25 jaar geleden: het mislukte interview met Antje De Boeck

25 jaar geleden: het mislukte interview met Antje De Boeck

Mensen vragen mij wel eens waar nu juist het verschil zit tussen mijn passie voor het schrijven en de andere jobs die ik in mijn leven heb uitgeoefend (sociaal-cultureel werk, onderwijs, een bureaujobke bij een notaris, handenarbeid als jobstudent…). Ik antwoord dan meestal dat het heel eenvoudig is: bij al die andere jobs heb ik me op een of ander moment wel eens afgevraagd of ik dit nu wel écht wou doen, of ik m.a.w. daarmee gelukkig was. Terwijl deze twijfel bij de journalistiek nooit bij mij is opgekomen (in de tijd van De Rode Vaan, gebeurde het zelfs wel eens dat ik tijdens mijn vakantie langs liep op de redactie om even de handen uit de mouwen te steken: ik voelde me namelijk béter op de redactie dan op een of ander strand).
Welnu, eigenlijk is dit gelogen. Eén keer (maar dan ook slechts één keer) is het voorgevallen dat ik mij als journalist ook deze vraag heb gesteld. En dat was na een interview met Antje De Boeck (foto YouTube). Ik was daar nochtans naartoe getrokken als “fan” (een foto van haar hing – naast tal van andere, akkoord – zelfs op mijn slaapkamer), maar het interview kwam maar niet van de grond, integendeel. En eigenlijk weet ik nog altijd niet hoe dat kwam.

Lees verder “25 jaar geleden: het mislukte interview met Antje De Boeck”

Ann Tuts wordt 55…

Ann Tuts wordt 55…

De Vlaamse actrice Ann Tuts, vooral bekend als Doortje uit “F.C.De Kampioenen”, viert vandaag haar 55ste verjaardag (foto YouTube).

Normaal gezien tracht ik op mijn leeftijd iedereen te vriend te houden. Ik ben dus normaal gezien helemaal geen zeurpiet. Men vereenzelvigt zeurderigheid meestal met ouder worden – grumpy old man – maar bij mij is het precies omgekeerd: in mijn jeugd was ik wél zeurderig, want politiek correct, maar nu probeer ik dus integendeel in alles het beste te zien. Maar hier kan ik er niet onderuit: ik moet het toegeven dat Anneke Tuts voor mij één van de grootste ontgoochelingen is wat acteren betreft.

Ik heb haar namelijk leren kennen toen ze pas afgestudeerd was aan de Studio Herman Teirlinck en meteen de rol van Julia kreeg aangeboden in de legendarische KVS-productie van Romeo en Julia in een regie van Dirk Tanghe (1988). In deze productie zat nog heel wat aanstormend talent: Donald Madder (Romeo), Walter Michiels (Mercutio) en Michael Pas (Tybalt). Michiels was op dat moment trouwens haar partner.

Niet lang daarna kregen beiden een rol aangeboden in de nieuwe BRT-sitcom “F.C.De Kampioenen”. Walter werd Pico en Anneke werd Doortje. Voor Walter Michiels werd het het begin van de totale neergang, maar in feite kan men van Anneke hetzelfde beweren, al is hààr verhaal op het eerste gezicht een succes-story.

Let op: ik huil niet mee met de wolven in het bos die neerkijken op de serie. Akkoord, het is niet geworden wat de oorspronkelijke bedenkers Willy Van Poucke en Peter Cnop oorspronkelijk hadden bedoeld, maar als ontspanningsprogramma kan het er toch best mee door (*). Af en toe kijk ik zelfs nog eens naar één van de herhalingen (niet naar de originele uitzendingen, moet ik toegeven).  

