De Olympische marathon van Saint-Louis 1904

De Olympische marathon van Saint-Louis 1904

Om diverse redenen die in de loop van het verhaal wel duidelijk zullen worden, wil ik vandaag even stilstaan bij de Olympische marathon van Saint-Louis in 1904, vandaag exact 115 jaar geleden. De hoofdrolspelers staan hierboven klaar aan de start. Als ze in het verhaal opduiken, zal ik ze via hun nummer aan u voorstellen.

Als de wedstrijd zich op een vlak parcours met een goed wegdek en in de vroege morgen had afgespeeld, hadden de lopers het ook al zwaar gehad, want het is nooit eenvoudig om 25 mijl of 40,2 km af te leggen, de afstand van de marathon op de Olympische Spelen van Saint Louis. (*)
Maar het leek wel of de organisatoren — zonder praktische ervaring met dit type wedstrijd — er alles aan hadden gedaan om het de deelnemers nog lastiger te
maken. Na vijf rondes op de sintelbaan van het Francis Field-stadion ging het parcours over allerlei hobbelige zandweggetjes, waarbij ook nog eens zeven heuvels dienden te worden beklommen — en voor een vermoeide marathonloper is iedere heuvel de Mount Everest! — voordat de overlevenden een laatste ronde moesten afleggen over de baan in het stadion.
Extra verzwarende omstandigheden waren dat er slechts op één punt water kon worden getapt uit een put op 12 mijl van het stadion en dat een karavaan van volgauto’s met juryleden, officials, artsen en journalisten het peloton begeleidde, wat een enorme stofwolk veroorzaakte.
Een laatste pikant detail: de koers was geprogrammeerd in de vochtige hitte van een zomermiddag in Missouri. De 32 concurrenten wierpen zich dus om 15.03 u in de strijd, terwijl de thermometer 32°C in de schaduw aangaf. Slechts veertien lopers zouden uiteindelijk de finish bereiken.
IL POSTINO
De enige loper die niet aangetast leek door al deze rampspoed, was de Cubaan Felix Carvajal (nummer 3), een van de meest pittoreske sporters die ooit aan de Spelen hebben deelgenomen. Deze Cubaanse postbode, nauwelijks 1,53 m lang, was ervan overtuigd dat hij de marathon kon winnen, waarbij zijn eer ook zou afstralen op zijn land dat onlangs van het Spaanse juk was bevrijd. Er was echter slechts één probleempje. Hij had geen rooie cent en de burgemeester van Havanna bleef ongevoelig voor zijn verzoeken subsidie. Carvajal creëerde zijn eigen ondersteuningsfonds dat hij van geld voorzag door hardloopdemonstraties te verzorgen op diverse plaatsen in de stad. Onvermoeibaar ging hij iedere dag naar het plein bij het gemeentehuis, klom op een zeepkist en vroeg de passanten om een bijdrage.
Er bestaan verschillende versies over het resultaat van dit geploeter. Sommigen zeggen dat Carvajal genoeg giften inzamelde om naar Saint-Louis te komen, anderen beweren dat de burgemeester om van het gezeur af te zijn, zijn reis heeft betaald.
Hoe dan ook, toen Carvajal voet aan wal zette in New Orleans, kon hij niet weerstaan aan het dobbelspel, waarmee hij daar werd geconfronteerd. En prompt verloor hij al zijn moeizaam bij elkaar gespaarde geld. Toch gaf hij zijn Olympische droom niet op en bedelend trok hij stroomopwaarts langs de Mississippi om uiteindelijk quasi uitgehongerd in Saint-Louis aangekomen. Daar werd hij gelukkig opgevangen door enkele sympathiserende Amerikaanse atleten zodat hij zich toch nog goed kon voorbereiden. Hij zou de wedstrijd uiteindelijk met een verdienstelijke vierde plaats afsluiten. Daarmee miste hij op een haar na wel een bronzen medaille, die dat jaar overigens voor het eerst was ingevoerd. Daarvóór ontvingen alle winnaars een zilveren medaille en een lauwerkrans van olijftakken. Ook de tweede kreeg nog een medaille (niet gespecifieerd in welk metaal), maar de derde kreeg helemaal niets.
KAFFERS
Carvajal was echter bijlange na niet de meest exotische deelnemer aan deze marathon. Voor het eerst namen immers drie Afrikaanse atleten deel aan een Olympische discipline. Eén ervan was de blanke Bob Harris, die nauwelijks opviel tussen de andere deelnemers, maar dat was niet het geval voor Len Tauw en Jan Mashiani, twee Kaffers van de Tswana-stam uit Zoeloeland. Zij waren hier eigenlijk aanwezig omwille van de Wereldtentoonstelling (zie ook de discussie over gelijkaardige vertegenwoordigingen, o.a. op de Wereldtentoonstelling in Gent). Zij hadden zich min of meer voor de grap ingeschreven voor deze marathon, maar ze haalden wel een eervol resultaat: Len Tauw eindigde negende en Jan Mashiani werd twaalfde, ondanks dat hij een omweg had moeten maken omdat hij werd achterna gezeten door een hond. Wie van beiden het nummer 9 op bovenstaande foto draagt, is echter niet geweten.
