“Rocky Horror Show”: tussen erotiek en een parodie op erotiek

“Rocky Horror Show”: tussen erotiek en een parodie op erotiek

Het is vandaag ook 35 jaar geleden dat ik in het Gentse Arenatheater de première meemaakte van “The Rocky Horror Show”. (Bovenstaande affiche is wel van de film uit 1975, van de Arena-productie heb ik geen foto in de breedte.)
Lees verder ““Rocky Horror Show”: tussen erotiek en een parodie op erotiek”

Veertig jaar geleden: rock-opera “De kat”

Veertig jaar geleden: rock-opera “De kat”

Indien alles goed zou zijn gegaan, had in het najaar van 1978 de rock-opera “De Kat” in première moeten gaan in Sint-Niklaas. “In het voorjaar reeds waren zo’n twintig Waaslanders druk in de weer met een project, dat volgens hen een grote weerklank zou moeten hebben. Dàt is alleszins wat de initiatiefnemers, Ronny De Schepper, Johan de Belie en Walter Vercruyssen, beogen,” zo schreef ikzelf in “De Voorpost” en aangezien ik daarin schreef onder het pseudoniem Jan Segers kon ik op die manier over mijzelf in de derde persoon schrijven. Meer zelfs, ik kon ook mezelf interviewen…

Lees verder “Veertig jaar geleden: rock-opera “De kat””

Vijftig jaar geleden: de kiemen voor Theater Arena

Vijftig jaar geleden: de kiemen voor Theater Arena

Om de oprichting van Theater Arena toe te lichten, moeten we eerst en vooral ons wenden naar… het NTG! En met name naar de première op 20 mei 1967 van ‘De Vertraagde Film’ van Herman Teirlinck. Bij het groeten stapt regisseur Frans Roggen waardig en theatraal naar voren, om een breed saluut te brengen naar de zijloge côté jardin waar normaal directeur Poppe had moeten zitten. Die loge was echter leeg. Eén seconde verbazing, waarna het publiek  de geste meteen door heeft. Onder het applaus breekt een tumult uit van Poppe-fans die op de houten vloer stampen en minutenlang scanderen: “Poppe-Poppe-Poppe!”
Wanneer regisseur Roggen zich achteraf tussen het publiek via de grote trap naar de foyer wil begeven, krijgt hij van onheilsbode, de goede NTG-secretaris Roger Thienpont (die als Paul Berkenman de filmfragmenten had gedraaid), stilletjes te horen dat de Raad van Beheer zijn aanwezigheid op de receptie niet op prijs stelt. De flamboyante Frans Roggen maakt prompt een publieke scène: “Wat! De regisseur van het stuk wordt dus niet geduld op de receptie!”, etc. Roggen verlaat met slaande deuren het gebouw. Voorgoed.
En dat is dan ook het begin geweest van wat gezien werd als een anti-NTG-operatie: de stichting van Theater Arena met een schare van Poppe-getrouwen.
De benaming “Theater Arena” vinden we dan ook voor het eerst terug in 1968, gekoppeld aan het Amateurstoneelcentrum L.Van de Putte. Na één seizoen ging Arena onder impuls van Jacques Veys (foto) echter op eigen benen staan. Onder de artistieke leiding van Frans Roggen werd er vooral hedendaags theater gebracht: “De Meiden” (Genet), “De Nonnen” (Manet), “Huis Clos” (Sartre).
Lees verder “Vijftig jaar geleden: de kiemen voor Theater Arena”

Belpop: hoogtepunten uit de geschiedenis van de Belgische popmuziek

Belpop: hoogtepunten uit de geschiedenis van de Belgische popmuziek

Belpop is de titel van een tv-programma over de Belgische popscene vanaf 18 november 2011 op Canvas. Jan Delvaux, medewerker van het programma, publiceerde in 2011 ook een boek met de titel Belpop: de eerste vijftig jaar, waarin hij de geschiedenis van de Belgische popmuziek beschrijft, van Kili Watch van The Cousins tot heden. Aan de hand van archiefmateriaal en interviews met de artiesten zelf, groepsleden, producers en andere getuigen wordt de muzikale carrière van de Belpop-iconen onder de loep genomen.

