In de richting van het venster beweeg ik me. Bewegen? Schuifelen, sloffen, sluipen, behoedzaam, voorzichtig, geluidloos indien dat mogelijk ware. De kleine lamp op het bureau heb ik uitgeschakeld. De duisternis is vreedzamer. Veiliger. Helemaal donker is het niet. Van ginds, de wereld, dringt een schijn van licht de kamer in. Onvoldoende om schaduwen te werpen. Te gering om meubels, voorwerpen een identiteit te verlenen. Mijn geheugen kent alles een eigen plaats toe, een vorm, een kleur, een functie zelfs. Dat zou kunnen volstaan. Maar dat alles wordt nu onbelangrijk. Verdwijnt langzaam achter mij. Wordt verleden. Seconde na seconde. Steeds definitiever. Het raam komt dichterbij. Zo laat ik alles achter. Het verzinkt. Aarzelend speur ik naar waar vandaan de lichtstralen zo kalm, niet echt opdringerig maar toch onmogelijk te weerstaan bezit nemen van de ruimte die ik achter mij laat.
Lees verder “Vijf jaar geleden: het hoekje van Opa Adhemar (69)” →