The fool on the hill…

01In de r.v. nr 15 lieten wij Roger van Ransbeek zijn nieuwste stuk De Schuldvraag voorstellen, dat toen in première ging in de Antwerpse K.N.S. We besloten het korte vraaggesprek toen met de belofte u op de hoogte te houden van wat onze Antwerpse theatercorrespondent Piet Loose ervan vond en met heel wat vertraging heeft deze recensie ons pas nu bereikt. Ondertussen is de reeks reeds afgelopen, maar belofte maakt schuld, daarom toch nog dit korte uittreksel :
Lees verder “The fool on the hill…”

“De reisgids” van Botho Strauss

52 chris thysHet NTG vindt blijk baar dat je de mensen (en zeker de recensenten, de lastigsten onder alle mensen) niet zo maar op hun nieuwe (in 1986!) productie kunt loslaten. Om dus « De reisgids » van Botho Strauss in te leiden deed men een beroep op zo maar eventjes twee professoren. Deze heren moesten zich dan uiteraard waarmaken met diepgravende analyses van Strauss’ werk, met beschouwingen over de « communication breakdown », de tegenstelling eros-thanatos, rede-gevoel, man-vrouw enz. Eigenlijk niks nieuws dus, maar anderzijds zijn we de eersten om toe te geven dat er al sedert de oude Grieken nog weinig nieuws aan de essentiële thema’s van het theater kan worden toegevoegd.
Lees verder ““De reisgids” van Botho Strauss”

Het droge brood van Madame Warren

« Madame Warrens broodwinning » van Arthur Schnitzler, zo stond er oorspronkelijk op de programmabrochure van het NTG. Het moet natuurlijk George Bernard Shaw zijn, maar de vergissing is gemakkelijk te verklaren. Op zeer korte tijd programmeert het NTG immers twee werken van rond de eeuwwisseling. Twee thesisstukken die daarbij ook nog met seks te maken hebben en de dubbele censurering lag dan ook voor de hand. Het grote verschil is echter dat Schnitzlers « Rondedans » als een komedie met een dramatische ondertoon werd opgevat en dat dit bij « Madame Warren » net het omgekeerde is. Gevolg : was « Rondedans » verrukkelijk amusement, dan is het brood van Mevrouw Warren toch wel erg taai om te slikken.
Lees verder “Het droge brood van Madame Warren”

RAT zet tanden in bende van vier

00Het verdict is gevallen. De Raad van Advies voor Toneelkunst (RAT) heeft z’n jaarlijkse beoordeling bekend gemaakt aan cultuurminister Dewael en het nu is aan hem om daaruit de passende conclusies te trekken. Tot hiertoe werden deze adviezen principieel niet aan de pers medegedeeld, omdat — althans volgens voorzitter Hugo Meert — het al dan niet opvolgen van het advies door de minister dan een politieke interpretatie zou krijgen. Toch is een jonge en dynamische, maar (dus?) ook nogal impulsieve confrater van « De Gentenaar » achter een paar adviezen gekomen die hij dan ook publiek heeft gemaakt, maar waarbij hij zich helaas beperkt tot theaters die in het Gentse werkzaam zijn of er soms op bezoek komen. Daarbij is hij overigens De Vieze Gasten vergeten.
Lees verder “RAT zet tanden in bende van vier”

“Zeven deuren” van Botho Strauss

“Zeven deuren” (1987) van Botho Strauss werd in het Arcatheater opgevoerd in een regie van Sabine Reifer (regie-assistente bij “Der Rosenkavalier” in de Vlaamse Opera) en een decor van Marc Cnops. Met Gert Portael (interviewster, dochter, pasgehuwde), Johannes Pauwels (huurvoorzitter, autokoper, schoonzoon, zelfmoordenaar), Brit Alen (echtgenote, het ‘niets’, meisje), Bert van Tichelen (huurder, professor, gevangene, bode, broeder), Lies Martens (Colombine), Bob De Moor (kwiskandidaat, autokoper, parkeerwachter, broeder), Roos Dochy (ongehuwde vrouw) en Erik Van Herreweghe (regisseur, autoverkoper, lijfwacht, pasgehuwde, keizer Julianus). De enige verdienste van Sabine Reifer (een Duitse studente Germaanse aan de RUG die hier is blijven plakken) is dat ze dit chaotische stuk in het programma goed samenvat: “Twee net uit de hel ontsnapte monniken maken ruzie met een Romeinse keizer, terwijl een getrouwde man een jonge vrouw probeert te verleiden, een parkeerwachter zoekt een lijfwacht en een vrouw zit thuis te wachten op haar man, die net de bewuste vraag van één miljoen niet heeft kunnen beantwoorden, een pas getrouwd koppel sterft van verveling en een net uit de gevangenis ontslagen misdadiger verleidt de vrouw van een dominee in het appartement van haar dochter, een huurder bedreigt zijn huisbaas en twee mannen op zoek naar de perfekte maagdelijkheid belanden in een supermodern autosalon, de algemene ontwapening komt met de post, een zelfmoordenaar krijgt zijn verdiende straf en een geniale professor stuurt niet alleen de hem interviewende journaliste volledig in de war.”
“L’enfer c’est les autres,” zei Sartre. Botho Strauss is het daar wel mee eens, maar aangezien je altijd de “andere” van iemand anders bent, is de hel ook in jezelf. Dit is ongeveer het enige “thema” van dit “zapstuk”. De enige “vondst” van de regisseuse is het hele stuk te laten dromen door “iemand” (Strauss?) die naar “Knockin’ on heaven’s door” door Guns’n’Roses aan het luisteren is. “Zeven deuren” (van en naar de “hel”) is een aaneenschakeling van een paar redelijk onnozele sketchen, waarvan er slechts één geval echt grappig is (de parkeerwachter) en één goed gevonden (de zelfmoordenaar die kennismaakt met het ‘niets’) maar slecht uitgewerkt. Het decor van Mark Cnops is vindingrijk, maar even saai als de grijze kostumes van Marnik Baert (28/10/1992).