Ils sont fous, ces Hollandais!

36 marijn devalck als peronJe wist het natuurlijk al, maar als je het in levende lijve kan meemaken is het nog gekker. Na de première van « Evita » door de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen in het Amsterdamse Carré veerde de zaal onmiddellijk unaniem recht. Toch was achteraf de commentaar dat het applaus maar magertjes was (sic!). « Een rechtstaande ovatie heeft in Nederland absoluut niets te betekenen », verzekerde BRT-correspondent Benny van der Baan ons. « Wil men echt blijk geven van bijval, dan begint men luidkeels te joelen. En dat is hier niet gebeurd ». Of om het met onze Franstalige landgenoot Astérix te zeggen : « Ils sont fous, ces Hollandais ! ».

Maar afgezien daarvan, verdiende deze « Evita » een rechtstaande ovatie ? Jazeker, vinden wij, zij het niet zo vanzelfsprekend als het Hollandse opwippen zou laten vermoeden. Daarvoor is immers deze « musical » van Andrew Lloyd Webber en Tim Rice zelf niet zo enthousiasmerend. Naast « Don’t cry for me Argentina » zitten er nog wel mooie stukken in (« A new Argentina » of het lied van Perons maîtresse, hier Wanda Joosten b.v.), maar de term « musical » is totaal verkeerd. Als er immers ooit een rock-opera geschreven is, dan is het wel « Evita ». Er zitten m.a.w. veel « recitatieven » in die de actie moeten vooruithelpen, maar die muzikaal zeer zwak zijn. Marijn Devalck als Peron heeft het ongeluk bijna niets anders voorgeschoteld te krijgen. Vandaar allicht dat hij het zwakste overkwam, want als Peron was hij soms angstaanjagend overtuigend. (Marijn Devalck vele jaren later op Facebook: “Normaal moest ik Che Guevara spelen. Jammer. Voor één keer dat er een rol op mijn lijf geschreven was.”)
Maar zoals gezegd, het gezelschap verdient uiteindelijk wel gelukwensen, precies omdat het dergelijke « moeilijke » momenten theatraal zeer goed (tot soms zelfs briljant) heeft opgelost. Hiervoor dienen acteurs, regisseur Rufus Collins, belichter Jaak Van de Velde en vooral choreograaf Daniel Rosseel in één adem genoemd. En terwijl we toch met het wierookvat aan het zwaaien zijn, laten we dan ook meteen maar vertaler Paul Berkenman erbij halen die zich weer uitstekend van zijn taak heeft gekweten.
Daar staat echter tegenover dat Collins het bestaan heeft om de uitstekende vondst van Tim Rice, nl. de commentariërende functie van Che Guevara, grotendeels verkorven heeft door van ons aller Che een karikaturaal figuur te maken. Slechts in « A new Argentina » mag hij even tragisch worden en meteen is het politiek én muzikaal gezien een hoogtepunt (naast de choreografie van de rijken en het leger). Acteur Bill Van Dijk kon desondanks toch op het grootste applaus rekenen en ondanks het feit dat hij duidelijk een thuiswedstrijd speelde, was dit toch min of meer correct, aangezien hem natuurlijk geen schuld treft voor het wanconcept en hij binnen dat kader inderdaad een gave prestatie afleverde.
Dat was eveneens het geval met zijn landgenote Janke Dekker in de titelrol, al kon die op beduidend minder bijval terugvallen, ook bij de confraters. Hier werd er o.m. gefluisterd dat de Vlaamse Vera Mann (die in Antwerpen de première mag doen) beter zou zijn. Indien dit geen misplaatst chauvinisme is, dan moet Vera werkelijk fenomenaal zijn, want in onze ogen krijgt Janke toch gerust onderscheiding. Conclusie : ondanks het feit dat intrinsiek « Evita » zeker niet het peil van « Jesus Christ Superstar » haalt, zal het dankzij de inkleding door het BVV toch een lange en goedlopende carrière tegemoet gaan.
01Zou dat ook het geval zijn met « Enfantillages » van Raymond Cousse ? De voorverkoop liep alleszins als een trein, maar dat was dan vooral op basis van de (terechte) naambekendheid van het trio dat ervan aan de wieg stond : Jakob Beks (acteur), André Vermaerke (regisseur) en het Speeltheater (productie). Na de eigenlijke première was het enthousiasme echter reeds grotendeels geluwd… behalve bij ons alweer. Zodanig zelfs dat we ons beginnen afvragen wat er scheelt. Zou onze aloude leverkwaal genezen zijn ? Toch niet, denken we, want « enthousiast » is nu ook niet precies het woord. Maar ook hier ligt dat eerder aan de oorspronkelijke tekst dan aan wat Vermaerke-Beks ermee gedaan hebben. Net zoals bij Sue Townsend had het Speeltheater auteur Cousse overigens naar Gent gehaald, maar de man maakte zeker geen overtuigende indruk.
De repetitieve elementen in zijn monoloog van een jongetje dat op vroege leeftijd met seks en dood wordt geconfronteerd (hé, waar hebben we dat nog gehoord ?) mogen dan nog « muzikaal » bedoeld zijn, het merendeel van de toeschouwers wordt er behoorlijk door geïrriteerd. Als je daarover heen stapt en ook nog over een aantal toch wel vrij platte formuleringen (« het harige beest »), dan hou je uiteindelijk echter toch wel een soms grappige soms ontroerende tekst aan over. Geen meesterwerk, maar ook geen verloren tijd, kom.
