Het is vandaag veertig jaar geleden dat de Britse filmregisseur Robert Stevenson (uiteraard niet te verwarren met de schrijver Robert Louis Stevenson) in Californië is overleden. Hij was daar terecht gekomen omdat hij het grootste deel van zijn carrière in dienst van Walt Disney heeft gerealiseerd.

Die samenwerking dateert uit de tijd dat Walt Disney de VS om belastingredenen ontvluchtte en films in Groot-Brittannië liet draaien, meestal door Robert Stevenson. Toch moet deze reeds in de VS hebben gezeten, want in 1937 draaide hij er al “King Solomon’s mines” naar het boek van Henry Rider Haggard. Bezorgd om haar vader, schatzoeker Patrick O’Brien (Arthur Sinclair), overtuigt Kathy (Anna Lee) jager Allan Quartermain (Cedric Hardwicke) om een ​​groep te leiden die hem moet redden. Na de woestijn te hebben overleefd, worden ze gevonden door inheemse bewoners en naar hun stamhoofd, Twala (Robert Adams), gebracht. Hun gids Umbopa (Paul Robeson) onthult dat hij de rechtmatige troonopvolger is, die jaren eerder door Twala en de stamheks Gagool (Sydney Fairbrother) was verbannen. De enige hoop van Quartermain (*) om toegang te krijgen tot de mijnen en O’Brien mogelijk te redden, is om Umbopa te helpen zijn rechtmatige plaats als stamhoofd terug te winnen.

Dat Stevenson bij deze gelegenheid met Paul Robeson samenwerkte, is wel merkwaardig, want toen John Wayne ten tijde van het McCarthyisme samen met Ward Bond, Hedda Hopper en Roy Brewer “The Motion Picture Alliance for the Preservation of American Ideals” oprichtte, kreeg deze de steun van RKO-baas Howard Hughes en die wilde per se ook dat het scenario van “I married a communist” zou worden verfilmd. Zelfs al is het een duidelijk anticommunistische film, dan nog lag de titel zo slecht in de markt dat hij het moest voorleggen aan niet minder dan achttien regisseurs vooraleer iemand toehapte. Uiteindelijk werd het oorspronkelijke scenario in 1950 verfilmd onder de titel “The Woman on Pier 13” door… Robert Stevenson. Maar kijk, ook deze hoofdrol werd gespeeld door Robert Ryan, die later – net als Robeson – op de Zwarte Lijst zou terechtkomen. Ryan vertolkte de rol van Brad Collins, naast Larraine Day als Nan Collins, John Agar (Don Lawrie), Tomas Gomez (Vanning) en Janice Carter (Christine). De toekomst ziet er stralend uit voor Brad Collins, manager bij een scheepsvaartbedrijf, maar dan duikt er iemand op die blijkbaar goed op de hoogte is van zijn verleden. En toen gebeurden er minder fraaie dingen… staat er als samenvatting. Wat is dat nu precies? Vanning is een “moorddadige communist” die Collins tracht te chanteren.

In “My Forbidden Past” van Robert Stevenson uit 1951 richt Ava Gardner in het New Orleans van het einde van de negentiende eeuw het huwelijk van de man naar wie ze verlangt, gespeeld door Robert Mitchum, ten gronde. De eerste film in opdracht van Walt Disney was bij mijn weten “Kidnapped” uit 1959 naar het boek van zijn naamgenoot (maar geen familie) Robert Louis Stevenson. Het was op dat moment overigens al de vijfde keer dat dit boek werd verfilmd. Er zouden er nadien nog enkele volgen.

De leukste film waarin basketball een rol speelt is allicht “The absent-minded professor” van Robert Stevenson uit 1961, een Disney-productie waarin de verstrooide professor Ned Brainard (rol van Fred MacMurray) tot driemaal toe vergeet zijn meisje Betsy Carlisle (Nancy Olson) te trouwen, omdat hij op het punt staat een soort van rubber uit te vinden, waarmee men geweldige sprongen kan maken. Dit “flubber” gaf ook zijn naam aan een remake door Les Mayfield in 1997 (opnieuw voor Disney).

