Allen Klein (1931-2009)

Allen Klein (1931-2009)

Vandaag is het vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse manager Allan Klein werd aangesteld als nieuwe zakelijke leider van The Beatles. Dat was dus een soort van nederlaag voor Paul McCartney, die op de foto niet erg happy is met het tekenen van het contract. McCartney had immers de vader van zijn toenmalige echtgenote Linda Eastman graag in die functie gezien, maar hij had het pleit verloren. Achteraf zou hij wel gelijk krijgen als Klein door de rechtbank zal worden veroordeeld voor fraude.

Het was overigens reeds op 2 november 1973 dat de drie Beatles die hun belangen door Allen Klein lieten waarnemen een proces tegen hem hadden ingespannen (en hiermee dus eigenlijk toegaven dat Paul McCartney gelijk had gehad).
Allen Klein was de manager van Sam Cooke, toen deze overleed in 1964. Toen Andrew Oldham in 1965 zijn gevecht met drugs verloor en door The Rolling Stones werd verdacht van geld te verduisteren om zijn drugsverslaving te bekostigen, nam Klein het van hem over als producer bij de band. Vlak na het ontslaan van Brian Jones werd echter ook Klein ontslagen bij The Rolling Stones, omdat Mick Jagger en Keith Richards zelf gingen produceren. Ondertussen was Brian Epstein echter overleden en moesten The Beatles dus een nieuwe manager kiezen. Na zijn veroordeling bleef hij nochtans de belangen van John Lennon en Yoko Ono behartigen. Hij overleed op 4 juli 2009 aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer.

Lees verder “Allen Klein (1931-2009)”

Vijftig jaar geleden: laatste concert van The Beatles

Vijftig jaar geleden: laatste concert van The Beatles

Het is al vijftig jaar geleden dat The Beatles optraden bovenop het dak van het Apple-gebouw in Londen. Het zal hun laatste optreden in het openbaar zijn…

Het zogenaamde Get Back-project had de bedoeling om weer terug te keren naar de eenvoud van vroeger. De bedoeling was om weer lekker op te nemen en weer te toeren zonder allerlei toestanden eromheen en dat alles zou dan worden gefilmd, er zou een tournee komen, een single en een album. Dat project faalde deerlijk. Er werd niet getoerd, in de plaats deden ze enkel onaangekondigd op 30 januari 1969 een optreden op het dak van het Apple-gebouw in Londen. De lp kwam er ook niet, alleen een single (“Get Back”) en de film “Let it be” die laat zien hoe de groep uit elkaar valt, o.a. geïllustreerd door de ruzie tussen George Harrison en Paul McCartney. After McCartney criticising a guitar riff played by Harrison on “I’ve Got a Feeling.” Harrison cynically responds: “I’ll play whatever you want me to play, or I won’t play at all if you don’t want to me to play. Whatever it is that will please you, I’ll do it.”
Ook bij de opnames van “Get back” was er ruimte voor menige interpretatie. Zo bestaat er een studio-take waarop Paul McCartney een nogal racistisch getinte tekst zingt, die helemaal past in het kader van de extreem-rechtse predikant Enoch Powell. Later verklaarde Paul (uiteraard) dat het maar een grapje betrof. John daarentegen vond het alvast géén grapje dat Paul tijdens het zingen van “Get back to where you once belonged” naar Yoko Ono zou hebben gekeken.
Ook met de Beatles hun eigen platenlabel Apple liep het slecht af. “Het basisidee achter Apple was in die dagen dat we het jammer vonden dat veel geweldige muzikanten om aan de kost te geraken op hun knieën moesten kruipen voor de grote platenfirma’s. Dat hadden wij als Beatles ook moeten doen voor EMI, en dus beloofden we elkaar dat, als we ooit een beetje geld zouden hebben, dat we dan zouden trachten althans dit onderdeel van het Systeem te kraken.” (George Harrison) Onnodig te zeggen dat niet het Systeem maar zijzelf door deze ondoordachte filantropie werden gekraakt.

Lees verder “Vijftig jaar geleden: laatste concert van The Beatles”

Harry Nilsson (1941-1994)

Harry Nilsson (1941-1994)

Het is vandaag al 25 jaar geleden dat Harry Nilsson (foto YouTube), de drinkebroer van John Lennon (cfr. “the lost weekend”), is overleden aan een hartaanval. Hij is vooral bekend van de hit “Everybody’s Talkin'” (uit de film “Midnight Cowboy”) en het album “Nilsson Schmilsson”.

