncarneerd door Bette Middler) model staat voor de op 4 oktober 1970 overleden blueszangeres.
Het belang van Janis Joplin voor de ontvoogding van de vrouw in de popmuziek kan niet genoeg worden onderstreept. Dat is ook duidelijk in de allegorie “The Rose”, waar Mary Rose haar ontmoeting met de grote country-and-western-vedette Billy Ray totaal “rateert” omwille van haar ondernemend gedrag op seksueel gebied: “Ze kende die klootzakken toch maar al te goed. Ze had vrijwel haar hele leven tussen kerels als Billy Ray gewoond en ze wist hoe ze in elkaar zaten. Ze wilden dat hun vrouwen er piekfijn uit zagen, met pruiken vol haarlak en polyester broekpakken, maar ze moesten hun mond houden. Zeker over seks. De mannen wilden zelf seks, dat wel, in grote, sappige porties, maar ze wilden er met geen woord over horen. En ze pikten dat zeker niet van een vrouw. Een vrouw hield haar mond dicht en haar benen over elkaar, behalve als haar vent thuiskwam” (The Rose, pagina 77).
Tegen deze schijnheiligheid revolteerde Joplin. Zij voelde zich reeds van jongsaf meer mannelijk, maakte deel uit van jongensgroepjes zoals de Langdon-gang, de aanloop voor de opstand van de jaren vijftig. Zij las andere boeken, luisterde naar andere muziek, haalde kwajongensstreken uit zoals het beklimmen van de Rainbow Bridge. “Ze beklommen zowat alles omdat het daar beneden zo verdomd vlak was allemaal, en ze daar bovenuit wilden komen” (Buried Alive, pagina 17). Boven de bekrompenheid van een middleclass-society, boven normen die aan een meisje werden opgelegd en die zo schijnheilig anders waren dan de mannelijke leefpatronen.
Janis kon en wou niet beantwoorden aan het klassieke vrouwenbeeld van haar omgeving, vandaar haar gebruik van triviale taal.
Dit alles maakte haar jeugd niet erg makkelijk. Door haar uiterlijk, haar kleding en haar gedrag wordt zij een echte outlaw. Het gaat zelfs zo ver dat de andere leerlingen haar uitschelden en dingen naar haar gooien. De voornaamste oorzaak was wel dat ze deed alsof ze zich van de anderen, en van hun beoordeling, niks aantrok, of ze haar niets konden maken. Terwijl ze er anderzijds juist erg onder leed maar desondanks consequent bleef en niet tot een compromis-houding bereid bleek. Haar onafhankelijkheid botste met haar nood aan anderen en met haar nood aan waardering en goedkeuring. Dit alles leidde, zeer jong en haar hele verdere leven tot ernstige depressies, agressief gedrag, druggebruik.
Zij bleef botsen met de hypocrisie van de Port Arthur-samenleving. Ze kon het feit dat de mensen rond haar het ene zeiden en de andere deden, niet aan. Ze kon zich er niet bij neerleggen dat het voldoende was de schijn op te houden en dat je verder kon rotzooien wat je maar wilde. En dat zij, in haar eerlijkheid precies door die mensen gekruisigd werd. Oprechtheid was de belangrijkste “kwaal” van Janis en van een deel van haar generatiegenoten. Hun houding resulteerde uit een verdediging tegen laster en hypocrisie. Daaruit groeide eenzaamheid, en daarom wou zij, bij vlagen bijna, plots ingekaderd worden in het burgerlijke normenbestel. Deze voortdurende dualiteit werd haar ondergang.
Janis, met John Lennon en Jimi Hendrix, een symbool van een tijdperk, van een generatie, van een way of life. Definitief voorbij? Een foto in een album, een krakende LP. Of een droom met veel verguldsel, een toekomstvisioen dwars tegen de fin de siècle in? Wij gingen grasduinen in Joplin, haar leven, haar platen, een film en, in de marge, een roman en film die via Bette Middler hommage brengen aan Janis Joplin en haar cultuur.
GRENZEN VERLEGGEN
Janis Joplin, geboren 19.1.1943, bracht haar jeugd door in Port Arthur, Texas. Een bekrompen, zeer typisch middelgroot Amerikaans stadje dat gebouwd was op schijnheiligheid en waarvan de grondvesten vooroordelen en dubbelzinnige moraal waren.