Hayley Mills mocht een jaar later in de film “In search of the castaways” de hoofdrol vertolken (haar vader, John Mills, speelde overigens de hoofdrol in de vorige film, “The Swiss family Robinson”). Het was de derde van zes films die de toen nog jonge actrice Hayley Mills maakte voor de Walt Disney Pictures-studio in de vroege tot midden jaren zestig.

Bij ons is de film bekend als “De kinderen van kapitein Grant”, zoals ook de oorspronkelijke roman van Jules Verne heette. Het was de tweede verfilming van een roman van Jules Verne door Walt Disney. De eerste was Twintigduizend mijlen onder zee (1954). De personages Lord Ayerton (één van de “slechte” personages uit “The Castaways”) en Kapitein Nemo verschenen later samen in Vernes roman “Het mysterieuze eiland” (1874). Ironisch genoeg heeft Disney deze roman nooit verfilmd, hoewel andere studio’s dat wel hebben gedaan. Later zou Disney de in Vernes stijl geschreven film The Island at the Top of the World (1974) produceren.

De rol van Lord Glenarvan werd gespeeld door Wilfrid Hyde-White, die Charles Laughton verving als Lord Glenarvan. Laughton was oorspronkelijk aangekondigd voor de rol, maar door zijn ziekte en daaropvolgende overlijden moest Disney hem vervangen door Hyde-White. Het toeval wil dat ik de film die Laughton net hiervóór draaide (namelijk “Advise and consent” van Otto Preminger) ook vlak vóór deze film heb gezien.

De rol van Lord Ayerton werd gespeeld door George Sanders. Ondanks dat hij als derde op de aftiteling staat, verschijnt hij pas na meer dan een uur in de film. De eerste plaats was gereserveerd voor Maurice Chevalier, die medelijden opwekte met de stomme rol die hij kreeg, inclusief een aantal extreem saaie liedjes van de Sherman-broers. Volgens het vakblad ‘Variety’ moesten de schipbreukelingen onder andere “reuzencondors, jaguars, overstromingen, bliksem, krokodillen, een lawine, een aardbeving, een enorme waterhoos, muiterij door Grants voormalige kwartiermeester, gevangenschap door onvriendelijke Maori’s en een uitbarstende vulkaan” overleven. Alhoewel vrij onnozel (om het nog met een understatement te zeggen) werd het de film die in 1962 het op twee na hoogste succes behaalde aan de Amerikaanse box office, alleen overtroffen door The Longest Day (1962) en Lawrence of Arabia (1962).

In 1964 was er “Mary Poppins” naar het boek uit 1934 van P.L.Travers (1899-1996). Deze was niet tevreden over de verfilming met Julie Andrews omdat ze die te simplistisch vond. Andrews zelf hield aan haar filmdebuut wel een oscar over. Vele jaren later (met name in 2013) werd het hele verhaal verteld in “Saving Mr.Banks”. Emma Thompson vertolkt hierin P.L.Travers, die kampte met een onverwerkt jeugdtrauma en daarom hebben de originele boeken (want het is een reeks) ook een donker kantje. En bijgevolg was ze er als de dood voor dat Walt Disney – rol van Tom Hanks – van haar boek een onnozele tekenfilm zou maken. Het kostte Disney bloed, zweet en tranen om de nukkige schrijfster toch over de streep te trekken. Het tekenfilmgedeelte werd verzorgd door Frank Thomas en Ollie Johnston (1913-2008), die toen pas was aangenomen, wellicht op voorspraak van Thomas, waarmee hij als student aan de Stanford Universiteit reeds samen het humoristische “The Stanford Chaparral” (wellicht gebaseerd op The Granta) had uitgegeven.

Daarna was er “Blackbeard’s ghost” uit 1968 met Peter Ustinov in de titelrol, waarbij ik me vooral de hilarische finale op het atletiekterrein herinner, gevolgd door “Bedknobs and broomsticks” van dezelfde regisseur in 1971. Niet alleen wordt hier weer interactie tussen tekenfilm en “gewone” film ingevoerd (zoals bij “Mary Poppins”), maar ook de “special effects” van “Blackbeard” worden hier aangewend om een leger lege harnassen op de been te brengen… Daarna volgde “The love bug”, hier beter bekend als “De dolle kever”.

Ronny De Schepper

(*) In het boek is het eigenlijk Quatermain. In de tien andere verfilmingen waarin dit personage voorkomt, wordt wel degelijk de originele naam aangehouden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.