35 jaar geleden: “Amadeus” grote overwinnaar bij de Oscars

35 jaar geleden: “Amadeus” grote overwinnaar bij de Oscars

In 1985 waren er niet minder dan acht oscars (beste film, beste acteur nl.F.Murray Abraham als Salieri, beste regisseur, scriptadaptatie, decor, kostuums, geluid en make-up) voor “Amadeus” van Milos Forman. Merkwaardig genoeg was er géén oscar weggelegd voor Tom Hulce als Mozart.

Lees verder “35 jaar geleden: “Amadeus” grote overwinnaar bij de Oscars”

Hugo Van Laere wordt zestig…

Hugo Van Laere wordt zestig…

Vandaag wordt Hugo Van Laere zestig jaar. Ik geef het toe: zijn naam klinkt niet erg bekend. Maar de “telenovelas” Sara en David op VTM des te meer. In het najaar van 2017 wordt ook het romantische drama “Alleen Eline” over een jonge fysiotherapeute die zich ontfermt over een jong meisje in de bioscoop verwacht. Toch ken ik hem uit een heel andere context…
Lees verder “Hugo Van Laere wordt zestig…”

Twintig jaar geleden: “Doodgeestig” van Terry Johnson

Twintig jaar geleden: “Doodgeestig” van Terry Johnson

Twintig jaar geleden ging ik in Arca naar “Doodgeestig” van Terry Johnson (foto) uit 1994 kijken. Terry Johnson was de auteur van “Insignificance”, verfilmd door Nicholas Roeg, dus dat leek me wel een interessant uitgangspunt, maar Arca zat toen volop in een crisis en aan de voorstelling zelf gingen dus een aantal strubbelingen vooraf.
Lees verder “Twintig jaar geleden: “Doodgeestig” van Terry Johnson”

“Hysteria” van Terry Johnson

Vorig jaar gaf het Arca-duo Bart Verschaeve-Hugo Van Laere nog de regie van “Doodgeestig” van Terry Johnson uit handen, en ook deze keer hebben ze voor “Hysteria” (1993), dat op 15/5/1997 in première ging, niet tot het einde toe doorgebeten. Bart gaf de regie uiteindelijk door aan “dramaturg” Hugo omdat Sigmund Freud hem uiteindelijk ook niet beter lag dan Benny Hill? Want net als in “Het bezoek” van Eric-Emmanuel Schmitt, dat op datzelfde moment ook door Vlaanderen toerde, wordt de grondlegger van de psychoanalyse hierin ten tonele gevoerd, alleen wordt hij hier niet geconfronteerd met God (zoals in “Het bezoek”) maar met Salvador Dali. Men kan zich afvragen wat het ergste is! Zeker als Salvador Dali wordt vertolkt door Peter Marichael in een Manuel-imitatie. Bert Van Tichelen gaf er als Freud alleszins de brui aan en werd vervangen door Erik Van Herreweghe. Er wordt gezegd dat Van Laere het ernstige gedeelte van de tekst (Kader Gürbüz als incestpatiënte) heeft weggemoffeld, ten voordele van “de gulle lach”, maar ook vroeger reeds werd deze confrontatie aangekondigd als “goed voor een avondje schaterlachen”. Nu, dat is zeker niet het geval. Zo lang het pure slapstick blijft, gaat het nog, maar als men een ernstig onderwerp als incest ermee gaat vermengen, komt men tot een stijlbreuk, waarbij het lachen je vergaat, maar waardoor de ernst van het gegeven ook niet helemaal tot je doordringt. Met een goedkope woordspeling naar het overvloedige gebruik van de rookmachine zou men kunnen stellen dat nogal wat grappen de mist in gaan. Zoals Tony Blanchard die als “figurant” komt groeten b.v. Het duo verschaft in de persmap een boel informatie die naar eigen zeggen “enkel voor de geïnteresseerden” bedoeld is en “absoluut niet nodig” is om het stuk te verstaan, maar eigenlijk weet je dan al waar het scheefloopt. Misschien was dit stuk wel de aanleiding voor het tweetal om tot boedelscheiding over te gaan…