Daar is de revolte van Joplin ontstaan. Dankzij haar stemtalent, haar imago (dat niet als dusdanig opgebouwd was maar uit “the real thing” bestond: seks, drugs én openhartigheid daaromtrent), haar kwetsbaarheid en eenzaamheid (die slechts door enkele insiders en pas te laat door de fans erkend werden) en dankzij (vergeef me) haar veel te vroege dood op 27-jarige leeftijd, werd ze tot één der symbolen van de jaren zestig, van de hippie- en undergroundcultuur.
In een interview in 1969 zei Janis: “Ik heb mezelf beloofd echt te zijn, te beantwoorden aan de persoon die diep in me zit, geen spelletjes te spelen, mezelf te blijven. Wat ik nu wil doen is nooit mezelf of iemand anders om de tuin leiden. I want to be true, real, you know.” Dat is het meest kenmerkende van haar persoonlijkheid, meteen een kenmerk van de oorspronkelijke kern van de hippiewereld onder de oppervlakkige laag van drugs en seks. Dit en de fundamentele vereenzaming hebben geleid tot het fenomeen Janis Joplin.
LADY SINGS THE BLUES?
Niet alleen in houding en op tekstueel gebied verlegde Janis de grenzen voor een vrouw. Ook muzikaal zette Janis/Mary Rose de wereld op zijn kop. “In 1958 kochten de Fosters het boek Tussen twaalf en twintig voor hun dochter Mary Rose, in de hoop dat Pat Boone’s vrome adviezen hun wilde en ongeremde kind op het rechte pad zouden houden. Mary Rose nam het iedere keer mee naar de wc. Maar niet om erin te lezen. Integendeel, iedere keer scheurde ze er een paar bladzijden uit, waarvoor ze een goede toepassing had, om ze daarna door te spoelen. In drie weken was het boek uit. Al deze tijd ging Mary Rose door met zingen, neuriën en scooby-dooh’en op de rock’n’roll, ook al luisterde er niemand naar haar. Ze zong graag en ze hield van het ritme van rhythm’n’blues, jazz, rock en folk. Maar altijd ontbrak er iets voor haar. Zelfs Whole lotta shakin’ goin’ on van Jerry Lewis bevredigde haar niet ten volle. Maar daar zou verandering in komen” (The Rose, pagina 90).
Inderdaad, op het moment dat Janis “the real thing” ontdekt, nog veel erger in de ogen van de Amerikaanse goegemeente: de blues die Billie Holiday, Bessie Smith en Ma Rainey in de bordelen en stripteasebars zongen tot vermaak van de zwarten en verderf van de blanken. Zo rond 1963 begint ze dan ook op te treden met nummers als “Trouble in mind” van R.M. Jones, “Walk right in” van Gus Cannon, “Kansas City Blues” van Charlie Parker, “See see rider” van Ma Rainey, “Winin’ boy” van Jelly Roll Morton of “Careless love” van Huddie Ledbetter.
HIPPIELAND, THE AMERICAN DREAM E.A.
A star is born. En meteen ook de beatgeneratie, de hippiecultuur. Via Monterey en Woodstock werkt Janis zich in de San Francisco-scene, schrijft zij eigen nummers, werkt met opeenvolgend drie bands, de later gedesavoueerde Big Brother and the Holding Company, The Kozmic Blues Band en The Full-Tilt Boogie Band.