GRAP OF VALSSPELER?
Ondertussen werden de mensen in het Francis Field-stadion behoorlijk ongeduldig. Er waren al drie uur gepasseerd en nog steeds bood geen enkele atleet zich aan op de piste. Toen dus uiteindelijk na drie uur en dertien minuten de New Yorker Fred Lorz (nummer 31) zich aanbood, ging het publiek uit de bol. Deze man was trouwens geen onbekende. In de marathon van Boston was hij nog pas als vijfde geëindigd en het jaar daarvóór was hij zelfs vierde.
Lorz ging op de foto met Alice Roosevelt, de dochter van de Amerikaanse president, en stond op het punt de gouden medaille in ontvangst te nemen, toen duidelijk werd dat hij vals had gespeeld. Reeds na negen mijl had Lorz zich langs de kant gezet, aangezien hij geplaagd werd door krampen. Eén van de volgauto’s nodigde hem uit bij hen plaats te nemen, an offer he couldn’t refuse uiteraard. In de wagen herstelde Lorz van zijn inzinking en hij moedigde geestdriftig zijn tegenstanders aan die hij één voor één inhaalde.
Na twintig mijl kreeg de wagen echter af te rekenen met pech. Lorz stapte uit en vond dat hij de rest van de afstand naar de piste net zo goed al lopend kon afleggen. En vanaf hier lopen de versies uiteen natuurlijk. Volgens Lorz was hij immers helemaal niet van plan om vals te spelen, maar toen hij het stadion binnenkwam, hoorde hij de menigte enthousiast juichen omdat voor het eerst een Amerikaan een olympische marathon zou winnen. Hij zag de officials met de laurierkrans in de weer, toverde een brede glimlach op zijn gezicht, hief als overwinnaar zijn arm en ging over de eindstreep als een nationale held. Hij had zich laten meeslepen door het enthousiasme van het publiek, verontschuldigde Lorz zich. Bedrog? Zeker, maar puur voor de grap. De officials van de Amerikaanse Atletiek Unie, de AAU, hadden duidelijk minder gevoel voor humor dan hij: ze legden hem onmiddellijk een levenslange schorsing op!
STRYCHNINE
De werkelijke winnaar van de olympische marathon van Saint-Louis — al vernam hij dat pas een kwartier na zijn aankomst — werd een in Engeland geboren metaalarbeider uit Cambridge, Massachusetts. De zege van Thomas Hicks (nummer 20) was trouwens een wonder op zich. Hicks kwam halverwege alleen aan de leiding omdat Sam Mellor instortte. Tien mijl van de aankomst had hijzelf een ernstige inzinking. Op dat moment had hij ruim anderhalve mijl voorsprong op de eerste achtervolger, maar zijn begeleiders verboden hem te gaan rusten en lieten hem een dosis strychnine met rauw eiwit innemen. Een beetje verder gaven ze hem weer strychnine, maar nu in combinatie met cognac. Ook werd hij niet zuinig besproeid met warm water uit de ketel van de stoomautomobiel die hem begeleidde.
Hicks wankelde en wisselde wandelen af met een beetje rennen bij het ingaan van de laatste steile beklimming, twee mijl van de finish. Verscheidene keren moest hij worden ondersteund door zijn begeleiders omdat hij anders in elkaar zou zakken (**), maar een paar extra porties strychnine en cognac gaven hem voldoende kracht om de wedstrijd te winnen met zes minuten voorsprong op de “Fransman” Albert Coray.
Het moge duidelijk zijn in wat voor staat hij zich daarna bevond. Hij was tien pond afgevallen, lang niet helder, maar toch was hij zijn verstand niet kwijtgeraakt. Hij kondigde, eerder opgelucht dan gelukkig, zijn afscheid aan: ‘Mijn grootste wens was de kampioensbeker van de Marathon te ontvangen, en nu ik hem heb, wil ik anderen de kans geven hem ook te winnen.’
BEROEP? STAKINGSBREKER!
Albert Coray (nummer 7) werd dus tweede. Hij had de Franse nationaliteit, maar hij was niet afgevaardigd door zijn land. Hij nam deel als lid van zijn club, de Chicago Athletic Association. Toch is hij wel degelijk een Fransman. In juli 1902 won hij de wedstrijd Paramé-Rennes-Paramé: hij legde toen 155 kilometer af in 16 uur en 32 minuten. Pas in 1903 verliet hij Frankrijk en trok naar Chicago, waar hij werkt als stakingsbreker, een beroep als een ander, moet hij gedacht hebben.
Vier dagen na de marathon bewees Coray zijn recuperatievermogen door deel te nemen aan een nieuwe wedstrijd: de vier mijl voor ploegen. Hijzelf werd in deze wedstrijd negende en leverde zo zijn bijdrage aan de tweede plaats van zijn club, de Chicago A.A. België en Nederland vaardigden geen enkele atleet af.

