Tex Beneke (1914-2000)

Tex Beneke (1914-2000)

Het is vandaag ook twintig jaar geleden dat de Amerikaanse zanger Tex Beneke is overleden (foto William P.Gottlieb via Wikipedia). Hij is een typisch voorbeeld van zangers in de zogenaamde big band era (*), toen zangers ondergeschikt waren aan orkestleiders (zelfs Frank Sinatra is zo nog begonnen bij Harry James en Tommy Dorsey). In het geval van Beneke was dat dus Glenn Miller en dat vanaf 1938. Nummers als “Chattanooga Choo Choo” of “I’ve Got A Gal In Kalamazoo” kennen wij dus als zijnde van Glenn Miller en enkel wie wat dieper wil graven, zal weten dat het Tex Beneke is die hierop de vocals voor zijn rekening neemt (**).

Lees verder “Tex Beneke (1914-2000)”

Johnnie Ray (1927-1990)

Johnnie Ray (1927-1990)

Het is vandaag al dertig jaar geleden dat de Amerikaanse crooner Johnnie Ray is gestorven. Wat hem onderscheidde van andere, zeg maar “normale”, crooners was zijn exuberante optreden. Vandaar dat ik deze live-versie heb gekozen, ook al wordt ze dan ontsierd door enorme teksten in een mij onbekende taal. Er bestaat een leukere versie (wat beelden betreft), maar helaas heeft men daar de live-muziek weggeknipt en er de studio-versie voor in de plaats gezet. Op die beelden ziet men ook heel goed het enorme hoorapparaat dat Ray in zijn rechteroor droeg. Hierdoor was hij vaak het voorwerp van spot (“hij kan gelukkig zichzelf niet horen zingen“) door mensen die aanstoot namen aan zijn hitsige act. Nochtans wordt hij precies daardoor (want niet door zijn muziek zelf die redelijk traditioneel is) als voorloper van de rock’n’roll beschouwd.

Tachtig jaar geleden: eerste plaat van Frank Sinatra

Tachtig jaar geleden: eerste plaat van Frank Sinatra

Vandaag precies tachtig jaar geleden werd de eerste plaat gezongen door Frank Sinatra uitgebracht. Het betrof “From the bottom of my heart” van Roy Ingraham en Jack Murray. Zoals in die tijd gebruikelijk werd die wel aangekondigd onder de benaming van de orkestleider, in dit geval Harry James. Sinatra had een tweejarig contract bij hem en werd 75 dollar per week betaald. Ray Setterfield van “On this day” vertelt het verhaal…

Though the song may have come from the bottom of Sinatra’s heart, it was a flop, selling just 8,000 copies – small-fry by any standards. Undaunted, Sinatra went on to become one of the biggest-selling recording artists ever, notching up sales of more than 150 million records worldwide. 

In 1941 en ’42 verscheen hij reeds tweemaal uncredited in films (“Las Vegas Nights” en “Ship ahoy”), maar vanaf 1943 ging zijn filmcarrière dan toch definitief van start met “Reveille with Beverly”. Vijf jaar later was hij te zien in “The miracle of the bells” van Irving Pichel. Producer Jesse L.Lasky even sought approval from the Catholic Church before casting him as Father Paul. The church had no objections. Frank Sinatra’s scenes weren’t written by screenwriter Ben Hecht but by DeWitt Bodeen (1908-1988), an author of several books on Hollywood stars.

Bing Crosby (1903-1977)

Bing Crosby (1903-1977)

Het is vandaag al veertig jaar geleden dat de Amerikaanse zanger Bing Crosby is gestorven. Op bovenstaande foto staat hij rechts naast zijn grote rivaal Frank Sinatra. Ik heb deze foto uit de film “High Society” (1956) opzettelijk gekozen omdat hierin als het ware de “machtsoverdracht” plaatsvindt. In de Cole Porter-song “What a swell party this is” zingen ze samen immers o.a. “Oh we sing so rare, like old camembert, like baba au rhum!”, waarna Bing Crosby nog een paar bababa’s laat volgen. Daarop zegt Sinatra: “Don’t dig that kind of crooning chum!”, waarop Crosby dan weer repliceert: “You must be one of the newer fellows”.