Op 4 juni 1966 arriveerde Janis Joplin te San Francisco, en deed zo haar intrede in de hippiebeweging die voor haar zoveel zou gaan betekenen, en vice versa. Waarom speelde Frisco zo’n grote rol voor de hippiecultuur? We laten even Myra Friedman aan het woord in haar Joplin-bibliografie “Buried alive” pagina 60-61: “Een magische stad, San Francisco, met betoverend-groene parken, de blauwste aller baaien waarover de mist drijft in mysterieuze wolken. Een stad doordrongen van een artistieke traditie en met een grote verdraagzaamheid voor non-conformistisch gedrag. Een hemelse thuishaven voor dromen. Wie hierin geloofde, dacht dat hij iedereen kon liefhebben en de mechanisering van de moderne samenleving zijn klauw niet op alles zou leggen. Ze wilden zichzelf bevrijden van elke vorm van jalouzie. Ze wilden afstand nemen van alle hebzucht en materiële welstand. Ze wilden de banden en de beperkingen van het ik uitwissen zodat zij liefdevol zouden opgaan in de ik-loze massa. Enkel algemene gevoelens zouden overblijven. Kunst was een aristocratisch begrip en nu zou het leven zelf tot kunst worden, en iedereen kunstenaar. Politiek? Enkel een politiek van extase, van vervoering zou overblijven, en extase zou er in overvloed zijn want er zou een Dionysische explosie van de lichaamscultuur komen en alles zou weer één geheel gaan vormen, zoals het moet geweest zijn vóór de beschaving het hart uit het gevoel, middelpunt van het leven, zou verjagen. Het was een experiment, en de deelnemers kwamen uit alle hoeken van het land. Ze maakten deel uit van de rijkste generatie uit de Amerikaanse geschiedenis en toch namen zij afstand van de Amerikaanse droom. Zij waren het product van een systeem dat hun puberteit had verlengd. Ze waren ook de erfgenamen van een liberaal systeem dat hun zelf-expressie aangemoedigd had en hen daarna met de rug tegen de muur had gezet in een maatschappij die verplicht was haar instellingen te verdedigen tegen de ideeën die datzelfde liberale systeem had ontwikkeld.”
En dit alles gebeurde tegen een achtergrond van een groeiende zwarte bevrijdingsbeweging, van armoede en racisme, van een beginnend besef inzake milieuproblematiek en geprojecteerd tegen de achtergrond van een oorlog die ze allen als schandelijk en wreed moesten ervaren. Zelfs Myra Friedman, vertrouwelinge van Janis, die in de biografie vrij zakelijk blijft (ondanks haar scherpe psychologische tekening die door haar onbevooroordeeldheid en intense vriendschap vaak ontroert), zelfs zij laat zich in vermelde passage lyrisch drijven. Wat moet het effect geweest zijn bij heel wat minder stabiele figuren, die de hippiebeweging zouden entoureren en ook bij iemand als Janis die, hoewel sterk in haar oprechtheid, in menselijke contacten ook een vlottend schip was, vlottend op een zee van alcohol en andere drugs, met vaak geperverteerde seks als reddingsboei.
In de tekst van Friedman wordt reeds aangeduid waaruit de hippiebeweging ontstond. Philip Lievens omschrijft het in “Op zoek naar het morgenland” (Brugge, Orion, 1979) als volgt: “In de eerste plaats ontstond uit diepe verachting voor al wat te maken heeft met het puriteinse en overbiddelijke materialisme van de ‘American way of life’, als reactie op de vervreemding die de moderne maatschappij eigen is, een geweldloze sociale en politieke afzijdigheid gekenmerkt door de wil tot terugkeer tot de natuur, liefde tot de evenmens en een hartstocht voor bloemen. Bovendien wendde de hippie, afkerig van de egocentrische agressieve waanzin van de westerse volkeren, zich tot de oosterse levensfilosofie of de ingekeerde ethische levenswijze van de Indianen. Verder ontstond er mystisch-chemisch een nieuwe religieuze macht, de psychedelische mystiek, waarin de westerse en oosterse mystiek en de psychofarmacologie elkaar wanhopig vurig omhelsden. Uit die verering ontstond de LSD als sacrament in dienst van een spirituele heropleving. Tenslotte was het een kleine artistieke revolutie van populaire aard die in hoofdzaak muziek (jazz, beat, en andere) en schilderkunst (pop art, psychedelic art, en andere) betrof – de revolutie van de beat-generatie die al meer dan tien jaar oud was en zich hier verder zette.”
Janis zelf duidde dit gevoel aan met het begrip “oneness”, het één-zijn: I’m into me, plus they’re into me, and everything comes together. Een cosmisch gevoel, waaraan haar tweede band zijn naam ontleende, Kozmic Blues Band.
EEN EENZAME ZOEKTOCHT
Maar hoe mooi ook de theorieën over het “oneness”, in wezen bleef Janis Joplin eenzaam. “She’d been lonely at the University of Texas – she was lonely in San Francisco,” noteert Friedman en dat is de essentie van het Joplin-drama. Zij stond alleen op school en in haar jeugdmilieu, haar zoektocht met andere vrienden, met hulpmiddelen als drugs of seks, leverde weinig op, ook in Frisco stond zij alleen.