Kortom dat Doortje voor Anneke ongeveer de enige rol is die ik na die gedenkwaardige “Romeo & Julia” kan bedenken, is toch teleurstellend. Akkoord, in 2015 was ze te zien in de tragikomische serie Bevergem op Canvas en voor die rol won ze de Vlaamse Televisie Ster voor beste actrice in 2016, maar ikzelf heb bij deze serie reeds na één aflevering afgehaakt. (Was ze te zien in die eerste aflevering? Ik kan het me alleszins niet herinneren.) Ze vertolkte ook een hoofdrol in de tragikomische fictiereeks Amateurs, die in 2014 op VTM werd uitgezonden en die ik wél kon appreciëren, maar hààr aandeel hierin kan ik me vijf jaar later niet meer herinneren (**). Vanaf najaar 2017 maakt Tuts ook deel uit van de hoofdcast van de musical ’40-’45, maar trouwe lezers weten wat ik over musicals denk, vooral dan nog over wat men “spektakelmusicals” pleegt te noemen.

Na haar breuk met Walter Michiels, trouwde Ann met de Brit Mark Smith, die ze in Zanzibar had leren kennen en met wie ze twee dochters kreeg. Het koppel scheidde in 2018. Sinds de zomer van 2017 is ze immers samen met ex-Sultan Sushi ceo en media-expert Johan Tuyaerts (hiervoor heb ik Wikipedia nodig, want ik begrijp niet eens wat ik hier neerschrijf).

(*) Nog een guilty pleasure: ik draai tamelijk vaak de elpee van The Championettes moet ik zeggen. En dat is heel wat anders dan de muziek rond haar zeventiende, toen ze een tijdje achtergrondzangeres voor de postpunkband Red Zebra is geweest.

(**) Ook niet dat ze daarin blijkbaar naakt ging, want de betreffende scène wordt op de website “De beste Vlaamse naaktscènes van 2014” zelfs als beste van het jaar uitgeroepen!

Dertig jaar geleden: “John en Robin van de Rebellenclub”

Dertig jaar geleden: “John en Robin van de Rebellenclub”