De stijl van Crosby werd “crooning” genoemd wat “half neuriënd” betekent en, alhoewel er duidelijk een etymologisch verband is met ons “kreunen”, werd de naam juist gegeven omdat ze zo emotieloos zongen. Dit was een overblijfsel uit de tijd dat zangers door een megafoon moesten zingen en dat was uiteraard niet gemakkelijk om een zeker gevoel in je vertolking te leggen. Hugo Claus geeft er in Humo van 8/9/1998 een leuke definitie van:“Doordat we jarenlang niets dan montere Duitse wijsjes hadden gehoord, dachten we dat die platen van Crosby op een verkeerd toerental werden afgespeeld, maar dat bleek nu net croonen te zijn.”
Later zou Frank Sinatra verandering brengen in die stijl (mede dankzij de uitvinding van de elektronische mikrofoon). Zijn stijl wordt dan ook “hard crooning” genoemd, tegenover die van Bing Crosby en de zijnen “soft crooning”. Bij een hard crooner wil de emotie het dan ook wel eens winnen op de regel­maat:he skipped the beat. Hij slaat al eens een maat of een woord over, verlegt een accent, verlengt, verkort, versnelt, vertraagt, al naar gelang hij het aanvoelt.
In “High Society” speelde Bing Crosby ook aan de zijde van zijn vriend Louis Armstrong. Zij kenden elkaar al langer, maar oorspronkelijk konden blanken en zwarten “natuurlijk” niet tesamen op een podium staan. Maar wel aan de bar en in de zaal. Crosby en Armstrong trokken dan ook vaak samen op naar diverse optredens, waarbij overigens – ongelooflijk maar waar – Bing Crosby de grootste wildebras was (cfr. het antwoord van Paul Whiteman op de vraag of het “hard to work” was met Crosby: “No, but sometimes he was hard to find“). Zo leerde Crosby het skat-singing van Armstrong en introduceerde het ook bij de blanken.
Harry Lillis Crosby groeide op in Tacoma, een stad in de Amerikaanse staat Washington, samen met Al Rinker, de jongere broer van de zangeres Mildred Bailey. Crosby en Rinker hebben gebruikgemaakt van Baileys connecties in de muziekwereld om na afloop van hun schooltijd lid te worden van Paul Whitemans Rhythm Boys. Bing Crosby debuteerde er als lid van het vocale trio The Rhythm Kings. Zijn twee collega’s speelden ook nog piano en Crosby zelf deed alsof hij gitaar speelde, want “niets anders” dan een zanger werd in die tijd als een ongelooflijke geldverkwisting beschouwd.
Ondertussen beëindigde Crosby zijn studies aan een jezuïetencollege en begon rechten te studeren. Terwijl hij met collega’s op zakenreis was, zong hij in bars en verklaarde dat hij hiermee veel meer verdiende dan in zijn baan als advocaat. Hierop besloot hij zijn carrière als advocaat voor altijd op te geven en zich uitsluitend op zijn zangcarrière te storten.
In 1945 werd een Duitse bandrecorder van AEG in onderdelen naar de VS gebracht en door Ampex verder ontwikkeld. Bing Crosby financierde dit project, omdat hij in de bandrecorder grote voordelen zag voor geluidsregistratie.
Crosby was twee keer getrouwd. In 1930 trouwde hij met actrice en danseres Dixie Lee, met wie hij vier zonen kreeg: Dennis, Gary, Lindsay en Philip. Lee overleed aan eierstokkanker in 1952. Aangezien zijn tweede vrouw, de actrice Kathryn Grant, aanzienlijk jonger was dan Crosby, had hij ook nog op latere leeftijd kinderen. Zijn kinderen uit beide huwelijken behoorden daarom tot verschillende generaties.