“Zingen, dat was Janis’ redding, het enige geluk dat ze ooit mocht beleven” (pagina 55) en “Searchin’, dat was haar geliefkoosd nummer” (pagina 43), een zoeken naar zichzelf, naar contact met anderen. En dat bereikte zij enkel in haar optredens waar zij zich compleet aan het publiek gaf, met, aldus Bette Middler in Humo, “een overgave, een energie en een eerlijkheid die ik nooit bij een ander performer heb gezien, tenzij misschien bij Edith Piaf, maar dan met meer talent.”
Typerend is de naam van de maatschappij die zij eind 1968 vormt: Fantality, een combinatie van fantasy en reality waarmee zij haar bestaan in één woord wil treffen. Maar daarnaast blijft ook de naam van haar eigen uitgeversmaatschappij van enorm belang: Strong Arm Music, waarin zij haar nooit aflatend rechtvaardigheidsgevoel stopte. Met als symbool de op haar Porsche geschilderde bebloede Amerikaanse vlag.
Meest tragisch echter is haar bijnaam Pearl, parel (meteen de titel van haar laatste LP), want meer dan een naam was Pearl in de laatste jaren van haar leven uitgegroeid tot een werkelijk personage. Het vechten tegen dubbele moraal, tegen eenzaamheid, tegen de business had Janis Joplin zo uitgeput dat zij schizofreen was geworden.
Zeer ontroerend getuigt Myra Friedman hoe ze Janis net voor een optreden ziet: “De realiteit, de echtheid zoals ze daar zat in haar compleet paars kleed, was overweldigend.” Even later citeert zij Janis die doodmoe is van haar eenzaam leven on-the-road: “Wel, het is tijd om me te gaan omkleden in Janis Joplin, ze zit boven in een kist.”
CRY BABY
Net zoals Otis Redding had Janis haar grootste succes postuum in 1971: “Me and Bobby McGee” van Kris Kristofferson, gebaseerd op het echte verhaal tussen Kristofferson en haar, net zoals ook “Chelsea hotel” van Leonard Cohen op een waar gebeurd verhaal berust:
“I remember you well in the Chelsea hotel,
you were talking so brave and so sweet;
giving me head on the unmade bed,
while the limousines wait in the street.”

In 1992 kwam een boek uit van haar jongere zus Laura (ze heeft ook nog een jongere broer Michael) met de brieven die ze naar huis schreef en waaruit blijkt dat ze in het beginstadium echt naïef deed over haar succes (“Ik heb twee Stones ontmoet en bijna alle Animals en ze zeggen allemaal dat ik het beste ben dat ze ooit hebben gehoord! Waw!”) en nadien gelouterd: “Het gaat niet om het aanzien of om het geld. Misschien is het een zoeken naar liefde? Véél liefde!”
Wat rest zijn getuigenissen, filmbeelden en vooral de opnamen. Piece of my heart, Summertime, Try, Cry Baby, Get it while you can, Move over, Ball and chain en vooral Me an Bobby McGee. Even zovele symbolen van een grote dame met enorm talent, van een persoonlijkheid die ten onder ging aan de maatschappij.
Al deze nummers, en de wijze waarop zij gebracht werden, zijn de getuigen van oprechtheid en liefde, en werden zo symbool voor een generatie, voor een beweging, voor een levensstijl en levensopvatting die men nu graag als naïef wegwuift maar die precies door de onverschilligheid, de banaliteit en de agressieve systemen van een kapitalistische maatschappij een vroegtijdige dood is gestorven. Voor velen echter was de eenzame weg van Janis niet vergeefs.

“Time keeps moving on; friend, they turn away. I keep moving on, but I never found out why. I keep pushing so hard and babe, I keep trying to make it right to another lonely day” (Kozmic Blues, 1969, tekst Janis Joplin).

Referenties
Jeroen Brouwers, “Vrijheid is gewoon een ander woord voor niets te verliezen”, De Morgen, 19 februari 1993
David Dalton, Janis.
Johan de Belie & Ronny De Schepper, Dertien rozen voor Janis, De Rode Vaan nr.38 van 1983
Myra Friedman, Buried alive.
Laura Joplin, Love, Janis.
Dirk Steenhaut, Van lelijk eendje tot parel van de blues, De Morgen, 21 december 1993

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.