Zestig jaar geleden: “Living doll” op nummer één

Zestig jaar geleden: “Living doll” op nummer één

Het is vandaag zestig jaar geleden dat “Living doll” van Cliff Richard op nummer één stond in Engeland. Volgens On This Day (en ook volgens Wikipedia) was dat zijn eerste nummer één-hit, wat dus zou betekenen dat zijn debuutsingel “Move it” nooit zo hoog is geraakt.

Richard nam het lied van Lionel Bart samen op met zijn toenmalige begeleidingsband The Drifters (pas later omgedoopt tot The Shadows) in de Abbey Road Studios op 28 april 1959 met Hank Marvin (sologitaar), Bruce Welch (ritmegitaar), Jet Harris (basgitaar) en Tony Meehan (drums). “Living doll” werd en wordt in sommige kringen als “vrouw-vijandig” bestempeld. Daar staat echter tegenover dat ook een meisjesgroep, The Honeys, die uitdrukking gebruikt en dan wel degelijk voor een jongen: “He’s not very tall but he’s not too small, he’s just the right size: awoo, he’s a doll, he’s a doll, he’s a living doll”. Merk trouwens ook de dubbelzinnigheid op als men het over “size” heeft… Ook Cliff Richard en The Drifters hadden eerder een plaatje uitgebracht onder de titel Livin’ lovin’ doll.

Living Doll is niet afkomstig van een album, maar Lionel Bart (later de componist van “Oliver”) schreef het voor de film Serious Charge van Terence Young, waarin Richard een rol had. Richard zou in eerste instantie het lied niet zingen. Het werd geschreven met Duffy Power als beoogd zanger, maar uiteindelijk werd het dus gezongen door Cliff, net als “Mad about you” en “No turning back”. Ene Robert Connor vat de film op de Internet Movie Database goed samen: “An unmarried vicar in a new parish (Anthony Quayle) accuses a local 19 year old (Andrew Ray) of being partially responsible for the death of a teenage girl. In defiance, the young man claims the vicar molested him. Out of spite, his story is backed up by a local woman (Sarah Churchill) still furious that the vicar rejected her advances. Unfortunately for the vicar, the woman is a highly respected member of the community – her father is the previous clergyman.”
“Given that this film was released in 1959,” gaat Connor verder, “its subject matter is pretty ground-breaking, especially for a British film. Yes, the depiction of disaffected youth hanging around coffee bars, breaking into swimming pools and grooving to Cliff Richard’s Livin’ Doll is a little clumsy (Richard is asked to do little in a secondary role other than sulk or croon), but in an era when folks weren’t supposed to know about homosexuality (at least in the movies), this is quite a daring story, and occasionally quite subversive. We the audience are ever so slightly encouraged to wonder about Quayle’s sexuality as he spurns the advances of a good churchy woman, seems oblivious to his sexy young French maid (Liliane Brousse) and looks up to his strident mother (a wonderfully knowing performance by Irene Browne). Judith Furse’s probation officer is also deliciously ambiguous… So quite a grown up film then – a shame that these days it’s probably only known for being Cliff’s debut film.”
Nog datzelfde jaar mag Cliff in “Expresso Bongo” van Val Guest wél een hoofdrol vertolken en alweer is het een taboe-doorbrekende film (omdat er een striptease in voorkomt, Cliff speelt namelijk een rol die merkwaardig goed overeenkomt met wat The Beatles op datzelfde moment echt aan het beleven zijn in Hamburg). Deze keer is het ene H.Siegel uit British Columbia die de honeurs waarneemt op de IMDb: “Ignore anything or anybody that denigrates Expresso Bongo. It is loaded with period detail and attitude, is singularly risqué for its time and sports great music and one of the best scripts about England’s Tin Pan Alley, wisecracking and inside, besides an unprecedented performance by Laurence Harvey as you’ve never seen him, a hustler who recalls Sidney Falco in The Sweet Smell of Success. Maier Tzelnicker is tremendous as the record company executive who calls it ‘rock dreck’. Yolanda Donlan, Val Guest’s wife, plays a ‘Sweet Bird of Youth’ like aging diva Alexandra Del Lago who seduces Cliff Richard. See the opening strip number when the girls perform a burlesque version of the Bonnie, Bonnie Banks of Loch Lomond. It sets the tone for an overlooked gem.”
Striptease is er ook de oorzaak van dat een jaar later “Beat girl” van de Fransman Edmond T.Greville wordt gecensureerd. In deze film is Jennifer (Gillian Hills) een schijnbaar onschuldig meisje tot ze er achterkomt dat haar moeder (Noelle Adam) nog als stripteaseuse heeft opgetreden voor de nightclub van Kelly (Christopher Lee). Maar “gelukkig” is er Paul (David Farrar) om haar van verder “kwaad” te behoeden.