Lees verder “Belpop: hoogtepunten uit de geschiedenis van de Belgische popmuziek”

Marijn Devalck wordt zeventig…

Marijn Devalck wordt zeventig…

Op het eind van de jaren zeventig had ik nogal wat contact met Marijn Devalck, die vandaag zeventig jaar wordt. Ik had hem namelijk de mannelijke hoofdrol aangeboden in de rock-opera De Kat, die ik samen met een paar vrienden had geschreven en Marijn zag dat wel zitten, maar Theater Arena, waartoe hij op dat moment behoorde, helaas niet. Toch was nog niet alles verloren, want Marijn stemde erin toe om samen met o.a. Raymond van het Groenewoud, Zjef Vanuytsel en Guy Mortier deel uit te maken van een vedettenelftal om op het Feest van de Rode Vaan, maar toen was er een persvisie op de BRT van een musical waarin Marijn met Linda Lepomme de hoofdrol (ik meen me te herinneren dat het zelfs de énige rollen waren) vertolkte en Lode De Pooter vond er niks aan en maakte dit in zijn gebruikelijk beeldrijk taalgebruik duidelijk aan Marijn, met als gevolg: geen Marijn op het veld. En nadien kwam er een solo-elpee die ik dan weer niet zo goed vond, zodat het contact werd verbroken tot het Facebook-tijdperk aanbrak.

Lees verder “Marijn Devalck wordt zeventig…”

Dorothy Stratten (1960-1980)

22 dorothy strattenVandaag is het al 35 jaar geleden dat de Canadese actrice en playmate van het jaar van 1980 Dorothy Stratten (geboren als Dorothy Hoogstraten) werd vermoord door haar man Paul Snider, die daarna zelfmoord pleegde. De moord was het onderwerp van twee films. In de televisiefilm Death of a Centerfold: The Dorothy Stratten Story werd Dorothy Stratten gespeeld door Jamie Lee Curtis. En in Star 80 (1983), de laatste film van Bob Fosse, werd Stratten gespeeld door Mariel Hemingway. De moordscène in de film werd opgenomen in het appartement waar de echte moord en zelfmoord plaatsvonden. De regisseur Peter Bogdanovich, met wie Stratten een relatie had, schreef een boek over haar, The Killing of the Unicorn (1984). Bogdanovich had Stratten een rol in zijn film They All Laughed (1981) gegeven. Na haar dood wilde geen enkele filmstudio de film uitbrengen. Bogdanovich financierde de filmdistributie zelf, maar de film bleek een flop, en Bogdanovich verloor miljoenen dollars. Hij trouwde later met Strattens zuster, de actrice Louise Stratten. De Canadese zanger Bryan Adams schreef twee nummers over Stratten, Cover Girl (een hit voor de Canadese band Prism in 1980) en The Best Was Yet to Come dat op Adams’ album Cuts Like a Knife (1983) verscheen. En tenslotte bracht ook het Gentse theater Arena de musical Playmate, die duidelijk ook op haar leven was geïnspireerd. Luc Carnier recenseerde de voorstelling voor De Rode Vaan.
Lees verder “Dorothy Stratten (1960-1980)”

Slappe “Plankenkoorts”

Eigenlijk zijn de recensies op deze pagina steeds veel te lang. Op die manier kunnen namelijk te weinig producties wekelijks aan bod komen en lopen we een achterstand op die moeilijk te overbruggen is. Daarom is het goed dat er producties zijn als « Plankenkoorts » van theater Arena want daar valt nu eens juist niks over te vertellen. Indien de acteurs van Arena zin hebben om een feestje te bouwen, moeten ze dat maar doen maar toeschouwers zijn er daarbij niet nodig.
Tenzij om geshockeerd te worden. Waar haalt Arena immers het lef vandaan om met andere gezelschappen de spot te drijven, als ze zelf zelden een behoorlijk niveau halen ? Enkel de satire op Arne Sierens vond in mijn ogen enige gratie, maar dat zal dan ook wel weer persoonlijk zijn.
De regie (?) van dit oorspronkelijk Amerikaanse stuk is van Wim Lanckrock; de slechte, maar onmogelijke (hoe zet je Amerikaanse toneeltoestanden met Hollywood, Broadway, off-Broad¬way en off-off-Broadway om naar Gent en Antwerpen ?) vertaling van Rudy Vandendaele en er staan vijf acteurs (Annick Christiaens, Jo De Backer, Karel Deruwe, Marijn Devalck en Erna Palsterman) op het toneel en één eend. De eend is de beste.

Referentie
Ronny De Schepper, Slappe “Plankenkoorts”, De Rode Vaan nr.6 van 1984

« Enfantillages » van Raymond Cousse

« Enfantillages » van Raymond Cousse

De voorverkoop van « Enfantillages » van Raymond Cousse liep als een trein, maar dat was dan vooral op basis van de (terechte) naambekendheid van het trio dat ervan aan de wieg stond : Jakob Beks (acteur), André Vermaerke (regisseur) en het Speeltheater (productie). Na de eigenlijke première was het enthousiasme echter reeds grotendeels geluwd… behalve bij ons alweer. Zodanig zelfs dat we ons beginnen afvragen wat er scheelt.
Lees verder “« Enfantillages » van Raymond Cousse”