Natuurlijk was “Wie schrijft, vertrekt” niet mijn enige artikel in De Rode Vaan van 3 maart 1989. Er was b.v. ook nog “Markiespijn”, waarover ik het reeds heb gehad, of het interview met Lode De Pooter. En dan ook nog in de filmrubriek die ik van deze laatste had overgenomen, een stuk over de documentaire over John Lennon, “Imagine”, en over de film van Robbe de Hert, “Blueberry hill”.
« Eigenlijk gaat deze film over roddel. Over hoe een maatschappij ten onder gaat aan roddel. » Robbe De Hert over « Blueberry Hill » toen we hem deze zomer gingen opzoeken tijdens een draaidag in Gent (zie r.v.nr.34). De maatschappij waarover hij het heeft is die van de jaren vijftig. Een maatschappij waartegen jongeren rebelleerden. In « Blueberry Hill » vertolkt Michaël Pas (foto rechts) de rol van Robin De Hert, de Antwerpse rebel met het peperkoeken hart. In die andere havenstad, Liverpool, speelt John Lennon (foto links) zijn eigen rol. Die overigens pas in de jaren zestig zal doorwerken op wereldvlak. De film « Imagine » geeft er een eerlijk en juist daardoor ontroerend beeld van.
ALHOEWEL deze paar gegevens reeds voldoende zouden zijn om deze twee films in één adem te behandelen, zijn er nog een paar thema’s die op die manier een speciale invalshoek krijgen. Laten we beginnen met de titels, niet toevallig tweemaal een grote hit. Bij John Lennon lag het voor de hand : niet alleen vat « Imagine » de positieve kant van zijn karakter uitstekend samen (er is ook nog een « dark side » maar daarover zo dadelijk meer), maar bovendien is de periode van de opname van deze elpee het uitgangspunt geworden voor de documentaire van Andrew Solt (ook de maker van « This is Elvis »). Op last van Yoko Ono was er op hun prachtige verblijf in Ascot immers een professionele filmploeg aanwezig die alles registreerde: de plaatopname (door Phil Spector), maar ook de vrijpartijen en zelfs gewoon de maaltijden. Vertrekkende van dit kwalitatief uitstekende materiaal, dat weliswaar niet « objectief » is, maar toch afstandelijk genoeg om in et geheel te passen (b.v. de kibbelpartij met de technicus), heeft Solt een uitstekende documentaire samengesteld uit de meer dan 200 uren film die hem door Yoko Ono ter beschikking werden gesteld. Hij had overigens maar met dit titanenwerk ingestemd op voorwaarde dat hij de vrije hand zou krijgen. En dat is ook zo gebeurd. Over de zwartste periode in Lennons leven (het zogenaamde « lost weekend » toen Yoko hem de deur had gewezen) is men weliswaar kort (o.m. omwille van het ontbreken van beeldmateriaal), maar voor de rest worden Johns onhebbelijkheden niet met de mantel der liefde toegedekt (de passage over de ruzie met Paul McCartney is schrijnend), maar precies daardoor komt hij over als een mens zoals u en ik en niet zoals de halfgod die hij voor sommigen is geweest. En precies daardoor ontroert de film.
Bij Robbe De Hert ligt dat dus helemaal anders. Beginnen we bij de titel. Reeds tijdens de opname wist hij ons te vertellen dat er moeilijkheden waren wat copyright betreft. Uiteindelijk houden we nu een film over zonder de klassieker van Fats Domino, zelfs zonder een verwijzing ernaar. Maar niemand schijnt dat erg te vinden. Daarbij komt nog dat Jan Leyers van Soulsister als componist werd aangetrokken (een gelukkige beslissing overigens!) en dat het lanceerfilmpje van « Blueberry Hill » dan ook in de zalen te zien is met daarop de hit van Jans groep geplakt, « The way to your heart ». Ook van dit nummer is in de film zelf echter geen sprake. Maar niemand schijnt dat erg te vinden.
Dat het hoofdpersonage Robin heette, viel ons tijdens het draaien reeds op, maar nu blijkt zelfs dat hij — zoals in Vlaanderen gebruikelijk — veel meer met zijn familienaam wordt aangesproken en die is… De Hert, jawel. Een misschien ietwat ongelukkige ingreep, ook al is het duidelijk dat de inbreng van Walter van den Broeck in het scenario zo groot is dat men bij koele analyse moeilijk kan aannemen dat men tussen Robin en Robbe zo maar een gelijkheidsteken kan plaatsen. Tijdens de film zelf evenwel (en dan vooral bij dit soort films) staat het verstand op nul en is het de emotie die het voor het zeggen heeft. En dan is het al veel moeilijker om die afstandelijkheid tegenover het hoofdpersonage (overigens uitstekend vertolkt door Michael Pas) te bewaren. Maar niemand schijnt dat erg te vinden. Zeker niet tijdens de zondagnamiddagvertoning die wij « meemaakten » en waaruit blijkt dat er dertig jaar later nog niet zo heel veel is veranderd. In het halfduister worden er nog altijd wereldrecords tongkussen gevestigd en graait men lustig in broekjes en bloesjes. Om nadien klappen te krijgen thuis. Geen wonder dat de zaal afgeladen vol zit, dat men met volle teugen geniet en — vooral — dat men zich nog steeds kan identificeren met de rebellenclub die daar ten tonele wordt gevoerd.