Zijn grootste hit was zijn versie van Irving Berlins song “White Christmas”, een van de grootste verkoopsuccessen aller tijden (na “Candle in the Wind” van Elton John op nummer 2 in de eeuwige bestsellerlijst). Crosby scoorden daarnaast nog twintig gouden platen, bijvoorbeeld voor “I’ll Be Home for Christmas”, “Too-Ra-Lo-Ra-Loo-Ral”, “Swinging on a Star” en het met Dick Haymes gezongen ‘There’s No Business Like Show Business’.
Hij speelde ook in tal van films in de jaren 1930 tot 1960. Bekend is de hilarische anekdote met regisseur Leo McCarey bij diens verschijnen voor de zogenaamde McCarthy-commissie. Hij ging er prat op dat zijn films, “Going my way” en “The Bells of St.Mary’s”, in de Sovjet-Unie totaal geen succes kenden. “En dat omdat er iemand in voorkomt waar ze niet van houden,” zei McCarey. “Bedoelt u Bing Crosby?” vroeg Robert Stripling, de advocaat van de commissie, belangstellend. “Nee, God,” antwoordde McCarey met een uitgestreken gezicht. De zaal ging plat en een journalist schreef: “Dat de Godheid een contract had bij een filmmaatschappij, was iets dat men misschien al lang had verwacht, maar toen ik het hoorde, schrok ik toch nog een beetje.” 
In 1956 kreeg het door Cole Porter gecomponeerde, samen met Grace Kelly gezongen liefdesduet “True Love”, eveneens uit de film “High Society”, een Oscarnominatie en werd een evergreen. De twee hadden een jaar eerder al samen gespeeld in “The Country Girl” van George Seaton. Tijdens de opnames van deze film hadden ze ook een korte affaire, die echter werd geheimgehouden “om de reputaties van beide acteurs te beschermen“. Op dat moment waren zowel Crosby als Sinatra al uitgerangeerd door Elvis Presley en de andere rockers. Rancuneus verklaarde Crosby over Elvis: “Deze man heeft geen enkel talent en niets opvallends, tenzij zijn heupbewegingen en die zijn obsceen, dus tegen de wet.”
In 1966 draaide hij zijn laatste film. Hij speelde namelijk de dronken dokter in een remake van “Stagecoach” door Gordon Douglas, die daarin een kind helpt ter wereld komen. Het grappige is dat als er twintig jaar later nog een derde remake komt (met de country-zangers Waylon Jennings, Kris Kristoffersen, Johnny Cash en Willie Nelson, die nadien samen de supergroep The Highwaymen zouden vormen) zijn dochter het bevallende meisje in kwestie speelt.
Bing Crosby – een fanatieke golfer – stierf in 1977 na een rondje golf in Spanje – hij was ingestort vanwege een zware hartkwaal. Hij werd op de begraafplaats Holy Cross in Culver City, Californië begraven. In erkenning voor zijn inzet voor de golfsport werd Crosby 1978 postuum in de World Golf Hall of Fame opgenomen. Na het overlijden van Bing Crosby schreef zijn oudste zoon uit het eerste huwelijk een omstreden biografie, waarin hij zijn vader als een despoot beschrijft. Hij legt ook een verband met het feit dat twee van Crosby’s kinderen, Lindsay en Dennis, zelfmoord pleegden. (Wikipedia)

Lees verder “Bing Crosby (1903-1977)”

75 jaar geleden: Frank Sinatra stelt zijn opvolger voor

75 jaar geleden: Frank Sinatra stelt zijn opvolger voor

Het is vandaag precies 75 jaar geleden dat Frank Sinatra op de radio zijn opvolger als leadzanger van het orkest van Tommy Dorsey voorstelde. Dick Haymes (1918-1980) mag bij ons dan niet zo bekend zijn, in de jaren veertig en de vroege jaren vijftig was hij een van de populairste zangers van Amerika.
Lees verder “75 jaar geleden: Frank Sinatra stelt zijn opvolger voor”