Lees verder “De Olympische marathon van Saint-Louis 1904”

35 jaar geleden: Nawal El Moutawakel wint als eerste islamitische goud op de OS

35 jaar geleden: Nawal El Moutawakel wint als eerste islamitische goud op de OS

Vandaag is het 35 jaar geleden dat de Marokkaanse Nawal El Moutawakel als eerste islamitische goud won op de OS. Dat was dan op de 400 meter horden, een nieuw nummer voor vrouwen dat in Los Angeles voor het eerst in het programma van de Spelen was opgenomen.

Lees verder “35 jaar geleden: Nawal El Moutawakel wint als eerste islamitische goud op de OS”

35 jaar geleden: Roger Ilegems wint goud in Los Angeles

35 jaar geleden: Roger Ilegems wint goud in Los Angeles

Morgen zal het ook al 35 jaar geleden zijn dat Roger Ilegems de gouden medaille behaalde in de puntenkoers op de Olympische Spelen van Los Angeles.

Het was toen 20 jaar geleden dat België nog een gouden medaille in het wielrennen op de baan had gewonnen. Dat was dan in de kilometer met staande start en de winnaar destijds in Tokio was Patrick Sercu, die nu als coach Ilegems terzijde stond voor het behalen van zijn gouden plak. Daarnaast was er ook een belangrijke rol weggelegd voor de andere Belgische deelnemer, Rudy Ceyssens. Die offerde zijn kansen volledig op voor Ilegems, waardoor hij op 15 augustus nog betrokken werd bij de huldiging die Ilegems ten deel viel in zijn geboorte- en nog altijd huidige woonplaats Hemiksem (foto). Daarna werd Ceyssens helemaal uitgevlakt uit de geschiedenisboeken, zodat er verder geen enkele foto van hem te vinden is. Van de puntenrit zelf heb ik trouwens ook geen foto’s gevonden, net zo min als van het podium dat Ilegems moest delen met de West-Duitser Uwe Messerschmidt en de Mexicaan José Manuel Youshimatz.
Roger Ilegems zelf is niet te beroerd om de rol van Rudy Ceyssens te onderlijnen. Zo vertelt hij in Het Nieuwsblad van 13 augustus 2016: “Eigenlijk was hij er als achtervolger, maar omdat er een plaatsje vrij was in de reeksen van de puntenkoers, wilde hij het wel eens proberen. Hij stopte af als ik een ronde pakte, reed op kop om dat de anderen te beletten. Pas op: als Rudy eerst een ronde versiert, dan rij ik voor hém, zeker weten. We waren maten. Achteraf heb ik hem mijn winstpremie gegeven, 75.000 frank, en hem meegenomen naar de criteriums die ik mocht rijden. (Schuddebolt:) Vorig jaar op kerstdag is hij plots overleden. Zo maar, na een tocht op de fiets. (Moeilijk:) Ze hebben me niks laten weten…”

Lees verder “35 jaar geleden: Roger Ilegems wint goud in Los Angeles”

