Viktoria Mullova wordt zestig…

Viktoria Mullova wordt zestig…

De Russische violiste Viktoria Mullova (foto YouTube) liep in de jaren tachtig over naar het westen om muzikale redenen. Zij wilde b.v. meer te weten komen over de authentieke uitvoeringspraktijk. Ze nam in 1994 dan ook de partita’s van Bach op. Met het Orchestra of the Age of Enlightenment heeft ze als solist en als dirigent opgetreden, want tegenwoordig woont ze in Londen. Ze is getrouwd met de cellist Matthew Barley. Ze heeft drie kinderen: Misha (uit haar relatie met Claudio Abbado), Katia (van wie Alan Brind de vader is) en Nadia (met haar huidige echtgenoot). Hoewel ze zich voornamelijk met klassieke muziek bezighoudt, heeft ze op haar album Through the Looking Glass ook bewerkingen opgenomen van muziek van Alanis Morissette, Youssou N’Dour, Miles Davis, The Beatles, The Bee Gees, Duke Ellington en Weather Report.

Claudio Abbado (1933-2014)

Claudio Abbado (1933-2014)

Iets minder dan vijf jaar geleden zaten wij af te gaan op een quiztornooi toen er plotseling een vraag kwam over een overleden dirigent. “Ha!” dacht ik, “eindelijk kan ik mij eens verdienstelijk maken!” Maar de beschrijving die men gaf, kwam helemaal niet overeen met eender welke onlangs overleden dirigent die ik me kon herinneren. Dus ik moest beschaamd toegeven: ik wist het niet. Het antwoord bleek Claudio Abbado te zijn. Maar ik wist helemaal niet dat die overleden was! En dat alles is, zoals gezegd, nu ook al vijf jaar geleden…

Claudio Abbado werd geboren in Milaan op 26 juni 1933 uit een welstellende familie. Toch organiseerde hij samen met Luigi Nono en Maurizio Pollini gratis concerten voor arbeiders uit het industriegebied van de Reggio nell’Emilia. Toen trouwens in november ’92 een Turks gezin om het leven kwam bij een racistische brandstichting in Solingen, nam Abbado met de Berliner “Il canto sospeso” op, die Luigi Nono in 1955 op teksten van vermoorde verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog had geschreven, om te waarschuwen tegen het feit dat het fascisme weer de kop opstak. In 1978 stichtte Abbado het Chamber Orchestra of Europe voor jongeren, in 1986 gevolgd door het Gustav Mahler Jugendorchester (waarvoor hij Jan Caeyers als assistent zou engageren) voor jongeren die uit landen komen die niet tot de EEG behoren (meestal Oost-Europa, vandaar merkwaardig genoeg de naam omdat Mahler symbool staat voor Midden-Europa). Ongetwijfeld was hij hiervoor gestimuleerd door Leonard Bernstein, die hem in 1963 als assistent had aangetrokken. Hij was ook dirigent van het orkest van de Scala van Milaan vanaf 1968 en van het London Symphony Orchestra van 1979 tot 1987. Hij ging weg bij het LSO om de opvolger van Herbert von Karajan te worden aan het hoofd van de Berliner Philharmoniker en “dus” ook van de Salzburger Osterfestspiele, waarbij hij in botsing kwam met Gerard Mortier. Hij kwam ook in botsing met de Wiener Staatsoper, net als zijn voorganger, alweer Von Karajan. Ook bij DGG werd hij als opvolger van Karajan verwelkomd, aangezien diens platenverkoop na zijn dood als een pudding in elkaar zakte. In 1999 verliet hij de Berliner. Zoals vanouds kozen de muzikanten zijn opvolger via een geheime stemming. Het werd Simon Rattle.

Lees verder “Claudio Abbado (1933-2014)”

Karel Steylaerts

Karel Steylaerts studeerde bij Carlo Schmitz aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel. Daarna vervolmaakte hij zich bij Maria Kliegel aan de Hochschule für Musik te Keulen en deed orkestervaring op onder leiding van befaamde dirigenten als Claudio Abbado, Antal Dorati en Leonard Bernstein. In 1990 werd hij Tenuto-laureaat. Datzelfde jaar richtte hij samen met violist Peter Despiegelaere en pianist Jan Vermeulen het inmiddels tot Tröndlin Trio omgedoopte Fortepianotrio Florestan op. In 2000 werd hun opname met Haydn-trio’s door de medewerkers van Klara (“Vuurproef”) tot beste Belgische en tweede beste internationale productie uitgeroepen! Datzelfde jaar creëerde hij met de Filharmonie het celloconcerto “Canti” van Fréderic Devreese. Voor het label Phaedra nam hij samen met Piet Kuijken het integraal werk voor cello en piano van Joseph Jongen op. Daarnaast trad hij ook op samen met Raymond van het Groenewoud. Daar was hij zo enthousiast dat hij erop stond om zelfs op “Meisjes” mee te spelen, maar Raymond zelf vond dat toch niet echt passen.