Robbie Williams wordt 45…

Robbie Williams wordt 45…

De Britse popzanger Robbie Williams (foto YouTube) viert vandaag zijn 45ste verjaardag.

Robert Peter Williams werd geboren in Stoke-on-Trent, in de nabijheid van Manchester. Van 1990 tot en met 1995 maakte Williams deel uit van Take That, een band die gevormd was door zanger en componist Gary Barlow. De in 1990 opgerichte band bleek zeer succesvol, met acht nummer 1-hits in Groot-Brittannië. Hun populariteit leidde tot een succes van soortgelijke bands in Groot-Brittannië. Hoewel het goed leek te gaan met de band, bleek Williams totaal niet in de groep te passen en maakte hij veel ruzie met de bandleden en het management. In 1995 verliet Williams Take That. Dat riep bewondering en verwarring op, want Take That was toen de beroemdste boyband. De algemene opinie is dat hij de opgelegde ‘schone’ levensstijl die de jongens moesten volgen (niet drinken/niet roken/geen drugs) niet langer kon volhouden.
Na het verlaten van de band stortte Williams zich in een leven vol drank en vechtpartijen en maakte hij zijn oude band veelvuldig zwart. In 1996 was Williams klaar om te starten met een nieuwe carrière. Zijn eerste single “Freedom”, een cover van George Michael uit 1990, kwam uit in augustus. Nadat Williams een tijd in een afkickkliniek had gezeten, kwam in 1997 de single “Old Before I Die” uit. Beide singles waren successen in Engeland. Dit zorgde voor de komst van zijn eerste soloalbum, “Life Thru a Lens”, later dat jaar. “Life Thru a Lens” bevatte zijn single “Old Before I Die” en flopte omdat de rest (bijvoorbeeld “Lazy Days” en “South of the Border”) niet echt goed ontvangen werd.
Het laatste lied dat van “Life Thru A Lens” uitgebracht werd was “Angels”. Dit lied zorgde voor de internationale comeback van Williams. “Angels” werd in februari 2005 door de Engelsen, tijdens de Britse muziekprijzen, verkozen tot beste lied van de afgelopen 25 jaar.
Zijn tweede album, “I’ve Been Expecting You”, kwam uit in 1998. Het album werd voorafgegaan door de single “Millennium”, gebouwd rondom het James Bond thema “You Only Live Twice”. Andere singles van het album waren “No Regrets”, “Strong” en “She’s The One”.
Het album “Sing When You’re Winning”, dat werd uitgebracht in 2000, bevatte de hit “Rock DJ”. In 2001 bracht Williams de cd “Swing When You’re Winning” uit. Op deze cd vertolkte hij nummers van The Rat Pack uit de jaren vijftig. Op het volgende album “Escapology”, het album dat in 2002 uitkwam, stond o.m. “Feel” en “Come undone”.
Het album “Intensive Care” kwam uit in Berlijn op 9 oktober 2005. Ik zag de lancering live op televisie en was voor het eerst een beetje ontgoocheld. Enkel “Advertising space” kon m.i. door de beugel. De volgende albums, “Rudebox” uit 2006 en “Reality killed the video star” uit 2009 gingen aan mij voorbij.
In 2010 werd hij weer lid van Take That, maar dat was slechts kortstondig, want in 2012 bracht hij alweer een nieuwe solo-CD uit “Take the crown”. Ik vond ze in FNAC bij de aanbiedingen en kon er niet aan weerstaan. Maar dat heb ik me wel beklaagd. Ik speel ze zelden of nooit.
In 2013 verkoos de wereldster, en nogmaals in 2017, Paleis 5 op de Heizel (Brussel) om zijn nakende wereldtournee te oefenen. Robbie overnacht dan in hotel Amigo aan de Brusselse Grote Markt.
Op 18 november 2013 bracht Williams het vervolg op het album “Swing When You’re Winning” uit, genaamd “Swings Both Ways”. Ook deze lancering zag ik op televisie, maar haalde opnieuw niet het peil van het originele project. Mijn belangstelling voor Robbie was toen al bijna helemaal verdwenen, toen hij mij in 2016 toch nog kon verrassen met “Party like a Russian”, maar dat kwam eerlijkheidshalve vooral omdat hij een sample gebruikt van mijn geliefde balletscène uit “Romeo en Julia” van Prokofiev. (Wikipedia en Bruzz)

Lees verder “Robbie Williams wordt 45…”

Nick Mason wordt 75…

Nick Mason wordt 75…

Nick Mason (foto Phil Guest via Wikipedia), de drummer van Pink Floyd, viert vandaag zijn 75ste verjaardag. Hij is de enige die sinds de oprichting in 1965 altijd deel heeft uitgemaakt van de band.