86 steef verweeDit in tegenstelling tot « Casanova », een Arca-productie die ook als cabaret-musical wordt aangekondigd. Naast de opeenstapeling van flauwiteiten en vulgariteiten van tekstschrijvers wier naam we fatsoenshalve zullen verzwijgen, betekent dat dan dat Steef Verwee (foto) daar muziek heeft opgeplakt. Opgeplakt jawel, want Verwee’s muziek kenmerkt zich in essentie door knip- en plakwerk met als basismateriaal bestaande melodieën. Toch slaagde Jo Decaluwé er nog in deze melodietjes-van-een-cent consequent uit de maat te kwelen. Hij wordt omringd door drie meisjes die het iets moeilijker hebben (zij zingen o.a. een soort van onverstaanbare opera), vooral omdat ze soms worden verondersteld in al dat geharrewar ook nog af en toe een beentje op te lichten en liefst tesamen. Slechts één heer verliet voortijdig de zaal. In Vlaanderen slikt men alles de dag van vandaag.
Geef ons dan maar « De man die werk vond » naar Herman Brusselmans door de Zwarte Komedie, al was ook dit eigenlijk niet op peil. De auteur zelf lijkt ons alleszins onrecht aangedaan te zijn. Maar Max Schnur mag dan nog amper een betere zanger zijn dan Decaluwé, hij trok zich behoorlijk uit de slag en kon ons af en toe ook echt aan het lachen brengen.
Twee jaar vóór « Casanova » was er al « The Erotic Opera » van Steef Verwee. Toen deze in het Gentse Arenatheater in première ging, kwam « le beau monde » blijkbaar eerder « kijken », gezien het onderwerp. Misschien daarom dat zovelen vonden dat ze bedrogen uitkwamen (maar Verwee had bewust in die richting publiciteit gemaakt, op de persconferentie liet hij zich zelfs ontvallen « er niet om te geven indien de voorstelling in Vlaanderen zou worden verboden »). Persoonlijk vonden we het wel positief dat de twee spelers (Daisy Haegeman en Karel Deruwe) al meteen uit de kleren gaan (op « To his mistress going to bed » van John Donne, overigens uitstekend in beeld gebracht, veel beter dan in « Oh Calcutta »), zodat we meteen toch al van die « spanning » verlost zijn. Anderzijds moet een « erotische » opera toch erotisch zijn, dachten wij, en dat was in de verste verte niet te bekennen, tenzij misschien in de agressieve scènes op het einde. Niet kijken dus, maar luisteren. Enerzijds naar de mooie gitaar- en luitmuziek zoals die wordt gebracht door Peter Pieters. Deze muziek is zogezegd van de hand van Verwee zelf, maar al geeft hij grif toe zich te hebben geïnspireerd op Dufay, Monteverdi, Dowland, Reich en Glass, dan is het toch een beetje « te », als u begrijpt wat wij bedoelen. Luisteren ook naar de mooie stem van Hugo Claus die (op band uiteraard) voor een aantal knappe « bindteksten » (gedichten is een beter woord) zorgt. De rest van het spektakel is echter in het Engels en dit is totaal onbegrijpelijk. Onbegrijpelijk voor Engelssprekenden naar het schijnt (omdat Haegeman en Deruwe ondanks zeer verdienstelijke inspanningen toch nog « Vlaamse » klemtonen leggen), onbegrijpelijk voor Engels-onkundigen, kortom onbegrijpelijk dat men deze optie heeft genomen. Verwee spreekt over belangstelling uit New York en Londen (platenfirma Virgin), maar doe ons niet lachen hé ! Verwee had beter bekwame mensen (b.v. Claus) aangesproken om vertalingen te maken. De teksten van o.a. Corso en Dylan Thomas verdienen dat. En dan nog een andere, meer gewaagde (deze keer in de niet-erotische betekenis) choreografie dan die van Walter De Cock en dan zijn w’er. ’t Zal dan wel niet meer voor de Gentse Feesten zijn (tijdens dewelke deze « opera » in Vooruit is te zien), maar allé.
Een toemaatje. Anno 1985 kan het nog steeds gebeuren dat ene Robert Willems uit Knokke-Heist (zijn functie wordt niet gespecifieerd in het bericht dat we in de « Gazet van Antwerpen » vonden) een vergadering bijeen roept (op 22 oktober om 20 u in het parochiaal centrum De Branding, voor de geïnteresseerden) om « te bespreken of katholieke groeperingen het kunnen dulden dat b.v. in de dag- en weekbladen pornografie als betaalde of niet-betaalde publiciteit gepubliceerd wordt ». We vermelden dit in de theaterrubriek omdat het hier de programmatie van twee stukken betreft, het erg aangeraden « Lola Blau » (zie rv nrs 39 en 40) en het vooral op erotisch gebied erg flauwe « The Erotic Opera » (rv nr 27). Hoe dan ook, aanrader of flauw, geen van beide stukken kan als provocerend laat staan pornografisch worden betiteld. Het ergste is dan ook dat de schepen van cultuur Ruysschaert van Knokke-Heist een videofilm heeft opgevraagd van beide stukken « om na te gaan of hier inderdaad van pornografie sprake kan zijn » ! Helaas, mijnheer Ruysschaert, als g’u thuis met uw video wil amuseren, zult ge andere filmkes moeten aanschaffen !

Referentie
Ronny De Schepper, Ils sont fous, ces Hollandais, De Rode Vaan nr.20 van 1987 (behalve de drie laatste items, die komen uit De Rode Vaan nr.27 en nr.42 van 1985 en De Rode Vaan nr.15 van 1987)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s