Snoeijmes der Vlaemsche Tale

2013 Snoeijmes_coverDe Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde nodigt u op maandag 7 oktober uit voor de boekvoorstelling van ‘Snoeijmes der Vlaemsche Tale’. Het tot voor kort verloren gewaande manuscript van het Snoeijmes der Vlaemsche Tale is nu beschikbaar als teksteditie dankzij Rik Vosters, postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, die als historisch sociolinguïst vooral geïnteresseerd is in het Zuidelijke Nederlands in de achttiende en negentiende eeuw, en Gijsbert Rutten van de Universiteit Leiden. Hij doet sociolinguïstisch onderzoek naar het Nederlands van de zestiende tot de negentiende eeuw. Recent publiceerde hij met Rik Vosters Een nieuwe Nederduitse spraakkunst. Taalnormen en schrijfpraktijken in de Zuidelijke Nederlanden in de achttiende eeuw (2011), en met Marijke van der Wal Touching the Past. Studies in the historical sociolinguistics of ego-documents (2013). Het Snoeijmes der Vlaemsche Tale is een belangwekkend handschrift over de Nederlandse taal en getuigt van een verbazend levendige taalcultuur in het achttiendeeeuwse zuiden van ons taalgebied. De anonieme auteur, vermoedelijk een onderwijzer uit Frans-Vlaanderen, zet in dit taalbeschouwende werk op een boeiende wijze zijn visie op de taaleenheid in noord en zuid uiteen. Thema’s als spelling, onderwijs, bastaardwoorden en de Franse invloed komen daarbij uitgebreid aan bod. Voortbouwend op het werk van taalkundige voorgangers als Andries Stéven en Lodewijk Meijer roept deze voorloper van J.B. Verlooy op tot een algehele ‘herstellinge der moedertale’ in de Zuidelijke Nederlanden.

Van Platgents tot Burgergents

Van Platgents tot Burgergents

Eddy Levis is geen onbekende in de Gentse Sint-Baafsabdij. Enkele jaren geleden las hij in de refter voor uit zijn Gentse hertaling van het aloude verhaal van den vos Reynaerde, en nu is hij te gast in de herberg. Levis groeide op aan ‘t Rabot en de kaaien van de Muide en kreeg onze lokale tongval – op heel nadrukkelijke wijze mogen we wel zeggen – met de moedermelk binnen. Hij werd onderwijzer maar bleef een leven lang bezig met het Gents. Hij is “prezedent” van de “Gentsche Sosseteit”, een vereniging die zich inzet voor de promotie en de instandhouding van het Gentse dialect en die onlangs de wedstrijd voor het populairste Gentse dialectwoord organiseerde, gewonnen door tsiepmuile. Met Van Platgents tot Burgergents – Analyse van een stadsdialect zal hij – met veel zin voor humor – zijn visie op ons Gentsch brengen, met een antwoord op vragen zoals “wadde, oe, wannier, en woar goat da noartoe”. Afspraak in Herberg Macharius, Voorhoutkaai, Gent op zaterdag 24 november van 20 tot 22u. Toegang gewoontegetrouw heel en al gratis.

Lees verder “Van Platgents tot Burgergents”

Cicero en de theorie van de welsprekendheid

Nooit eerder werden de Catilinarische Redevoeringen van de Romeinse schrijver én advocaat Cicero (60 vr. Christus) bewerkt tot een theaterstuk. De bewerking is van de hand van theaterschrijver Daniël Gybels (zelf ook advocaat), die de pleidooien heeft belicht vanuit een hedendaagse reflexie. De “politiek correcte puritein” Cicero krijgt een menselijk gelaat, temidden de intriges van macht, temidden politieke afrekeningen en temidden één van de meest groteske samenzweringen uit de wereldgeschiedenis. Cicero stapt geregeld uit zijn “rol” en denkt na over de mens die achter de vijand schuilt en over de mens die hijzelf is… als hij zijn toga even vergeet. Zo blijken vijanden uiteindelijk vaak gelijkgestemde zielen te zijn. Zo zijn – als van alle tijden – zogezegd grotere belangen vaak pure eigenbelangen. Zo worden zogenaamd dappere macho’s erg kwetsbare wezels en speelt, in een mannenwereld van macht, de vrouw nog altijd, of toch meestal, de stille hoofdrol. Guido Vanderauwera geeft, vanuit een gedroomde type-casting, met Romeins elan stevig gestalte aan Cicero, als de imposante, wijze, soms zachtmoedige, doch zeer gedreven staatsman-consul. Jo Decaluwe voert de regie. Nog te zien op do l1, wo 17 & wo 24 oktober in Theater Tinnenpot in Gent.
Lees verder “Cicero en de theorie van de welsprekendheid”

Jan Gerartsen (1519-1572)