“Mierenzeik” van Steven Berkoff

Rond kerstmis regisseerde Hugo Van Laere net als vorig jaar opnieuw een stuk van Steven Berkoff, “Kvetch”, door Daan Hugaert vertaald als “Mierenzeik” (maatje Bart Verschaeve stond in voor de “dramaturgie”). Er had voor Daan Hugaert wellicht wel een rol ingezeten, maar uiteindelijk is het Geert Willems, die de hoofdrol vertolkt als de “mierenzeiker” (lees: zagevent), die zijn vrouw (Caroline Rottier) het leven lastig maakt. Als zij er uiteindelijk met zijn baas (Rudy Morren) vandoor gaat, zoekt hij troost bij zijn collega Luk D’Heu, een even zielig figuur als hemzelf. Deze “Verwandlung” (Kafka is het grote idool van streetkid Berkoff) van hetero- naar homoseksueel brengt hem echter geen beterschap: het stuk eindigt immers net zo goed met D’Heu die opdringerig een “nachtzoen” opeist, op dezelfde manier als Caroline dit deed.
Het is niet helemaal duidelijk waarom het duo Van Laere-Verschaeve zich tot dit stuk aangetrokken voelde. De platvloerse elementen (boeren, schijten, vloeken) werken niet als katalysator, evenmin als de kabareteske toer die men na driekwart plotseling opgaat (zij het dat de versies van “Comme d’habitude” van Claude François, “Zondag” van Rob Denijs en “Je t’aime… moi non plus” van Birkin & Gainsbourg redelijk hilarisch zijn). Veel van de lichaamsfuncties worden vertolkt door “grootmoeder” Raf Troch, die zich overigens op een bepaald moment eens mag verslikken in een flippo. Ook niet echt een “vondst”. De merkwaardigste ingreep is misschien nog dat de “baas” ook reeds in de eerste helft van het stuk aanwezig is, al schijnt niemand hem op te merken. Op zijn eentje maakt hij een tiental haringen soldaat. Wat een acteur lijden kan!

“Harry’s Christmas” van Steven Berkoff

“Voor velen is kerstmis een periode vol verschrikkingen,” schrijft de Brit Steven Berkoff, adept van het théâtre de la cruauté van Antonin Artaud, zeer terecht. “Vooral voor introverten die, als de kaartjes geteld worden, overvallen worden door een overdreven gevoel van waardeloosheid.” Zo’n zielepoot is Harry die op kerstavond met zichzelf en zijn macho-dromen wordt geconfronteerd. Deze cynische monoloog uit 1986 werd door de Arca-huisregisseurs, de Siamese tweeling Hugo Van Laere en Bart Verschaeve, ontdubbeld in twee personages, gespeeld door Pierre Callens en Philippe Ceulemans (alhoewel Berkoff in zijn monoloog zelf al twee verschillende lettertypes gebruikt naar gelang van “welke” Harry aan het woord is). En omdat alle goede dingen in Arca uit twee blijken te bestaan, werden er ook nog twee muzikanten (Johan Derijcke en Tom Wouters) aan toegevoegd en daarbovenop is er nog een klankband van alweer een duo, Martine Ketelbuters en Stef Van Alsenoy. Er wordt geacteerd op een loopbrug boven de toeschouwers, die dan ook naar believen mogen gaan verzitten, maar bij reisvoorstellingen doet men toch maar gewoon, dan doet men al gek genoeg.

Referentie
Ronny De Schepper, Arca doet het met twee, Het Laatste Nieuws 9 januari 1996

“Molly Sweeney” van Brian Friel

Voor het seizoen 1995-96 werden bij Arca opnieuw twee vaste regisseurs aangetrokken: Bart Verschaeve van het Universitair Toneel en Hugo Van Laere van het Salon. Hun eerste productie “Molly Sweeney” van de Ier Brian Friel (°1929) werd echter negatief onthaald. Dit verhaal over de blinde Molly (Els Olaerts), die op aandringen van haar man (Frans Van der Aa) zich laat operereren door Dr.Rice (Hans Royaards), maar die eigenlijk ontgoocheld is over hetgeen ze ziet, werd als statisch verteltheater afgedaan. Friel is van oorsprong trouwens een luisterspelschrijver.