Domenico Modugno (1928-1994)

Domenico Modugno (1928-1994)

Het zal morgen al 25 jaar geleden zijn dat de Italiaanse zanger en acteur Domenico Modugno op 66-jarige leeftijd aan een hartaanval is overleden in Lampedusa (tiens, waar heb ik die naam nog gehoord?). Zijn “Volare”, dat eigenlijk “Nel blu dipinto di blu” heette n.a.v. een schilderij van Marc Chagall, werd op de allereerste Grammy Awards bekroond zowel als beste plaat van het jaar als als beste song.
Lees verder “Domenico Modugno (1928-1994)”

Roger Williams (1924-2011)

Roger Williams (1924-2011)

Roger Williams, the pianist whose lush versions of familiar tunes made their way to the book that Joseph Lanza wrote in 1994 (“Elevator Music”), died five years ago at his home in Los Angeles. He was 87. Seven singles by Mr. Williams made it onto the Billboard Top 40, perhaps the best known of which — and the one that brought him stardom — was “Autumn Leaves” in 1955. His other Top 40 hits were “Wanting You” (1956); “La Mer” or “Beyond the Sea” (1956); “Almost Paradise” (1957); “Till” (1957); “Near You” (1958) and “Born Free” in 1966. Over his long career he recorded more than 100 albums. But the main reason why he will be remembered by me is that “Till” was the first single that I ever bought. The first in a long series…
Lees verder “Roger Williams (1924-2011)”

Twintig jaar geleden: Paul Whelan in “The Cardiff Singer of the World”

Twintig jaar geleden: Paul Whelan in “The Cardiff Singer of the World”

De Nieuw-Zeelandse basbariton Paul Whelan (°1967) begon zijn optreden op The Cardiff Singer of the World 1993 met Am Bach in Frühling van Schubert, gevolgd door een niet echt overtuigende aria uit de Nozze. “She’s vanished” uit “The bear” van William Walton was één van de weinige hedendaagse nummers en maakte daardoor indruk, zodat hij in de finale geraakte. Ook op de finale begon hij met de Nozze, maar dan “Se vuoi baliare” (wat hem als look-alike van Dirk De Kegel eigenlijk beter zou moeten afgegaan hebben). Hij brengt ook eerst het recitatief dat eraan voorafgaat en valt dan te vroeg in (of het orkest te laat natuurlijk). Nadien “Raging flames” uit “The battle of Jericho” van Händel, één van de weinige oratorium-aria’s uit het concours. Dan volgde “the drummer boy” van Mahler, wat mij niet erg aanstond. Misschien ligt “I burn, I freeze” uit “The rake’s progress” van Stravinsky hem beter. Hij vond het zelf zijn moeilijkste aria “omdat het orkest zoveel lawaai maakt”, maar hij gaat nu eenmaal geen uitdagingen uit de weg. Nochtans laat hij het volgen door “Ideale” van Tosti dat “idealerwijze” door een tenor à la Mario Lanza zou moeten worden gezongen. Het ligt hem dan ook hoegenaamd niet, al lijkt hij het wel een oktaaf naar beneden te hebben gehaald. Of misschien juist daarom?

P.S. Wie is Dirk De Kegel?