Typisch voor beide films is ook de, wat we zouden kunnen noemen, « ouvrieristische » sfeer waarin ze baden. In de « vakschool » van Robbe is dat eigenlijk niet meer dan normaal en buiten de sympathieke portrettering van dat milieu valt er niet veel méér over te zeggen. Bij John Lennon gaat het echter veel verder. Vooral in de discussie met de journaliste van The New York Times over zijn vredesengagement (zij stelde dat vredesactivisme toch ietwat meer is dan in bed te liggen en daarmee de voorpagina van alle kranten te halen) blijkt een virulent anti-intellectualisme. Lennon bevindt zich daarmee overigens in goed gezelschap. Alleen al het voorbije weekend hoorden wij Raymond van het Groenewoud in zijn soloprogramma en Hugo Claus bij Adriaan Van Dis zich in dezelfde weinig vleiende bewoordingen over intellectuelen in het algemeen en studenten in het bijzonder uitdrukken.
Een speelfilm bevat echter uiteraard wel een aantal elementen die niet zo maar naast een documentaire kunnen worden geplaatst, zeker niet daar « Blueberry Hill » zich heel duidelijk als een romantische film afficheert en niet als een soort van docudrama over de jaren vijftig. Daarom tot slot toch nog even speciale aandacht voor deze eigen Belgische productie. Voor het grootste gedeelte, laten we zeggen voor 75%, kunnen we ons zeker laten meeslepen door het verhaal, vooral dus door de grote herkenbaarheid van het scenario en door de « warme » manier waarop het in beeld werd gebracht. Babette van Veen is inderdaad de blonde schoonheid die Hitchcock Robbe mag benijden (nooit gedacht dat vader Herman tot zo een prachtprestatie in staat zou zijn geweest) en haar gekuist Antwerps laat op geen enkel moment haar Hollandse afkomst vermoeden. Tenzij haar stem gedubd zou zijn uiteraard, maar daaraan twijfelen we, want dat is bij de Franse lerares Myriam Meszières zo onhandig gebeurd dat alleen het feit dat de Franstalige versie (waarin dus de Vlamingen werden gedubd) nog veel slechter is, ons met deze miskleun kan verzoenen. En het is natuurlijk grappig om de klungelige huisbewaarder Ronny Coutteure met de stem van directeur Thienpont te horen praten.
De love-story tussen Michael/Robin en Babette/Cathy die op de prachtige affiche prijkt, is dramatisch eigenlijk toch wel ondergeschikt aan de « avonturen » die zich in de vakschool afspelen. Centraal daarin staat de rol van de tirannieke secretaris, schitterend vertolkt door Frank Aendenboom, die op basis van « roddel » o.m. in conflict komt met de lerares Frans en vooral met de « homofiele » leerling Eddy (Gert Nevens). Deze laatste wordt echter vanuit dramaturgisch standpunt iets te vlug tot zelfmoord gedreven en de « opstand » tijdens zijn begrafenis doet de film dan helemaal kantelen. Hier werkt de realistische aanpak juist tegen De Hert. Als hij dan toch aan overdrijven toe was, kon hij misschien beter volledig uitfreaken, zoals Lindsay Anderson in « If » b.v.
Jammer van het ontluisterende effect op het einde, want voor het overige is « Blueberry Hill » in dezelfde mate als « Imagine » het bekijken waard. Vooral de meisjes zullen er wat aan hebben, al was het maar wegens « de schone prins » Oliver Windross die, helaas voor hen, geen verdere carrière in de film ambieert. En als we zelf ooit een film draaien dan noemen we de slechterik Stafke van den Broeck. Goed geweten! (*)

Lees verder “Dertig jaar geleden: “John en Robin van de Rebellenclub””

Michael Pas wordt vijftig…

Michael Pas wordt vijftig…

De Antwerpse acteur Michael Pas heb ik in januari 1991 geïnterviewd toen hij Mowgli speelde in een bewerking van “Jungleboek” van Rudyard Kipling in een regie van Dirk Tanghe en een decor van Steven Demedts. Met verder Brenda Bertin (prinses Messoea), Chris Boni (Tabaqui, de jakhals), Mark Willems (Shere Khan, de tijger), Karin Tanghe (Raksha, de wolvin), Roger Bolders (Akela, de wolf), Karen De Visscher (Kaa, de slang), Cyriel Van Gent (Kwatta, de apenkoning), Nolle Versyp (Baloo, de beer), Eddy Spruyt (Bagheera, de panter), Bas Heerkens (Buldeo, de jonge jager). De bewerking was van Jan De Vuyst, de muziek van Lieven Coppieters.

Lees verder “Michael Pas wordt vijftig…”