In de Verenigde Staten haalde “Living Doll” de 30ste plaats in de Billboard Hot 100; het was daar zijn eerste notering. Cliff heeft nooit erg aangeslagen in de VS, dus het zou kunnen dat dit één van zijn hoogste noteringen ooit is. Van Nederland en België zijn geen noteringen bekend; ze hadden nog geen echte hitparades, maar volgens ultratop.be zou het in Vlaanderen de zestiende plaats hebben behaald. Misschien baseert men zich hier op de hitparade van blaadjes als Jukebox, waar ik destijds althans de hitparade volgde. Het werd de best verkochte single van het jaar in Engeland en uiteindelijk zouden er meer dan twee miljoen exemplaren verkocht worden.

In 1986 kwam een nieuwe versie uit. De acteurs van de toenmalige comedy-serie The Young Ones vroegen Richard of hij samen met hen het lied opnieuw wilde inzingen. Enige kanttekeningen bij die versie:

  • Het televisieprogramma is genoemd naar een ander plaatje van Cliff Richard The Young Ones uit 1961, Richard speelde ook in de film met die naam;
  • In de serie The Young Ones speelt Rick de rol van “retro” en grote fan van Cliff Richard (“He’s coming through the door!” “Bollocks! He didn’t even open it!”);
  • Vanwege de rol van Rick werd Cliff Richard in de serie geregeld beschimpt;
  • Het televisieprogramma stond recht tegenover het Richard-tijdperk; het programma was anarchistisch, Richard kwam juist uit de tijd dat alles netjes moest zijn.

De gitaarpartij van deze versie, die opgenomen werd voor Comic Relief, een liefdadigheidsprogramma voor zieke kinderen, werd opnieuw verzorgd door Hank Marvin. Richard en Marvin hadden toen niet meer samen gespeeld sinds 1975.

Ook deze komische versie haalde de hitparades. In Engeland stond het nummer elf weken in de UK Singles Chart, waarvan drie weken op nummer 1. In Nederland was het elf weken genoteerd in de Nationale Hitparade, waarvan vier weken op nummer 1 (in de Nederlandse Top 40 10 weken met 4 weken nummer 1). In Vlaanderen stond het 12 weken genoteerd met ook vier weken op de hoogste positie. Ook in Australië en Nieuw-Zeeland haalde het de eerste plaats. (Wikipedia)

Anthony Newley (1931-1999)

Anthony Newley (1931-1999)

Het is vandaag ook al twintig jaar geleden dat de Britse acteur en zanger Anthony Newley is overleden.

Newley achieved success as a performer in such diverse fields as rock’n’roll and stage and screen acting. Zo was hij o.m. te zien in “Fire down below” van John Parrish in 1957.

As a recording artist he enjoyed a dozen Top 40 entries on the UK Singles Chart between 1959 and 1962, including two number one hits. Newley wou als acteur in het popwereldje de geest van de “Nouvelle Vague” overbrengen. Newley was ook de eerste om “veramerikaanst Engels” te gebruiken, wat amper enkele jaren later werd gepopulariseerd door The Beatles en andere zogenaamde beatgroepen.
With songwriting partner Leslie Bricusse (*), Newley penned “Feeling Good”, which was popularised by Nina Simone and covered by many other artists, as well as the title song of 1964 film “Goldfinger” (along with John Barry). Bricusse and Newley received an Academy Award nomination for the film score of “Willy Wonka & the Chocolate Factory” (1971).
The Guinness Book of British Hit Singles & Albums described Newley as “among the most innovative UK acts of the early rock years before moving into musicals and cabaret”. [Wikipedia]

Lees verder “Anthony Newley (1931-1999)”

Robbie Williams wordt 45…

Robbie Williams wordt 45…

De Britse popzanger Robbie Williams (foto YouTube) viert vandaag zijn 45ste verjaardag.