125 jaar geleden: Pierre de Coubertin blaast de Olympische Spelen nieuw leven in

125 jaar geleden: Pierre de Coubertin blaast de Olympische Spelen nieuw leven in

Le 23 juin 1894, se tient à la Sorbonne le « Congrès pour le rétablissement des Jeux olympiques ». Devant l’absence de réactions françaises à son appel deux ans plus tôt, Pierre de Coubertin (1863-1937) parvient à convaincre les représentants britanniques et américains, mais aussi d’autres nations, notamment la Jamaïque, la Nouvelle-Zélande ou la Suède. Plus de 2 000 personnes représentant 12 nations assistent finalement au congrès, qui vote à l’unanimité la rénovation des Jeux olympiques et l’installation du Comité Olympique International.
Lees verder “125 jaar geleden: Pierre de Coubertin blaast de Olympische Spelen nieuw leven in”

95 jaar geleden: de Olympische Spelen van Parijs

95 jaar geleden: de Olympische Spelen van Parijs

95 jaar geleden vonden voor de tweede keer (na 1900) de Olympische Spelen plaats in Parijs. De openingsceremonie vond plaats in het Stade olympique Yves-du-Manoir, een atletiekstadion in Colombes, een voorstad van Parijs (foto Dr.Clint Beans via Wikipedia). Het stadion heette toen nog Stade de Colombes. In 1928 werd het vernoemd naar de rugbyspeler Yves du Manoir die op 2 januari 1928 tijdens een vlucht ter behaling van zijn vliegbrevet verongelukte. Het meest opvallende aan deze openingsceremonie is dat de sluitingsceremonie pas op 27 juli zou plaatsvinden!
Lees verder “95 jaar geleden: de Olympische Spelen van Parijs”

35 jaar geleden: debat over de Olympische Spelen van Los Angeles

35 jaar geleden: debat over de Olympische Spelen van Los Angeles

Vandaag is het precies 35 jaar geleden dat de Gentbrugse afdeling van het Masereelfonds een debat over “sport en politiek” heeft georganiseerd naar aanleiding van de Olympische Spelen van Los Angeles. Opvallend: er kwamen amper dertig geïnteresseerden opdagen, waar een gelijkaardig debat in 1980 nog op honderd mensen kon rekenen. Aan de uitgenodigde sprekers heeft het zeker niet gelegen. Zo was er dokter Jacques Rogge, later zowaar IOC-voorzitter, toen nog voorzitter van het selectiecomité van het Belgische Olympisch Interfederaal Comité (BOIC). De grootste roem van Rik Van Cauwelaert moest ook nog komen. Later zou hij immers hoofdredacteur van Knack worden, maar toen was hij al een invloedrijk journalist bij Sportmagazine. Piet Wittevrongel was een bekend basketbalspeler, op dat moment was hij fin de carrière bij tweedeklasser Sijsele, maar hij had wel vijfentwintig nationale selecties achter de rug. Hij begon toen net aan zijn politieke loopbaan bij Agalev nadat hij op een SP-lijst werd geweigerd door de Blankenbergse burgemeester Content. Hendrik Braem tenslotte was leraar protestantse godsdienst en bij de insiders bekend als redacteur van het maandblad Vrede, uitgegeven door de gelijknamige vzw die deel uitmaakt van het VAKA. Hij was duidelijk een buitenbeentje in het gezelschap en zal af en toe voor de komische noot zorgen, zoals over het invoeren van een esthetisch criterium in de beoordeling van sportprestaties. Zelf was ik aangezocht als gespreksleider en organisator Luc Carnier nam netjes nota van wat er allemaal werd gezegd. Bij lezing is het aangeraden zich voor ogen te houden dat in die tijd de Olympische Spelen in theorie nog strikt waren voorbehouden aan amateurs…
Lees verder “35 jaar geleden: debat over de Olympische Spelen van Los Angeles”

35 jaar geleden: Torvill & Dean halen de hoogste score ooit

35 jaar geleden: Torvill & Dean halen de hoogste score ooit

35 jaar geleden haalde het Britse ijsdanskoppel Jayne Torvill & Christopher Dean de hoogste score ooit voor hun interpretatie van de Boléro van Ravel op de Olympische Winterspelen van Sarajevo. Ze kregen toen twelve perfect 6.0s and six 5.9s which included artistic impression scores of 6.0 from every judge. Ik weet niet of dit sindsdien ooit nog door iemand is verbeterd. Het is best mogelijk van niet, enerzijds omdat hun uitvoering inderdaad de perfectie nabij kwam (*), maar anderzijds ook gewoon omdat de jurering in het kunstschaatsen voortdurend wijzigt, zodat het moeilijk is om prestaties over de jaren heen met elkaar te vergelijken.
Lees verder “35 jaar geleden: Torvill & Dean halen de hoogste score ooit”