Vandaag is het precies 440 jaar geleden dat Jan Gerartsen (1519-1572) is gestorven. Hij is beter bekend met zijn Latijnse naam Goropius, afgeleid van het feit dat hij opgroeide in het Noord-Brabantse dorp Gorp, vlak over de grens met Nederland. Hij verhuisde naar Leuven om er geneeskunde en oude talen te studeren aan de universiteit. Daarna werkte hij als hofarts voor de zussen van keizer Karel V in Brussel. Het aanbod van Filips II om zijn lijfarts te worden, wees hij af. Liever vestigde hij zich vanaf 1554 als stadsarts in Antwerpen. Zijn vrije tijd besteedde hij aan geschiedenis en taalonderzoek. Naast Antwerps sprak hij onder meer vloeiend Grieks, Latijn en Hebreeuws. Kortom, Goropius was een geleerd en gerespecteerd man.
Lees verder “Jan Gerartsen (1519-1572)”

Het witte paard

Op 10 december vindt vanaf 9.30 uur in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) in Gent een colloquium plaats bij wijze van hulde aan em. prof. dr. Georges De Schutter, die dit jaar 70 geworden is. Het colloquium is een initiatief van de Universiteit Antwerpen (die ook de vroegere UIA omvat, waar de gehuldigde hoogleraar was), en de KANTL zelf, waarvan hij tot in 2005 Vast Secretaris was. De toegang is gratis.
U bent hierbij vriendelijk uitgenodigd. Wil wel zo vriendelijk zijn u aan te melden bij het Secretariaat van de KANTL: secretariaat@kantl.be.
Lees verder “Het witte paard”

De sociologische structuur van de taal

Het debat over het taalgebruik in het Hoger Onderwijs wordt gevoerd vanuit verschillende bezorgdheden. Enerzijds is er het marktgerichte denken van universiteiten en hogescholen dat het Engels als onderwijstaal ziet als instrument voor de internationalisering, anderzijds is er de zorg van de burger om voor zijn kinderen een hogere opleiding in de moedertaal gegarandeerd te zien.
De KANTL, vanuit haar bezorgdheid over kwaliteit en functionaliteit van het Nederlands als gebruikstaal in alle maatschappelijke domeinen, ook dat van de wetenschap, wil dat de overheid aan de bescherming van de moedertaal meer dan alleen lippendienst bewijst. Daarom dringt ze aan op een charter voor het Nederlands: een reeks van maatregelen die de toekomst van het Nederlands als taal van wetenschap en onderwijs veilig stellen.
De volledige tekst van dit KANTL-standpunt gaat mee als bijlage, en is te vinden op http://kantl.be/index.php?pag=141.
Voor meer informatie:
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
Koningstraat 18, B-9000 Gent
info@kantl.be
http://www.kantl.be
Of bij de voorzitter (foto): willy.vandeweghe@telenet.be
Lees verder “De sociologische structuur van de taal”

Revision of the tenses

1.PRESENT CONTINUOUS (I am going; O.T.T.; duur)
now
2.SIMPLE PRESENT (I go; O.T.T.)
usually (general truth)
3.PRESENT PERFECT (I have gone; V.T.T.)
merk op: altijd to have + past participle (ook voor bewegingswerkwoorden e.d.)
connection with the present (just, already, since…)
no time indication
vague (ever, lately)
4.SIMPLE PAST (I went; O.V.T.)
there is a time indication – this may be a time-clause (bijzin van tijd)
successive actions
is used in questions unless there is a clear connection with the present (in that case: present perfect)
opmerking: incomplete periods (today, this week, this year)
indien vaag: present perfect
indien welbepaald (specific, e.g. once or twice): simple past
5.PAST CONTINUOUS (I was going; O.V.T.; duur)
the limits of the action are vague
there is no time indication or…
if there is, the action began before it and probably continued afterwards
difference with the present perfect:
de past continuous drukt een duur uit
de past continuous ligt volledig in het verleden (no connection with the present)

Zinsontleding

Van wat moet men steeds uitgaan? Het vervoegde werkwoord.
De kern van de zin wordt gevormd door het onderwerp (subject) en het vervoegde werkwoord.
Ook de voorwerpen zijn vaak noodzakelijke aanvullingen, dat is het geval bij het lijdend, het meewerkend en het voorzetselvoorwerp, maar minder met het handelend voorwerp, dat sommige taalkundigen eerder bestempelen als een bijwoordelijke bepaling van handelende persoon. Bijvoorbeeld:
De vijand beschoot. (Wie? Lijdend voorwerp)
Jan gaf het boek. (Aan wie? Meewerkend voorwerp)
België grenst. (Aan wat? Voorzetselvoorwerp)
De zieke wordt opgegeven. (Door wie? Handelend voorwerp)
Lees verder “Zinsontleding”