Robert Peter Williams werd geboren in Stoke-on-Trent, in de nabijheid van Manchester. Van 1990 tot en met 1995 maakte Williams deel uit van Take That, een band die gevormd was door zanger en componist Gary Barlow. De in 1990 opgerichte band bleek zeer succesvol, met acht nummer 1-hits in Groot-Brittannië. Hun populariteit leidde tot een succes van soortgelijke bands in Groot-Brittannië. Hoewel het goed leek te gaan met de band, bleek Williams totaal niet in de groep te passen en maakte hij veel ruzie met de bandleden en het management. In 1995 verliet Williams Take That. Dat riep bewondering en verwarring op, want Take That was toen de beroemdste boyband. De algemene opinie is dat hij de opgelegde ‘schone’ levensstijl die de jongens moesten volgen (niet drinken/niet roken/geen drugs) niet langer kon volhouden.
Na het verlaten van de band stortte Williams zich in een leven vol drank en vechtpartijen en maakte hij zijn oude band veelvuldig zwart. In 1996 was Williams klaar om te starten met een nieuwe carrière. Zijn eerste single “Freedom”, een cover van George Michael uit 1990, kwam uit in augustus. Nadat Williams een tijd in een afkickkliniek had gezeten, kwam in 1997 de single “Old Before I Die” uit. Beide singles waren successen in Engeland. Dit zorgde voor de komst van zijn eerste soloalbum, “Life Thru a Lens”, later dat jaar. “Life Thru a Lens” bevatte zijn single “Old Before I Die” en flopte omdat de rest (bijvoorbeeld “Lazy Days” en “South of the Border”) niet echt goed ontvangen werd.
Het laatste lied dat van “Life Thru A Lens” uitgebracht werd was “Angels”. Dit lied zorgde voor de internationale comeback van Williams. “Angels” werd in februari 2005 door de Engelsen, tijdens de Britse muziekprijzen, verkozen tot beste lied van de afgelopen 25 jaar.
Zijn tweede album, “I’ve Been Expecting You”, kwam uit in 1998. Het album werd voorafgegaan door de single “Millennium”, gebouwd rondom het James Bond thema “You Only Live Twice”. Andere singles van het album waren “No Regrets”, “Strong” en “She’s The One”.
Het album “Sing When You’re Winning”, dat werd uitgebracht in 2000, bevatte de hit “Rock DJ”. In 2001 bracht Williams de cd “Swing When You’re Winning” uit. Op deze cd vertolkte hij nummers van The Rat Pack uit de jaren vijftig. Op het volgende album “Escapology”, het album dat in 2002 uitkwam, stond o.m. “Feel” en “Come undone”.
Het album “Intensive Care” kwam uit in Berlijn op 9 oktober 2005. Ik zag de lancering live op televisie en was voor het eerst een beetje ontgoocheld. Enkel “Advertising space” kon m.i. door de beugel. De volgende albums, “Rudebox” uit 2006 en “Reality killed the video star” uit 2009 gingen aan mij voorbij.
In 2010 werd hij weer lid van Take That, maar dat was slechts kortstondig, want in 2012 bracht hij alweer een nieuwe solo-CD uit “Take the crown”. Ik vond ze in FNAC bij de aanbiedingen en kon er niet aan weerstaan. Maar dat heb ik me wel beklaagd. Ik speel ze zelden of nooit.
In 2013 verkoos de wereldster, en nogmaals in 2017, Paleis 5 op de Heizel (Brussel) om zijn nakende wereldtournee te oefenen. Robbie overnacht dan in hotel Amigo aan de Brusselse Grote Markt.
Op 18 november 2013 bracht Williams het vervolg op het album “Swing When You’re Winning” uit, genaamd “Swings Both Ways”. Ook deze lancering zag ik op televisie, maar haalde opnieuw niet het peil van het originele project. Mijn belangstelling voor Robbie was toen al bijna helemaal verdwenen, toen hij mij in 2016 toch nog kon verrassen met “Party like a Russian”, maar dat kwam eerlijkheidshalve vooral omdat hij een sample gebruikt van mijn geliefde balletscène uit “Romeo en Julia” van Prokofiev. (Wikipedia en Bruzz)

Lees verder “Robbie Williams wordt 45…”

Nick Mason wordt 75…

Nick Mason wordt 75…

Nick Mason (foto Phil Guest via Wikipedia), de drummer van Pink Floyd, viert vandaag zijn 75ste verjaardag. Hij is de enige die sinds de oprichting in 1965 altijd deel heeft uitgemaakt van de band.

Mason studeerde aan de Regent Street Polytechnic, waar hij kennis maakte met Roger Waters, Syd Barrett, Bob Klose en Rick Wright. In 1964 richtten ze de band Sigma 6 op, waaruit later Pink Floyd ontstond. Het verhaal van Pink Floyd heb ik al verteld op mijn pagina’s gewijd aan Roger Waters, Rick Wright en David Gilmour, die er later is bij gekomen.
Naast zijn werk met Pink Floyd heeft hij ook met anderen samengewerkt, bijvoorbeeld als drummer en producer voor Steve Hillage en Robert Wyatt, drummer voor Michael Mantler en producer voor The Damned. Dit laatste omdat Syd Barrett niet kwam opdagen. The Damned vonden Nick aardig, maar de muzikale neuzen stonden niet echt dezelfde kant op, aldus de groep.
In 1981 maakte hij met Carla Bley (en met medewerking van Robert Wyatt) het album “Fictitious Sports”, eigenlijk een Bley-album.
In 1985 maakt hij de plaat “Profiles” met ex-10CC’er Rick Fenn. Met Fenn heeft hij ook een productiemaatschappij die radiocommercials levert.
Mason is via zijn maatschappij Ten Tenths eigenaar van verschillende klassieke auto’s. Mason heeft vijfmaal deelgenomen aan de 24 uur van Le Mans. Zijn dochter Holly is getrouwd met Marino Franchitti, autocoureur en broer van meervoudig IndyCar-kampioen Dario Franchitti. Mason is ook in het bezit van een brevet voor (helikopter-)piloot.
In 2004 publiceerde Mason in Engeland een boek over zijn leven als lid van Pink Floyd, getiteld “Inside Out”. Hij gaf toe dat het een subjectieve kijk op de band was, maar zijn droge humor viel goed bij het publiek, dat Pink Floyd vaak zag als introverte doemdenkers. (Wikipedia)

Lees verder “Nick Mason wordt 75…”