Mason studeerde aan de Regent Street Polytechnic, waar hij kennis maakte met Roger Waters, Syd Barrett, Bob Klose en Rick Wright. In 1964 richtten ze de band Sigma 6 op, waaruit later Pink Floyd ontstond. Het verhaal van Pink Floyd heb ik al verteld op mijn pagina’s gewijd aan Roger Waters, Rick Wright en David Gilmour, die er later is bij gekomen.
Naast zijn werk met Pink Floyd heeft hij ook met anderen samengewerkt, bijvoorbeeld als drummer en producer voor Steve Hillage en Robert Wyatt, drummer voor Michael Mantler en producer voor The Damned. Dit laatste omdat Syd Barrett niet kwam opdagen. The Damned vonden Nick aardig, maar de muzikale neuzen stonden niet echt dezelfde kant op, aldus de groep.
In 1981 maakte hij met Carla Bley (en met medewerking van Robert Wyatt) het album “Fictitious Sports”, eigenlijk een Bley-album.
In 1985 maakt hij de plaat “Profiles” met ex-10CC’er Rick Fenn. Met Fenn heeft hij ook een productiemaatschappij die radiocommercials levert.
Mason is via zijn maatschappij Ten Tenths eigenaar van verschillende klassieke auto’s. Mason heeft vijfmaal deelgenomen aan de 24 uur van Le Mans. Zijn dochter Holly is getrouwd met Marino Franchitti, autocoureur en broer van meervoudig IndyCar-kampioen Dario Franchitti. Mason is ook in het bezit van een brevet voor (helikopter-)piloot.
In 2004 publiceerde Mason in Engeland een boek over zijn leven als lid van Pink Floyd, getiteld “Inside Out”. Hij gaf toe dat het een subjectieve kijk op de band was, maar zijn droge humor viel goed bij het publiek, dat Pink Floyd vaak zag als introverte doemdenkers. (Wikipedia)

Lees verder “Nick Mason wordt 75…”

Cyril Davies (1932-1964)

Cyril Davies (1932-1964)

Enkele dagen geleden herdachten we nog de veel te vroeg gestorven Alexis Korner, maar vandaag gaat onze aandacht naar een nog veel eerder verdwenen pionier van de Britse blues. Vandaag is het immers al 55 jaar geleden dat Cyril Davies (foto YouTube), een pionier op het vlak van de bluesharmonica, is overleden aan leukemie.

Cyril Davies began his career in the early 1950s first within Steve Lane’s Southern Stompers, then in 1955 formed an acoustic skiffle and blues group with Alexis Korner. He began as a banjo and 12-string guitar player before becoming a Chicago-style blues harmonica player after hearing Little Walter. Working by day as a panel beater (carrosserieplaatwerker), he ran an unsuccessful skiffle club before meeting Korner, then Davies and Korner opened a London Rhythm and Blues club “England’s Firstest and Bestest Skiffle Club”, later known as the “London Blues and Barrelhouse Club”. Popular with other musicians, the club hosted gigs by blues musicians such as Muddy Waters, Sonny Terry and Brownie McGhee and Memphis Slim.
During this period Davies and Korner worked as session musicians, and often backed Ottilie Patterson during her featured set with husband Chris Barber’s band, using amplified instruments for the first time – which did not go down well with their blues purist audience and many fellow musicians. After closing the blues club, Davies and Korner went their separate ways, and, influenced by Muddy Waters electric sound, Davies formed his own electric blues band.
In 1961, Chris Barber recruited Davies and Korner to play harmonica and electric guitar in accompanying Barber’s band regularly at its Wednesday and Friday night sets at the Marquee Club, a popular London jazz club. This opportunity granted Davies and Korner some exposure to the London music scene, but the duo wished to focus more on blues and R&B. The two decided to found their own rhythm and blues group and, in a show of support, Barber offered them the intermission slot at the Marquee on Wednesday nights.
Korner supplied musicians for the rhythm sections, and Davies recruited Art Wood and Long John Baldry to be the vocalists. They named the group Blues Incorporated, and their initial performances at the Marquee were very well received. However, they realized the need for additional performance opportunities and, since most jazz and folk clubs in London were wary of electric guitars, Davies and Korner decided to found their own club at which they could perform. In 1962 they founded the Ealing Club. The club proved to be a popular sensation and attracted such admirers and future stars as Mick Jagger and Eric Burdon. Jagger was in the audience for the second night at the club and got up to sing “Got My Mojo Working”.
In June 1962 Blues Incorporated recorded “R&B from the Marquee”, actually recorded in Decca Records’ studio. After touring the UK and headlining a residency at the Marquee, by October 1962 there was musical tension in the band as some members wanted to play crowd pleasers like Chuck Berry and Bo Diddley songs while Cyril Davies and others members were blues purists who wanted to play what they saw as only genuine Chicago-style R&B. Following his departure from Blues Incorporated in October 1962, Davies then formed the Cyril Davies All-Stars in November 1962 and recorded five tracks for Pye Records, who had announced an R&B label featuring music imported from Davies’ favourite Chicago musicians (“Country Line Special”, “Chicago Calling”, “Preaching the Blues”, “Sweet Mary” and “Someday Baby”). The original line-up was largely recruited from Screaming Lord Sutch’s Savages, and featured both Long John Baldry and Davies on vocals to give Davies room to play harmonica. The band, later known simply as the All-Stars was subject to frequent personnel changes.
After contracting pleurisy in 1963, Davies began to drink heavily to assuage the pain while undergoing a heavy touring schedule. He died in January 1964, after collapsing during an engagement at a night club on Eel Pie Island, Twickenham in London. The official cause of death was given as endocarditis [ontsteking van de hartspier], although leukaemia is often quoted. Long John Baldry besluit Davies’ groep “The R&B All Stars” verder te zetten als “The Hoochie Coochie Men” en vraagt Rod Stewart lid te worden na de fameuze ontmoeting in het station van Twickenham. The rest, as they say, is history… (Wikipedia)

Lees verder “Cyril Davies (1932-1964)”