Nilsson werd geboren in New York als Harry Edward Nilsson III. Kort na de Tweede Wereldoorlog liet zijn vader het gezin in de steek en verhuisde de jonge Nilsson met zijn moeder naar Californië, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. In de avonduren werkte hij bij een bank en overdag schreef Nilsson liedjes voor muziekuitgevers. Enkele hiervan werden in 1964 door Mercury Records als singles uitgegeven, waarvoor Nilsson gebruikmaakte van de artiestennamen Johnny Niles, Foto-Fi Four en Bo Pete. Hij zong kortstondig bij de New Salvation Singers. Het lukte hem aanvankelijk niet om als artiest bekend te raken. Zijn composities werden echter wel opgenomen door bekende muziekgroepen en artiesten, onder wie The Monkees, The Yardbirds, Lulu, Blood, Sweat & Tears (“Without her”) en The Turtles (“The story of rock’n’roll”). Hij schreef tevens drie liedjes voor Phil Spector, die gezongen werden door The Ronettes en het Modern Folk Quartet. In 1966 gaf Tower Records een compilatie van zijn eerste werk uit met als titel “Spotlight on Nilsson”.
Nadat hij in 1967 een contract tekende bij RCA Records werd zijn eerste studioalbum uitgegeven, getiteld “Pandemonium Shadow Show”, dat bij het publiek nauwelijks aansloeg. Het ontving wel positieve recensies en toenmalig Beatleslid John Lennon toonde zich een groot liefhebber van zijn muziek. Bij een persconferentie ter gelegenheid van de oprichting van Apple Records noemden Paul McCartney en hij Nilsson als hun favoriete artiest. Op Nilssons volgende album, “Aerial Ballet”, stond een vertolking van het door Fred Neil geschreven “Everybody’s Talkin'”. De singleversie hiervan werd een grote hit; hij bereikte de top tien in de Verenigde Staten en werd als themalied gebruikt in de door John Schlesinger geregisseerde film “Midnight Cowboy” (1969).
In november 1971 brak hij door met het album “Nilsson Schmilsson”, waarvan in de Verenigde Staten meer dan een miljoen exemplaren verkocht werden. De van dit album afkomstige single “Without You” (oorspronkelijk van Badfinger) werd een nummer één-hit in de Billboard Hot 100 en bezorgde Nilsson in 1972 een Grammy Award. Ook voor de film “The Point”, waarvoor Nilsson de muziek schreef en uitvoerde en die ook als LP werd uitgebracht met het verhaal verteld door Harry Nilsson zelf. In dat jaar oogstte Nilsson ook succes met de singles “Coconut”, “Jump Into the Fire” en “Space Man”. Nilsson werkte vervolgens samen met Ringo Starr aan de film “Son of Dracula” (1974). Hij was bevriend met John Lennon tijdens diens verlaten van Yoko Ono (het zogenaamde “lost weekend”). Lennon produceerde zijn volgende album, “Pussy Cats”. Tijdens de opnamen scheurde Nilsson een van zijn stembanden, waardoor hij niet meer in staat was om te zingen. “Pussy Cats” was het laatste album van Nilsson dat de Amerikaanse top honderd bereikte. Intussen verloor zijn label, RCA Records, interesse en het album “Knnillssonn” werd niet uitgegeven.
In de jaren tachtig trok Nilsson, wiens stemband permanent beschadigd was, zich terug uit de muziekindustrie. In 1988 werd nog wel het album “A Little Touch of Schmilsson in the Night” uitgegeven. Begin jaren negentig bleek zijn manager ervandoor met zijn geld en een faillissement dreigde. Nadat hij in 1993 een hartaanval kreeg, begon hij weer nieuwe liedjes te schrijven en op te nemen. Enkele dagen na de laatste opnamen van het nimmer uitgegeven album “Papa’s Got a Brown New Robe” overleed Nilsson aan een tweede hartaanval. [Wikipedia]

Lees verder “Harry Nilsson (1941-1994)”

Phil Everly (1939-2014)

Phil Everly (1939-2014)

Het is al vijf jaar geleden dat Phil Everly van het Amerikaanse zangduo Everly Brothers is overleden. Hij was 74 en overleed aan de gevolgen van een chronische longziekte, veroorzaakt door kettingroken. Toch stond stond Phil bekend als de “gezondste” van de twee. Zijn twee jaar oudere broer Don heeft namelijk zijn hele leven met een drugsverslaving gekampt.

Lees verder “Phil Everly (1939-2014)”